In het kort
- Bij buikgriep heb je diarree of moet je overgeven. Vaak allebei.
- Buikgriep komt meestal door een virus.
- Drink vaak kleine slokjes.
- Was je handen als je naar de wc bent geweest. En voor het eten.
- Buikgriep gaat meestal binnen 1 week over.
- Bel direct je huisarts als je je suf of verward voelt. Of het gevoel hebt dat je gaat flauwvallen.
Video Buikgriep
Download deze video
- Videobestand mp4, 2:42 minuten, 27mb
- Geluidsbestand voor als je slecht ziet of blind bent mp3, 2:42 minuten, 4mb
- Ondertitelingsbestand srt, 4kb
- © 2012-2026 NHG | Gebruiksvoorwaarden
Wat merk je als je buikgriep hebt?
Bij buikgriep kun je last hebben van deze dingen:
- Je hebt diarree.
- Je moet overgeven.
- Je bent misselijk.
- Je hebt buikpijn.
- Je hebt hoofdpijn.
- Je hebt koorts.
Bij heftige diarree en overgeven kun je uitdrogen.
Waardoor heb je buikgriep?
Bij buikgriep is de binnenkant van je maag en darmen ontstoken. Dit komt meestal door een virus, bijvoorbeeld het noro-virus. Soms komt buikgriep door een bacterie.
Virussen of bacteriën zitten in poep, speeksel en braaksel als iemand buikgriep heeft.
Je kunt dit aan je handen krijgen. En via je handen in je mond.
Of je krijgt druppeltjes speeksel uit de lucht in je mond. Die druppeltjes komen in de lucht als iemand met buikgriep niest of hoest.
Je kunt ook ziek worden door eten of drinken waar bacteriën in zitten.
Wat kun je zelf doen als je buikgriep hebt?
Dit kun je doen om je beter te voelen en sneller beter te worden:
- veel drinken
Drink 2 of 3 liter per dag, dit zijn ongeveer 8 of 12 glazen. Bijvoorbeeld water, thee of bouillon. Als je overgeeft, kun je steeds kleine slokjes nemen.
Drink geen melk of zoete dranken zoals appelsap, frisdrank of light-frisdrank. Soms kunnen je darmen minder goed tegen deze dranken als je diarree hebt. - eten als je trek hebt
Een paar dagen niet of minder eten is niet erg. Je hoeft jezelf niet te dwingen om te eten of helemaal te stoppen met eten. Ook een speciaal dieet is niet nodig. Als je weer trek hebt, kun je weer gaan eten. Begin met kleine beetjes. Als je kunt eten, voel je je meestal meteen wat beter. - slapen en uitrusten
Zijn medicijnen nodig als je buikgriep hebt?
Medicijnen zijn meestal niet nodig bij buikgriep. Je wordt er niet sneller beter door.
Soms kun je deze middelen gebruiken bij buikgriep:
- ORS
Dit is een drankje met suiker en zout. Het helpt tegen uitdrogen. -
loperamide
Dit kun je gebruiken als je diarree hebt en echt ergens naartoe moet. Door dit middel bewegen je darmen minder. Je moet minder vaak naar de wc. Slik dit alleen als het niet anders kan.
Je kunt loperamide zonder recept kopen bij de apotheek of drogist. Gebruik het niet langer dan 2 dagen achter elkaar.
Gebruik loperamide niet als je koorts hebt of bloed bij je diarree hebt. Of als je zwanger bent of borstvoeding geeft.
Heel soms kun je van je arts deze medicijnen krijgen:
- medicijnen tegen een bacterie (antibiotica)
Deze medicijnen zijn bijna nooit nodig. Meestal komt buikgriep door een virus. Ook als je buikgriep door een bacterie komt, is een medicijn tegen bacteriën bijna nooit nodig. - medicijnen tegen misselijk zijn
Het is onzeker of deze medicijnen helpen bij buikgriep. Je kunt wel erge bijwerkingen krijgen.
loperamide
Loperamide maakt diarree minder. Het wordt gebruikt bij acute diarree en bij chronische diarree. Het wordt soms gebruikt bij het prikkelbaredarmsyndroom met veel diarreeklachten.
Hoe zorg je dat anderen geen buikgriep krijgen?
Dit kun je doen om anderen niet te besmetten als je buikgriep hebt:
- Was je handen met water en zeep.
Doe dit elke keer als je naar de wc bent geweest. En voordat je eten of drinken klaarmaakt, of gaat eten.
Droog na het wassen je handen goed af met een schone handdoek of papieren doekjes. Gooi de doekjes meteen weg. - Was glazen, borden en bestek goed af.
- Vertel de mensen om je heen dat ze hun handen extra goed moeten wassen.
- Als je in de horeca of zorg werkt: bel je leidinggevende of de bedrijfsarts.
De kans dat je iemand anders besmet, is nu extra groot. Je kunt dan beter thuisblijven totdat je buikgriep over is. Bespreek dit met je leidinggevende of de bedrijfsarts.
Hoe gaat het verder als je buikgriep hebt?
Buikgriep gaat meestal vanzelf over. Na een week heb je er meestal geen last meer van.
Onderzoek van je poep is meestal niet nodig. Soms kan je huisarts je poep laten onderzoeken als je heel erg ziek bent. Of als je langer dan 2 weken diarree hebt en dat niet minder wordt.
