Ik heb slikproblemen door een zenuw- of spierziekte

In het kort

In het kort

  • Bij slikproblemen kun je eten of drinken niet goed doorslikken.
  • Je verslikt je vaak of het eten blijft ‘hangen’ in je mond, keel of slokdarm.
  • Met sliktraining kun je leren om anders te slikken.
  • Soms is een operatie nodig om de ingang van de slokdarm wijder te maken.
  • Kun je medicijnen niet goed doorslikken? Misschien kun je ze in een andere vorm krijgen.
Slikproblemen bij zenuw- en spierziektes

Slikproblemen bij zenuw- en spierziektes

Je kunt last hebben van 2 soorten slikproblemen:

  • Verslikken. Het eten of drinken komt in de luchtpijp. Ophoesten lukt vaak niet door de zenuw- of spierziekte.
  • Je krijgt eten niet goed weg. Het eten blijft ‘hangen’ in de keelholte of slokdarm.

Slikproblemen komen bijvoorbeeld voor bij:

Welke klachten kun je hebben bij slikproblemen?

Welke klachten kun je hebben bij slikproblemen?

Deze klachten kun je hebben bij slikproblemen:

  • hoesten tijdens het eten
  • kokhalzen
  • een brok in je keel
  • speeksel verliezen
  • minder zin om te eten of afkeer van eten
  • een slechte adem
  • angst om te stikken
  • afvallen
  • uitdrogen
  • eten of drinken kan weer omhoog komen nadat je geslikt hebt
  • eten of drinken kan door je neus naar buiten komen
  • eten kan langer duren
  • knoeien tijdens het eten
  • je stem kan anders klinken na het eten
  • longontsteking: dit kan ontstaan als je het eten niet goed kunt ophoesten nadat je je hebt verslikt

Deze klachten maken eten en drinken vervelend. Je wilt misschien liever niet meer eten of drinken. Of je doet dat liever niet meer samen met anderen.

Sliktraining bij slikproblemen

Sliktraining bij slikproblemen

Bij een sliktraining leer je om op een andere manier te slikken. Bijvoorbeeld:

  • slikken met je kin op de borst
  • krachtiger slikken
  • je stembanden dicht houden tijdens het slikken
  • je luchtwegen langer dicht houden en je slokdarm langer open houden

Sliktraining krijg je van een logopedist die hierin gespecialiseerd is.

Bij een sliktraining kun je ook leren om je eten en drinken aan te passen. Bijvoorbeeld hard en taai eten zachter maken. En je drinken dikker maken.
Een diëtist kan je daarna verder helpen. Je krijgt dan recepten en adviezen voor eten met genoeg voedingsstoffen dat je makkelijk zelf kunt maken.

Soms wordt sliktraining ondersteund met biofeedback.

Biofeedback bij sliktraining

Biofeedback bij slikproblemen werkt zo:

  • Je krijgt elektroden onder je kin geplakt.
  • De elektroden meten wat de spieren in je mond doen.
  • Dit wordt omgezet in een beeld of in geluid op een computerscherm.
  • Je krijgt dus informatie (feedback) over spieren die je normaal gebruikt zonder dat je erover nadenkt (onbewust).

Je leert de spieren onderin je mond bewust gebruiken. Zo kun je anders gaan slikken. Of je kunt die spieren sterker maken.

Na een paar keer is meestal duidelijk of deze therapie bij jou werkt.

Slokdarm wijder maken bij slikproblemen

Slokdarm wijder maken bij slikproblemen

Een slokdarmverwijding is mogelijk als je slokdarm vernauwd is. Eerst wordt een slikvideo gemaakt.
De arts ziet daarop hoe de bovenste sluitspier van de slokdarm en andere spieren in je mond- en keelholte werken. Ook ziet de arts of een operatie zinvol is.

Een keel-neus-oor-arts kan de bovenste sluitspier van de slokdarm insnijden. Dit gebeurt via een snee in de hals. Je wordt met medicijnen in slaap gebracht. Dit heet narcose. Je merkt er daardoor niets van.

De arts kan de bovenste sluitspier van de slokdarm ook oprekken met een ballonnetje of inspuiten met botuline toxine. De sluitspier ontspant of verslapt daardoor. Dit gebeurt met een endoscoop. Je krijgt hiervoor ook narcose.
Het effect van botuline toxine verdwijnt na ongeveer 3 maanden. Botuline toxine werkt niet altijd bij een probleem met de bovenste sluitspier van de slokdarm.

