Ik kies voor de prikpil

In het kort

In het kort

  • De prikpil voorkomt dat je zwanger wordt.
  • Het is een prik met 1 hormoon.
  • Je krijgt de prik in de spier van je bil of bovenarm.
  • Je moet elke 12 weken een nieuwe prik halen bij de huisarts.
Wat is het

Wat is de prikpil?

De prikpil is een prik. Het is dus geen pil.

Er zijn twee verschillende prikpillen:

  • De prikpil die de assistente spuit: elke 12 weken in je spier.
  • De prikpil die je zelf spuit: elke 13 weken onder je huid.

In beide prikpillen zit hetzelfde hormoon (progestageen).

Hoe werkt het?

Hoe werkt de prikpil?

In de prikpil zit 1 hormoon: progestageen. Dit hormoon zorgt hiervoor:

  • Je hebt geen eisprong.
  • Het slijm in je baarmoedermond wordt dikker. Zaad (sperma) van de man komt daar dan minder goed doorheen.
  • Een bevrucht eitje kan zich niet vastmaken in je baarmoeder.

De prikpil beschermt je heel goed tegen zwangerschap.
De kans is heel klein dat je toch zwanger wordt. Van de 1000 vrouwen die de prikpil krijgen, worden minder dan 5 per jaar toch zwanger.

Als je de prikpil vergeet te nemen, is er wel kans dat je zwanger wordt.

De prikpil voorkomt niet dat je een soa krijgt.

Wat moet ik doen?

Wat moet ik doen bij de prikpil?

Als je de prikpil bij de huisarts wilt laten spuiten:

  • Je krijgt de eerste prikpil tussen de 1e en 5e dag van je ongesteldheid. Dan ben je meteen beschermd.
  • Ga elke 12 weken naar de huisarts voor de prik.
  • Zet in je agenda of telefoon wanneer je de volgende prik moet halen. Maak de afspraak alvast.
  • Zorg dat je altijd binnen 12 weken de volgende prik haalt. Anders beschermt de prikpil niet meer tegen zwanger worden.
  • De assistente geeft je de prik in een spier. Meestal in je bil. Het kan ook in je bovenarm.

Als je de prikpil bij jezelf wil spuiten:

  • Spuit de prikpil elke 13 weken vlak onder je huid. Doe dit in je buik of bovenbeen. De assistent kan dit bij je doen. Ze kan ook laten zien hoe je het zelf kan doen. Je kunt het ook de apotheek vragen. Of lees de bijsluiter.
  • Zet in je agenda of telefoon wanneer je de volgende keer moet spuiten.
  • Zorg dat je de volgende prikpil op tijd in huis hebt.
  • Zorg dat je altijd binnen 13 weken de volgende prikpil spuit. Anders beschermt de prikpil niet meer tegen zwanger worden.
Bloedverlies

Wat doet de prikpil met mijn ongesteldheid?

De eerste maanden kan je onregelmatig ongesteld zijn.
Daarna verdwijnt je ongesteldheid. Of je houdt onregelmatig een beetje bloedverlies.

Als je stopt met de prikpil kan het 6 tot 12 maanden duren voordat je weer regelmatig ongesteld wordt.

Bijwerkingen

Wat zijn bijwerkingen en nadelen van de prikpil?

Vooral na de 1e prik kun je 1 of meer bijwerkingen hebben, bijvoorbeeld:

  • hoofdpijn
  • pijn in je borsten
  • puistjes
  • haaruitval
  • lichte somberheid
  • zwaarder worden

Je kunt ook nergens last van hebben. Als je wel bijwerkingen hebt, verdwijnen ze vaak na de 2e prik.

Als je stopt met de prikpil kan het 6 tot 12 maanden duren voordat je weer ongesteld wordt. Dus kan het ook zo lang duren voordat je weer vruchtbaar bent en zwanger kunt worden.

De prikpil geeft misschien meer kans op trombose (klonten bloed in je bloedvat).

De prikpil die de assistente spuit en de prikpil die je zelf spuit, hebben dezelfde bijwerkingen.
De prikpil die je zelf spuit kan de huid irriteren (op de plek waar je geprikt hebt).
De prikpil die je zelf spuit is ook duurder.

Voor wie niet geschikt?

Voor wie is de prikpil niet of minder geschikt?

De prikpil is niet of minder geschikt in deze gevallen:

  • Als je geen prik wilt.
  • Als het je niet lukt om steeds op tijd een nieuwe prik te halen (dat moet om de 12 of 13 weken).
  • Als je jonger dan 18 bent. Je botten groeien dan nog. Met de prikpil worden je botten misschien minder sterk.
  • Als je snel na het stoppen met de prikpil zwanger wilt worden. Na het stoppen kan het 6 tot 12 maanden duren voordat je weer ongesteld wordt en vruchtbaar bent.
  • Als je een hoger risico op trombose (klont bloed in een bloedvat) hebt.
    Bijvoorbeeld als je een keer een trombosebeen of longembolie hebt gehad. Of als trombose in je familie vaak voorkomt.
  • Als je al een hart- en vaatziekte hebt (gehad). Bijvoorbeeld een hartinfarct, beroerte of etalagebenen.
  • Als je een hoog risico hebt om een hart- of vaatziekte te krijgen. Bijvoorbeeld je rookt en bent ouder dan 35.
  • Als je borstkanker hebt of hebt gehad.
    Of als je drager bent van het borstkanker-gen BRCA1 of BRCA2.
    Of als er veel borstkanker in je familie voorkomt.

Bespreek met je huisarts of de prikpil geschikt is voor jou.

Meer informatie
Deze tekst is aangepast op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?