Ik krijg een behandeling na een TIA

In het kort

In het kort

  • Bij een TIA (voorbijgaande beroerte) werkt plotseling een deel van de hersenen niet meer.
  • Dit komt door een tijdelijke afsluiting in een bloedvat.
  • U krijgt tijdelijke uitvalsverschijnselen, zoals een verlamming aan arm of been of moeite met praten.
  • Binnen 24 uur zijn de klachten verdwenen, vaak al binnen een half uur.
  • De kans op een TIA neemt toe bij roken, diabetes mellitus, hoge bloeddruk, overgewicht of een hoog cholesterol.
  • Na een TIA heeft u een verhoogde kans op een nieuwe beroerte.
  • Om een (volgende) TIA te voorkomen zijn medicijnen en controles nodig.
Beschrijving

Wat is een TIA?

Bij een TIA krijgt een deel van uw hersenen tijdelijk te weinig bloed. Daardoor werken bepaalde hersencellen even niet of minder goed.

U krijgt plotseling uitvalsverschijnselen, zoals

  • een verlamde arm,
  • een scheve mond of
  • problemen met praten.

Dit duurt enkele minuten tot uren. Meestal zijn de klachten al na 1-5 minuten verdwenen.

TIA staat voor transient ischaemic attack. Dit betekent ‘tijdelijke doorbloedingsstoornis’ of ‘voorbijgaande beroerte’.

Verschijnselen

Wat zijn de verschijnselen van een TIA?

De verschijnselen van een TIA verschillen per persoon. Dit hangt af van de plaats in de hersenen waar de TIA plaatsvindt. Elk hersengebied heeft zijn eigen taak. Zo is er bijvoorbeeld één bepaald hersengebied voor:

  • de spieren in een arm
  • het gevoel in een voet
  • uw spraak
  • de spieren in uw gezicht
  • het kijken

Als een gebied in de hersenen te weinig bloed krijgt, kunt u bijvoorbeeld opeens een arm niet meer gebruiken, of moeilijker praten, uw gezicht trekt scheef of u kunt minder zien. Dit zijn uitvalsverschijnselen.

Gelukkig gaan de verschijnselen van een TIA vanzelf over: vaak binnen vijf minuten tot een halfuur, soms later en zelden pas na 24 uur.

Als de uitvalverschijnselen al weg zijn voordat de huisarts of ambulance is gearriveerd, dan is er sprake van een TIA. Duren de uitvalsverschijnselen langer? Dan moet direct onderzocht worden of u een hersenbloeding of herseninfarct heeft. Als de neuroloog heeft vastgesteld dat er geen herseninfarct of hersenbloeding is, dan is er meestal sprake van een TIA.

Oorzaken

Hoe ontstaat een TIA?

Bij een TIA stroomt er tijdelijk te weinig bloed naar een deel van uw hersenen. Dit kan komen door vernauwing of verstopping van uw bloedvaten.

In de loop van uw leven veroudert uw lichaam. Dat geldt ook voor uw bloedvaten. Mogelijke gevolgen van die veroudering zijn:

  • vernauwingen in de bloedvaten
  • stolsels die aan de vaatwand vastkleven
  • beschadigingen van de vaatwand

Men noemt dit een slechte conditie van de bloedvaten. Zo'n slechte conditie vergroot de kans op een TIA of herseninfarct.

Factoren die extra risico geven op vernauwing of verstopping van uw bloedvaten zijn bijvoorbeeld:

  • roken
  • hoge bloeddruk
  • een hoog cholesterol
  • overmatig alcoholgebuik
  • diabetes mellitus
  • overgewicht
  • gebrek aan lichaamsbeweging
  • bepaalde hormoonbehandeling voor overgangsklachten of als anticonceptie
  • migraine met aura
  • gebruik van drugs zoals ecstasy en cocaine.

Soms is een onregelmatige hartslag (atriumfibrilleren) de oorzaak van bloedstolsels in het hart. Er kan dan een stukje stolsel (bloedpropje) loslaten en vastlopen in een kleiner bloedvat. Zo kan daar een afsluiting ontstaan.

Medicijnen

Medicijnen na een TIA

Bij een TIA verwijst de huisarts u vaak nog dezelfde dag naar het ziekenhuis (TIA-service) voor onderzoek en behandeling.

Na een TIA krijgt u een bloedverdunner: een keer per dag acetylsalicylzuur 80 mg of carbasalaatcalcium 100 mg. De eerste weken krijgt u een hogere dosering.
Daarnaast krijgt u meestal een tweede medicijn (dipyridamol ). Dipyridamol kan zeker in het begin van de behandeling bijwerkingen geven zoals hoofdpijn, duizeligheid en maagdarmklachten. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal na een paar weken. Als u de bijwerkingen toch houdt, stop dan niet zomaar. Bespreek het eerst zorgvuldig met uw arts. Eventueel kan dipyridamol gestopt worden en gebruikt u alleen acetylsalicylzuur of clopidogrel . De genoemde medicijnen maken de kans op een nieuwe beroerte kleiner. Ze kunnen soms maagklachten geven. Eventueel krijgt u er een middel bij om de maag te beschermen.

