Ik heb een trombosebeen en krijg een behandeling

In het kort

In het kort

  • Bij een trombosebeen krijgt u meestal bloedverdunners en een steunkous.
  • Draag de kous elke dag, 1 jaar of langer.
  • Zit niet te lang stil. Loop elk uur een stukje.
  • De bloedverdunners slikt u meestal 3 maanden.
  • Drink dan geen alcohol.
  • Bel direct uw huisarts of de huisartsenpost bij problemen met ademen.
Films

Films

Wat is het

Wat is een trombosebeen?

Trombose betekent dat er een bloedklont in een bloedvat (een ader) ontstaat.
Door een ader stroomt het bloed vanaf bijvoorbeeld uw been of arm terug naar uw hart.

De klont kan langzaam groter worden. Zo groot dat het bloedvat dicht kan gaan zitten.
Uw bloed kan dan niet meer goed terugstromen van uw onderbeen naar boven, richting uw hart. Daardoor kan het onderbeen dik worden en pijn doen.

Een trombose komt meestal voor in het onderbeen. Heel soms in een arm.

Oorzaken

Hoe ontstaat een trombosebeen?

Bij trombose wordt het bloed te snel dik. Er ontstaat dan een bloedklont in een bloedvat (ader), terwijl dat niet nodig is.

Normaal wordt bloed dikker als er bijvoorbeeld een wondje is. Zo ontstaan klontjes. Die zorgen ervoor dat het wondje dicht gaat. Er kunnen wondjes in uw huid komen, maar ook in een ader.
De klontjes worden weer opgeruimd als ze niet meer nodig zijn. Bij trombose wordt de klont in het bloed niet goed opgeruimd.

Dit kan komen door deze dingen:

  • Het bloed in het been stroomt langzamer. Dit gebeurt als u uw kuit lang niet beweegt.
    Bijvoorbeeld omdat u veel op bed ligt na een operatie. Of een gebroken been heeft waar gips omheen zit.
  • De stoffen in het bloed zijn anders.
    Bijvoorbeeld bij medicijnen, zoals de pil, of door een ziekte.
  • De wand van een bloedvat is beschadigd.
    Bijvoorbeeld door ouderdom of roken. Of omdat u eerder trombose heeft gehad.
Behandeling

Hoe gaat de behandeling van een trombosebeen?

Als u een trombose heeft krijgt u meestal deze behandeling:

  • U krijgt medicijnen om uw bloed dunner te maken (bloedverdunners).
  • U krijgt een steunkous.

Soms is de behandeling anders:
Is op de echo te zien dat de trombose alleen in uw kuit zit? Dan kunt u samen met uw huisarts kiezen tussen deze 2 behandelingen:

  • Geen bloedverdunners, alleen een steunkous.
    Na 1 of 2 weken krijgt weer een echo. Dat is om te zien of de trombose groter is geworden:
    • Als dat zo is, kunt u beter wel bloedverdunners nemen.
    • Als dat niet zo is, hoeft u geen bloedverdunners te nemen.
  • Meteen bloedverdunners. Die moet u dan 3 maanden gebruiken.
    U draagt ook een steunkous.

Bij trombose die alleen in de kuit zit, is de kans klein dat de klont groter wordt. Ook is de kans klein dat er een klontje naar de longen gaat. Daarom hoeft u niet altijd bloedverdunners bij een klont in de kuit.
Bloedverdunners hebben ook nadelen: ze maken uw bloed dun. Als u ze gebruikt, heeft u meer kans op een bloeding.

Medicijnen

Medicijnen bij een trombosebeen

Als u een trombosebeen heeft, dan krijgt u meestal direct bloedverdunners.

