Ik ga van de zorg voor kinderen naar de zorg voor volwassenen

In het kort

In het kort

  • Als je volwassen wordt, ga je van de zorg voor kinderen naar de zorg voor volwassenen.
  • Meestal is dit rond 18 jaar. Maar je krijgt al eerder hulp om je klaar te maken voor deze overstap.
  • Je gaat steeds meer zelf doen, zoals afspraken maken en medicijnen aanvragen.
  • Je hebt dan meer invloed en controle op de zorg die je krijgt.
  • Je maakt een plan waarin staat wat jij nodig hebt om dit zelf te kunnen. Je krijgt hierbij hulp.
Waarom?

Waarom ga ik van de zorg voor kinderen naar zorg voor volwassenen?

Als je zorg nodig hebt en kind bent (tussen 0 en 17 jaar), krijg je zorg voor kinderen.

Je krijgt zorg als je een lichamelijke of psychische ziekte hebt. Of omdat je een verstandelijke beperking hebt.

Als je 18 wordt, blijf je misschien zorg nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat de ziekte of beperking langer duurt of niet meer overgaat.

Omdat je nu volwassen bent, krijg je dus ook zorg voor volwassenen. Bijvoorbeeld van een specialist in het ziekenhuis, psychiater, revalidatie-arts of van een arts voor gehandicapten.

Als je volwassen wordt, worden sommige dingen vaak belangrijker in je leven. Bijvoorbeeld een studie, werk of seks. Ook hier kun je over praten met je arts.

Wanneer?

Wanneer ga ik van de zorg voor kinderen naar de zorg voor volwassenen?

Je gaat naar zorg voor volwassenen als je volwassen wordt. Meestal is dit rond 18 jaar maar het kan ook iets eerder zijn. Heel soms is het wat later. Bijvoorbeeld als je een verstandelijke beperking hebt of als je een probleem wilt oplossen voordat je naar volwassen zorg gaat.

Meestal begin je al eerder met het voorbereiden van deze overgang. Zo mag je al zelf beslissen over jouw zorg als je 16 jaar bent.

Je begint met deze voorbereiding als jij voelt dat je daar klaar voor bent. Soms begin je bijvoorbeeld met een rondleiding op de afdeling voor volwassenen. Of je maakt alvast kennis met je nieuwe arts of psycholoog.

Misschien heb je geen behandeling meer nodig in het ziekenhuis of bij een andere organisatie. Dan kom je weer bij de huisarts.

Wat verandert er?

Wat verandert er als ik van de zorg voor kinderen naar de zorg voor volwassenen ga?

Vanaf dat je 16 jaar bent geeft je arts je meer informatie. Je mag beslissen over je behandeling. Je geeft zelf toestemming voor zorg en onderzoek. De toestemming van je ouders is niet meer nodig. Je ouders krijgen ook niet meer alle informatie van de mensen die jou behandelen als je dat niet wilt.

Alleen als je in een (psychiatrisch) ziekenhuis wordt opgenomen, is er wel toestemming van je ouders nodig. Dit is tot je 18 jaar wordt.

Als je leven in gevaar is, mogen anderen jou ook hulp geven zonder jouw toestemming.

Je gaat steeds meer zelf doen, bijvoorbeeld:

  • een afspraak maken in het ziekenhuis
  • je medicijnen bestellen
  • zelf met je arts of psycholoog bellen

Je mag zelf kiezen of je iemand meeneemt naar een afspraak. Je mag nog steeds 1 ouder of allebei je ouders of verzorgers meenemen. Of een vriend of vriendin.
Misschien vind je het fijn als zij jou helpen onthouden wat de arts vertelt. En ze stellen misschien goede vragen. Soms is het fijn om iemand mee te nemen omdat het steun geeft. Je mag ook kiezen om iemand via beeldbellen mee te laten doen aan het gesprek.

Zelf beslissen is niet altijd makkelijk. Daarom helpen artsen, verpleegkundigen en psychologen je hiermee vanaf 16 jaar.

Vanaf 18 jaar moet je zelf een zorgverzekering hebben. Lees hier wat er verandert als je 18 wordt.

Wie helpt mij?

Wie helpt mij om naar de zorg voor volwassenen te gaan?

Iemand die jou zorg geeft, helpt jou. Dit zal meestal een verpleegkundige zijn. Die persoon leert jou om zelf dingen te regelen voor je ziekte. Samen maken jullie een plan.

In het plan zetten jullie wat jij nodig hebt om op een goede manier naar de zorg voor volwassenen te gaan:

  • wat je kunt verwachten van de zorg
  • wat artsen van jou verwachten
    Bijvoorbeeld dat je je arts belt of een medicijn aanvraagt.
  • wat jouw wensen zijn

Elk jaar kijk je met die persoon of het plan nog klopt. Samen kies je wanneer je naar een andere arts gaat. Dit is meestal als je 18 jaar bent.

Je nieuwe arts krijgt informatie over jou van je vorige arts. Jij en je nieuwe arts maken kennis met elkaar. Het is belangrijk dat jij je veilig voelt om tegen je nieuwe arts te zeggen wat je wil. Als het echt niet klikt, mag je veranderen van arts.

Maak je je zorgen? Vind je het moeilijk om naar een andere arts te gaan? Praat er gerust over met je arts of de verpleegkundige. Of met jongeren die dit al hebben meegemaakt.

Wat kan ik verwachten?

Wat kan ik verwachten van de zorg voor volwassenen?

Je blijft nog steeds de zorg en aandacht krijgen van de mensen die jou behandelen. Het is belangrijk dat je aan je arts vertelt hoe jouw ziekte invloed heeft op je leven. Je arts denkt met je mee hoe je toch zoveel mogelijk dingen kunt doen die je wilt.

Je arts let op jouw lichamelijke of psychische problemen. En ook op hoe jij je voelt. Misschien ben je somber door je ziekte. Of probeer je weinig contact met andere mensen te hebben. Vertel dat aan je arts. Die kan je helpen hiermee om te gaan.

Sommige onderzoeken gaan anders op de volwassen afdeling. En als je 18 bent, kun je andere medicijnen of behandelingen krijgen. Vertel het als je iets wilt veranderen, bijvoorbeeld aan je behandeling.

Wat jij vertelt aan de mensen die jou behandelen, vertellen zij niet door. Dingen waar je met hen over praat blijven priv├ę. Bijvoorbeeld over seks of erfelijkheid. Zij vertellen niets aan je ouders als jij dat niet wilt.

Hulp vragen

Wie kan ik om hulp vragen als ik dat nodig heb?

Vraag hulp als je dat nodig hebt. Bijvoorbeeld aan de specialist, revalidatie-arts, verpleegkundige, psychiater of psycholoog. Zij denken bijvoorbeeld mee over:

  • jouw gezondheid
  • leren en werken
  • wonen
  • de zorg die je krijgt
  • contact met anderen
Meer informatie
Deze tekst is aangepast op
FMS

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?