Ik heb een functionele neurologische stoornis (FNS)
In het kort
- Bij FNS werken je hersenen en delen van je lichaam niet goed samen.
- Hierdoor kun je problemen hebben met bijvoorbeeld bewegen, voelen of zien.
- Bij de meeste mensen worden de klachten minder of gaan ze weg. Dit gebeurt soms vanzelf of door een behandeling.
- Vaak wordt niet duidelijk hoe het precies komt dat je FNS hebt.
- Kijk wat je nodig hebt om je klachten minder te maken.
Wat is FNS?
Bij een functionele neurologische stoornis (FNS) werken je hersenen en delen van je lichaam niet goed samen. Hierdoor kun je problemen hebben met bijvoorbeeld bewegen, voelen, spreken of zien. Of je reageert ineens nergens meer op.
Bij FNS heb je geen schade aan je hersenen of zenuwen.
Een arts in het ziekenhuis die veel weet van de hersenen en zenuwen (neuroloog), onderzoekt je klachten. En kijkt of je FNS hebt.
Ongeveer 1 van de 1000 mensen in Nederland heeft FNS. Het komt voor bij mannen en vrouwen, op alle leeftijden.
Wat merk je als je FNS hebt?
Bij FNS kun je bijvoorbeeld 1 of meer van deze dingen merken:
Bewegen
- Je maakt bewegingen zonder dat je dat wilt. Je gaat bijvoorbeeld trillen of je loopt anders. Of je maakt ineens een geluidje of beweging zonder dat je dat wilt (tics). Je armen of benen kunnen gaan schokken. Je kunt dit de hele tijd hebben. Of het komt ineens en gaat weer weg.
- Je hebt ineens minder kracht in je spieren. Hierdoor kun je je arm of been niet meer bewegen. Of je zakt tijdens het lopen door een been.
- Je krijgt een aanval. Dat kan eruitzien als epilepsie of flauwvallen.
Geen gevoel
- Je hebt geen gevoel in een deel van je lichaam. Bijvoorbeeld in een arm of in je gezicht.
Reageren en nadenken
- Je reageert minder of niet op de mensen om je heen.
- Je kunt minder goed nadenken. Je bent bijvoorbeeld woorden vergeten. Of je weet ineens niet meer hoe iets moet. Bijvoorbeeld hoe je je veters moet strikken.
Praten, zien, horen en slikken
- Je kunt niet meer goed praten, zien of horen. Of je hebt moeite met slikken.
Je kunt meerdere van deze dingen tegelijk hebben. En je klachten kunnen veranderen.
Waardoor kun je FNS krijgen?
Artsen weten niet precies waarom sommige mensen FNS krijgen en andere mensen niet. Waarschijnlijk komt het door verschillende dingen.
Gebeurtenis die voor jou of je lichaam heftig was
Voorbeelden van dingen die ervoor kunnen zorgen dat je FNS krijgt:
- Je hebt een gebeurtenis meegemaakt die voor jou of je lichaam heftig was. Je bent bijvoorbeeld een tijd ziek geweest, je hebt een ongeluk gehad of je hebt een operatie gehad. Of je bent plotseling ontslagen. Of iemand die je goed kent is overleden.
Grotere kans
Voorbeelden van dingen waardoor je een grotere kans hebt om FNS te krijgen:
- Je hebt een ziekte zoals migraine of fibromyalgie.
- Je hebt stress van de dagelijkse dingen. Bijvoorbeeld op je werk of in het gezin.
- Je hebt psychische klachten, zoals een angststoornis of depressie.
- Je maakt moeilijk contact met andere mensen.
- Je kunt moeilijk omgaan met emoties.
- Je hebt een verstandelijke beperking.
Klachten blijven langer
Voorbeelden van dingen waardoor FNS bij jou langer kan blijven:
- Je hebt ook andere lichamelijke klachten, zoals pijn die lang blijft.
- Je bent steeds heel bang dat je weer klachten krijgt. Door die angst worden je klachten erger.
- Je krijgt weinig steun van de mensen om je heen. Misschien denken ze dat je klachten niet echt zijn.
- Je doet dingen niet omdat je er bang voor bent. Daardoor word je er steeds banger voor.
Vaak wordt niet duidelijk hoe het precies komt dat je FNS hebt. Is dat bij jou zo? Meestal is het beter dat je niet langer blijft zoeken naar de oorzaak. Kijk vooral naar wat je nodig hebt om minder last van je FNS te hebben.
Leven met FNS
Als je FNS hebt, kunnen veel dingen in je leven anders zijn dan eerst. Je kunt vaak niet meer alles doen wat je normaal elke dag doet. Dat merk je bijvoorbeeld in je contact met andere mensen, thuis of op je werk. Soms moet je dan een tijdje dingen anders doen. Bijvoorbeeld omdat je minder energie hebt.
