Ik krijg een operatie. Hoe gaat dat?
In het kort
- In de wachtruimte word je voorbereid op de operatie.
- De operatie gebeurt in de operatiekamer.
- Je krijgt soms dezelfde vragen. Dit is om ervoor te zorgen dat de kans op fouten zo klein mogelijk is.
- Na de operatie ga je naar de uitslaapkamer.
- Soms ga je naar een speciale afdeling voor extra zorg.
- Je mag naar de verpleegafdeling of naar huis als het weer goed gaat met je.
Op welke afdelingen kom je bij een operatie?
Als je een operatie krijgt, kom je op veel verschillende afdelingen in het ziekenhuis. Hoe lang je op elke afdeling bent, ligt aan de soort operatie die je krijgt. En hoe het met jou gaat.
Sommige mensen liggen al in het ziekenhuis en krijgen dan een operatie. Andere mensen komen speciaal voor een geplande operatie naar het ziekenhuis.
Je kunt op deze afdelingen en in deze ruimtes komen voor, tijdens en na een operatie:
- verpleegafdeling
Hier ben je als je al in het ziekenhuis ligt. Vaak kom je hier ook als je alleen voor de operatie naar het ziekenhuis komt. - wachtruimte of holding
Hier word je voorbereid op de operatie. - operatiekamer
Hier gebeurt de operatie zelf.
Het heet ook wel de OK. - uitslaapkamer
Hier kun je na de operatie goed wakker worden.
Het heet ook wel verkoever-kamer. - afdeling voor extra zorg
Soms is het nodig dat je extra zorg krijgt op bijvoorbeeld een intensive care. - verpleegafdeling
Als je in het ziekenhuis moet blijven, ga je naar de verpleegafdeling.
De wachtruimte, operatiekamer en uitslaapkamer heten samen de operatie-afdeling. Deze afdeling heet ook wel operatie-centrum of OK-centrum.
Hoe gaat het in de wachtruimte of holding?
Voor je naar de operatiekamer gaat, kom je eerst in de wachtruimte. Dit heet ook wel de holding of voorbereidingsruimte.
Meestal word je vanaf de verpleegafdeling hierheen gebracht. Ook als je alleen voor de operatie naar het ziekenhuis komt. Je hoort van tevoren waar je precies moet zijn.
Controles
Je krijgt controles om te zorgen dat de operatie veilig kan bij jou. Een arts of verpleegkundige controleert bijvoorbeeld deze dingen:
- Je naam. Je krijgt een naambandje om je pols.
- Voor welke operatie je komt.
- Wat je temperatuur en bloeddruk zijn.
- Welke medicijnen je gebruikt.
- Welke afspraken je van tevoren hebt gemaakt met de artsen. Bijvoorbeeld over de voorbereiding op de operatie en de zorg na de operatie. Zoals stoppen met medicijnen of juist extra medicijnen gebruiken. En niet eten of drinken voor de operatie.
- Of er nog iets is veranderd bij jou sinds je laatste gesprek met de arts die de verdoving regelt (anesthesioloog) of de arts die je opereert.
Operatie gaat door of niet
De arts beslist of jouw operatie die dag kan doorgaan. Als er te veel veranderingen zijn of als je de adviezen niet hebt gevolgd, kan de operatie misschien niet doorgaan. Er is dan een te groot risico dat de operatie niet goed zal gaan.
Voorbereiden op de operatie
Je krijgt speciale kleding van het ziekenhuis om aan te doen. Je eigen kleren gaan in je eigen tas en worden bewaard door het ziekenhuis tijdens de operatie.
Meestal krijg je een slangetje in een bloedvat in je arm. Dit is een infuus. Als je met medicijnen in slaap gebracht wordt voor de operatie, gebeurt dat door dit slangetje. Tijdens de operatie kun je ook extra medicijnen door het slangetje krijgen.
Als het nodig is, tekent een arts of een operatie-medewerker met een stift op je huid. Zo is duidelijk aan welke kant je geopereerd wordt. Dit is om de kans op fouten kleiner te maken.
Je krijgt een bed of stoel om in te wachten tot het tijd is voor je operatie. Je wordt dan naar de operatiekamer gebracht.
Hoe gaat het in de operatiekamer?
Van de wachtruimte word je naar de operatiekamer gebracht. Hier gebeurt de operatie. Je gaat op een speciale operatietafel liggen.
Je ziet nu het hele team van artsen, assistenten, verpleegkundigen en andere medewerkers die bij je operatie zijn. Dit team houdt de time-out-procedure. Dit is bedoeld om zeker te weten dat de juiste operatie bij de juiste persoon gebeurt. Het is om ervoor te zorgen dat de kans op fouten zo klein mogelijk is.
