Ik heb een TIA gehad

In het kort

In het kort

  • Bij een TIA heeft u korte tijd uitvalsverschijnselen gehad.
  • Bijvoorbeeld een verlamde arm, een verlamd been, een scheve mond of problemen met praten.
  • Een TIA is een waarschuwing: uw kans op een herseninfarct en hartinfarct is vergroot.
  • Bij de TIA-service in het ziekenhuis wordt u onderzocht.
  • U krijgt een bloedverdunner. 
  • Zo nodig krijgt u ook medicijnen tegen hoge bloeddruk en een hoog cholesterol.
  • Verder is het belangrijk om gezond te leven. Dat verkleint de kans op een infarct ook.  
Video's

Video's

Beschrijving

Wat is een TIA?

Bij een TIA krijgt een deel van uw hersenen tijdelijk te weinig bloed. Daardoor werken bepaalde hersencellen even niet of minder goed.

U krijgt plotseling uitvalsverschijnselen, zoals

  • een verlamde arm,
  • een scheve mond of
  • problemen met praten.

Dit duurt enkele minuten tot uren. Meestal zijn de klachten al na 1-5 minuten verdwenen.

TIA staat voor transient ischaemic attack. Dit betekent ‘tijdelijke doorbloedingsstoornis’ of ‘voorbijgaande beroerte’.

Oorzaken

Hoe ontstaat een TIA?

Meestal ontstaat een TIA als een bloedpropje of bloedstolsel vastzit in een klein bloedvat in de hersenen.

  • Het bloedpropje sluit het bloedvat even helemaal af.
  • Een deel van de hersenen krijgt tijdelijk te weinig bloed en daardoor te weinig zuurstof.
  • Het bloedpropje komt weer los. Het bloed stroomt weer naar dat deel van de hersenen. De uitvalsverschijnselen zijn over.   

De volgende gewoontes en ziekten geven meer kans op een TIA:

  • roken
  • een hoge bloeddruk
  • slagaderverkalking
  • een hartziekte
  • suikerziekte
  • een hoog cholesterol
  • veel alcohol drinken
  • ernstig overgewicht
  • migraine met aura
  • bepaalde behandelingen met hormonen (zoals de pil of hormonen tegen overgangsklachten).
Risicogroepen

Wat moet ik doen na een TIA?

Heeft u plotseling uitvalsverschijnselen die binnen enkele minuten tot uren weer helemaal verdwijnen? Dan heeft u waarschijnlijk een TIA gehad. 

  • Bel direct de huisarts, ook al heeft u geen klachten meer.
  • Als de huisarts vaststelt dat u een TIA heeft gehad, gaat u naar de TIA-service in het ziekenhuis.
    De huisarts geeft u voor uw bezoek aan het ziekenhuis vaak al een behandeling met bloedverdunners.
  • Op de TIA-service wordt onderzocht welke oorzaak de TIA had en welke risicofactoren u heeft.
  • Als u snel met een behandeling start, verkleint u de kans op een herseninfarct of een hartinfarct. 
Kan het kwaad?

Kan een TIA kwaad?

Een TIA is een waarschuwing:

  • U heeft een vergrote kans om een herseninfarct te krijgen. In de eerste dagen na een TIA is die kans het grootst.
  • Ook de kans op een hartinfarct is wat verhoogd.

Bent u ook ouder dan 60 jaar en heeft u een hoge bloeddruk en/of suikerziekte? Dan is uw risico nog hoger.

Een herseninfarct ontstaat als een bloedvat in de hersenen helemaal afgesloten is. Sommige hersencellen krijgen dan geen bloed meer en sterven af. Dat kan blijvende uitvalsverschijnselen geven.

Onderzoeken

Onderzoek en behandeling op de TIA-service

Op de TIA-service krijgt u op één dag verschillende onderzoeken. Bijvoorbeeld:

  • bloedonderzoek
  • hartfilmpje (ECG)
  • röntgenfoto van de borstkas (thoraxfoto)
  • echo van de slagaders in de hals (duplex)
  • hersenscan (CT-scan)

U krijgt dezelfde dag een advies en/of behandeling van de specialist (meestal de neuroloog). Dit verkleint de kans op een herseninfarct.
U hoeft meestal niet in het ziekenhuis te overnachten.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en (druiven)suiker in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken.

