Ik word behandeld voor een trombosebeen

In het kort

In het kort

  • Bij een trombosebeen krijgt u meestal bloedverdunners.
  • U krijgt heparine -injecties en cumarinetabletten. Als de tabletten goed werken, kunt u stoppen met de injecties.
  • Of u krijgt andere bloedverdunners: DOAC's. Dan heeft u geen injecties nodig.
  • U krijgt ook een steunkous.
  • Is op de echo te zien dat de trombose alleen in het onderbeen zit? Dan zijn bloedverdunners niet altijd nodig. Wel een steunkous en een controle echo.
  • Bel direct uw huisarts bij klachten die bij een longembolie kunnen passen:
    • sneller ademen of benauwdheid
    • pijn bij het ademen (in borst of bovenrug)
    • slijm met bloed ophoesten

heparine

Heparine is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, om trombose te voorkomen, na een hartinfarct en om tromboflebitis te voorkomen bij mensen die een infuus krijgen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Medicijnen

Medicijnen bij een trombosebeen

Als u een trombosebeen heeft, dan krijgt u meestal direct bloedverdunnende medicijnen. U kunt een combinatie van heparine en cumarine krijgen. Of u krijgt een DOAC.
Deze medicijnen krijgt u:

  • om te voorkomen dat het stolsel in uw been verder groeit;
  • om te voorkomen dat er opnieuw een stolsel ontstaat;
  • om de kans op een longembolie te verkleinen.

Heparine-injecties

Heparine moet 1 keer per dag onder uw huid gespoten worden, minstens 5 dagen lang. U kunt leren heparine zelf in te spuiten of het door een ander laten doen.

Cumarinetabletten

Samen met de heparine-injecties krijgt u cumarinetabletten (acenocoumarol of fenprocoumon).

Zodra de cumarinetabletten goed werken, kunt u stoppen met de heparine-injecties. U hoeft dan alleen nog de cumarinetabletten te slikken.

De trombosedienst zegt wanneer u met de heparine kunt stoppen en hoeveel cumarinetabletten u per dag moet slikken. Het aantal tabletten kan per dag wisselen.

U moet 1 keer per week of 1 keer per 2 weken bloed laten afnemen door de trombosedienst. De trombosedienst vertelt u elke keer wanneer u weer bloed moet laten prikken.

De trombosedienst vertelt u ook wanneer u kunt stoppen met de cumarinetabletten. U moet ze in ieder geval 3 maanden slikken. Als u bijvoorbeeld eerder een trombosebeen heeft gehad, moet u ze 6 maanden of langer slikken.

DOAC's

Bij een trombosebeen kunt u ook een andere bloedverdunner krijgen: een direct oraal anticoagulans (DOAC). DOAC's zijn stollingsremmers die direct op een van de stollingsfactoren inwerken. Voorbeelden zijn apixaban, dabigatran, rivaroxaban en edoxaban . Ze worden sinds enkele jaren voorgeschreven. Bij sommige DOAC's heeft u in het begin ook heparine-injecties nodig, bij andere DOAC's niet.

U neemt elke dag dezelfde hoeveelheid tabletten in. Er is dus geen controle van uw bloed meer nodig door de trombosedienst. De functie van uw nieren zal wel regelmatig door uw arts gecontroleerd worden.

Uw arts vertelt u wanneer u kunt stoppen met de DOAC. U moet ze in ieder geval 3 maanden slikken. Als u bijvoorbeeld eerder een trombosebeen heeft gehad, moet u ze 6 maanden of langer slikken.

Geen medicijnen

Als uit de echo blijkt dat de trombose onder de knie zit (dus alleen in de kuit), dan zijn medicijnen niet per se nodig. De kans op uitbreiding van de trombose of een longembolie is dan heel klein. Wel krijgt u dan een steunkous en na 1 en 2 weken controle met een echo.

edoxaban

Edoxaban is een antistollingsmedicijn.

Artsen schrijven het voor bij trombose en om trombose of een beroerte te voorkomen bij bepaalde hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

heparine

Heparine is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, om trombose te voorkomen, na een hartinfarct en om tromboflebitis te voorkomen bij mensen die een infuus krijgen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

rivaroxaban

Rivaroxaban is een antistollingsmedicijn.

