In het kort

  • Als er te weinig vocht in je lichaam is, droog je uit.
  • Je kunt uitdrogen als je te weinig drinkt. Of als je veel vocht verliest, bijvoorbeeld door erge diarree of overgeven.
  • Drink 2 liter of meer per dag.
  • Bel je huisarts als je heel weinig of niet meer plast.
  • Bel direct je huisarts als je in de war bent. Of als je denkt dat je gaat flauwvallen. Of laat iemand anders bellen.

Wat gebeurt er als je uitdroogt?

Als er te weinig vocht in je lichaam is, droog je uit. Dit is niet gezond. Je kunt bijvoorbeeld problemen krijgen met je hart en nieren.

Wat merk je als je uitdroogt?

Als je uitdroogt, plas je niet of weinig. Daarbij kun je 1 of meer van deze dingen hebben:

  • Je hebt erg veel dorst.
  • Je hebt een droge mond en tong.
  • Je hebt hoofdpijn.
  • Je hebt nergens zin in.

Als het lang duurt, kun je ook 1 of meer van deze dingen hebben. Of andere mensen zien dat aan je:

  • Je hebt het gevoel dat je gaat flauwvallen. Andere mensen zien dat je bent flauwgevallen.
  • Je voelt je suf. Andere mensen merken dan dat je bijna niet reageert als ze iets tegen je zeggen.
  • Je bent in de war.
  • Je zweet weinig of helemaal niet, terwijl het warm is.

Waardoor kun je uitdrogen?

Je kunt uitdrogen als je te weinig drinkt of als je te veel vocht verliest. Dat kan door deze dingen komen.

Te weinig drinken

Dat kan bijvoorbeeld hierdoor komen:

  • Je bent ziek.
  • Je bent aan het vasten. Bijvoorbeeld tijdens de ramadan, waarbij je overdag niet drinkt.
  • Je voelt minder goed dat je dorst hebt. Vooral oudere mensen hebben hier last van.
  • Je denkt niet aan genoeg drinken. Bijvoorbeeld omdat je snel dingen vergeet. Of omdat je het heel druk hebt.

Te veel vocht verliezen

Dat kan bijvoorbeeld hierdoor komen:

  • Je moet overgeven.
  • Je hebt diarree.
  • Je zweet veel, bijvoorbeeld bij koorts of warm weer.
  • Je moet veel plassen.
    Bijvoorbeeld door medicijnen die je gebruikt, zoals plaspillen. Of door een ziekte, bijvoorbeeld diabetes type 2.

Meer dingen tegelijk

Als je uitdroogt, komt dat meestal door meer dingen tegelijk. Bijvoorbeeld: het is een warme dag, je hebt diarree en je denkt er niet aan om meer te drinken.

Wanneer heb je een grotere kans op uitdrogen?

Soms is de kans op uitdrogen groter:

Jonge kinderen en ouderen

Kinderen tot 2 jaar en mensen boven de 70 jaar hebben een grotere kans om uit te drogen.
Bij ouderen kan dat bijvoorbeeld komen doordat ze minder dorst hebben of doordat hun nieren minder goed werken.

Erge diarree

Je kunt vooral snel uitdrogen als je heel erg diarree hebt, bijvoorbeeld meer dan 6 keer per dag.

Hoe zorg je dat je niet uitdroogt?

Deze adviezen zijn belangrijk om niet uit te drogen:

Genoeg drinken

Drink 1,5 of 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 6 of 10 glazen. Drink bijvoorbeeld water of thee. Geen alcohol.
Eet ook groentes en fruit: daar zit ook water in.

Vind je het moeilijk om genoeg te drinken? Zorg dan dat je altijd een glas of flesje water in de buurt hebt. En neem regelmatig een slok.

Meer drinken dan anders

In deze situaties moet je meer drinken dan anders. Ongeveer 2 of 3 liter per dag, dit zijn ongeveer 8 of 12 glazen:

Niet te veel drinken in deze situaties

In sommige situaties mag je juist niet te veel drinken. Bijvoorbeeld als je hartfalen hebt, of een nierziekte. Of als je plaspillen gebruikt. Vraag aan je huisarts hoeveel je in jouw situatie mag drinken.

ORS

In sommige situaties is het goed om ook te nemen. Lees verder wanneer en hoe je ORS kunt gebruiken.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en druivensuiker in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

In welke situaties gebruik je ORS om niet uit te drogen?

Om te zorgen dat je niet uitdroogt, is het in sommige situaties goed om te nemen. ORS is een drankje met suiker en zout. Het zorgt ervoor dat je lichaam vocht beter vasthoudt.

In welke situaties gebruik je ORS?

Je kunt ORS nemen als je al 3 dagen erge diarree hebt, bijvoorbeeld 6 keer of vaker per dag. En als daarbij 1 of meer van deze dingen bij jou zo zijn:

  • Je hebt koorts.
  • Je moet overgeven.
  • Je drinkt niet genoeg.

Of als je al 3 dagen steeds moet overgeven en daarbij 1 of meer van deze dingen bij jou zo zijn:

  • Je hebt koorts.
  • Je hebt diarree.
  • Je drinkt niet genoeg.

Ben je ouder dan 70 jaar? Dan kun je bij deze klachten al na 1 dag ORS nemen.

Hoe gebruik je ORS?

Je kunt ORS zonder recept kopen bij de apotheek of drogist. Er zijn 2 soorten: een poeder en een pil.

