15
Bloedverdunners worden ook wel stollingsremmers of antistolling genoemd. Ze zorgen dat uw bloed minder snel stolt. Als u bloedverdunners gebruikt, is de kans kleiner dat er een bloedprop ontstaat. Dat maakt de kans op een herseninfarct , trombosebeen of longembolie kleiner. Er zijn 2 soorten sterke bloedverdunners: cumarines en DOAC’s .
U gebruikt bloedverdunners (antistolling). Heeft de huisarts u verteld dat u neuritis vestibularis heeft?
Verzorg je mond goed als je daar pijn hebt. Kijk wat helpt, zoals: je mond spoelen met water en zout. En pijnstillers of soms andere medicijnen.
tussen uw schouders die er eerst nog niet was steeds minder kracht in uw armen of benen steeds minder gevoel, bijvoorbeeld in uw armen of benen niet goed kunnen poepen niet goed kunnen plassen koorts met misselijkheid en duizeligheid Meer informatie - We hebben de teksten over bloedverdunners bij een zenuwverdoving of ruggenprik gemaakt met de medisch specialistische richtlijn neuraxisblokkade en antistolling
Je voelt je bijna de hele tijd erg angstig en bezorgd over dagelijkse dingen. Dit heet een gegeneraliseerde angststoornis. Blijf dingen doen die angst geven. Zo leer je omgaan met de angst. Wat ook helpt, is gedachten leren die jou helpen. Je kunt hulp krijgen van je huisarts, de praktijkondersteuner of een psycholoog. Wat is een angststoornis?
Bloedplaatjesremmers worden ook wel antistolling genoemd. Er zijn verschillende bloedplaatjesremmers. Bijvoorbeeld: acetylsalicylzuur (aspirine) carbasalaatcalcium clopidogrel prasugrel ticagrelor dipyridamol Sommige mensen gebruiken meer bloedplaatjesremmers tegelijk. Bijvoorbeeld acetylsalicylzuur met ticagrelor.