Ik heb artrose in mijn knie en krijg een operatie om de stand van mijn been aan te passen

In het kort

In het kort

  • Door de stand van uw been aan te passen wordt de druk op uw knie beter verdeeld.
  • U kunt deze operatie krijgen:
    • als u artrose aan 1 kant van uw knie heeft
    • als andere behandelingen tegen artrose niet helpen of niet genoeg helpen
  • De orthopedisch chirurg zet uw bot in de goede stand.
  • De fysiotherapeut of oefentherapeut helpt u na de operatie om uw been weer goed te bewegen.
Wat is het

Wat is een operatie om de stand van mijn been aan te passen?

Deze operatie wordt gedaan als u artrose in uw knie heeft. Bij artrose wordt het kraakbeen in uw kniegewricht dunner.

Bij de operatie wordt de stand van het bot in uw been aangepast. De druk op uw knie wordt zo beter verdeeld.

U kunt deze operatie krijgen bij 1 of meer van de volgende dingen:

  • De artrose zit aan 1 kant van uw knie.
  • Andere behandelingen tegen de artrose in uw knie helpen niet of helpen niet genoeg.
    Kijk bij artrose in de knie om te lezen wat de andere behandelingen zijn.

Deze operatie wordt vaak gedaan bij mensen tot ongeveer 65 jaar. Samen met uw arts bespreekt u of deze operatie voor u geschikt is.

Doel van de operatie

Na de operatie staat er minder druk op het beschadigde deel van uw knie. U heeft hierdoor minder pijn in uw knie, of zelfs helemaal geen pijn meer. U kunt uw knie dan weer beter gebruiken.
Door deze operatie heeft u nog geen kunstknie nodig. Soms is een kunstknie zelfs helemaal niet meer nodig.

Voorbereiding operatie

Voorbereiding op de operatie om de stand van mijn been aan te passen

Afspraak met de orthopedisch chirurg

U krijgt een afspraak met de orthopedisch chirurg. Dit is een specialist in operaties van de botten en gewrichten. Samen bespreken jullie de volgende vragen:

  • Hoe gaat de operatie?
  • Wat kunt u verwachten na de operatie?
  • Hoe gaat de zorg na de operatie?

Afspraak met de arts die de verdoving regelt

U krijgt ook een gesprek met de arts die de verdoving regelt (anesthesist). U bespreekt samen welke verdoving voor u een goede keuze is. U kunt kiezen tussen twee verdovingen:

  • diepe slaap (narcose)
    U merkt niets van de operatie. Door de narcose kunt u na de operatie misselijk zijn. Ook kunt u een paar dagen suf, slaperig en somber zijn. U krijgt een buisje in uw keel voor uw ademhaling tijdens de operatie. Daardoor kunt u na de operatie keelpijn hebben.
  • een verdoving van de zenuw die pijn doorgeeft aan de hersenen (ruggenprik)
    Alleen de onderkant van uw lichaam wordt verdoofd. Bij een ruggenprik heeft u minder pijn na de operatie, vergeleken met diepe slaap (narcose). Een nadeel is dat uw spieren korte tijd minder sterk zijn. De kans dat u misselijk wordt is kleiner dan na een narcose.
Wat kan ik zelf doen

Wat kan ik zelf doen om me voor te bereiden op de operatie om de stand van mijn been aan te passen?

Afvallen

Soms raadt uw orthopedisch chirurg u aan om voor de operatie gewicht te verliezen. Als u overgewicht heeft, heeft u een grotere kans op problemen na de operatie, zoals:

  • een ontsteking van de operatiewond door een bacterie
  • een bloedprop in een bloedvat (trombose)
  • een bloedprop die een bloedvat in de longen afsluit (longembolie)

Als u hulp wilt bij het afvallen, bespreek dit dan met uw chirurg of met uw huisarts.

Beenspieren trainen

Het kan handig zijn om voor de operatie uw beenspieren extra sterk te maken. Door sterke beenspieren kunt u na de operatie snel en goed beter worden. Uw orthopedisch chirurg kan u hiervoor doorsturen naar de fysiotherapeut of oefentherapeut. Die helpt u bij de oefeningen.

Vervoer

Na de operatie mag u niet zelf naar huis rijden. Het is daarom handig als iemand u na de operatie met de auto naar huis kan brengen. Denk ook na over vervoer als u na de operatie thuis bent en ergens naartoe moet.

Hulpmiddelen

Vraag uw orthopedisch chirurg wat u nodig heeft na de operatie, zoals krukken, een rolstoel of een douchestoel. Het is handig als u deze hulpmiddelen voor de operatie in huis heeft.

Huishouden

Na de operatie kunt u nog niet alles zelf doen in het huishouden. Vraag vooraf om extra hulp thuis als dit nodig is. Als er niemand in uw omgeving is die u kan helpen, bespreek dit dan met uw orthopedisch chirurg.

Werk

Wanneer u na de operatie weer aan het werk kunt, hangt af van het werk dat u doet. Misschien kan uw werk tijdelijk worden aangepast totdat u weer hersteld bent. Bijvoorbeeld een aangepaste werkplek, andere werktijden of andere taken. Bespreek dit met uw werkgever.

Operatie

Hoe gaat de operatie om de stand van mijn been aan te passen?

