Ik krijg bestraling na een operatie bij baarmoederkanker

In het kort

In het kort

  • Na de operatie bij baarmoederkanker kunt u bestraling krijgen:
    • om kankercellen die nog zijn blijven zitten kapot te maken
    • of om de ziekte af te remmen
    • of om uw klachten minder te maken
  • U kunt straling krijgen door de huid van uw buik. Of uit een staafje of ring in uw vagina.
  • U krijgt eerst een CT-scan. Die laat zien waar de bestraling precies moet komen.
  • Bestraling kan bijwerkingen geven, zoals problemen met plassen en een drogere vagina.
Wat is het

Waarom bestraling na weghalen van de baarmoeder bij baarmoederkanker?

De behandeling van baarmoederkanker begint bijna altijd met een operatie. Bij de operatie haalt de arts uw baarmoeder, eileiders en eierstokken weg.

Na de operatie kunt u ook nog bestraling krijgen:

  • om kankercellen die nog zijn blijven zitten kapot te maken
    Dat maakt de kans dat de kanker terugkomt kleiner.
  • om de ziekte af te remmen
  • om uw klachten minder te maken

Soms adviseert de arts om voor een combinatie van bestraling en chemotherapie te kiezen. Bijvoorbeeld als de kanker snel groeit of na een operatie bij stadium 3. U beslist samen met uw arts of u die behandelingen wilt.

Soorten bestraling

Soorten bestraling bij baarmoederkanker

Er zijn 2 soorten bestraling bij baarmoederkanker.

  • bestraling met een radioactieve stof via een ring of staafje in de vagina (inwendige bestraling)
  • bestraling door de huid van de buik heen (uitwendige bestraling)

U krijgt meestal bestraling met een ring of staafje in de vagina:

  • als u baarmoederkanker in stadium 1 heeft en er een risico is dat de baarmoederkanker terugkomt

U krijgt meestal bestraling door de huid van de buik heen:

  • als u baarmoederkanker in stadium 1 heeft die snel groeit
  • als u baarmoederkanker in stadium 2 of 3 heeft
    Soms kunt u na bestraling door de huid ook nog bestraling met een ring of staafje in de vagina krijgen.
Bestraling met staafje of ring

Hoe gaat bestraling met een staafje of ring in uw vagina bij baarmoederkanker?

  • U krijgt eerst een CT-scan met contrastmiddel. Bent u overgevoelig voor contrastmiddel? Vertel dit uw arts.
  • Voor de scan krijgt u een holle ring of een soort staafje in uw vagina. De ring komt boven in uw vagina tegen het litteken van de operatie aan.
  • Na de scan wordt het bestralingsplan gemaakt. De laborant rekent uit hoeveel straling nodig is.
  • Soms kunnen de CT-scan en de bestraling op 1 dag.
  • Voor de bestraling krijgt u weer een ring of staafje in uw vagina. Dan sluit de specialist de ring aan op een toestel met radioactief materiaal. Het radioactief materiaal gaat door de ring. Dit duurt ongeveer 10 tot 20 minuten. Het doet geen pijn.
  • Na de bestraling kan de ring of het staafje er uit.

U krijgt meestal 3 keer bestraling.

Bestraling door de huid

Hoe gaat bestraling door de huid van de buik bij baarmoederkanker?

  • Voor de bestraling krijgt u een CT-scan. Dit is nodig om de plek van de bestraling precies te bepalen. Soms krijgt u voor de CT-scan een soort staafje in uw vagina om de plek van bestraling nog beter te kunnen zien op de scan.
  • Na de scan krijgt u met inkt of een tatoeage puntjes op uw huid. Deze puntjes moeten blijven staan. Ze zijn nodig om u tijdens de bestraling steeds in de goede houding te leggen. Dan komt de straling op de goede plek.
  • De specialist die u behandelt met bestraling (radiotherapeut) bestraalt het gebied waar de kanker heeft gezeten. Dit duurt een paar minuten. Ook kan het gebied waar misschien nog kankercellen zitten bestraald worden. Bijvoorbeeld het gebied rond de plek waar uw baarmoeder zat of de lymfeklieren onder in uw buik.
  • Na de bestraling kunt u weer naar huis.

Meestal duurt bestraling 4 tot 6 weken. U krijgt dan 5 keer per week bestraling.

Bijwerkingen

Bijwerkingen van bestraling bij baarmoederkanker

Bijwerkingen bij bestraling met een ring of staafje in de vagina

De straling komt preciezer op de plek die behandeld wordt. Er worden minder gezonde cellen kapot gemaakt dan bij bestraling door de huid. Daardoor heeft u bij minder kans op bijwerkingen dan bij bestraling door de huid heen.

