Ik heb een voedselinfectie

In het kort

In het kort

  • Bacteriën in voedsel kunnen een voedselinfectie veroorzaken, vooral als voedsel te warm en te lang bewaard wordt.  
  • U krijgt na enkele uren buikpijn, misselijkheid, braken en diarree.
  • Drink voldoende om uitdroging te voorkomen.
  • Als u maar 1 of 2 keer heeft overgegeven, kunt u rustig even afwachten.
  • Moet u vaak overgeven en heeft u ook diarree? Neem dan iedere 5 of 10 minuten een slokje water, een lepeltje thee of een lepeltje ORS .  
  • U kunt eten waar u trek in heeft en wat goed valt.
  • Was uw handen na ieder toiletbezoek en voordat u eten klaarmaakt.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Videos

Videos

Beschrijving

Wat is een voedselinfectie?

Een voedselinfectie is een maag/darminfectie veroorzaakt door een bacterie, virus of parasiet. Voedselinfecties door parasieten geven meestal weinig ziekteverschijnselen. 

Op rauw voedsel zitten altijd wel bacteriën. De meeste van die bacteriën kunnen geen kwaad. Van sommige bacteriën kunt u ziek worden. Vooral als voedsel (zoals vlees en vis) te lang en te warm bewaard wordt, krijgen bacteriën meer kans om een voedselinfectie te veroorzaken. 

Verschijnselen

Wat zijn de verschijnselen van een voedselinfectie?

Een voedselinfectie begint meestal met buikpijn of buikkrampen. U wordt misselijk, gaat braken en krijgt diarree. U kunt zich wat draaierig of licht in het hoofd voelen. Sommige bacteriën veroorzaken hoofdpijn, spierpijn en koorts. Een aantal bacteriën, zoals de Salmonella bacterie, kunnen zelfs bloed in de ontlasting veroorzaken.

De klachten beginnen een uur of 8 nadat u het besmette voedsel heeft gegeten. De meeste voedselinfecties zijn na 1 tot 3 dagen weer voorbij.

Oorzaken

Waardoor krijg ik een voedselinfectie?

De meeste voedselinfecties komen door bacteriën. Voorbeelden van dat soort bacteriën zijn:

  • Salmonella: komt voor op rauwe kip, rauw kalfsvlees of rauw varkensvlees. Soms zit het in eieren en melk. Het kan zelfs op groente en fruit zitten.
  • Campylobacter: zit vooral op rauwe kip.
  • Listeria: zit soms op rauw vlees, rauwe vis (sushi, oesters) en in kaas van rauwe (ongepasteuriseerde) melk.
  • E-coli: kan op rauw vlees (gehakt, hamburger) zitten en ook op rauwe groente.

U krijgt een voedselinfectie als dit soort bacteriën in uw darm komen en zich daar vermenigvuldigen. Hoe komen die bacteriën in uw darm? Wat voorbeelden:

  • U snijdt rauwe kip en bakt die netjes gaar, maar op de snijplank snijdt u daarna tomaten. De bacteriën van de rauwe kip komen nu op de tomaten en u eet tomaten met deze bacteriën erop. 
  • U koopt kant en klare sushi bij de supermarkt en laat het twee dagen buiten de koelkast staan. Eventuele bacteriën krijgen zo de tijd om te groeien en door de warmte groeien ze ook sneller.
  • U gaat eieren bakken, breekt wat eieren in tweeën en laat de inhoud in de pan glijden. Daarna likt u zonder na te denken aan uw vingers en eet u dus rauwe ei met misschien wel salmonella.
  • U koopt biologische sla. Op de sla zitten E-coli bacteriën uit de biologische mest. U wast de sla niet echt grondig, waardoor er wat bacteriën op de sla blijven zitten.
  • U barbecuet en er liggen wat kipsaté's in de zon. Bacteriën zijn dol op warmte en vermenigvuldigen zich. U legt de saté's op de barbecue en likt de marinade van uw vingers. Zo krijgt u de bacteriën binnen.
  • U verhit de kipsaté niet lang genoeg en eet een halfgare saté op. Ook zo komen bacteriën bij u naar binnen.
  • Achterin een vak bij uw buurtsuper ligt verpakte vis die over de datum is. U heeft niet op de datum gelet en gooit hem thuis in de pan. 
  • U heeft al een voedselinfectie en wast uw handen niet nadat u naar het toilet bent geweest. De bacteriën van de voedselinfectie zitten dan op uw handen. Vervolgens geeft u iemand een hand. Diegene kan nu ook ziek worden door even met zijn hand in de mond te zitten. Bijvoorbeeld tijdens flossen of het stokeren van zijn tanden.
Hoe voorkomen?