Die helpen om ervoor te zorgen:

  • dat de bloedklont in uw been niet groeit
  • dat uw been weer dunner wordt
  • dat er geen nieuwe klonten ontstaan
  • dat de kans kleiner is dat er een bloedklontje in de longen komt (longembolie)

U kunt 1 van deze behandelingen krijgen:

  • eerst prikken met heparine , daarna pillen van de bloedverdunner die DOAC heet
  • meteen pillen van de bloedverdunner die DOAC heet
  • prikken met heparine en pillen van de bloedverdunner die cumarine heet

Als u prikken met heparine krijgt en pillen DOAC

U krijgt een bloedverdunner die dabigatran of edoxaban heet. Dan heeft u eerst ook prikken heparine nodig. Dit moet 1 of 2 keer per dag onder uw huid gespoten worden, 5 dagen of langer.
U kunt leren om dit zelf te doen. Of het door iemand anders laten doen.

U gaat naar de huisarts voor controle. Er wordt bloed geprikt om te kijken hoe goed uw nieren werken. Als uw nieren minder goed werken, moet u misschien minder pillen slikken.

Kijk bij adviezen als u de bloedverdunner DOAC gebruikt.

Als u pillen DOAC krijgt (zonder prikken)

U krijgt een bloedverdunner die apixaban of rivaroxaban heet.

U gaat naar de huisarts voor controle. Er wordt wel bloed geprikt om te kijken hoe goed uw nieren werken. Als uw nieren minder goed werken, moet u misschien minder pillen slikken.

Kijk bij adviezen als u de bloedverdunner DOAC gebruikt.

Als u prikken met heparine en pillen cumarine krijgt

Heparine moet 1 of 2 keer per dag onder uw huid gespoten worden, 5 dagen of langer.
U kunt leren om dit zelf te doen. Of het door iemand anders laten doen.

U slikt ook de bloedverdunner cumarine (acenocoumarol of fenprocoumon ). Kijk bij adviezen als u de bloedverdunner cumarine gebruikt.

De trombosedienst vertelt u wanneer u kunt stoppen met de heparine. En hoeveel pillen bloedverdunner u per dag moet slikken. Dit kan elke dag anders zijn.

U moet 1 keer per week of 1 keer per 2 weken bloed laten prikken door de trombosedienst. Of u kunt dit zelf doen. Dit kunt u bespreken met de trombosedienst.

acenocoumarol

Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct) of TIA en bij hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

apixaban

Apixaban is een antistollingsmedicijn.

Artsen schrijven het voor bij trombose en om trombose te voorkomen, bijvoorbeeld bij heupoperaties en knieoperaties en om een beroerte of trombose te voorkomen bij bepaalde hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

dabigatran

Dabigatran is een antistollingsmedicijn.

Artsen schrijven het voor bij trombose en om trombose te voorkomen, bijvoorbeeld bij heupoperaties en knieoperaties.

Soms wordt het gebruikt om trombose of een beroerte te voorkomen bij bepaalde hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

edoxaban

Edoxaban is een antistollingsmedicijn.

Artsen schrijven het voor bij trombose en om trombose of een beroerte te voorkomen bij bepaalde hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

fenprocoumon

Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

heparine

Heparine is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose (trombosebeen en longembolie), om trombose te voorkomen, na een hartinfarct en om aderontsteking (tromboflebitis) te voorkomen bij mensen die een infuus krijgen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

rivaroxaban

Rivaroxaban is een antistollingsmedicijn.

Artsen schrijven het voor bij trombose en om trombose of een beroerte te voorkomen, zoals bij bepaalde hartritmestoornissen of bij heupoperaties en knieoperaties, en om beroerte en hartaanval te voorkomen na een hartinfarct (hartaanval) of bij hartziekten.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Steunkous

Steunkous bij een trombosebeen

Bij een trombosebeen krijgt u een steunkous. Die drukt tegen uw spieren en aderen.
Zo stroomt uw bloed beter terug naar uw hart. En u krijgt minder klachten, zoals een dunner been, minder jeuk en minder pijn.

De steunkous moet strak zitten en precies passen. Daarom meet een deskundige (een bandagist) welke maat u precies nodig heeft.

Eerst drukverband als uw been nog dik is

Als uw been dik is, kunt u nog geen steunkous krijgen. U krijgt dan eerst drukverband.
Is uw been een beetje dik, dan kunt u een steun-pantykous aandoen of een ander verband krijgen.

