Ik krijg een operatie vanwege niet-uitgezaaide maagkanker

In het kort

In het kort

  • Door een operatie in combinatie met chemotherapie heeft u kans om te genezen van niet-uitgezaaide maagkanker.
  • Er zijn verschillende operaties mogelijk:
    • weghalen van het bovenste deel van de maag en een deel van de slokdarm
    • weghalen van het midden en het onderste deel van de maag en een deel van de dunne darm
    • de gehele maag weghalen
  • Een maagoperatie is een zware operatie en heeft risico’s.
  • Het is belangrijk dat u voor de operatie in een zo goed mogelijke conditie bent.
    • Stop met roken.
    • Beweeg genoeg.
    • Eet gezond. 
Beschrijving

Wat houdt een operatie bij maagkanker in?

Tijdens een operatie bij maagkanker haalt de arts de tumor weg plus het weefsel en de lymfeklieren erom heen. Soms ook nog (een deel van) de milt, lever, dikke darm, alvleesklier en het buikvet.

Er zijn verschillende operaties mogelijk:

  • Het bovenste deel van de maag en een deel van de slokdarm worden weggehaald (buismaagoperatie).
  • Het midden en het onderste deel van de maag en het begin van de dunne darm worden weggehaald. 
  • Uw hele maag wordt weggehaald. 

Welke operatie de chirurg kiest, hangt onder andere af van de plek van de tumor.

Voorbereiding

Voorbereiding op een operatie bij maagkanker

Chemotherapie
Vaak is het goed om eerst chemotherapie te krijgen voordat u geopereerd wordt. Dat is om de tumor kleiner te maken. De chirurg kan de tumor dan beter weghalen.
Ook verkleint chemotherapie de kans dat de ziekte terugkomt.

Conditie verbeteren
Na de chemotherapie heeft u een paar weken om in een zo goed mogelijke conditie te komen. Zo maakt u de kans op problemen na de operatie zo klein mogelijk.

  • Stop met roken.
    Roken vergroot de kans op problemen na de operatie, zoals een bloeding of de vorming van bloedstolsels (trombose).
  • Beweeg voldoende.
    Een fysiotherapeut kan u helpen om genoeg te bewegen.
  • Eet gezond.
    Eten en drinken kan door maagkanker lastig zijn. Wanneer u te veel afvalt, kunt u ondervoed raken. Het is belangrijk om dit zo veel mogelijk te voorkomen. U kunt advies krijgen van een diëtist.
    Gaat het eten steeds moeilijker, dan kunt u drinkvoeding of een sonde krijgen. Dit is een slangetje dat via uw neus in uw maag komt. Hierdoor kan voeding direct in uw maag stromen.
    U kunt ook een infuus met voedingsstoffen krijgen.

In veel ziekenhuizen krijgt u hierbij begeleiding van een verpleegkundige, diëtist en fysiotherapeut.

Na de operatie is er meer kans op longontsteking. Om dat te voorkomen kan een fysiotherapeut ademhalingsoefeningen met u oefenen. U leert dan hoe u na de operatie goed kunt ademhalen en hoesten.

Gesprek met anesthesioloog
Voor de operatie heeft u een gesprek met de arts die tijdens de operatie voor de narcose zorgt (anesthesioloog). De anesthesioloog geeft uitleg over de operatie en de narcose. Hij onderzoekt u om te bepalen welke narcose en medicijnen u nodig heeft. Soms is nog meer onderzoek nodig, bijvoorbeeld als u ook een long- of hartaandoening heeft.

Operatiedag

De dag van de maagoperatie

Draag op de dag van de operatie:

  • geen sieraden,
  • geen bodylotion,
  • geen piercings,
  • geen make-up,
  • geen nagellak,
  • geen kunstnagels.

Krijgt u 's ochtends een operatie?

  • Dan moet u nuchter zijn. Dat betekent dat u na 0.00 uur de nacht ervoor niets meer mag eten.
  • Tot twee uur voor de operatie mag u nog heldere dranken drinken, zoals water en thee. Een slokje water voor het innemen van medicijnen of bij het tandenpoetsen mag altijd.

Krijgt u ’s middags een operatie?

  • Dan mag u in de ochtend misschien nog wat eten. U maakt daarover afspraken met uw arts.
  • Tot twee uur voor de ingreep mag u nog heldere dranken drinken, zoals water en thee. Een slokje water voor het innemen van medicijnen of bij het tandenpoetsen mag altijd.
Verloop operatie

Hoe gaat een operatie bij maagkanker?

De anesthesioloog brengt eerst een slangetje (katheter) tussen uw ruggenwervels aan. Door dat slangetje kan hij tijdens en na de operatie pijnstillende middelen toedienen.
Daarna krijgt u een infuusnaald in uw arm. Met deze naald krijgt u de narcose. U valt in slaap en voelt geen pijn tijdens de operatie.

