Heb ik een longembolie?

In het kort

In het kort

  • Bij een longembolie sluit een bloedstolsel een bloedvat in de longen af.
  • U gaat sneller ademen en u heeft pijn bij het ademen.
  • En het kan zijn dat u slijm met een beetje bloed ophoest.
  • Heeft u deze klachten? Neem dan direct contact op met uw huisarts.
  • Bij een longembolie krijgt u bloedverdunners.
  • 2 van de 3 mensen met een longembolie hebben ook een trombosebeen: een rood, dik en pijnlijk been.
Wat is het

Wat is een longembolie?

Bij een longembolie sluit een bloedstolsel een bloedvat in de longen af. Een stukje van de longen krijgt dan geen bloed meer en werkt niet meer goed. Soms kan een stukje long hierdoor afsterven.

Meestal ontstaan bloedstolsels in een been. Dit heet een trombosebeen. Als er een stukje stolsel loslaat, wordt dat door de bloedstroom meegenomen naar uw hart. Daarna stroomt het stolsel door naar uw longen. Het stolsel kan dan een bloedvat in de longen afsluiten. U heeft dan een longembolie.

U kunt ook een longembolie hebben zonder dat u gemerkt heeft dat u trombose in uw been heeft. Een trombosebeen geeft namelijk niet altijd klachten.

Wat merk ik

Wat zijn de verschijnselen van een longembolie?

Een longembolie kan verschillende klachten geven, zoals:

  • U wordt kortademig, u gaat sneller ademen.
  • Ademen doet pijn (op de borst of in de bovenrug).
  • Het kan zijn dat u slijm met een beetje bloed ophoest.
  • U kunt hartkloppingen krijgen.

2 van de 3 mensen met een longembolie hebben ook een trombosebeen: een rood, dik en pijnlijk been.

Longembolieën geven niet altijd klachten. Bijna de helft van alle mensen met een trombosebeen blijkt kleine longembolieën te hebben, die meestal geen klachten geven.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Oorzaken

Hoe ontstaat een longembolie?

Het stollen van uw bloed is een ingewikkeld proces. Uw bloed moet kunnen stollen, zodat wondjes niet blijven bloeden. Er ontstaan in de aderen steeds kleine stolsels die ook weer worden opgeruimd.   

Bij trombose is de stolling verstoord. Er ontstaat een stolsel zonder dat er een wondje is. Het stolsel wordt onvoldoende opgeruimd. Een trombosebeen ontstaat als zo'n stolsel een diepe ader afsluit.

Als er een stukje stolsel loslaat, wordt dat door de bloedstroom meegenomen naar uw hart. Daarna stroomt het door naar uw longen. Het stolsel kan dan een bloedvat in de longen afsluiten. Dit heet een longembolie.

Risicogroepen

Heb ik een verhoogde kans op een longembolie?

De kans op het krijgen van een longembolie is groter:

  • voor vrouwen;
  • op oudere leeftijd;
  • bij een gebroken been in het gips of een operatie aan uw been;
  • bij een grote operatie;
  • in de zwangerschap en kraamperiode;
  • wanneer u lange tijd uw been niet goed kunt bewegen: lang op bed moeten liggen of een (vlieg)reis waarbij u meer dan 4 uur stil moet zitten;
  • bij gebruik van de prikpil of voorbehoedmiddelen met het vrouwelijk hormoon oestrogeen (zoals de anticonceptiepil, de vaginale hormoonring of de hormoonpleister);
  • bij gebruik van hormoonmiddelen tegen overgangsklachten;
  • bij kanker of andere ernstige ziekten;
  • bij overgewicht;
  • bij roken;
  • bij een erfelijke afwijking van de stolling;
  • als u al eerder een keer een trombosebeen of longembolie heeft gehad.
Onderzoeken

Onderzoek bij een mogelijke longembolie

De huisarts kijkt of een longembolie waarschijnlijk is. Hij onderzoekt u en stelt een paar vragen.

  • Is uw been dik, rood en pijnlijk?
  • Klopt uw hart sneller dan 100 keer per minuut?
  • Geeft u bloed op bij het hoesten?
  • Heeft u de afgelopen maand een operatie gehad of minstens 3 dagen op bed gelegen?
  • Heeft u eerder een trombosebeen of longembolie gehad?
  • Heeft u kanker (gehad)?

De huisarts kan zo inschatten hoe groot de kans is op een longembolie.

  • Is die kans klein, dan moet u (dezelfde dag) wel bloedonderzoek laten doen. Daarmee wordt onderzocht hoeveel D-dimeer er in uw bloed zit.
    Is de hoeveelheid D-dimeer in uw bloed normaal? Dan heeft u geen longembolie.
    Is de hoeveelheid D-Dimeer verhoogd? Dan is de kans op een longembolie groot.
  • Is de kans op een longembolie groot, dan stuurt de huisarts u direct naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis krijgt u onderzoeken om te kijken of u wel of niet een longembolie heeft.
Behandeling

Behandeling van een longembolie

Voor de behandeling van een longembolie verwijst uw huisarts u naar het ziekenhuis. Daar krijgt u waarschijnlijk zuurstof toegediend, zodat u zich minder benauwd voelt.

Als blijkt dat u een longembolie heeft, dan krijgt u direct bloedverdunners:

  • heparine -injecties en cumarine-tabletten of
  • DOAC's

Cumarine-tabletten werken na ongeveer een week. Tot die tijd gebruikt u heparine-injecties. Bij sommige DOAC's moet u ook eerst heparine-injecties gebruiken. Als het bloed dun genoeg is, kunt u stoppen met de injecties.

De bloedverdunnende medicijnen krijgt u:

  • om te voorkomen dat er nieuwe longembolieën ontstaan;
  • om te voorkomen dat er opnieuw een stolsel ontstaat.

De tabletten moet u meestal 6 maanden of langer gebruiken.

heparine

Heparine is een antistollingsmiddel.

Artsen schrijven het voor bij trombose, om trombose te voorkomen, na een hartinfarct en om tromboflebitis te voorkomen bij mensen die een infuus krijgen.

Bron: Apotheek.nl
Meer informatie
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.