Mijn kind heeft faalangst

In het kort

In het kort

  • Je kunt je kind helpen als het erg bang is om iets fout te doen.
  • Reageer rustig op prestaties van je kind: niet te positief, maar ook niet negatief.
  • Laat je kind veel dingen zelf doen en zelf kiezen.
  • Geef je kind een compliment als het iets spannends doet.
  • Gedragstherapie helpt vaak goed bij faalangst. Je kind oefent dan met situaties die het spannend vindt.
Wat is faalangst?

Wat is faalangst?

Faalangst is angst om iets fout te doen.

Veel kinderen hebben dit wel een beetje. Dat is normaal. Het helpt kinderen: het zorgt ervoor dat ze hun best te doen.

Als je kind erg bang is om dingen fout te doen, kan dat een probleem worden.

  • Je kind wordt heel gespannen als het iets nieuws gaat doen.
  • Daardoor kan je kind niet meer goed nadenken. Of je kind maakt veel meer fouten. Of je kind kan helemaal niets meer.
  • Misschien probeert je kind nieuwe dingen helemaal niet meer. Omdat het te bang is dat het fout gaat.

De faalangst is dan een angststoornis.

Kinderen kunnen ook faalangst hebben omdat ze heel bang zijn voor de reactie van anderen. Dat heet een sociale angst-stoornis.

Wat merk je als je kind faalangst heeft?

Wat merk je als je kind faalangst heeft?

Als je kind faalangst heeft, kun je dit merken:

  • Je kind heeft weinig vertrouwen in zichzelf.
  • Je kind wordt heel gespannen als het iets nieuws gaat doen.
  • Je kind kan niet meer goed nadenken bij iets nieuws. Of je kind maakt veel meer fouten. Of je kind kan helemaal niets meer.
  • Je kind heeft veel negatieve gedachten, zoals 'Ik mag geen fouten maken'. Of 'Het gaat me nooit lukken'.
  • Misschien probeert je kind helemaal geen nieuwe dingen meer.
  • Je kind twijfelt veel bij opdrachten op school. Het doet lang over opdrachten.
  • Je kind wil niet naar school.
  • Je kind slaapt misschien slecht.
  • Je kind kan vaak klachten hebben, zoals hoofdpijn of buikpijn.
  • Je kind plast in bed of in de broek.
Hoe weet je of je kind een angststoornis heeft?

Hoe weet je of je kind een angststoornis heeft?

Als je vindt dat je kind erg angstig is, kun je een afspraak maken met de huisarts, de praktijkondersteuner of jeugdarts.

  • Die praat met je kind en met jou als ouder. En soms ook met school.
  • Is je kind nog jong? Dan kijken ze ook hoe je kind speelt en doet. Is je kind al wat ouder, dan kan je kind ook een vragenlijst over angst invullen.
  • De huisarts of jeugdarts kan je kind doorsturen naar een psycholoog. Dan doet die het onderzoek.

Je kind heeft een angststoornis als deze dingen uit het onderzoek komen:

  • De angst past niet bij de leeftijd van je kind. Bij de tekst over kinderen die vaak bang zijn zie je wat wel bij de leeftijd past.
  • De angst is heel heftig.
  • De angst duurt lang.
  • Je kind doet bepaalde dingen niet door de angst.
  • De angst maakt het leven van je kind veel moeilijker en minder leuk.
Wat kun je doen als je kind faalangst heeft?

Wat kun je doen als je kind faalangst heeft?

Als je kind faalangst heeft, kun je je kind helpen door deze dingen te doen:

Praten en aanmoedigen

  • Neem de angst van je kind serieus.
  • Praat erover. Laat weten dat je wilt helpen.
  • Reageer rustig op prestaties van je kind. Zoals op iets wat je kind gemaakt heeft. Of op een toets van school. Geef een compliment, maar overdrijf niet.
    Ben niet negatief als iets niet lukt. Zeg bijvoorbeeld: Van fouten kun je leren.
  • Verwacht niet te veel van je kind, maar ook niet te weinig.
  • Laat merken dat je vertrouwen hebt in je kind. Laat niet merken dat je bezorgd bent.
  • Laat je kind veel dingen zelf doen.
  • Moedig je kind aan om dingen te doen die het eng vindt. Maar dwing je kind niet om iets te doen.
  • Laat je kind zelf keuzes maken.
  • Misschien wil je kind niet met jou over de angst praten. Laat je kind dan met iemand anders praten. Of maak een afspraak met de huisarts.