U kunt de volgende bijwerkingen krijgen:

  • slijm of een beetje bloed uit uw vagina
  • vaker het gevoel hebben dat u moet poepen
  • een beetje pijn of een branderig gevoel bij het plassen
    Dit is meestal binnen een paar dagen over.
  • een drogere vagina
    Meestal merkt u dat niet. U kunt een glijmiddel gebruiken als dit problemen geeft bij het vrijen.

Na langere tijd (maanden tot jaren) kunt u ook klachten krijgen:

  • problemen met plassen
    Zoals vaker moeten plassen of niet goed voelen dat u moet plassen. U kunt ook een beetje urine verliezen, bijvoorbeeld als u moet lachen of hoesten.
  • problemen met uw darmen
    Zoals vaker moeten poepen, diarree, krampen in uw buik en winden laten. Er kan ook bloed in uw poep zitten. Dit kan komen doordat het laatste stukje van de dikke darm (endeldarm) is beschadigd door de bestraling.
  • vagina die droger en harder wordt
    Ook kan uw vagina smaller en korter worden. Dat komt door littekens of doordat de wanden van de vagina aan elkaar gaan kleven (verklevingen). Dit kan problemen geven met seks. Ook kan het problemen geven bij het onderzoeken van uw vagina bij een arts.
    Om dit te voorkomen kunt u pelottes gebruiken. Dit zijn staafjes die u in uw vagina doet. Uw vagina blijft dan soepel. Ook wordt de kans kleiner dat er littekens en verklevingen komen. Gebruik ze 1 jaar.

Bijwerkingen bij bestraling door de huid van de buik heen

Bestraling kan bijwerkingen geven, meestal vanaf de tweede of derde week.
Sommige bijwerkingen gaan weer over. Er zijn ook bijwerkingen die niet meer overgaan.

Bijwerkingen zijn:

  • minder zin om te eten
    Dit gaat meestal over als de behandeling voorbij is.
  • huidproblemen in het bestraalde gebied
    Zoals roodheid, schilfers, wondjes, jeuk en pijn. Na de bestraling gaan deze klachten meestal snel weer over.
  • moeheid
    Dit kan een paar weken tot maanden duren.
  • een drogere vagina
    Meestal merkt u daar weinig van. U kunt een glijmiddel gebruiken als het problemen geeft bij het vrijen.
  • problemen met uw darmen
    Zoals krampen, diarree en vaker moeten poepen. Er kan ook bloed of slijm in uw poep zitten. U kunt deze klachten krijgen als uw darmen ook straling hebben gekregen.
    Soms gaan deze klachten niet meer over. U kunt hiervoor medicijnen vragen aan uw arts.
  • vaker moeten plassen en vaker blaasontstekingen
    Dit kan gebeuren als uw blaas ook straling heeft gekregen. Soms gaan deze problemen niet meer over.

Bijwerkingen als u 2 soorten bestraling heeft gehad

Heeft u 2 soorten bestraling gehad? Dan is de kans groter dat uw vagina droog en harder wordt. Ook kan uw vagina smaller en korter worden. Dat komt door littekens of doordat de wanden van de vagina aan elkaar gaan kleven (verklevingen). Dit kan problemen geven met seks. Ook kan het problemen geven bij het onderzoeken van uw vagina bij een arts.

Om deze problemen te voorkomen kunt u pelottes gebruiken. Dit zijn staafjes die u in uw vagina doet. Uw vagina blijft dan soepel. Ook wordt de kans kleiner dat er littekens en verklevingen komen. Gebruik ze 1 jaar.

Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder na bestraling bij baarmoederkanker?

Na de bestraling gaat u op controle bij de gynaecoloog. U bespreekt samen hoe het gaat, of de behandeling heeft geholpen en of u last heeft van bijwerkingen.

Ook bespreekt u hoe u verder gaat. Bijvoorbeeld de voordelen en nadelen van meer behandelingen.

Heeft u geen behandeling meer nodig? Dan komt u nog een paar jaar op controle bij uw arts. Meestal gaat het zo:

  • jaar 1 en 2: u heeft 3 of 4 controles per jaar
  • jaar 3: u heeft 2 of 3 controles per jaar
  • jaar 4 en 5: u heeft 1 controle per jaar

Als het goed met u gaat, kunt u misschien eerder stoppen met de controles. U kunt dit met uw arts bespreken.

De behandeling van baarmoederkanker kan grote gevolgen hebben. Zoals problemen met seks, relaties, werk, moeheid die niet overgaat of psychische klachten.

  • Praat hierover met uw huisarts of de arts in het ziekenhuis.
  • Bij problemen kan de arts u doorsturen naar bijvoorbeeld een seksuoloog of psycholoog.
  • Het kan ook helpen om erover te praten met andere vrouwen. U vindt die bij Stichting Olijf.
Meer informatie
Deze tekst is aangepast op
FMS

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?