Ik heb een triggervinger

In het kort

In het kort

  • Een triggervinger kunt u niet goed buigen en strekken.
  • Soms blijft de vinger krom staan.
  • Waardoor een triggervinger ontstaat, is onbekend.
  • De klachten kunnen vanzelf verdwijnen.
  • Soms kan een prik of operatie helpen.
Wat is het

Wat is een triggervinger?

Een triggervinger is een vinger (of duim) die u niet goed meer kunt buigen of strekken. Als het erger wordt, kan de vinger krom blijven staan.

U kunt uw vingers buigen met de spieren aan de binnenkant van uw onderarm (de buigspieren).
Van deze spieren lopen pezen naar de vingertoppen. Deze pezen worden door bandjes op hun plaats gehouden.
Als de buigspieren samentrekken, trekken ze aan de pezen en die trekken uw vingers krom. Dit gaat soepel doordat de pezen door een soort kokertjes met glijmiddel bewegen. Zo'n kokertje heet een peesschede.

Bij een triggervinger blijft de pees vastzitten in de peesschede. Of deze blijft haken achter de bandjes die de pees op zijn plek houden. Daardoor blijft de vinger vastzitten bij buigen of strekken.
Door kracht te zetten kan de pees soms toch opeens losspringen. De vinger kan dan opeens tóch verder buigen of strekken. Vandaar de naam hokkende vinger, triggervinger of springvinger.

Wat merk ik

Wat merk ik bij een triggervinger

Het is moeilijk om uw vinger te buigen en strekken. Buigen doet pijn of voelt vervelend.

Met kracht kunt u de vinger nog wel een stukje verder krijgen. Daardoor gaat het buigen of strekken vaak in schokken. Soms lukt dit alleen door met uw andere hand te helpen. 

Aan de binnenkant van uw hand kan een bobbeltje ontstaan. Het kan heen en weer schuiven als u uw vinger buigt of strekt. Het kan pijn doen als u op het bobbeltje drukt.

Soms blijft de vinger krom staan.

Meestal zit het in de ringvinger, de duim of de middelvinger. In de hand die u het meest gebruikt, komt het vaker voor.
Meestal zit het maar in 1 vinger, maar soms zit het in meer vingers.

Oorzaken

Hoe ontstaat een triggervinger?

Een triggervinger ontstaat door irritatie van de peesschede. De oorzaak van de irritatie is niet bekend.

De peesschede wordt dikker of stugger. De ruimte in de peesschede wordt daardoor nauwer.
De pees kan dikker worden. Er kunnen ook knobbeltjes op de pees komen.
Daardoor kan de pees minder goed door de peesschede heen en weer bewegen.

    Bij wie

    Wanneer is er meer kans op een triggervinger?

    Een triggervinger komt vaker voor bij:

    • vrouwen
    • mensen tussen de 40 en 70 jaar
    • mensen met diabetes, reumatoïde artritis, een te langzaam werkende schildklier of jicht
    • mensen die met hun vingers steeds weer dezelfde bewegingen maken (zoals op een toetsenbord of piano)
    • mensen die een operatie hebben gehad voor het Carpaletunnelsydroom
    Wat kan ik doen

    Wat kan ik zelf doen bij een triggervinger?

    Bij een triggervinger kunt u alleen afwachten of de klachten vanzelf weggaan.

    U kunt zelf niets doen waardoor het sneller over gaat.

    Behandeling

    Behandeling van een triggervinger

    Het dragen van een (nacht)spalk raden artsen niet aan, omdat er geen bewijs is dat het helpt.

    Als u veel klachten heeft, kan een prik met een ontstekingsremmer (corticosteroïd) soms helpen. De huisarts spuit het medicijn in de peesschede. De klachten kunnen hierdoor minder worden of verdwijnen. Bij ongeveer 6 van de 10 mensen verdwijnen de klachten na de prik. 
    Deze behandeling heeft ook nadelen:

    • De plek waar u de prik krijgt, kan een paar dagen pijn doen.
    • Uw gezicht kan tijdelijk rood worden (zoals bij blozen).
    • Op de plek van de prik kan de kleur van de huid blijvend veranderen.
    • Er is een kleine kans op een ontsteking door bacteriën op de plek van de prik.
    • De prik kan de pees beschadigen. Die kans is groter als u de prik vaker krijgt.

    Bespreek het met uw huisarts als u deze behandeling wilt proberen.

    Hoe gaat het verder?

    Hoe gaat het verder met een triggervinger?

    De klachten kunnen vanzelf verdwijnen. Bij ongeveer 1 op de 3 mensen met een triggervinger gaat het vanzelf over.

    Als een triggervinger lang blijft bestaan, is er kans dat uw vinger krom gaat staan.

    • Heeft u een prik met een ontstekingsremmer gekregen? Dan kunt u afwachten of de klachten minder worden.
      Ga na 4 tot 6 weken terug naar uw huisarts voor controle, als u nog klachten heeft.
      Neem al eerder contact op als de plek van de prik dik, rood en/of pijnlijk wordt of als u koorts krijgt.
    • Heeft de prik geholpen maar komen de klachten terug? Alleen als de prik duidelijk goed en lang geholpen heeft, kunt u weer een prik krijgen. Dit mag pas 3 tot 6 maanden na de laatste prik.
    • Gaan uw klachten niet over en u heeft er veel last van, dan kan een operatie helpen. De chirurg maakt dan de peesschede verder open. De pees kan dan makkelijker bewegen.
      Na de operatie blijven de klachten meestal weg. Bij 5 van de 100 mensen die hiervoor geopereerd zijn, komen de klachten binnen 6 tot 12 maanden terug.
      De operatie heeft ook nadelen. Er is een kleine kans op problemen zoals een bloeding of een ontsteking door bacteriën. Dit komt voor bij ongeveer 13 van de 100 mensen die voor een triggervinger geopereerd zijn.
      Bij ongeveer 5 van de 100 mensen ontstaat een doof gevoel rondom het litteken of komt de triggervinger terug.
    Meer informatie

    Meer informatie over een triggervinger

    We hebben deze informatie gemaakt met

    Deze tekst is aangepast op

    Vond u deze informatie nuttig?

    Vond u deze informatie nuttig?
    Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?