In het kort

  • Je merkt dat je kind erg druk is of niet goed kan opletten.
  • Je kunt hierover praten met iemand van het Centrum voor Jeugd en Gezin, het wijkteam in je gemeente of de huisarts.
  • Je krijgt adviezen om met je kind om te gaan.
  • Helpen de adviezen niet genoeg? Dan kun je laten onderzoeken of je kind ADHD heeft.
  • Meestal doet een kinder-psycholoog of kinder-psychiater ADHD-onderzoek. Soms de huisarts.

Wat is ADHD?

Bij ADHD kan je kind druk zijn of niet goed opletten. Ook kan je kind dingen doen zonder erbij na te denken.

Daardoor komt je kind in lastige situaties. Je kind maakt bijvoorbeeld moeilijk vriendjes of wordt snel boos. Deze problemen zijn er op 2 of meer plekken. Zoals thuis, op school en op clubjes. Soms ook met andere kinderen.

Het gedrag en de problemen zijn er al voordat je kind 12 jaar is. En ze duren langer dan een half jaar.

ADHD is de afkorting van Attention-Deficit Hyperactivity Disorder.

Wat merk je als je kind ADHD heeft?

Kinderen kunnen druk zijn. Vaak hoort dit bij de leeftijd en ontwikkeling. Zo is een peuter meestal drukker dan een ouder kind. Bij het NJi lees je meer over de ontwikkeling van je kind.

ADHD bij je kind kun je hieraan merken:

Moeilijk opletten

Je merkt bij je kind 6 of meer van deze dingen:

  • moeite om de aandacht bij iets te houden, zoals een spel of taak
  • veel dingen tegelijk doen
  • slordige fouten maken, bijvoorbeeld op school
  • het niet lijken te horen als je iets zegt of vraagt
  • moeite met saaie of moeilijke taken, zoals de eigen kamer opruimen
  • vaak iets kwijt zijn
  • vaak iets vergeten

Druk zijn en dingen doen zonder na te denken

Je merkt bij je kind 6 of meer van deze dingen:

  • onrustig bewegen met handen en voeten, bijvoorbeeld veel draaien op de stoel
  • niet stil kunnen zitten
  • rennen en klimmen als dit niet mag
  • steeds bezig blijven
  • moeilijk rustig kunnen spelen
  • erg veel praten
  • antwoorden voordat iemand klaar is met de vraag
  • moeite om op de beurt te wachten
  • vaak door andere mensen heen praten
  • aan iets denken en meteen andere dingen bedenken die ermee te maken hebben
  • bij oudere kinderen: onrustig zijn en moeilijk kunnen ontspannen

Bij jongens zien artsen vaker ADHD dan bij meisjes. Meestal vinden meisjes met ADHD goed opletten lastig. Zij zijn niet zo druk als jongens. Hierdoor merk je ADHD vaak minder goed.

Hoe gaat een onderzoek naar ADHD?

Heb je vragen over druk gedrag bij je kind? Maak een afspraak bij 1 van deze zorgverleners:

  • de jeugdarts, via school of bij het Centrum voor Jeugd en Gezin
  • het wijkteam in je gemeente
  • de huisarts

Vragen bij het gesprek

De zorgverlener praat eerst met jou en je kind. En stelt vragen, bijvoorbeeld:

  • Hoe gaat het thuis, op school, op clubjes en met vriendjes?
  • Is je kind erg druk?
  • Kan je kind moeilijk opletten?
  • Is je kind jonger dan andere kinderen in de klas?
  • Doet je kind vaak dingen zonder eerst na te denken?
  • Zijn er familieleden met ADHD of psychische problemen?
  • Heeft je kind ook moeite met bijvoorbeeld zien of horen?
  • Hoe slaapt je kind? Wordt je kind vaak moeilijk wakker?
  • Rookt je kind? Drinkt je kind alcohol of energie-drankjes?
  • Zijn er dingen waarmee je kind het moeilijk heeft? Bijvoorbeeld pesten, een scheiding van jou en je partner of geldproblemen thuis?
  • Wie heeft er vooral last van het gedrag van je kind? Je kind zelf, of bijvoorbeeld ook jij of de leraar op school?

De zorgverlener kan ook met andere mensen praten. Bijvoorbeeld een leraar van school. Of met 1 van de andere zorgverleners.

Wel of geen verder onderzoek

  • Heeft je kind geen problemen door het drukke gedrag? Dan krijg je eerst adviezen hoe je beter met het gedrag kunt omgaan.
  • Heb je al adviezen geprobeerd? En heeft je kind het op 2 of meer plekken moeilijk, bijvoorbeeld thuis, op school en bij een club? Dan krijgt je kind een onderzoek door iemand die veel weet van ADHD. Meestal is dit een kinder-psycholoog of kinder-psychiater. Soms kan dit onderzoek bij de huisarts.

Voordelen en nadelen van onderzoek naar ADHD

Misschien twijfel je of je je kind wilt laten onderzoeken. Onderzoek naar ADHD heeft voordelen en nadelen. Bijvoorbeeld:

Voordelen van onderzoek naar ADHD

  • Komt uit het onderzoek dat je kind ADHD heeft? Dan weet je waar het gedrag door komt. Zo kun je beter leren omgaan met je kind.
  • Je kind kan dan een behandeling krijgen om met ADHD om te gaan. En daardoor minder last van ADHD hebben.

Nadelen van onderzoek naar ADHD

  • Komt uit het onderzoek dat je kind ADHD heeft? Dan gaan anderen misschien anders om met je kind.
  • Je kind kan dan zich minder zeker voelen over zichzelf.

Bespreek je twijfels met je zorgverlener. Samen beslis je wat op dit moment het beste is: een onderzoek naar ADHD of afwachten. Je kunt kijken of de adviezen bij drukke kinderen al helpen. In de GroeiGids lees je meer over omgaan met je drukke kind.

Hoe gaat het verder na onderzoek naar ADHD?

Kies je voor onderzoek naar ADHD bij je kind? Na het onderzoek weet je 1 van deze 3 dingen:

1. Je kind heeft geen ADHD.

Meer onderzoek is meestal niet nodig. Je krijgt adviezen over hoe je het beste met het gedrag van je kind kunt omgaan.

2. Je kind heeft ADHD.

Er start een behandeling. Je kind, jij en de leraar krijgen informatie, hulp en adviezen. Zo leren jullie om te gaan met ADHD. Werkt dit niet genoeg? Dan kun je nadenken over medicijnen voor je kind.

3. Je kind heeft iets anders dan ADHD.

Je krijgt advies voor hulp.

Meer informatie over ADHD bij kinderen

GGZ
Deze informatie is goedgekeurd door artsen.
Laatst gewijzigd: 23 mrt 2026