Ik heb een tennisarm

In het kort

In het kort

  • Bij een tennisarm heb je pijn aan de buitenkant van je elleboog, soms ook in je onderarm.
  • Je hebt meer pijn als je een vuist maakt of je pols naar achteren buigt.
  • De oorzaak is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk komt het doordat je te veel gedaan hebt met je arm.
  • Een tennisarm gaat meestal vanzelf over.
  • Blijf je arm zo normaal mogelijk gebruiken. Een beetje pijn mag.
  • Neem meer pauzes, doe minder zwaar werk en wissel bewegingen af.
Film

Film

Wat is een tennisarm?

Wat is een tennisarm?

Bij een tennisarm heb je pijn aan de buitenkant van je elleboog. Op die plek zit een knobbel. Daar zitten spieren van je onderarm aan je elleboog vast. Die spieren zorgen ervoor dat je je pols naar achteren buigt. Bekijk ook de video over tennisarm.

De plek doet pijn als je je onderarm of pols beweegt en als je op de plek drukt.
Soms voel je de pijn ook in je onderarm.

Het kan met tennis te maken hebben, maar dat is meestal niet zo.
Meestal komt het omdat je je onderarm veel hebt gebruikt.

Heb je pijn aan de binnenkant van je elleboog? Kijk dan bij golfarm.

Wat merk je bij een tennisarm?

Wat merk je bij een tennisarm?

Bij een tennisarm heb je pijn aan de buitenkant van je elleboog. De pijn wordt erger als je deze bewegingen maakt:

  • een vuist maken
  • je pols naar achteren buigen
  • je vingers strekken

Bijvoorbeeld als je:

  • schroeven indraait
  • een handdoek uitwringt
  • een boodschappentas vasthoudt
  • een kind optilt
  • gereedschap stevig vasthoudt

Als je net uit bed komt, voelt je arm vaak stijf.
Als je veel met je arm hebt gedaan, is de pijn erger. Bijvoorbeeld aan het einde van een dag werken.
Als je een tijd rust houdt, wordt de pijn vaak weer minder.

Hoe ontstaat een tennisarm?

Hoe ontstaat een tennisarm?

Hoe een tennisarm ontstaat is niet helemaal duidelijk.
Waarschijnlijk heb je te veel gedaan met je onderarm. Meestal komt het door werk. Maar het kan ook door sporten komen.

Bijvoorbeeld:

  • Heel vaak dezelfde grijpbeweging maken. Bijvoorbeeld bij dingen tillen of een hamer vasthouden.
  • Met trillend gereedschap werken. Bijvoorbeeld een boormachine of elektrische zaag.
  • Heel vaak dezelfde beweging maken met je pols.
    Bijvoorbeeld schilderen of schoonmaakwerk.
  • Te veel sporten met je armen. Vooral als je in korte tijd veel meer bent gaan sporten. Je bent bijvoorbeeld begonnen met tennissen of squashen. En doet het meteen heel vaak.

Je hebt meer kans op een tennisarm als je rookt of diabetes (suikerziekte) hebt.

Is onderzoek nodig bij een tennisarm?

Is onderzoek nodig bij een tennisarm?

Een tennisarm kun je vaak al herkennen aan de klachten die je hebt.

Twijfel je of het een tennisarm is? Of maak je je zorgen? Dan kun je een afspraak maken met je huisarts. Die stelt een paar vragen en onderzoekt je arm. Soms onderzoekt je huisarts dan ook je nek. Meestal kan de huisarts daarna zeggen of je een tennisarm hebt.

Onderzoeken zoals een röntgenfoto van je elleboog zijn bijna nooit nodig. Dat hoeft alleen als je huisarts twijfelt of je een tennisarm hebt of toch iets anders.

Wat kun je zelf doen bij een tennisarm?

Wat kun je zelf doen bij een tennisarm?

Een tennisarm gaat meestal vanzelf over. Het kan wel maanden duren.
Er is niets bekend waardoor het sneller over gaat.
Het duurt waarschijnlijk langer tot je klachten weg zijn in deze situaties:

  • Je blijft te veel doen met je arm.
  • Je hebt al een keer een tennisarm gehad.

