Mijn kind heeft blaasontsteking en gaat naar het ziekenhuis
In het kort
- Soms moet je kind bij blaasontsteking naar het ziekenhuis. Bijvoorbeeld als je kind vaak blaasontsteking heeft. Of erg ziek is door de blaasontsteking.
- In het ziekenhuis krijgt je kind soms verschillende onderzoeken. Zoals bloedonderzoek, onderzoek van de plas of een echo van de buik.
- Daardoor weet de arts waar de blaasontsteking door komt. En welke behandeling nodig is.
Wanneer moet je bellen als je kind blaasontsteking heeft?
Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je denkt dat je kind blaasontsteking heeft. Je merkt dit aan 1 of meer van deze dingen:
- Je kind moet vaak plassen. Of plast steeds maar een klein beetje.
- Het plassen doet pijn. Of het gevoel te moeten plassen doet pijn.
- Je kind heeft pijn onderin de buik of rug.
- De plas van je kind is niet helder. Of er zit bloed in.
- Je kind plast ineens weer in de broek.
Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je denkt dat je kind blaasontsteking heeft en daarbij 1 of meer van deze dingen heeft:
- Bij jongere kinderen of baby's: je kind moet veel huilen. Of je kind moet overgeven of heeft koorts (38 graden of hoger). Meet de temperatuur via de anus (poepgat).
- Je kind heeft koorts, 38 graden of hoger.
- Je kind heeft koude rillingen.
- Je kind moet overgeven.
- Je kind voelt zich ziek.
- Je kind ademt snel. Of heeft een snelle hartslag.
- Je kind reageert niet goed meer. Je krijgt je kind niet goed wakker.
Waarom gaat je kind met blaasontsteking naar het ziekenhuis?
Soms moet je kind bij blaasontsteking naar het ziekenhuis. Daar kunnen 2 redenen voor zijn:
Je kind heeft vaak blaasontsteking
Als je kind vaak blaasontsteking heeft, is het belangrijk om te weten waarom dat zo is. De huisarts stuurt je kind door naar het ziekenhuis voor meer onderzoek en een behandeling. Je komt dan met je kind bij een kinderarts of een arts die veel weet over de blaas (uroloog).
Je kind is erg ziek door een blaasontsteking
Als je kind blaasontsteking heeft, kan het soms erg ziek worden. Je huisarts stuurt je kind door naar het ziekenhuis. Je kind wordt dan soms met spoed opgenomen in het ziekenhuis.
Welke onderzoeken krijgt je kind in het ziekenhuis?
Je kind krijgt onderzoeken in het ziekenhuis.
Vragen en onderzoek
- De arts stelt allerlei vragen. Bijvoorbeeld of er in je familie problemen met de nieren of blaas zijn. En of je kind moeite heeft met plassen of poepen.
- De arts meet de bloeddruk en voelt aan de buik van je kind. Ook kijkt de arts of de plasbuis er normaal uitziet.
Extra onderzoeken
Soms is extra onderzoek nodig. Bijvoorbeeld om te weten of er problemen zijn met de nieren of blaas.
- kweek
Vaak wordt de plas van je kind weer onderzocht met een kweek. Daarmee kan de arts zien hoeveel bacteriën er in de plas zitten en welk soort. Je krijgt de uitslag meestal na ongeveer 6 dagen. - bloedonderzoek
Soms wordt het bloed van je kind onderzocht. Bijvoorbeeld om te kijken of de nieren goed werken. - echo van de blaas en nieren
Bij een echo beweegt de arts of laborant een apparaatje over de buik van je kind. Op een beeldscherm kan de arts of laborant zien hoe de blaas en nieren eruit zien. En of de plas goed kan wegstromen. Een echo duurt ongeveer een half uur. Het doet geen pijn en is niet gevaarlijk. - röntgenfoto's van de blaas
Als de arts of laborant op de echo een probleem heeft gevonden, kan je kind röntgenfoto's van de blaas krijgen. Op de foto’s kan de arts bijvoorbeeld zien of de plas terugstroomt naar de nieren. Of dat de plasbuis te smal is.
Je kind krijgt dan een slangetje in de plasbuis. Dit kan vervelend voelen. Via dit slangetje komt er vloeistof in de blaas (contrastmiddel). Daarna maakt de arts röntgenfoto’s. Dat doet geen pijn. Het onderzoek is niet gevaarlijk. Je kind plast de contrastvloeistof weer uit. - DMSA-scan
Als de ontsteking van de blaas ook naar de nieren gaat, kunnen de nieren beschadigen. Met een DMSA-scan kan de arts zien of dat bij je kind zo is.
Dit onderzoek krijgt je kind ongeveer 6 maanden na de blaasontsteking. Pas dan is te zien of er schade is. Je kind krijgt eerst een prik in de arm met radioactieve vloeistof. Dit is niet gevaarlijk. De nieren nemen deze vloeistof op. Daardoor kan de arts de nieren goed zien op de scan. Na 2 uur krijgt je kind de scan. Dat doet geen pijn.
Hoe gaat de behandeling in het ziekenhuis als je kind blaasontsteking heeft?
Je kind kan een behandeling krijgen in het ziekenhuis. Welke behandeling dat is, hangt af van waar de blaasontstekingen door komen.
Bij problemen met plassen of poepen
Soms komen de blaasontstekingen door problemen met plassen of poepen.
- Heeft je kind last van verstopping? Volg dan de adviezen om zachte poep te krijgen.
- Heeft je kind problemen met plassen? Volg de adviezen om je kind beter te leren plassen.
Bij andere problemen
Zijn er andere problemen, bijvoorbeeld met de nieren of blaas? Dan krijgt je kind daar een behandeling voor.
- Stroomt de plas bijvoorbeeld van de blaas naar de nieren terug? Dan krijgt je kind soms medicijnen die bacteriën doden (antibiotica). Die moet je kind langere tijd gebruiken.
- Soms is een operatie nodig. Bijvoorbeeld als de plas niet goed kan wegstromen door kleppen in de plasbuis.
Als je kind ineens erg ziek is door een blaasontsteking, wordt het soms voor behandeling met antibiotica opgenomen in het ziekenhuis.
Hoe gaat het verder met je kind na een blaasontsteking?
Meestal zorgt de behandeling ervoor dat je kind minder vaak blaasontsteking krijgt. Of dat de blaasontsteking snel overgaat.
Controle
Na een paar weken komt je kind op controle bij de arts. De arts kijkt dan hoe het gaat met je kind. Soms onderzoekt de arts ook de plas van je kind. Als dat zo is, vraagt de arts je van tevoren om de plas van je kind op te vangen.
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met:
- de richtlijn voor huisartsen over blaasontsteking
- de richtlijn voor artsen over blaasontsteking bij kinderen
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 21 apr 2026