Het is belangrijk dat je bloedsuiker niet te veel verandert: je bloedsuiker moet niet vaak hoger en dan weer lager worden. Daar kun je voor zorgen met wat je eet en drinkt.
Van de diëtist krijg je adviezen die speciaal voor jou zijn. Ze passen bij je gewicht, hoe lang je zwanger bent en de metingen van je bloedsuiker.
Voor de meeste vrouwen zijn deze adviezen belangrijk:
Eet regelmatig:
- Eet elke dag 3 gezonde maaltijden.
- Neem niet meer dan 4 keer per dag een tussendoortje.
Die regelmaat is belangrijk om ervoor te zorgen dat je bloedsuiker niet te veel verandert.
Kies vooral voor:
- volkoren producten: volkoren brood, volkoren pasta en zilvervliesrijst
- peulvruchten, zoals erwten, bonen en linzen
- noten
- groente en fruit
Hierin zitten koolhydraten en andere belangrijke stoffen, zoals vezels, eiwitten, vitamines en mineralen.
Eet en drink liever geen:
- frisdrank en vruchtensappen
- wit brood en producten van wit meel
- koekjes, gebak, snoep en chocola
- ontbijtgranen met maar weinig vezels (zoals cornflakes)
- witte rijst, witte pasta, pizza of friet
Hierin zitten namelijk koolhydraten die snel in het bloed komen. Daardoor gaat je bloedsuiker snel omhoog.
Ook zitten er maar weinig vezels in.
Je mag tijdens de zwangerschap zoetstoffen gebruiken. Bijvoorbeeld zoetjes in de koffie of producten met zoetstoffen.
Andere belangrijke adviezen:
- Beweeg elke dag minstens een half uur. Doe dat op een manier die je makkelijk vol kunt houden. Maak bijvoorbeeld een wandeling na het eten.
Bewegen maakt je bloedsuiker lager. Bewegen is ook goed voor je bloeddruk.
- Vertel andere mensen over je zwangerschaps-diabetes en je dieet. Dan kunnen ze helpen door je bijvoorbeeld geen vruchtensap of koekjes aan te bieden.
Het kan helpen als je partner ook gezonder gaat eten.