Er zijn verschillende operaties mogelijk bij maagkanker:

De buismaagoperatie (weghalen van het bovenste deel van de maag)

  • De chirurg maakt een snee in uw buik en in uw hals. In sommige ziekenhuizen wordt deze operatie met een kijkoperatie gedaan. De arts hoeft dan maar kleine openingetjes in de huid te maken.
  • Dan haalt de chirurg het bovenste gedeelte van de maag en een deel van de slokdarm weg, de weefsels erom heen en de bijbehorende lymfeklieren.
  • Van het achtergebleven deel van de maag maakt de chirurg een holle buis. Dit heet een buismaag.
  • Via de hals maakt de chirurg de buismaag of het stuk darm vast aan het achtergebleven deel van de slokdarm.
  • De chirurg plaatst een slangetje in de dunne darm (voedingssonde). Na de operatie krijgt u daardoor voeding.

Weghalen van het midden en het onderste deel van de maag

  • De chirurg maakt een snee in uw buik. In sommige ziekenhuizen wordt deze operatie met een kijkoperatie gedaan. De arts hoeft dan maar kleine openingetjes in de huid te maken.
  • Dan haalt de chirurg het onderste deel van de maag en het begin van de dunne darm weg. Ook de weefsels erom heen en de bijbehorende lymfeklieren verwijdert hij.
  • De chirurg sluit het achtergebleven deel van de maag weer aan op de dunne darm.
  • In de buik worden slangetjes (drains) aangebracht. Hierdoor kan het wondvocht en bloed na de operatie wegstromen.
  • De chirurg plaatst een slangetje in de dunne darm (voedingssonde). Na de operatie krijgt u daardoor voeding.

Weghalen van de hele maag

  • De chirurg maakt een snede in uw buik. In sommige ziekenhuizen wordt deze operatie met een kijkoperatie gedaan. De arts hoeft dan maar kleine openingetjes in de huid te maken.
  • Dan haalt de chirurg de maag en het begin van de dunne darm weg. Ook de weefsels erom heen en de bijbehorende lymfeklieren verwijdert hij.
  • De chirurg sluit de dunne darm aan op de slokdarm.
  • In de buik worden slangetjes (drains) aangebracht. Hierdoor kan het wondvocht en bloed na de operatie wegstromen.
  • De chirurg plaatst een slangetje in de dunne darm (voedingssonde). Na de operatie krijgt u daardoor voeding.

Het weggehaalde weefsel wordt onderzocht in het laboratorium.

Soms blijkt tijdens de operatie dat de arts de kanker niet helemaal weg kan halen. Of er blijken toch uitzaaiingen te zijn. Als dat zo is, dan krijgt u een minder uitgebreide operatie. De arts verwijdert dan alleen weefsel als u daardoor minder klachten krijgt. Hij haalt bijvoorbeeld een deel van de kanker weg zodat het voedsel makkelijker door de maag kan.

Risico's

Risico’s van een operatie bij maagkanker

Een operatie bij maagkanker geeft de volgende risico’s :

  • Ontstekingen, zoals een longontsteking, een ontsteking van de operatiewond of een urineweginfectie. U krijgt dan een antibioticakuur.
  • Een hartinfarct of hartritmestoornissen na een buismaagoperatie. Dit komt doordat tijdens de operatie een bepaalde zenuw geprikkeld kan worden.
  • maagverlamming (gastroparese). Dit betekent dat het voedsel zeer langzaam of niet door het spijsverteringskanaal gaat. Dit is meestal na een paar dagen over.
  • Veel verlies van lymfevocht uit de wond door beschadiging van een lymfevat. Hierdoor verliest u veel eiwitten en vetten. U krijgt dan aangepaste voeding. Soms is een operatie nodig om het lymfevat dicht te maken.
  • Een nabloeding. U moet dan misschien weer geopereerd worden.
  • Een bloedstolsel in het been of in de longen (trombose). U krijgt medicijnen om de kans daarop te verkleinen.
  • Lekkage van maag- of darmsappen (naadlekkage). Dit kan gebeuren bij de nieuwe aansluiting van de maag op de dunne darm of op de slokdarm. Dit kan soms behandeld worden met een drain. Dit is een slangetje waardoor de pus naar buiten kan stromen. Als de ontsteking niet overgaat, is een operatie nodig. Een naadlekkage kan ernstig zijn.
  • Overlijden. Van de 100 mensen overlijden er ongeveer 5 tot 6 binnen 30 dagen na een maagoperatie. De kans is groter bij mensen met een hart- of longaandoening en mensen boven de 70 jaar.
Dagen na de operatie

De eerste dagen na een maagoperatie

Na de operatie heeft u veel verzorging nodig.
De verpleegkundigen komen vaak bij u kijken, ook ‘s nachts. Ze controleren bijvoorbeeld uw bloeddruk, de wonden en ze kijken of u goed doorademt en hoeveel pijn u heeft. Ook krijgt u injecties tegen de vorming van bloedstolsels (trombose).

