Mijn kind gebruikt medicijnen die de afweer minder maken. Welke vaccinaties mogen dan?
In het kort
- Reuma-medicijnen maken de afweer minder.
- Vaccinaties zijn belangrijk als je kind reuma-medicijnen gebruikt.
- Door de reuma-medicijnen mag je kind niet alle vaccinaties hebben. Of moet het de vaccinaties op een ander moment krijgen. Of vaker krijgen.
- Met de arts van je kind bespreek je welke vaccinaties je kind mag hebben. En wanneer.
Welke medicijnen maken de afweer minder?
Medicijnen die de afweer minder maken, zijn bijvoorbeeld methotrexaat of infliximab . Deze medicijnen zorgen ervoor dat je kind geen ontstekingen krijgt. Bijvoorbeeld in de gewrichten. Of in de huid of darmen.
Dit zijn reuma-medicijnen. Je kind krijgt ze bijvoorbeeld bij deze ziektes:
- jeugdreuma
- reumatoïde artritis
- sarcoïdose
- systemische lupus erythematodes (SLE)
- spondyloartritis
- ziekte van Crohn
- colitis ulcerosa
- psoriasis of artritis psoriatica
infliximab
Infliximab onderdrukt afweerreacties van het lichaam. Het hoort tot de TNF-alfa-remmers, dat zijn medicijnen tegen ontstekingen. Infliximab is een zogenaamde biological. Dit betekent dat het door levende cellen in celkweken wordt gemaakt.
Artsen schrijven het voor bij reumatoïde artritis, de ziekte van Bechterew, psoriasis en bij de chronische darmziekten ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.
Het wordt soms gebruikt bij oogontsteking binnen in het oog (uveïtis) en bij sarcoïdose.
methotrexaat
Medicijnen die de afweer minder maken en vaccinaties
Als je kind reuma-medicijnen gebruikt, is het belangrijk om je kind goed te beschermen tegen infecties. Bijvoorbeeld tegen griep, of een kinderziekte zoals mazelen of kinkhoest.
Je kind heeft een grotere kans om deze ziektes te krijgen. En ook een grotere kans om er erg ziek door te worden. Dit komt doordat de reuma-medicijnen de afweer van je kind minder maken.
Welke vaccinaties en wanneer
Welke vaccinaties je kind nodig heeft, bespreek je met de arts van je kind (kinder-reumatoloog). Je bespreekt ook wanneer je kind deze vaccinaties mag krijgen. Dit hangt af van veel dingen:
- Sommige vaccinaties werken niet goed als je kind net reuma-medicijnen heeft gehad. Dan moet er genoeg tijd zitten tussen het reuma-medicijn en de vaccinatie.
- Soms moet je kind een extra vaccinatie krijgen.
- En er zijn ook vaccinaties die je kind niet mag hebben als het reuma-medicijnen gebruikt. Dan kan je kind de vaccinatie beter krijgen voordat die begint met reuma-medicijnen. Bijvoorbeeld de prik tegen waterpokken.
- Je kind kan de vaccinaties het beste krijgen als de ziekte rustig is. Dan werken ze het best.
Voordat je kind begint met reuma-medicijnen, maak je met de arts een plan voor de vaccinaties van je kind. En daarna elk jaar opnieuw.
Welke vaccinaties en prikken mag je kind?
Deze vaccinaties en prikken mag je kind hebben:
Griepprik
Het is belangrijk dat je kind elk jaar in de herfst een griepprik krijgt. Je kind krijgt hiervoor een oproep van de huisarts.
Prikken tegen kinderziektes
Alle kinderen in Nederland krijgen uitnodigingen voor prikken tegen kinderziektes. Dit is het Rijksvaccinatieprogramma. Deze prikken zijn belangrijk als je kind reuma-medicijnen gebruikt.
De meeste prikken mag je kind krijgen. Soms is het nodig dat je kind de prikken op een ander moment krijgt. Of juist dat je kind een extra prik krijgt. Je bespreekt dit met de arts.
De eerste prik tegen bof, mazelen en rode hond mag je kind meestal niet krijgen. De tweede prik kan soms wel. De arts bespreekt dit met je.
Lees meer over prikken tegen kinderziektes.
Vaccinaties tegen ziektes op reis
Je kind mag de meeste reis-prikken krijgen. Sommige vaccinaties mogen niet, bijvoorbeeld die tegen gele koorts en dengue.
Gaat je kind op reis? Maak minstens 6 maanden voor vertrek een afspraak met de arts van je kind in het ziekenhuis om over reis-prikken te praten. Je kind krijgt de vaccinaties via de GGD of op een andere plek waar je reis-prikken kunt krijgen.
Prik tegen tetanus bij een wond
Als dat nodig is, mag je kind een prik tegen tetanus bij een wond. Je kind krijgt de prik dan meestal bij de huisarts.
Corona-prik
De arts bespreekt met je of je kind een corona-prik nodig heeft. Je kind krijgt de prik via de GGD.
Prik tegen waterpokken
Heeft je kind nog geen waterpokken gehad? Dan krijgt je kind een prik tegen waterpokken.
Is het niet zeker of je kind waterpokken heeft gehad? Dan is soms een bloedtest nodig om dit zeker te weten. De arts van je kind bespreekt dit met je.
Je kind kan deze prik krijgen als het 1 jaar of ouder is. Meestal moet je de prik zelf betalen.
Welke vaccinaties en prikken mag je kind niet?
Je kind mag geen vaccinaties hebben waar een klein beetje van een levend virus in zit. Doordat de afweer van je kind minder is, kan het erg ziek worden van deze vaccinaties.