Mensen met atriumfibrilleren (een afwijking van het hartritme) gebruiken meestal een ander soort bloedverdunner (acenocoumarol , fenprocoumon of een DOAC) om de vorming van bloedstolsels tegen te gaan. Gebruikt u dat al dan krijgt u geen acetylsalicylzuur, carbasalaatcalcium, dipyridamol of clopidogrel.

Na een TIA krijgt u ook medicijnen om de bloeddruk en het cholesterol te verlagen.

Gebruikt u medicijnen voor diabetes mellitus? Dan moet u die blijven innemen. Ook medicijnen voor diabetes mellitus verkleinen de kans op een hartinfarct of beroerte.

Na een TIA kunt u beter geen middelen meer gebruiken met het vrouwelijk hormoon oestrogeen (zoals de anticonceptiepil of medicijnen voor de overgang).

acenocoumarol

Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct) of TIA en bij hartritmestoornissen.

Bron: Apotheek.nl

dipyridamol

Dipyridamol is een antistollingsmiddel. Het gaat de vorming van bloedstolsels in de bloedvaten tegen.

Artsen schrijven dipyridamol voor om trombose te voorkomen, bijvoorbeeld na hartklepoperaties, na een beroerte (herseninfarct) of na een TIA (lichte beroerte).

Bron: Apotheek.nl

fenprocoumon

Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.

Bron: Apotheek.nl

clopidogrel

Clopidogrel is een anti-stollingsmiddel. Het voorkomt dat er bloedstolsels in de bloedvaten ontstaan.

Artsen schrijven het voor na een hartinfarct en bij niet-stabiele angina pectoris (hartkramp). Verder na een beroerte (herseninfarct) en om de kans op trombose te verminderen, bijvoorbeeld bij de hartritmestoornis atriumfibrilleren en bij verminderde bloeddoorstroming in de benen.
Artsen schrijven het soms voor bij stabiele angina pectoris en een lichte beroerte (TIA), als u acetylsalicylzuur in lage dosering niet kunt gebruiken omdat u er overgevoelig voor bent.

Bron: Apotheek.nl
Voorkomen nieuwe beroerte

Een nieuwe beroerte voorkómen

Wanneer u eenmaal een beroerte heeft gehad, heeft u een vergrote kans om dit opnieuw te krijgen.

U kunt die kans verkleinen door de volgende maatregelen te nemen:

  • Stop met roken. Roken is erg slecht voor uw bloedvaten.
  • Drink niet meer 1 glas alcohol per dag en liever niet elke dag.
  • Probeer bij overgewicht af te vallen of in ieder geval niet meer aan te komen.
  • Probeer tenminste een halfuur per dag te bewegen. Elke kleine oefening helpt al.
  • Zorg bij een hoge bloeddruk dat u gezond leeft en uw medicijnen dagelijks inneemt.
  • Zorg bij diabetes mellitus (suikerziekte) voor een goede instelling van uw bloedsuiker.
  • Zorg bij een hoog cholesterol dat u voedingsadviezen opvolgt en medicijnen om het cholesterol te verlagen trouw inneemt.
  • Eet gezond met veel verse groenten en fruit.
  • Stress vergroot de kans op hart- en vaatproblemen. Heeft u veel stress, dan is het belangrijk daar wat aan te doen.

Deze maatregelen helpen een beroerte te voorkomen, en zorgen ook dat de kans op bijvoorbeeld een hartinfarct kleiner wordt.

Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder na een TIA?

  • U bekijkt samen met uw arts wat u kunt doen om uw risico op een nieuwe TIA of andere hart- of vaatziekte kleiner te maken.
  • U bespreekt de adviezen en maakt een plan.
  • Zo nodig krijgt u medicijnen voor bloeddruk, cholesterol of diabetes mellitus.
  • Bij controles bespreekt u hoe het gaat en controleert uw arts of de medicijnen goed werken.
  • Als u een cumarine (acenocoumarol of fenprocoumon ) gebruikt, wordt de bloedverdunning regelmatig door de trombosedienst gecontroleerd. Bij de andere bloedverdunners is dat niet nodig.
  • Als u helemaal hersteld bent, mag u na 2 weken weer autorijden (geldt niet voor beroepschauffeurs).

acenocoumarol

Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct) of TIA en bij hartritmestoornissen.

Bron: Apotheek.nl

fenprocoumon

Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.

Bron: Apotheek.nl
Wanneer contact?

Wanneer contact opnemen na een TIA?

Krijgt u opnieuw uitvalsverschijnselen? Dan moet u direct contact opnemen met uw huisarts of huisartsenpost, of 112.

Noteer de tijd waarop de verschijnselen zijn ontstaan.

U mag niets drinken of eten voordat de arts u onderzocht heeft.

Meer informatie

Meer informatie over beroerte

Wilt u meer weten over beroerte dan kunt u aanvullende betrouwbare informatie vinden op de website van:

De informatie over beroerte (CVA) is gebaseerd op:

  • De wetenschappelijke richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Beroerte
  • De medisch specialistische richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, Herseninfarct en hersenbloeding
  • Zorgstandaard CVA/TIA, Kennisnetwerk CVA Nederland
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.