Oefenen met spannende situaties

  • Bedenk samen met je kind dingen die je kunt doen in spannende situaties. Bijvoorbeeld erover praten of rustig ademen.
  • Doe positief gedrag voor. Dus doe zelf ook dingen die je spannend vindt. En vraag bijvoorbeeld om hulp als je die nodig hebt.
  • Als je zelf bang bent in bepaalde situaties: blijf rustig. Let op dat je rustig ademt. Lukt het niet om rustig te blijven, zeg dit dan eerlijk.
  • Vertel op school over de angst van je kind. Dan kunnen ze je kind daar ook helpen.

Contact met elkaar en met andere kinderen

  • Zorg voor een goede sfeer in huis, met aandacht voor elkaar.
  • Zorg voor duidelijke regels. Maak afspraken met elkaar.
  • Doe leuke dingen met elkaar.
  • Zorg dat je kind genoeg contact heeft met andere kinderen van dezelfde leeftijd.

Gezond leven

  • Zorg dat je kind gezond eet, genoeg ontspant en genoeg slaapt.
  • Laat je kind fietsen, buiten spelen en sporten.
  • Laat je kind muziek maken, dansen of toneel spelen.
  • Let erop dat je kind geen alcohol of drugs gebruikt.
Behandeling als je kind een angststoornis heeft

Behandeling als je kind een angststoornis heeft

Helpen de adviezen tegen angst niet genoeg? Dan kan de huisarts of de jeugdarts je kind doorsturen naar een psycholoog. Je kind gaat oefenen met moeilijke situaties. Dit kan in een groep met andere kinderen, of alleen met de psycholoog.

Eerst praat de psycholoog met je kind over de angst. Wat lukt niet meer door de angst? En wat wil je kind bereiken met de therapie?

Wat je kind gaat leren met therapie

Dit gebeurt er bij de therapie:

  • Je kind krijgt informatie over de angst en over de behandeling.
  • Je kind leert de situaties herkennen waarin het bang wordt.
  • Je kind leert wat het in die situaties kan doen. Bijvoorbeeld een oefening om te ontspannen. Of iets anders gaan doen.
  • Je kind leert anders over die situaties te denken door erover te praten.
  • Je kind leert anders over die situaties te denken door ermee te oefenen. Tijdens de therapie, maar ook thuis of op school.

Deze therapie heet cognitieve gedragstherapie.

Ook informatie voor ouders

Als ouder krijg je ook informatie. Ook denk je mee over oefeningen die je kind kan gaan doen. Je kunt je kind aanmoedigen en ook dapper gedrag belonen.

Na de therapie

Na de therapie komen je kind en jij meestal nog een paar keer terug bij de psycholoog. Dat helpt je kind om het gedrag dat het geleerd heeft ook vol te houden.

Hoe gaat het verder met de angststoornis van je kind?

Hoe gaat het verder met de angststoornis van je kind?

Bij veel kinderen helpt therapie. De angst wordt minder.

De angst kan wel terugkomen. Bespreek met de arts of psycholoog wat je dan kunt doen. Dit zet je samen in een plan:

  • hoe jij en je kind kunnen merken dat de angststoornis misschien terugkomt
  • wat jij en je kind dan kunnen doen: wat hielp bijvoorbeeld tijdens de therapie?
  • wie je kunt bellen als het niet goed gaat met je kind
Meer informatie over faalangst bij kinderen
Deze tekst is aangepast op
GGZ

Vond je deze informatie nuttig?

Vond je deze informatie nuttig?
Heb je een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?