Hoe kan ik een voedselinfectie voorkomen?

  • Was uw handen na ieder toiletbezoek, voordat u eten klaar maakt en voordat u aan tafel gaat. Was uw handen ook na het aanraken van rauw vlees of rauwe vis. Was uw handen ook voordat u uw gebit gaat reinigen met flos of tandenstokers.
  • Was groente en fruit goed af onder de kraan. Groente of fruit dat u rauw eet, kunt u zelfs heel even onder de hete kraan afspoelen. Bij sla is dat misschien lastig, maar bij bijvoorbeeld appels, tomaten en komkommers kan dat geen kwaad voor de 'bite', smaak en frisheid.
  • Zorg vooral dat bacteriën op rauwe vis en rauw vlees niet op andere voedingsmiddelen terecht komen. Houd voedingsmiddelen tijdens het koken apart van elkaar. Gebruik voor vlees, vis en groente aparte snijplanken en messen. 
  • Verhit vlees, vis en schelpdieren liefst tot het helemaal gaar is.
  • Koop voedingsmiddelen die u rauw eet (sushi, oesters, carpaccio, tartaar) alleen in winkels waar ze hygiënisch werken. Bewaar ze goed gekoeld en liefst niet langer dan één dag. Maakt u gerechten als sushi en carpaccio zelf klaar? Zorg dan extra goed voor schone handen, een schoon aanrecht, schone snijplanken en messen. Zet het eten direct na het bereiden in de koeling of serveer het direct. 
  • Rauwe melk kunt u beter koken voor u het drinkt. Dit geldt ook voor kraanwater in tropische landen.
  • Controleer altijd de houdbaarheidsdatum en lees de bewaaradviezen van bederfelijke etenswaren. Vis, vlees en schelpdieren zijn niet meer veilig na de houdbaarheidsdatum. 
  • Laat een volle boodschappentas niet staan. Zet voedingsmiddelen die gekoeld moeten worden direct in de koelkast.
  • Laat bij een barbecue alles wat bederfelijk is, zo lang mogelijk in de koeling. Is er geen koelkast in de buurt, neem dan een koeltas mee.
  • Zet kliekjes direct in de koeling en bewaar ze maximaal 2 dagen. Gooi ze daarna weg. Etensresten waar rauw vlees of rauwe vis in zit gooit u meteen weg. Resten van afhaalmaaltijden kunt u beter niet bewaren. 
Overgeven en diarree

Adviezen bij overgeven en diarree

  • Als u maar één of twee keer heeft overgegeven, kunt u rustig even afwachten.
  • Als u vaak moet overgeven en ook diarree heeft, kunt u veel vocht verliezen. Neem dan iedere 5 of 10 minuten een slokje water of een lepeltje thee. 
  • Bij vaak overgeven en heftige diarree verliest u niet alleen veel vocht maar ook zouten. U kunt een speciaal drankje (ORS ) nemen om dit verlies aan te vullen en uitdroging tegen te gaan. Blijft u overgeven, neem dan toch elke 5 tot 10 minuten een eetlepel ORS. Er blijft altijd meer binnen dan u denkt. 
  • U mag eten waar u trek in heeft en wat goed valt. 
  • Bij buikkrampen kunt u het beste kleine porties eten. Wanneer er iets in uw maag komt, worden uw darmen automatisch ook geprikkeld. Soms ontstaat daardoor weer een golf van diarree. Dat betekent niet dat u iets verkeerds gegeten heeft, maar dat uw maag en darmen nog gevoelig zijn. Ook als u veel achter elkaar drinkt, kunt u direct aandrang voelen.
  • Duurt de diarree langer dan 7 dagen of komt het weer terug? Gebruik dan tijdelijk geen dranken zoals melk, appelsap, frisdranken en light producten. De darmen verdragen deze dranken tijdelijk minder goed na een infectie. 

Door de diarree en het overgeven kan het zijn dat uw lichaam eventuele medicijnen die u dagelijks gebruikt niet goed opneemt. Bel dan uw huisarts om te overleggen. 

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Medicijnen

Medicijnen bij voedselinfectie

Meestal zijn er bij voedselinfectie geen medicijnen nodig. 