U ligt na de operatie aan veel slangen: 

  • Er zit een plastic slangetje in uw neus dat naar de buismaag of de maag gaat (maagsonde). Via de maagsonde wordt het maagsap afgevoerd. Daardoor wordt u minder snel misselijk.
  • U heeft een slangetje tussen uw ruggenwervels. Daarmee kan de anesthesioloog pijnstilling geven.
  • U heeft 1 of meer infusen waarmee u vocht krijgt.
  • U heeft een slangetje in uw blaas (urinekatheter). Uw urine wordt opgevangen in een zak.
  • Uit de wonden lopen slangetjes om wondvocht en bloed af te voeren (drains).
  • U krijgt soms voeding door een dun slangetje (sonde). Het slangetje gaat via uw buikwand naar de dunne darm. Dit krijgt u als u na de operatie niet mag eten.

Eten en drinken
Als de maag goed geneest en er geen lekkage is, kunt u beginnen met drinken. Een diëtist helpt u daarbij.
Als de maag niet goed geneest, houdt u de infusen met vocht nog langer.

Uitslag weefselonderzoek
De patholoog heeft het weefsel onderzocht dat tijdens de operatie is weggehaald. Na ongeveer 7 tot 10 dagen krijgt u de uitslag van dat onderzoek.

Weer naar huis

Weer naar huis na een maagoperatie

Mensen blijven gemiddeld 10 dagen in het ziekenhuis na een maagoperatie. Wanneer u weer naar huis kunt, hangt af van uw herstel. Voordat u naar huis kunt, is het belangrijk dat u:

  • voldoende op gewicht blijft.
    Als u een slangetje door uw buik naar uw dunne darm heeft gekregen, blijft dat meestal nog zitten. Thuis krijgt u dus ook sondevoeding.
  • niet te veel pijn meer heeft.
    Misschien krijgt u thuis juist weer wat meer pijn doordat u meer beweegt. U kunt dan paracetamol gebruiken.
  • thuis hulp heeft van een partner, familie, vrienden of de thuiszorg. Veel dingen kunt u nog niet zelf.

paracetamol

Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij verschillende soorten pijn zoals, hoofdpijn, migraine, koorts, griep, verkoudheid, keelpijn, bijholteontsteking, middenoorontsteking, oorpijn, artrose, spierpijn, gewrichtspijn en menstruatieklachten.

Bron: Apotheek.nl
Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder na een maagoperatie?

Een paar dagen nadat u naar huis bent gegaan, gaat u naar uw eerste controle in het ziekenhuis. De arts of verpleegkundige controleert de wonden. U bespreekt hoe het gaat.

Het is normaal dat u na de operatie gewicht verliest. Dat komt omdat voedsel nu sneller door het maag-darmkanaal gaat. De arts kijkt of u niet te veel bent afgevallen.

De meeste mensen krijgen na de operatie nog 3 chemokuren, soms in combinatie met bestraling (chemoradiatie). Meestal begint de eerste kuur zo’n 6 tot 12 weken na de operatie.

Voeding
Als u na de operatie naar huis gaat, heeft u nog een voedingssonde. Een diëtist helpt u weer normale voeding te eten. U bouwt dit langzaam op.

U zult waarschijnlijk erg moeten wennen na een maagoperatie. Ook kunt u klachten hebben, zoals maagzuur dat omhoog komt, diarree en misselijkheid na het eten (dit heet dumping). Vraag advies aan de diëtist hoe u deze klachten zoveel mogelijk kunt voorkomen.

Een paar adviezen:

  • Eet kleine porties, verspreid over de dag.
  • Eet rustig. Neem de tijd voor het eten en kauw goed.
  • Uw smaak kan veranderd zijn na de operatie. Ook heeft u misschien minder honger. De diëtist kan u vertellen hoe u toch voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.

Na verloop van tijd raken uw darmen waarschijnlijk meer gewend aan de nieuwe situatie. U krijgt dan minder klachten. Ook krijgt u waarschijnlijk weer meer eetlust en komt uw smaak terug.

Wanneer contact?

Wanneer contact opnemen na een maagoperatie?

Neem contact op met uw arts bij:

  • koorts
  • rillingen
  • een bloeding van de wond
  • buikpijn of een opgezwollen buik
  • misselijkheid of overgeven
  • hoesten of kortademigheid
  • rode en pijnlijke huid rond de operatiewonden
  • vocht of pus uit de operatiewonden

Ook weken na de operatie kunt u klachten krijgen. U kunt bijvoorbeeld moeite met slikken krijgen. Dit komt meestal door de vorming van littekenweefsel. De arts kan de vernauwing in de buismaag oprekken tijdens een kijkonderzoek (endoscopie). De klachten gaan dan weg.

Meer informatie

Meer informatie over maagkanker

Wilt u meer weten over maagkanker dan kunt u aanvullende betrouwbare informatie vinden op de website van:

Voor contact met lotgenoten kunt u terecht bij de Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal.

Op Zorgkaart Nederland kunt u ervaringen met zorgverleners vinden en zelf zorgverleners waarderen

De informatie over maagkanker is gebaseerd op de medisch-specialistische richtlijn maagcarcinoom (2017). 

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.