  • Het poeder of de pil wordt een drankje als je het in water doet. Doe dit in kraanwater. Daarna is het klaar om te drinken.
    Ben je in het buitenland? Gebruik dan afgekoeld gekookt water of water uit een afgesloten fles uit de winkel. Lees in de bijsluiter of op het doosje hoeveel water precies.
  • Probeer niet zelf een soort ORS te maken met suiker en zout. Dat helpt niet genoeg. Ook appelsap met water helpt minder goed dan ORS.
  • Neem ORS niet tegelijk met eten of met ander drinken.
  • Lees goed op de bijsluiter of op het doosje van de ORS hoe je het moet klaarmaken en gebruiken.

Hoeveel ORS moet je nemen?

  • Bij overgeven: neem ORS elke keer nadat je moest overgeven. Neem steeds kleine slokjes.
    Weeg je minder dan 75 kilo, dan neem je steeds 150 milliliter (ml).
    Weeg je meer dan 75 kilo, dan neem je steeds 200 ml.
  • Bij diarree: neem 300 ml ORS elke keer nadat je diarree had.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en druivensuiker in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

Wanneer bellen als je denkt dat je uitdroogt?

Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je denkt dat je uitdroogt en 1 of meer van deze klachten hebt. Of iemand anders moet voor je bellen:

  • Je bent in de war.
  • Je hebt het gevoel dat je gaat flauwvallen.
  • Je gaat je suf voelen: je reageert niet of bijna niet als iemand iets tegen je zegt.

Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je 12 uur of langer niet hebt geplast en 1 of meer van deze dingen bij jou zo zijn:

  • Je hebt een nierziekte.
  • Je hebt hartfalen.
  • Je hebt diabetes (suikerziekte).
  • Je gebruikt medicijnen tegen iets anders dan uitdrogen. Lees hieronder welke medicijnen dat zijn.

Wanneer bellen als je medicijnen gebruikt en denkt dat je uitdroogt?

Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je 12 uur of langer niet hebt geplast en je 1 of meer van deze medicijnen gebruikt:

  • medicijnen bij suikerziekte, bijvoorbeeld of een SGLT2-remmer zoals , of
  • plaspillen of medicijnen tegen hoge bloeddruk
  • pijnstillers zoals , of (NSAID's)
  • bloedverdunners: cumarines zoals of
  • medicijnen tegen epilepsie
  • medicijn bij een bipolaire stoornis:
  • medicijn voor je hart:
  • als je ouder bent dan 70 jaar: medicijnen bij depressie of angst, een SSRI zoals , , of

Kijk wat je moet doen als je moet overgeven of diarree hebt en de pil of minipil gebruikt.

Als je medicijnen gebruikt, kan het extra gevaarlijk zijn als je uitdroogt. Soms moet je dan tijdelijk minder medicijnen nemen. Of stoppen met de medicijnen.

acenocoumarol

Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombosebeen, longembolie, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct), TIA en bij hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

canagliflozine

Canagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.

Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

citalopram

Citalopram behoort tot de serotonineheropnameremmers ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.

Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.

Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, specifieke fobie (angst) en posttraumatische stressstoornis. Soms wordt citalopram ook gebruikt bij voortijdige zaadlozing, premenstrueel syndroom en bij prikkelbare-darmsyndroom.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

dapagliflozine

Dapagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.

Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

diclofenac

Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID's genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten), ziekte van Bechterew en jicht (ontsteking in uw gewricht).

Bovendien bij koliekpijn, menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies, migraine en hoofdpijn. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose (het kraakbeen in uw gewrichten wordt dunner), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

digoxine

Digoxine behoort tot de groep geneesmiddelen die hartglycosiden worden genoemd. Digoxine verbetert de pompkracht van het hart en zorgt voor een regelmatige rustige hartslag.

Artsen schrijven het voor bij hartfalen en hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

empagliflozine

Empagliflozine is een verlager van de bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.

Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade). 

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

fenprocoumon

Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

fluoxetine

Fluoxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's.
Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.

Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals dwangstoornis (OCD), paniekstoornis, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis. Het wordt ook gebruikt bij boulimia nervosa, bij bepaalde menstruatieklachten (namelijk het premenstrueel syndroom), bij voortijdige zaadlozing, bij narcolepsie (slaapziekte) en bij prikkelbare-darmsyndroom.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

ibuprofen

Ibuprofen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij migraine, hoofdpijn en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose, spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

lithium

Lithium vermindert hevige stemmingsschommelingen.

Artsen schrijven het voor bij depressie. Ook wanneer u te veel energie heeft waardoor u bijvoorbeeld niet genoeg slaapt. Dit wordt een manie genoemd. En soms bij clusterhoofdpijn of bij een ernstige aanval van een te snel werkende schildklier.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

metformine

Metformine is een verlager van de bloedsuiker. Het behoort tot de biguaniden. Het vermindert het bloedsuiker en vermindert de eetlust.

Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte) en bij verminderde vruchtbaarheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

naproxen

Naproxen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn. Ook bij ontstekingen van de gewrichten zoals reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij koliekpijn, hoofdpijn, migraine en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij pijnlijke, stijve en versleten gewrichten (artrose), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

paroxetine

Paroxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.

Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, sociale angststoornis, specifieke fobie en posttraumatische stressstoornis.

Het wordt ook gebruikt bij zenuwpijn, bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing), premenstrueel syndroom (PMS) en bij opvliegers tijdens de overgang. Verder bij jeuk en hoesten in de laatste levensfase (palliatieve zorg).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

sertraline

Sertraline hoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Dit zijn medicijnen tegen depressie. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.

Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.

Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals sociale angststoornis, specifieke fobie, dwangstoornis, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij bepaalde menstruatieklachten (premenstrueel syndroom), bij bepaalde soorten jeuk en bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
NHG
Deze informatie is goedgekeurd door artsen.
Laatst gewijzigd: 23 feb 2026