Voorbereiding op de operatie

Voorbereiding op de operatie

Afspraak met de arts die de operatie doet

Je krijgt een afspraak met de arts die de operatie doet. Je bespreekt bijvoorbeeld:

  • Hoe gaat de operatie?
  • Welke techniek is bij jou geschikt? Als meer technieken mogelijk zijn, beslis je samen met de arts welke je kiest.
  • Als je medicijnen gebruikt: of en wanneer je daarmee moet stoppen voor de operatie. En wanneer je ze weer kunt gaan gebruiken.
  • Wat je kunt verwachten na de operatie. Bijvoorbeeld wanneer je weer kunt eten en of je pijn krijgt.
  • Wat is het risico op problemen?

Schrijf je vragen van tevoren op. Dan vergeet je niets te vragen tijdens het gesprek.
Je kunt ook iemand meenemen naar het gesprek.

Afspraak met de arts die de verdoving regelt (anesthesioloog)

Je bespreekt van tevoren hoe je verdoofd wordt:

  • Je wordt met medicijnen in slaap gebracht. Dit heet narcose. Je merkt dan niets van de operatie.
  • Je krijgt verdoving in je slokdarm. En je krijgt een medicijn via een slangetje in een bloedvat. Dit heet een roesje. Je wordt er ontspannen of slaperig van. Daardoor merk je minder of niets van de operatie.

Nuchter zijn

Voor de operatie moet je nuchter zijn:

  • Vanaf 6 uur voor de operatie mag je niets meer eten. Je kunt dan nog wel water, thee, koffie (zonder melk), vruchtensap (zonder vruchtvlees) of frisdrank drinken.
  • Vanaf 2 uur voor de operatie mag je ook niets meer drinken, behalve een slokje water als je medicijnen moet innemen.

Als je rookt

  • Roken is slecht voor je herstel na de operatie.
    Je wond geneest minder goed. De kans op een infectie is groter. En de kans op benauwdheid en misselijkheid na de operatie is groter.
  • Probeer 6 tot 4 weken voor de operatie te stoppen. Hou dat vol totdat de wond goed is genezen.
    Helemaal stoppen is nog beter voor je gezondheid.
Risico’s van een operatie aan slokdarm of sluitspier

Risico’s van een operatie aan slokdarm of sluitspier

Risico’s van een operatie aan slokdarm of sluitspier zijn:

  • Een kleine kans op een nabloeding en een wondinfectie.
  • Tijdelijk pijn bij het slikken.
  • De slikproblemen kunnen eerst wat erger worden.
  • Is de ingang van je slokdarm wijder gemaakt? Dan kan je eten uit de maag soms weer terugkomen in de slokdarm. Dit heet reflux. Het geeft een branderig gevoel in de slokdarm en soms een zure smaak in de mond.
  • Na een injectie met botuline toxine verslappen soms meer spieren dan alleen de bovenste sluitspier van de slokdarm. Dan krijg je juist meer problemen met slikken. Dit gaat vanzelf weer over. Soms is wel tijdelijk sondevoeding nodig.
  • Er is een kleine kans op een gaatje in de slokdarm. Dit is ernstig en kan zelfs leiden tot overlijden.
Medicijnen gebruiken als je slikproblemen hebt

Medicijnen gebruiken als je slikproblemen hebt

Heb je moeite om medicijnen door te slikken? Dan wil je de medicijnen misschien in kleinere stukjes breken of vermalen. Maar dat kan niet altijd. Sommige medicijnen werken dan minder goed. Of je krijgt meer last van bijwerkingen. Vraag je arts of apotheker om advies.

Andere oplossingen zijn:

  • De medicijnen slikken met dik vocht, zoals appelmoes, vla of yoghurt.
  • De medicijnen slikken met een slikgel. Dat is een dikke vloeistof die niet met medicijnen reageert.
  • Misschien kun je de medicijnen in een andere vorm krijgen. Bijvoorbeeld als drankje of als zetpil.
Meer informatie over slikproblemen

Meer informatie over slikproblemen

Heb je slikproblemen door een ziekte, zoals de ziekte van Parkinson, een spierziekte of hersenletsel? Dan heeft jouw patiënten-organisatie meer informatie over slikproblemen bij jouw ziekte.

Algemene tips over voeding bij slikproblemen: Voedingstips bij problemen met kauwen en slikken op Voedingenkankerinfo.nl.

We hebben de informatie over slikproblemen gemaakt met de richtlijn voor artsen over slikproblemen.

Deze tekst is aangepast op
FMS

Vond je deze informatie nuttig?

Vond je deze informatie nuttig?
Heb je een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?