Artsen schrijven het voor bij trombose en om trombose of een beroerte te voorkomen, zoals bij bepaalde hartritmestoornissen of bij heupoperaties en knieoperaties, en om beroerte en hartaanval te voorkomen na een hartinfarct (hartaanval) of bij hartziekten.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Nadelen en risico's

Let op bij gebruik bloedverdunners

Let bij het gebruik van bloedverdunners op het volgende:

  • Alcohol kan de werking van bloedverdunners versterken. Uw bloed kan dan te dun worden.
  • Sommige medicijnen kunnen ook uw bloed extra dun maken, bijvoorbeeld antibiotica.
  • U kunt beter geen pijnstiller gebruiken die de maagwand kan beschadigen, zoals ibuprofen, naproxen of diclofenac . Als u een pijnstiller wilt gebruiken, neem dan paracetamol.
  • Wil een arts nieuwe medicijnen aan u voorschrijven? Dan is het heel belangrijk dat u die arts vertelt dat u bloedverdunners slikt.
  • Stopt u met bepaalde medicijnen? Of krijgt u er nieuwe medicijnen bij? Geef dit door aan uw huisarts of aan de trombosedienst.
  • Wordt u binnenkort geopereerd? Geef dit door aan uw arts of aan de trombosedienst.
  • Bloedverdunners kunnen schadelijk zijn bij een zwangerschap. Voorkom dat u zwanger raakt door een betrouwbaar voorbehoedmiddel te gebruiken.
  • Wanneer u trombose heeft gehad, bespreek dan met uw huisarts welk voorbehoedmiddel u het beste kunt gebruiken. De meeste anticonceptiepillen bevatten oestrogenen die meer kans geven op trombose. Daarom raden artsen de anticonceptiepil, de prikpil, de vaginale hormoonring en de hormoonpleister af als u trombose heeft gehad. Kies daarom een ander voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een spiraal.

diclofenac

Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID's genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten), ziekte van Bechterew en jicht (ontsteking in uw gewricht).

Bovendien bij koliekpijn, menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies, migraine en hoofdpijn. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose (het kraakbeen in uw gewrichten wordt dunner), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

naproxen

Naproxen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn. Ook bij ontstekingen van de gewrichten zoals reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij koliekpijn, hoofdpijn, migraine en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij pijnlijke, stijve en versleten gewrichten (artrose), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Steunkousen

Steunkous bij een trombosebeen

Bij een trombosebeen krijgt u een steunkous. Een steunkous verkleint de kans dat u klachten houdt, zoals zwelling, jeuk, pijn, huidverkleuringen en opgezwollen aders.

Een steunkous moet strak zitten. U kunt deze bij uw apotheek laten aanmeten.

Trek de kous 's ochtends bij het opstaan aan. Dan zijn uw kuiten nog dun en gaat het aantrekken makkelijker.
Bij de thuiszorg kunt u vragen naar hulpmiddelen die het aantrekken van de kous makkelijker maken.
Voordat u 's avonds gaat slapen, trekt u de kous weer uit.

Blijf de steunkous minimaal 1 jaar dragen. Soms is de kous 2 jaar nodig. De kous moet u elk halfjaar vervangen.

Is uw been nog gezwollen?

Voor het aanmeten van een steunkous mag uw been niet gezwollen zijn. Is uw been nog wel dik? Dan zal de assistente of wijkverpleegkundige uw been eerst zwachtelen om de zwelling weg te krijgen.

  • De zwachtels moeten dag en nacht blijven zitten.
  • Ze moeten 2 keer per week opnieuw worden aangebracht.
  • U kunt lopen en fietsen als uw been is gezwachteld en u met de bloedverdunners bent gestart.
  • Leg uw been hoog als u zit. Bijvoorbeeld dwars op de bank met een kussen onder uw hiel (uw hiel moet iets hoger liggen dan uw bil).

Is uw been niet heel erg dik? Dan krijgt u eerst een dubbel buisverband in plaats van zwachtels.

Als de zwelling weg is, moet u de steunkous laten aangemeten.

Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder bij een trombosebeen?

Blijf de bloedverdunners en steunkous dagelijks gebruiken. Ze helpen te voorkomen dat het trombosebeen erger wordt. En ze helpen om nieuwe stolsels te voorkomen.

Uw arts bepaalt (bij cumarines in overleg met de trombosedienst) hoe lang u moet doorgaan met de bloedverdunners, meestal 3 maanden. Misschien is het nodig dat u lang bloedverdunners blijft slikken, bijvoorbeeld als u snel weer trombose krijgt.

Wanneer bellen?

Wanneer contact opnemen bij een trombosebeen?

Neem direct contact op met uw huisarts of de huisartsenpost als u een of meer van deze klachten krijgt:

  • U wordt plotseling benauwd.
  • U ademt veel sneller dan normaal.
  • Ademen doet pijn.
  • U hoest slijm op met een beetje bloed erin.

Het kan zijn dat uw bloed te dun wordt door medicijnen tegen trombose. Neem daarom contact op met de huisarts (en meld het aan de trombosedienst als u cumarines gebruikt) als u bijvoorbeeld:

  • een bloedneus heeft die u niet gestopt krijgt;
  • bloed in de urine heeft;
  • bloed bij de ontlasting heeft;
  • hard op uw hoofd gevallen bent;
  • zwarte ontlasting heeft.

Meld het ook bij de huisartsenpraktijk:

  • als uw onderbeen weer dikker of pijnlijker wordt;
  • als de huid van uw been van kleur verandert;
  • of als u wondjes aan het been ontdekt.
Meer informatie
Deze tekst is aangepast op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?