Wanneer bellen als je buikgriep hebt?
Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je buikgriep en 1 of meer van deze klachten hebt. Of iemand anders moet voor je bellen:
- Je bent in de war.
- Je hebt het gevoel dat je gaat flauwvallen.
- Je gaat je suf voelen: je reageert niet of bijna niet als iemand iets tegen je zegt.
Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je buikgriep hebt en 1 of meer van deze dingen bij jou zo zijn:
- Je hebt 12 uur of langer niet geplast.
- Je hebt 3 dagen lang heel vaak diarree. Bijvoorbeeld 6 keer per dag of vaker. Met poep zo dun als water.
Ben je 70 jaar of ouder? Bel dan al na 1 dag je huisarts als je dit hebt. - Je blijft steeds overgeven: urenlang een paar keer per uur.
- Je hebt na een week nog steeds vaak diarree.
- Je hebt de hele tijd erge buikpijn.
- Je hebt bloed bij je poep.
- Je hebt diabetes.
- Je hebt een nierziekte.
- Je hebt hartfalen.
- Je gebruikt medicijnen tegen iets anders dan buikgriep. Kijk hieronder welke medicijnen dat zijn.
Wanneer bellen als je medicijnen gebruikt en buikgriep hebt?
Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je 1 of meer van deze medicijnen gebruikt en steeds diarree hebt of overgeeft:
- plaspillen of medicijnen tegen hoge bloeddruk
- medicijnen bij suikerziekte, zoals metformine of een SGLT2-remmer zoals dapagliflozine , empagliflozine , canagliflozine
- pijnstillers zoals ibuprofen , naproxen of diclofenac (NSAID's)
- bloedverdunners: cumarines zoals acenocoumarol of fenprocoumon
- medicijnen tegen epilepsie
- medicijn bij een bipolaire stoornis ( lithium )
- medicijn voor je hart ( digoxine )
- Als je ouder bent dan 70 jaar: medicijnen bij depressie of angst, een SSRI zoals citalopram , fluoxetine , paroxetine of sertraline
Kijk wat je moet doen als je moet overgeven of diarree hebt en de pil of minipil gebruikt.
Als je medicijnen gebruikt, kan het gevaarlijk zijn als je steeds diarree hebt of overgeeft. Soms moet je dan tijdelijk minder medicijnen nemen. Of stoppen met medicijnen.
acenocoumarol
Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.
Artsen schrijven het voor bij trombosebeen, longembolie, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct), TIA en bij hartritmestoornissen.
canagliflozine
Canagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte).
citalopram
Citalopram behoort tot de serotonineheropnameremmers ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.
Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, specifieke fobie (angst) en posttraumatische stressstoornis. Soms wordt citalopram ook gebruikt bij voortijdige zaadlozing, premenstrueel syndroom en bij prikkelbare-darmsyndroom.
dapagliflozine
Dapagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade).
diclofenac
Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID's genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten), ziekte van Bechterew en jicht (ontsteking in uw gewricht).
Bovendien bij koliekpijn, menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies, migraine en hoofdpijn. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose (het kraakbeen in uw gewrichten wordt dunner), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
digoxine
Digoxine behoort tot de groep geneesmiddelen die hartglycosiden worden genoemd. Digoxine verbetert de pompkracht van het hart en zorgt voor een regelmatige rustige hartslag.
Artsen schrijven het voor bij hartfalen en hartritmestoornissen.
empagliflozine
Empagliflozine is een verlager van de bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade).
fenprocoumon
Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.
Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.
fluoxetine
Fluoxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's.
Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals dwangstoornis (OCD), paniekstoornis, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis. Het wordt ook gebruikt bij boulimia nervosa, bij bepaalde menstruatieklachten (namelijk het premenstrueel syndroom), bij voortijdige zaadlozing, bij narcolepsie (slaapziekte) en bij prikkelbare-darmsyndroom.
ibuprofen
Ibuprofen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij migraine, hoofdpijn en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose, spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
lithium
Lithium vermindert hevige stemmingsschommelingen.
Artsen schrijven het voor bij depressie. Ook wanneer u te veel energie heeft waardoor u bijvoorbeeld niet genoeg slaapt. Dit wordt een manie genoemd. En soms bij clusterhoofdpijn of bij een ernstige aanval van een te snel werkende schildklier.
metformine
Metformine is een verlager van de bloedsuiker. Het behoort tot de biguaniden. Het vermindert het bloedsuiker en vermindert de eetlust.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte) en bij verminderde vruchtbaarheid.
naproxen
Naproxen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn. Ook bij ontstekingen van de gewrichten zoals reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij koliekpijn, hoofdpijn, migraine en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij pijnlijke, stijve en versleten gewrichten (artrose), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
paroxetine
Paroxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, sociale angststoornis, specifieke fobie en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij zenuwpijn, bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing), premenstrueel syndroom (PMS) en bij opvliegers tijdens de overgang. Verder bij jeuk en hoesten in de laatste levensfase (palliatieve zorg).
sertraline
Sertraline hoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Dit zijn medicijnen tegen depressie. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.
Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals sociale angststoornis, specifieke fobie, dwangstoornis, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij bepaalde menstruatieklachten (premenstrueel syndroom), bij bepaalde soorten jeuk en bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing).
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor huisartsen over buikgriep.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 23 feb 2026