Bij de time-out-procedure krijg jij weer vragen. Vaak dezelfde vragen die je ook al eerder kreeg. Bijvoorbeeld hoe je heet en welke operatie je krijgt. Het hele team luistert ook mee.
Hierna bespreekt het team met elkaar hoe jouw operatie gaat. Ze bespreken bijvoorbeeld welke instrumenten en apparaten nodig zijn. En of jij ergens allergisch voor bent of extra medicijnen nodig hebt. En welke soort verdoving je krijgt voor de operatie.
Als alle informatie klopt, krijg je de verdoving en kan de operatie beginnen.
Tijdens de operatie
De arts die de operatie doet, leidt de operatie. De arts die de verdoving regelt, let steeds op je ademhaling en hartslag. De artsen vertellen elkaar de hele tijd wat ze doen.
Ben je veel te zwaar (obesitas)? Vaak heb je dan meer of andere medicijnen nodig tijdens of na de operatie. Weeg je bijvoorbeeld meer dan 100 kilo? Dan krijg je meer medicijnen om de kans op bloedpropjes in je bloedvaten (trombose) na de operatie kleiner te maken. Ziekenhuizen hebben ervaring met het opereren van mensen die heel zwaar zijn. Soms zijn er bijvoorbeeld speciale operatie-tafels, bedden en stoelen in het ziekenhuis.
Na de operatie
Na de operatie bespreekt het operatieteam hoe de operatie gegaan is. Dit wordt in je medisch dossier opgeschreven. Bijvoorbeeld welke medicijnen je hebt gekregen en of er problemen waren tijdens de operatie. En welke zorg je na de operatie nodig hebt.
Hoe gaat het in de uitslaapkamer?
Na de operatie word je naar de uitslaapkamer gebracht. Hier liggen meer mensen die geopereerd zijn.
Verpleegkundigen letten op hoe het met je gaat.
Je blijft op de uitslaapkamer tot de verdoving is uitgewerkt en je goed wakker bent. Je ademhaling en hartslag moeten goed genoeg zijn. Ook is het belangrijk dat je niet misselijk bent en dat pijnstillers goed genoeg werken tegen de pijn van je operatie. De arts zorgt dat je weet welke pijnstillers je kunt gebruiken.
Ben je erg ziek na de operatie? Dan ga je naar een afdeling waar je meer zorg krijgt. Bijvoorbeeld naar de intensive care of een hart-afdeling.
Wanneer ga je naar een afdeling voor extra zorg?
Heb je veel zorg nodig na de operatie? Of waren er problemen bij de operatie? Dan ga je naar een afdeling voor extra zorg. Hier letten artsen en verpleegkundigen extra goed op je. Ook zijn hier apparaten die altijd je ademhaling, bloeddruk en hartslag meten.
Er zijn verschillende afdelingen voor extra zorg in het ziekenhuis:
- een speciale kamer op de operatie-afdeling (PACU)
PACU is de afkorting van Post Anesthesia Care Unit. Het is ook een uitslaapkamer, maar er kan beter en langer op je worden gelet.
Hier blijf je meestal niet langer dan 24 uur. Heb je na 24 uur nog veel zorg nodig, dan ga je naar de intensive of medium care. - een afdeling voor medium care (MC)
Je gaat hiernaartoe als je hartslag, ademhaling of bloeddruk nog niet goed zijn. - een afdeling voor intensive care (IC)
Je gaat hiernaartoe als je erg ziek bent. Bijvoorbeeld als je niet zelf kunt ademhalen of een hele zware operatie hebt gehad. Op deze afdeling werken speciale artsen en verpleegkundigen.
Wanneer ga je terug naar de verpleegafdeling of naar huis?
Je mag naar de verpleegafdeling of naar huis als deze dingen allemaal kloppen voor jou:
- De verdoving is uitgewerkt.
- Je bent wakker en kunt normaal ademen.
- Je hartslag en bloeddruk zijn goed genoeg.
- Je bent niet misselijk.
- Pijnstillers werken goed genoeg tegen de pijn van je operatie.
Je mag pas naar huis als je 1 keer of vaker zelf geplast hebt.
Lees meer over hoe het verder gaat na een operatie.
Meer informatie over zorg bij operaties
- Op de website van de Patiëntenfederatie Nederland vind je veel informatie. Bijvoorbeeld over je rechten als patiënt en over samen beslissen met je arts.
- Voor vragen over de zorg in het ziekenhuis kun je de Informatielijn van de Patiëntenfederatie bellen of mailen.
- Op Ziekenhuischeck.nl kun je de zorg in ziekenhuizen vergelijken.
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met:
- de richtlijn voor artsen over zorg rond operaties
- de leidraad voor artsen over zorg en verdoving rond operaties
- de richtlijn voor artsen over zorg en verdoving rond operaties bij mensen met obesitas
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 26 feb 2026