Bron: Apotheek.nl
Uitvoering

Wat gebeurt er bij de TIA-service?

De TIA-service houdt in dat u op één dag verschillende onderzoeken krijgt:

  • bloedonderzoek
  • hartfilmpje (ECG)
  • röntgenfoto van de borstkas (thoraxfoto)
  • echo van de slagaders in de hals (duplex)
  • hersenscan (CT-scan)

U krijgt dezelfde dag een advies en/ of behandeling van de specialist in het ziekenhuis (meestal de neuroloog). Dit verkleint de kans om een herseninfarct te krijgen. U hoeft meestal niet in het ziekenhuis te overnachten.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en (druiven)suiker in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken.

Bron: Apotheek.nl
Medicijnen

Medicijnen na een TIA

Na een TIA krijgt u een bloedverdunner:

  • een keer per dag clopidogrel
  • of acetylsalicylzuur, meestal met dipyridamol
  • of carbasalaatcalcium, meestal met dipyridamol. 

Deze medicijnen verkleinen de kans op een herseninfarct of hartinfarct.

Gebruikt u al een bloedverdunner omdat u atriumfibrilleren heeft, zoals acenocoumarol ? Dan krijgt u geen clopidogrel, acetylsalicylzuur of dipyridamol.

Zijn uw bloeddruk en/of cholesterol te hoog? Dan krijgt u na de TIA meestal ook medicijnen om de bloeddruk en het cholesterol te verlagen.

Gebruikt u medicijnen voor diabetes mellitus? Dan moet u die blijven innemen. Ook medicijnen voor diabetes mellitus verkleinen de kans op een hartinfarct of beroerte.

Na een TIA kunt u beter geen middelen meer gebruiken met het vrouwelijk hormoon oestrogeen (zoals de anticonceptiepil of medicijnen voor de overgang).

acenocoumarol

Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct) of TIA en bij hartritmestoornissen.

Bron: Apotheek.nl

dipyridamol

Dipyridamol is een antistollingsmiddel. Het gaat de vorming van bloedstolsels in de bloedvaten tegen.

Artsen schrijven dipyridamol voor om trombose te voorkomen, bijvoorbeeld na hartklepoperaties, na een beroerte (herseninfarct) of na een TIA (lichte beroerte).

Bron: Apotheek.nl

clopidogrel

Clopidogrel is een anti-stollingsmiddel. Het voorkomt dat er bloedstolsels in de bloedvaten ontstaan.

Artsen schrijven het voor na een hartinfarct en bij niet-stabiele angina pectoris (hartkramp). Verder na een beroerte (herseninfarct) en om de kans op trombose te verminderen, bijvoorbeeld bij de hartritmestoornis atriumfibrilleren en bij verminderde bloeddoorstroming in de benen.
Artsen schrijven het soms voor bij stabiele angina pectoris en een lichte beroerte (TIA), als u acetylsalicylzuur in lage dosering niet kunt gebruiken omdat u er overgevoelig voor bent.

Bron: Apotheek.nl
Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder na een TIA?

  • U bekijkt samen met uw arts wat u kunt doen om uw risico op een herseninfarct of een hartinfarct kleiner te maken.
  • U bespreekt de adviezen en maakt een plan.
  • Bij controles bespreekt u hoe het gaat en controleert uw arts of de medicijnen goed werken.
  • Als u een cumarine (acenocoumarol of fenprocoumon ) gebruikt, wordt de bloedverdunning regelmatig door de trombosedienst gecontroleerd. Bij de andere bloedverdunners is dat niet nodig.
  • Als u helemaal hersteld bent, mag u na 2 weken weer autorijden (dit geldt niet voor beroepschauffeurs).

acenocoumarol

Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct) of TIA en bij hartritmestoornissen.

Bron: Apotheek.nl

fenprocoumon

Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.

Bron: Apotheek.nl
Meer informatie

Meer informatie over beroerte

Wilt u meer weten over beroerte dan kunt u aanvullende betrouwbare informatie vinden op de website van:

De informatie over beroerte (CVA) is gebaseerd op:

  • De wetenschappelijke richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Beroerte
  • De medisch specialistische richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, Herseninfarct en hersenbloeding
  • Zorgstandaard CVA/TIA, Kennisnetwerk CVA Nederland
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.