Meestal doet de assistent van uw huisarts of de wijkverpleegkundige het verband om uw been.
Het verband zorgt ervoor dat het vocht uit uw been gaat.

  • Het verband blijft dag en nacht zitten.
  • U krijgt 2 keer per week nieuw verband.
  • U kunt lopen en fietsen als u het drukverband heeft en u met de bloedverdunners bent gestart.
  • Leg uw benen hoog als u zit.
    Zorg dat uw benen hoger liggen dan uw billen. Ga bijvoorbeeld dwars op de bank zitten met een kussen onder uw benen.
  • Doe ook een kussen onder uw benen als u gaat liggen. Of zet het voeteneinde van uw bed iets omhoog als dat kan.
    Zo zorgt u dat uw benen hoger liggen dan uw hart. Het bloed stroomt dan beter uit uw benen naar uw hart.

Als uw been niet meer dik is, kunt u laten meten welke maat steunkous u nodig heeft. Een steunkous is nodig om uw been dun te houden als u stopt met het drukverband. Zonder steunkous krijgt u weer een dik been.

Adviezen als u een steunkous gaat dragen

  • Draag de kous elke dag. Doe de kous meteen aan als u uit bed komt. Draag deze totdat u weer naar bed gaat.
  • De deskundige (bandagist) of wijkverpleegkundige legt uit hoe u de kous aantrekt en uittrekt.
    Vraag of iemand u in het begin kan helpen. Daarna kunt u het meestal zelf. Er zijn handige hulpmiddelen te krijgen bij een thuiszorgwinkel of via internet. Op Hulpmiddelenwijzer.nl vindt u filmpjes hoe u de kous kunt aantrekken.
  • Blijf veel bewegen: lopen en uw kuitspieren oefenen.
    Uw kuitspieren drukken tegen uw aderen en duwen zo het bloed terug naar uw hart. Zo heeft u minder kans op dikke benen.
    Zit niet te lang stil, loop elk uur een stukje.
  • U mag uw steunkousen wassen, maar niet warmer dan 40 graden. Gebruik geen wasverzachter. Doe ze niet in de centrifuge of wasdroger.
  • Op warme dagen kan de kous jeuk geven, vooral als uw huid droog is. Blijf uw kous wel dragen. Vooral op warme dagen is de kans groter dat u weer dikke benen krijgt.
    Zorg ervoor dat uw huid niet uitdroogt:
    • Was de huid minder vaak met zeep.
    • Smeer er voor u naar bed gaat een vette crème of zalf op.
    • Smeer geen zalf of vette crème vlak voordat u de steunkous aandoet. Het vet in de zalf is slecht voor het rubber in de steunkous. Het elastiek wordt dan slap.
    • Kijk bij eczeem als u eczeem op de onderbenen heeft.
  • Na 6 tot 9 maanden heeft u een nieuwe steunkous nodig. Het elastiek is dan te slap geworden.
Adviezen

Waar moet ik op letten als ik bloedverdunners slik?

  • U heeft een grotere kans op bloedingen, zoals een bloedneus en blauwe plek.
  • Door alcohol kan uw bloed wondjes moeilijker dicht maken. Drink geen alcohol. Of niet meer dan 1 glas alcohol per dag en niet elke dag.
  • Als u een pijnstiller nodig heeft: neem paracetamol .
    Geen ibuprofen , naproxen of diclofenac . Deze geven samen met bloedverdunners meer kans op een bloeding in uw maag of darmen.
  • Vertel dat u bloedverdunners slikt als u bij een arts komt.
  • Gebruik niet zomaar een medicijn dat u bij de drogist of via internet heeft gekocht. Bespreek dit eerst met uw apotheek of uw huisarts.

Kijk verder bij:

diclofenac

Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID's genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten), ziekte van Bechterew en jicht (ontsteking in uw gewricht).