Het is belangrijk om niet te veel te doen met je arm. Maar blijf je arm wel gewoon bewegen. Zo wordt je arm niet stijf.

Blijf bewegen

  • Gebruik je arm zo normaal mogelijk. Het mag een beetje pijn doen. Als het pijn doet betekent dat niet dat er iets kapot gaat.
  • Bewegen is goed. Als je niets meer doet worden je spieren zwakker. En wordt je elleboog stijf.
  • Draag je arm dus niet in een doek (mitella). Dat helpt niet en waarschijnlijk duurt het ook langer voor het beter gaat.

Anders bewegen

  • Probeer wel anders te bewegen: doe minder zwaar werk of sport minder zwaar. En neem vaker pauze. Verdeel het bewegen over de dag.
  • Als bewegen veel pijn doet, begin dan rustig en doe die beweging minder lang achter elkaar.
  • Wissel bewegingen af. Doe niet steeds hetzelfde. Ook tijdens je werk.
  • Doet tillen of knijpen veel pijn? Probeer of het minder pijn doet als je je arm anders houdt. Til een boodschappentas bijvoorbeeld niet op aan de bovenkant. Maar houd de tas met allebei je handen vast aan de onderkant.

Werken en sporten

  • Heb je veel pijn tijdens je werk? Of kun je minder goed werken? Praat eerst met je werkgever. Misschien kun je een tijd minder zwaar werk doen of vaker pauze nemen.
    Je kunt ook een afspraak maken met de bedrijfsarts. Als het nodig is kan die advies geven over hoe je tijdelijk anders kunt werken.
  • Heb je veel pijn tijdens sporten? Train tijdelijk minder lang achter elkaar en kies minder zware oefeningen.
    Soms komt de pijn doordat je een beweging bij sporten niet helemaal goed doet. Of met een te stijf racket speelt. Bijvoorbeeld bij tennissen. Praat hierover met een trainer als je die hebt. Of stop er even mee en doe tijdelijk een andere sport.
Pijnstillers bij een tennisarm

Pijnstillers bij een tennisarm

Als je veel pijn hebt, kun je een pijnstiller nemen. Begin altijd met paracetamol. Dit werkt meestal goed en heeft de minste bijwerkingen.

Als dat niet genoeg helpt, kun je een andere pijnstiller proberen. Bijvoorbeeld ibuprofen of diclofenac (een NSAID). Er is ook ibuprofen of diclofenac als gel. Deze kun je op de pijnlijke plek op je elleboog smeren. Dit werkt net zo goed als pillen, maar geeft minder kans op erge bijwerkingen.

Als je minder pijn hebt kun je beter bewegen. Je hoeft niet bang te zijn om pijnstillers te gebruiken. De tennisarm wordt er niet erger door.

Lees eerst hoe je deze medicijnen gebruikt en waar je op moet letten.

diclofenac

Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID's genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten), ziekte van Bechterew en jicht (ontsteking in uw gewricht).

Bovendien bij koliekpijn, menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies, migraine en hoofdpijn. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose (het kraakbeen in uw gewrichten wordt dunner), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

ibuprofen

Ibuprofen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij migraine, hoofdpijn en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose, spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Is er een behandeling voor een tennisarm?

Is er een behandeling voor een tennisarm?

Er zijn wel behandelingen voor een tennisarm, maar het is onzeker of ze helpen. Ze kunnen ook nadelen hebben.

Tape

Tape op je elleboog helpt misschien een beetje om minder pijn te hebben. Maar een tennisarm geneest er niet sneller door. De huisarts of een fysiotherapeut kan tape plakken.

Oefentherapie of fysiotherapie

Het is niet zeker of fysiotherapie of oefentherapie de pijn bij een tennisarm minder kan maken. Of de tennisarm sneller beter kan maken. Er is namelijk geen goed onderzoek naar gedaan.

Je kunt met de huisarts bespreken of oefentherapie of fysiotherapie je kan helpen. Bijvoorbeeld in deze situaties:

  • Je hebt veel pijn en je durft je arm niet goed te gebruiken.
  • Je kunt niet meer werken.
  • Je doet een sport waarbij je je armen veel gebruikt.

