Samenvatting
- De zesde ziekte komt alleen voor bij kinderen tussen de 6 maanden en 3 jaar.
- Uw kind heeft plotseling hoge koorts.
- Na drie tot vijf dagen daalt de koorts weer snel.
- Er komen dan kleine lichtrode vlekjes in het gezicht en de nek, en later ook op de romp.
- Geef uw kind tijdens de koortsperiode veel te drinken.
- Doe uw kind dunne kleding aan bij koorts.
Wat zijn de verschijnselen van de zesde ziekte?
De zesde ziekte komt alleen voor bij kinderen tussen de 6 maanden en 3 jaar.
Uw kind heeft plotseling hoge koorts. Soms zijn de klieren in de hals en achter de oren opgezet.
Na drie tot vijf dagen daalt de temperatuur snel. Er ontstaan dan kleine lichtrode vlekjes in het gezicht en de nek, en later ook op de romp. De vlekjes jeuken niet. De uitslag verdwijnt binnen een tot twee dagen.
Wat kunt u zelf doen bij de zesde ziekte?
- Geef uw kind veel te drinken, eventueel een ijslolly.
- Eten is minder belangrijk.
- Zorg dat uw kind genoeg rust krijgt.
- Het hoeft niet in bed te blijven en mag ook naar buiten.
- Bij koorts moet het lichaam de warmte kwijt kunnen. Kies daarom dunne kleding die losjes om het lichaam zit. In bed is een lakentje vaak voldoende. Als uw kind het koud heeft of rilt, kunt u het tijdelijk extra toedekken.
- Als uw kind zich goed voelt, dan mag het naar het kinderdagverblijf.
Medicijnen bij de zesde ziekte
Er zijn geen medicijnen tegen de zesde ziekte. Ook geen medicijnen waar het sneller van overgaat.
Het is niet nodig de koorts te verlagen, de koorts kan namelijk geen kwaad.
Als een kind zich erg ziek voelt of slecht drinkt, kunt u eventueel paracetamol geven. Na een halfuur gaat het dan vaak wat beter. De dosering van de paracetamol hangt af van de leeftijd en het gewicht van het kind. Dit leest u op de verpakking.
Wanneer contact opnemen bij de zesde ziekte?
In het algemeen hoeft u de huisarts niet te bellen als uw kind de zesde ziekte heeft.
Bel wel:
- als uw kind jonger is dan drie maanden;
- als u twijfelt of als u het niet vertrouwt;
- als u merkt dat uw kind steeds zieker wordt:
- De koorts gaat na drie dagen niet weg.
- Uw kind drinkt niet of te weinig.
- Uw kind braakt steeds.
- Uw kind wordt suf.
- Uw kind wordt benauwd of gaat heel snel ademen.
- Uw kind blijft huilen of gaat kreunen.
- Uw kind krijgt een grauwe huidskleur.