Bovendien bij koliekpijn, menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies, migraine en hoofdpijn. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose (het kraakbeen in uw gewrichten wordt dunner), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

ibuprofen

Ibuprofen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij migraine, hoofdpijn en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose, spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

naproxen

Naproxen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn. Ook bij ontstekingen van de gewrichten zoals reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij koliekpijn, hoofdpijn, migraine en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij pijnlijke, stijve en versleten gewrichten (artrose), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

paracetamol

Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij verschillende soorten pijn zoals, hoofdpijn, migraine, koorts, griep, verkoudheid, keelpijn, bijholteontsteking, middenoorontsteking, oorpijn door gehoorgangontsteking, artrose, spierpijn, gewrichtspijn en menstruatieklachten.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Niet zwanger worden

Welk voorbehoedmiddel kan ik gebruiken?

Zorg dat u niet zwanger wordt als u bloedverdunners gebruikt. Bloedverdunners kunnen namelijk schade geven aan de ongeboren baby.

  • Gebruikt u al een middel om niet zwanger te worden (voorbehoedmiddel) met het hormoon oestrogeen, zoals de pil? Dan kunt u hiermee doorgaan als u bloedverdunners slikt.
  • Gebruikt u nog geen voorbehoedmiddel? Begin dan met een middel zonder oestrogeen. Dit is een hormoonspiraal, koperspiraal of minipil.
  • U kunt ook een condoom gebruiken om niet zwanger te worden.

Als u gestopt bent met bloedverdunners:

Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder bij een trombosebeen?

Na een paar dagen tot een week komt u terug bij uw huisarts. De huisarts kijkt of u nog veel last heeft van het been. Ook bespreekt u of u last heeft van de medicijnen en of u ze elke dag slikt.

Soms stuurt uw huisarts u naar het ziekenhuis, naar de specialist die veel weet van trombose. Dat doet de huisarts in 1 van deze situaties:

  • Uw huisarts denkt dat u ook een longembolie heeft.
  • U bent zwanger of bent net bevallen.
  • De trombose in uw been wordt erger en u gebruikt al bloedverdunners.
  • Uw nieren werken slecht.
  • U heeft een heel hoge bloeddruk.
  • U bent erg zwaar.
  • De behandeling van de trombose thuis lukt niet.
  • U heeft al eerder een trombose gehad.
    De specialist kijkt dan hoe lang u de bloedverdunners moet gebruiken en of er meer onderzoek nodig is.

Bloedverdunners moet u meestal 3 maanden slikken. Soms langer. Uw arts of de trombosedienst vertelt u hoe lang precies.

De steunkous draagt u 1 jaar of langer.
Na 1 jaar zonder klachten, kunt u de kous uitlaten. En kijken of uw been goed dun blijft.
Krijgt u toch weer een dik been of andere klachten, ga dan de kous weer dragen.

Kijk verder bij adviezen na een trombosebeen.

Wanneer bellen?

Wanneer bel ik de huisarts als ik een trombosebeen heb?

Spoed: Bel direct uw huisarts of de huisartsenpost bij 1 of meer van deze klachten:

  • U wordt benauwd, ademt sneller en ademen doet pijn. Er kan een bloedklont in uw longen zitten (longembolie).
  • U heeft een bloedneus die niet overgaat. En u heeft 2 keer goed dichtgedrukt.
  • U heeft een wond die langer dan 30 minuten blijft bloeden.
  • Er zit bloed in uw poep of plas.
  • U moet overgeven en er zit bloed bij.
  • U hoest bloed op.
  • U bent hard op uw hoofd gevallen.
  • U heeft een heel grote blauwe plek.

Bel op werkdagen de huisarts bij 1 of meer van deze klachten:

  • als meer dan de helft van uw oogwit rood is
  • als u een blauwe plek heeft die steeds groter wordt
  • als uw onderbeen weer dikker of pijnlijker wordt
  • als de huid van uw been een andere kleur krijgt
  • als u een wondje aan uw been heeft dat niet dichtgaat

Overleg met uw huisarts of apotheek bij 1 of meer van deze dingen:

  • U wilt nieuwe medicijnen gaan gebruiken, bijvoorbeeld medicijnen van de drogist.
  • U bent (misschien) zwanger of u wilt zwanger worden.
Meer informatie
Deze tekst is aangepast op
NHG

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?