Dit zijn vaccinaties met een beetje van een levend virus erin:
- de prik tegen bof, mazelen en rode hond (BMR)
- de prik tegen gele koorts en dengue (reis-ziektes)
- de prik tegen tuberculose (tbc)
- de prik tegen waterpokken
Soms is het toch nodig dat je kind 1 van deze prikken krijgt. Bijvoorbeeld als je kind geen waterpokken heeft gehad. Of als er bij je in de buurt veel mensen met mazelen zijn. De arts bekijkt dan of je kind deze prik kan krijgen. En wanneer. Soms kan je kind de prik krijgen voordat het met reuma-medicijnen begint. Of misschien kan je kind even stoppen met de reuma-medicijnen.
Bij sommige reuma-medicijnen mag je kind de tweede BMR-prik en de prik tegen waterpokken wel.
Waar kan je kind een vaccinatie of prik krijgen?
Waar je kind de prik krijgt, hangt af van welke prik het is.
Vaccinaties tegen kinderziektes
De vaccinaties tegen kinderziektes krijgt je kind op het consultatiebureau of bij de jeugdgezondheidszorg bij jullie in de buurt. Meestal krijgt je kind een brief met een uitnodiging. In de brief staat wanneer en waar je kind de prik kan halen. En hoe je de afspraak kunt verzetten.
Vaccinaties tegen ziektes in verre landen
De vaccinaties tegen ziektes in verre landen haal je bij de GGD of op een andere plek waar je reis-prikken kunt krijgen.
Je kunt online een afspraak maken bij de GGD. Of kijk bij het LCR waar je naartoe kunt voor de reis-prikken.
Corona-prik
Heeft je kind een corona-prik nodig? Bel 0800-7070 om een afspraak te maken. Je kind krijgt de prik bij de GGD bij jullie in de buurt.
Griepprik
De griepprik krijgt je kind bij de huisarts. Je kind krijgt hiervoor in het najaar een uitnodiging.
Waar moet je op letten als je kind reuma-medicijnen gebruikt en vaccinaties nodig heeft?
Let op deze dingen:
Welke vaccinaties en wanneer
Schrijf deze dingen op:
- welke vaccinaties je kind heeft gehad
Bij het RIVM kun je zien welke vaccinaties je kind heeft gekregen. Log in met de DigiD van je kind. - welke vaccinaties je kind nog moet krijgen
- wanneer je kind een prik heeft gehad
- welke prikken uitgesteld zijn
Bespreek de vaccinaties met de arts in het ziekenhuis
Bespreek de dingen die hierboven staan elk jaar met de arts. Dit kun je bijvoorbeeld bespreken:
- Krijgt je kind een uitnodiging voor een prik? Overleg dan met de arts wat een goed moment is voor de prik.
- Ga je met je kind op reis naar een ver land? Bespreek dit minstens 6 maanden van tevoren met de arts.
- Vraag aan de arts van je kind of er vaccinaties zijn die je kind heeft gemist. En wat het beste moment is om die toch nog te halen.
Pijn en prikangst
Als je kind reuma-medicijnen gebruikt, krijgt het meestal al veel prikken. Dan kan het extra moeilijk zijn om ook vaccinaties te krijgen. Misschien heeft je kind prikangst. Of doen de vaccinaties meer pijn.
Wat kun je doen?
- Vertel je kind wat het kan verwachten. Bijvoorbeeld waar je kind de vaccinatie krijgt en hoe het gaat.
- Vraag wat je kind zelf wil tijdens de prik. Wil het op schoot? Of liever zelf zitten of liggen?
- Bedenk samen wat je kind kan afleiden. Bijvoorbeeld speelgoed, een spelletje, muziek of een filmpje op de telefoon.
- Zorg dat je kind op de dag van de prik genoeg heeft gegeten en gedronken.
- Is je kind erg bang? Bel dan van tevoren naar de plek waar je kind de prik krijgt en vertel erover. Je kind krijgt dan extra tijd en aandacht. Vaak kan je kind de prik ook in een andere ruimte krijgen. Of mag je kind liggen tijdens de prik.
- Vraag de arts in het ziekenhuis om een recept voor zalf die verdooft. Smeer dat van tevoren op de huid van je kind.
- Vertel de arts ook over de angst. Vaak zijn er in het ziekenhuis mensen die je kind kunnen helpen. Dit zijn pedagogisch medewerkers.
Wanneer bellen als je kind medicijnen gebruikt die de afweer minder maken?
Stuur de arts van je kind direct een berichtje of bel het spoednummer bij deze dingen:
- Je kind heeft geen prik tegen mazelen gehad. En je kind is in de buurt geweest van iemand met mazelen.
- Je kind heeft geen waterpokken gehad en ook geen vaccinatie tegen waterpokken. En je kind is in de buurt geweest van iemand met waterpokken.
Bij deze dingen kun je op werkdagen de arts van je kind een berichtje sturen. Of bellen:
- Je twijfelt of je kind een prik nodig heeft. Bijvoorbeeld tegen kinderziektes.
- Je weet niet zeker of je kind een prik wel of niet mag krijgen. En op welk moment.
- Je kind is heel bang voor prikken.
- Je kind gaat op reis naar een ver land en heeft hiervoor prikken nodig. Bel minstens 6 maanden voor vertrek.
Meer informatie over reuma-medicijnen en prikken
- Informatie over hoe je met je kind kunt praten over de prikken: folder van Stichting Kind & Zorg en anderen
- Informatie voor kinderen met jeugdreuma: Jeugdreuma Vereniging Nederland
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor artsen over reuma-medicijnen en prikken.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 29 jun 2026