Een fysiotherapeut of oefentherapeut kan je oefeningen geven. En advies geven over hoe je je armen het beste kunt gebruiken.

Prik in de elleboog

Een prik op de plek van de pijn kan de pijn minder maken. Je kunt met de huisarts bespreken of je een prik wilt als deze 2 dingen voor jou kloppen:

  • Je hebt al minstens 4 weken geprobeerd minder zwaar te tillen, werken of sporten en dit heeft niet geholpen.
  • Je hebt veel pijn waardoor je bijvoorbeeld slecht slaapt of niet goed kunt werken.

Een prik heeft ook nadelen:

  • De pijn komt vaak weer terug.
  • Een tennisarm gaat niet sneller over met een prik.
  • Direct na de prik kun je korte tijd meer pijn hebben.
  • Je kunt na de prik een ontsteking door een bacterie krijgen.
  • Rond de plek van de prik kan de kleur van je huid blijvend veranderen.
  • Je kunt ineens een warm gevoel in je gezicht krijgen en korte tijd rood worden (blozen). Bij een donkere huid zie je de roodheid minder goed.
  • Als je diabetes (suikerziekte) hebt kun je wisselende bloedsuiker-waarden hebben in de eerste dagen na de prik.

Denk je na over een prik? Bespreek de voordelen en de nadelen met je huisarts.

Deze behandelingen kun je beter niet doen

  • sterke geluidsgolven (shockwave-behandeling)
  • een spalk
  • een brace

Er is geen goed onderzoek gedaan om te weten of deze behandelingen helpen. Waarschijnlijk helpen ze niet of nauwelijks.
De behandelingen hebben soms wel nadelen. Bijvoorbeeld extra pijn en een stijve elleboog.

Hoe gaat het verder met een tennisarm?

Hoe gaat het verder met een tennisarm?

Een tennisarm gaat bijna altijd vanzelf over. Bij de een gaat dat sneller dan bij de ander. Bij 8 van de 10 mensen is het binnen een half jaar over. Bij sommige mensen duurt het wel een jaar of langer.

De kans is groter dat het langer duurt in deze situaties:

  • Je blijft te veel doen met je arm.
  • Je hebt al een keer een tennisarm gehad.
  • Je durft je arm niet te gebruiken omdat je bang bent voor de pijn.

Soms naar sportarts

Soms stuurt de huisarts je naar de arts die klachten bij sporten en bewegen behandelt (sportarts). Bijvoorbeeld als je heel veel sport en hierdoor veel klachten blijft houden van de tennisarm.

Operatie bijna nooit nodig

Een operatie van een tennisarm is bijna nooit nodig.

Als de huisarts twijfelt wat het is

Twijfelt de huisarts of je wel een tennisarm hebt? Dan stuurt die je soms naar het ziekenhuis. Een arts kijkt dan of je een tennisarm hebt of toch iets anders. Dit is een arts die botten, spieren en pezen behandelt (een orthopedisch chirurg).

Omgaan met pijn die langer blijft

Hou je na 1 jaar toch nog klachten? Kijk dan ook bij de adviezen voor omgaan met pijn die langer blijft.

Wanneer bellen bij een tennisarm?

Wanneer bellen bij een tennisarm?

Maak een afspraak bij de huisarts in deze situaties:

  • Je hebt veel pijn en pijnstillers helpen niet genoeg.
  • Je kunt niet of heel moeilijk werken door de pijn.
  • Bewegingen die je vaak doet lukken steeds slechter. Bijvoorbeeld schoonmaken, boodschappen doen of sporten.
  • Je bent bang voor de pijn en doet daardoor veel dingen niet.

Maak ook een afspraak als je 1 of meer van deze klachten hebt:

  • Je kunt je elleboog niet goed meer recht maken
  • Je elleboog wordt dik of rood.
  • Je elleboog kraakt.
  • Je hebt pijn in je hele onderarm.

Deze klachten komen meestal niet door een tennisarm.

Over deze tekst
Deze tekst is aangepast op
NHG

Vond je deze informatie nuttig?

Vond je deze informatie nuttig?
Heb je een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?