U wordt in totaal 2 of 3 dagen in het ziekenhuis opgenomen.

Niet eten en drinken

  • Vanaf een paar uur voor de operatie mag u niets meer eten. U kunt dan nog wel water, thee of koffie (zonder melk) drinken.
  • Het verschilt per ziekenhuis of u voor de operatie nog mag drinken. Soms mag u tot aan de operatie blijven drinken. Soms mag u kort voor de operatie niets meer drinken, behalve een slokje water als u medicijnen moet innemen.

Plaats van de operatie

  • Als uw benen in een O-stand staan, dan is de operatie meestal net onder de knie, in uw scheenbeen.
  • Als uw benen in een X-stand staan, dan is de operatie meestal aan de onderkant van uw bovenbeen.

Soort operatie

  • Tijdens de operatie wordt het bot in uw been voor een deel ingezaagd. Zo ontstaan 2 botstukken. De orthopedisch chirurg beweegt de 2 botstukken uit elkaar tot uw been in de juiste stand staat. In uw bot ontstaat een driehoekje. Dit driehoekje kan worden opgevuld met een stukje bot uit uw bekken. Dit heet de open wig-techniek.
  • Soms wordt het bot in uw been voor een deel ingezaagd. Dan haalt de orthopedisch chirurg juist een driehoekje uit uw been. De 2 botstukken worden weer aan elkaar gemaakt, zodat uw been in de goede stand staat. Dit heet de gesloten wig-techniek.

Een tekening van de botten bij de knie en de plaat en schroeven die in de knie zitten na een operatie van de stand van het been

© ReumaNederland

De orthopedisch chirurg zet uw bot vast met een plaat en schroeven. De plaat en schroeven kunnen blijven zitten en hoeven bij geen klachten later niet weggehaald te worden.

De operatie duurt ongeveer 1 tot 1,5 uur.

U krijgt medicijnen om een bloedprop in een bloedvat (trombose) te voorkomen. Ook krijgt u medicijnen om de kans kleiner te maken dat u een ontsteking krijgt door een bacterie (antibiotica).

Na de operatie

Hoe gaat het na de operatie om de stand van mijn been aan te passen?

  • U blijft een paar dagen in het ziekenhuis.
  • De eerste paar dagen krijgt u pijnstillers.
  • De eerste dag na de operatie begint u voorzichtig uw been weer te bewegen. Met krukken mag u een beetje op uw been staan, dit hangt af van de soort operatie die u heeft gehad. De fysiotherapeut of oefentherapeut helpt u hierbij.

Meestal mag u weer naar huis als u:

  • uw knie vrij goed kunt buigen en strekken
  • zelf naar de wc kunt

U gaat thuis oefeningen doen om uw been weer sterker te laten worden. Een fysiotherapeut of oefentherapeut kan u helpen om goed te staan en te bewegen.

Risico's

Wat zijn de risico’s van de operatie om de stand van mijn been aan te passen?

Vooraf bespreekt u met de orthopedisch chirurg wat de risico’s zijn van de operatie:

  • ontsteking van de operatiewond door een bacterie
  • nabloeding
  • bloedprop in een bloedvat (trombose)
  • de stand van uw been is nog net niet goed genoeg
  • botstukken die heel langzaam of niet aan elkaar groeien
    Soms is dan een extra operatie nodig.
  • schade aan een zenuw
    U kunt hierdoor een klapvoet krijgen. Het lukt dan niet goed om uw voet op te tillen als u loopt. U heeft dan een aangepaste schoen nodig. Ook kunt u een operatie voor een klapvoet krijgen. De schade aan een zenuw kan tijdelijk zijn of voor altijd.
  • klachten van de plaat en schroeven die in uw been blijven zitten
    Als u last blijft houden van de plaat en schroeven, kunnen deze er met een operatie weer uitgehaald worden.
Hoe gaat het verder

Hoe gaat het verder na de operatie om de stand van mijn been aan te passen?

  • U gaat thuis verder herstellen.
  • U loopt de eerste weken met krukken. Uw orthopedisch chirurg bekijkt of u op uw been mag steunen en hoeveel. Dit hangt ook af van de soort operatie die u heeft gehad.
  • Meestal is het na ongeveer 6 weken weer veilig om te fietsen of auto te rijden.
  • Samen met een oefentherapeut of fysiotherapeut oefent u om uw knie weer goed te kunnen buigen en strekken. Ook oefent u om uw spieren sterker te maken.
  • Binnen 2 maanden heeft u een controle in het ziekenhuis. Dan wordt een röntgenfoto van uw knie gemaakt om te zien of uw bot goed herstelt.
  • Heel soms wordt de pijn na een lang herstel toch niet of bijna niet minder. Dan kan toch nog een kunstknie nodig zijn.
Wanneer bellen

Wanneer bel ik de arts na een operatie om de stand van mijn been aan te passen?

Bel uw orthopedisch chirurg bij 1 of meer van de volgende klachten:

  • U heeft koorts.
  • Er komt na een paar dagen nog steeds vocht uit de wond.
  • De wond wordt dik.
  • De wond doet meer pijn.
  • U kunt niet meer op uw been staan, terwijl u dit eerder wel goed kon.
Meer informatie
Deze tekst is aangepast op
FMS

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?