Misschien schaam je je voor je klachten. Of begrijpen sommige mensen je niet. Zegt iemand iets vervelends? Praat er dan over met die persoon. Misschien helpt het om te vertellen dat je FNS hebt. Of bespreek met je zorgverlener hoe je met vervelende reacties kunt omgaan.
Misschien ben je ook ongerust. Je kunt bang zijn dat de klachten vaker terugkomen. Of dat sommige klachten voor altijd blijven. Het kan helpen om te weten dat dit vaak niet zo is. Vaak worden de klachten minder.
Wat kun je zelf doen als je FNS hebt?
Deze dingen kun je doen als je FNS hebt:
Uitleg geven
- Vertel de mensen om je heen dat je FNS hebt. Leg uit dat je klachten ineens kunnen beginnen en dat je daar niks aan kunt doen. De mensen om je heen begrijpen het dan beter.
- Gebeurt het wel eens dat je ineens nergens meer op reageert? Vertel de mensen om je heen wat ze dan kunnen doen. En hoe jij het graag wilt. Zo zorg je dat mensen niet bang worden of in paniek raken.
Gesprek op je werk
- Kun je niet werken? Vertel de bedrijfsarts wat er met je is. Bespreek samen wanneer je weer langzaam kunt beginnen. Je kunt iemand meenemen naar dit gesprek. Bijvoorbeeld je partner, een vriend of familielid.
Gaan je klachten niet weg? Dan is het belangrijk dat je een afspraak maakt bij je neuroloog of huisarts.
Welke behandeling kun je krijgen als je FNS hebt?
Soms gaat FNS vanzelf over. Gaat FNS bij jou niet vanzelf over? Dan kun je een behandeling krijgen.
Er is niet 1 behandeling voor iedereen met FNS. Het verschilt per persoon welke behandeling het beste past.
Plan maken
De arts vraagt jou welke dingen je het liefst weer wilt doen die je nu niet kunt. En welke klachten jij daarvoor minder wilt maken.
Jullie kijken samen wat daarvoor nodig is en schrijven dat op in een plan. Je bespreekt dan met je arts welke behandeling het beste bij je situatie past.
Behandeling kiezen
Je kunt 1 of meer van deze behandelingen krijgen:
Hulp bij bewegen, spreken of slikken
- fysiotherapie of oefentherapie
Heb je bijvoorbeeld minder kracht in je spieren? Of beweeg je anders dan normaal? Dan kan een fysiotherapeut of oefentherapeut jou helpen. - logopedie
Een logopedist kan jou helpen om problemen met spreken en slikken minder te maken.
Hulp om met je klachten om te gaan
- cognitieve gedragstherapie (CGT)
Een psycholoog kan jou leren omgaan met aanvallen waarbij je bijvoorbeeld gaat schokken met je armen of benen. Of waarbij je geen contact meer maakt met de mensen om je heen. Je krijgt ook hulp bij hoe je die aanvallen minder kunt maken. - psychotherapie
Zijn er psychische dingen die ervoor zorgen dat je klachten niet overgaan? Dan kun je praten met een psycholoog of psychiater. Samen kijken jullie of er dingen zijn die je klachten erger maken. En wat je daaraan kunt doen. Ook kan deze je helpen om beter om te gaan met FNS. Met een psychiater kun je bespreken of je medicijnen kunt krijgen als je dat wilt.
Andere of verschillende behandelingen
- Helpen de dingen hierboven niet genoeg? Dan zijn er vaak andere of meer behandelingen tegelijk die kunnen helpen.
- Soms krijg je hulp van verschillende zorgverleners. Bijvoorbeeld van een fysiotherapeut en een psycholoog. Je werkt dan bijvoorbeeld aan 2 dingen tegelijk: je klachten en de dingen die ervoor zorgen dat je klachten niet weggaan.
Hulp na je behandeling
Je kunt ook hulp krijgen om na je behandeling niet weer FNS te krijgen. Of hulp bij problemen die je hebt, bijvoorbeeld thuis of op je werk.
Helpen medicijnen als je FNS hebt?
Je kunt klachten hebben die niet door FNS komen, maar er wel voor zorgen dat je FNS erger wordt. Of de klachten zorgen ervoor dat je behandeling minder goed werkt. Dan kun je soms medicijnen krijgen.
Je kunt soms bijvoorbeeld deze medicijnen krijgen:
- Een pijnstiller, als je pijn hebt.
- Medicijnen als je depressief of angstig bent (antidepressiva). Je krijgt hiervoor een recept van de psychiater.
Er zijn geen medicijnen die ervoor zorgen dat je geen FNS meer hebt.
Meer informatie over FNS
- Meer informatie over FNS: FNS Nederland, Functionele Bewegingsstoornissen
- Contact met andere mensen die ook FNS hebben: FNS Nederland, FNS patiëntenvereniging
- Een zorgverlener zoeken die ervaring heeft met FNS: Stichting FNS, NALK | Zorgkaart
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de zorgstandaard over een functionele neurologische stoornis.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 30 jun 2026