  • ORS
    Bij overgeven en hevige diarree kunt u ORS gebruiken om uitdroging te voorkomen. ORS is een drankje met speciale suikers (glucose) en zouten die het lichaam nodig heeft om vocht op te nemen en vast te houden. ORS is verkrijgbaar als kant-en-klare drank of als oplospoeder waarmee u het drankje zelf kunt maken. Lees de bijsluiter en volg de gebruiksaanwijzing. Blijft u overgeven, neem dan toch elke 5 tot 10 minuten een eetlepel. Er blijft altijd meer binnen dan u denkt.
     
  • Stopmiddelen
    Bij diarree kunt u eventueel het 'stopmiddel' loperamide gebruiken. Loperamide zorgt ervoor dat de ontlasting minder vaak komt. Het kan wel verstopping veroorzaken en het versnelt de genezing niet. Gebruik het middel niet als u koorts heeft of als u bloederige diarree heeft. Loperamide mag u niet gebruiken als u zwanger bent of borstvoeding geeft. Geef geen loperamide aan kinderen jonger dan 8 jaar.
     
  • Medicijnen tegen misselijkheid
    Tegen misselijkheid wordt wel domperidon of metoclopramide  gebruikt. De werking is niet bewezen. Vaak hebben ze bijwerkingen zoals hartkloppingen en spiertrekkingen, vooral bij kinderen. Daarom geven artsen het alleen als er geen andere oplossing is.
     
  • Antibiotica
    Bij voedselinfectie worden zelden antibiotica gebruikt. Bij sommige bacteriën, zoals de campylobacter, worden wel antibiotica gegeven als iemand al erg ziek of verzwakt is of hoge koorts heeft met bloederige diarree.

 

domperidon

Domperidon stimuleert de bewegingen van de maag en het eerste deel van de darmen en versnelt de passage van voedsel van de maag naar de darmen.

Artsen schrijven het voor bij misselijkheid en braken. Soms schrijven artsen het ook voor bij maagklachten, misselijkheid bij migraine, problemen bij borstvoeding en een bepaalde vorm van lage bloeddruk bij de ziekte van Parkinson.

Bron: Apotheek.nl

loperamide

Loperamide remt de bewegingen van de darmen en zorgt voor samentrekking van de anus.

Het wordt gebruikt bij diarree.

Bron: Apotheek.nl

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl

metoclopramide

Metoclopramide werkt tegen misselijkheid en braken. Verder zorgt metoclopramide ervoor dat voedsel minder lang in uw maag blijft. Daardoor voelt u zich ook minder misselijk.

Artsen schrijven het voor bij misselijkheid en braken en bij migraine.

Bron: Apotheek.nl
Werk of school

Wanneer kan ik weer aan de slag?

De meeste mensen gaan weer aan het werk zodra de klachten over zijn. Dat is meestal prima, behalve: 

  • Wanneer het uw werk is om voedsel voor anderen klaar te maken.
  • Wanneer u mensen verzorgt die ziek of verzwakt zijn.

Overleg in dat geval met uw bedrijfsarts of leidinggevende of u alweer kunt werken. Want ook als de klachten al weg zijn, kan iemand nog besmettelijk zijn.
Informatie over bacteriën en hun besmettelijkheid vindt u bij het RIVM.

Kinderen kunnen gewoon naar school of kinderopvang als ze zich beter voelen. Het is dan een mooi moment waarop de leerkracht of leiding nog eens met de kinderen kan bespreken hoe belangrijk het is om de handen te wassen na toiletbezoek.

Wanneer contact?

Wanneer contact opnemen bij diarree?

Neem contact op met uw huisarts in deze situaties:

  • U gaat zich suf voelen, begint in de war te raken of denkt dat u gaat flauwvallen.
  • De waterdunne diarree (6 keer of meer per dag) duurt 3 dagen of langer.
  • U bent ouder dan 70. Neem dan al contact op na 1 dag diarree, zeker als u er koorts bij heeft.
  • U bent ouder dan 70 jaar en heeft al langer dan 8 uur niet geplast.
  • U gebruikt plastabletten of medicijnen tegen hoge bloeddruk. Soms raadt uw huisarts aan deze tijdelijk te stoppen. 
  • U blijft overgeven.
  • U drinkt weinig.
  • U heeft erge dorst.
  • U heeft een dag niet meer geplast.
  • U heeft voortdurend buikpijn.
  • Er zit bloed of slijm bij de ontlasting.
  • De diarree is na een week niet minder geworden.

De huisarts kijkt dan of verder onderzoek nodig is.

Heeft u een kind met diarree? Lees dan daar verder.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Meer informatie

Meer informatie over voedselinfectie

Kijk voor meer informatie over voedselinfectie op de website van het RIVM of op de website van het voedingscentrum.

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.