Mijn kind krijgt prikken of druppels tegen ziektes. Hoe gaat dat?
In het kort
- Je kind krijgt uitnodigingen voor prikken of druppels tegen ziektes.
- Ze beschermen tegen 14 heel erge ziektes.
- Meestal krijgt je kind prikken, tegen ernstige buikgriep druppels.
- De prikken en druppels zijn veilig.
- Na de prikken of druppels kan je kind koorts krijgen of moe zijn.
Tegen welke ziektes krijgt je kind prikken en druppels?
Alle kinderen in Nederland krijgen uitnodigingen voor prikken en druppels. Dit is het Rijksvaccinatieprogramma. De vaccinaties beschermen je kind tegen deze ziektes:
- RS-virus
- rotavirus
- difterie
- kinkhoest
- tetanus
- polio
- Haemophilus influenzae type b
- hepatitis B
- pneumokokken
- bof
- mazelen
- rodehond
- meningokokken ACWY
- HPV
Meestal zit zo'n vaccin in een prik. Tegen ernstige buikgriep krijgt je kind druppels in de mond.
Waarom is het belangrijk dat je kind de prikken en druppels krijgt?
Je kind krijgt prikken en druppels tegen 14 ziektes. Deze ziektes kunnen gevaarlijk zijn.
Je kind beschermen
Vaccineren maakt de kans kleiner dat je kind 1 van deze ziektes krijgt. Krijgt je kind zo'n ziekte toch, dan wordt het meestal niet erg ziek.
Ook anderen beschermen
Met de prikken en druppels help je ook andere kinderen en volwassenen. Hoe meer kinderen de prik krijgen, hoe minder kinderen de ziekte krijgen. En hoe kleiner de kans is om anderen te besmetten.
Dit helpt ook heel jonge baby's die de prikken nog niet kunnen krijgen. Of volwassenen die minder afweer hebben. Oudere mensen bijvoorbeeld.
Wanneer kan je kind de prikken en druppels krijgen?
De eerste uitnodiging krijgt je kind kort na de geboorte. De laatste uitnodiging volgt als je kind ongeveer 14 jaar is. Tot 18 jaar kan je kind eerder gemiste prikken nog krijgen.
Van 0 tot en met 1 jaar
In het eerste jaar kan je baby deze prikken en druppels krijgen:
- prik tegen het RS-virus
- druppels tegen het rotavirus
- prik tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, haemophilus influenzae type b en hepatitis B
- prik tegen pneumokokken
Van 1 tot en met 14 jaar
Deze prikken kan je kind van 1 tot en met 14 jaar krijgen:
- prik tegen bof, mazelen en rode hond
- prik tegen meningokokken ACWY
- prik tegen difterie, tetanus, kinkhoest of polio
- prik tegen HPV
Op de website van het Rijksvaccinatieprogramma zie je alle prikken en druppels die je kind kan krijgen.
Hoe werken de prikken en de druppels tegen ziektes?
De prikken en druppels maken de afweer van je kind sterk. Daardoor is je kind veel beter beschermd tegen ziektes.
Zo werken de prikken en druppels
De prikken en druppels zijn een vaccin. 1 van deze dingen zit er in zo'n vaccin:
- dode of zwakke stukjes van een virus of bacterie
- levende hele virussen die zwak zijn gemaakt
- een beetje gif van een bacterie dat ongevaarlijk is gemaakt
Het vaccin komt in je lichaam. Dan gaat je lichaam stofjes maken tegen de ziekte. Dat zijn afweerstoffen. Raakt je kind later besmet met de ziekte? Dan herkent het lichaam de bacterie of het virus. En ruimt dit op. Daardoor is de kans veel kleiner dat je kind ziek wordt. Wordt je kind toch ziek? Dan zijn de klachten vaak minder erg.
RS-prik werkt anders
De prik tegen het RS-virus werkt iets anders: in deze prik zitten al afweerstoffen tegen het virus. Het lichaam van je kind hoeft die niet zelf te maken.
Andere stofjes
Er zitten ook andere stofjes in de prikken en druppels:
- stofjes die de afweer extra sterk maken
- stofjes waardoor de prik goed blijft
- stofjes die nodig zijn om de prik te maken
Wanneer kan je kind de prikken en druppels niet of beter later krijgen?
Soms kan je kind de prikken en druppels niet krijgen. Of is het beter om ze later te krijgen. In deze situaties is dat zo:
Niet krijgen
Je kind kan de druppels niet krijgen in 1 of meer van deze situaties:
- Je baby is jonger dan 6 weken of ouder dan 24 weken.
- Je kind heeft een ziekte aan de darmen. Of iets in de darmen is anders dan bij andere kinderen.
- Je kind kan niet goed tegen 1 van de stoffen in de druppels. Of een broer, zus of jij als ouder kan niet goed tegen 1 van de stoffen (intolerant).
Je kind kan de druppels en prikken ook niet krijgen als je kind allergisch is voor 1 van de stoffen erin.
Later krijgen
Overleg in deze situaties met het consultatie-bureau of de Jeugd-gezondheidszorg of je kind de prik of druppels later moet krijgen:
- Je kind heeft koorts: 38 graden of hoger.
- Je kind heeft minder afweer door een ziekte of medicijnen. Zoals medicijnen tegen reuma.
- Je kind krijgt een operatie op de dag van de prik. Of binnen 2 dagen na de prik.
- Je kind heeft epilepsie.
- Je kind krijgt prikken tegen een allergie, zoals tegen hooikoorts (immuun-therapie).
Is je kind een beetje verkouden? Of heeft het een beetje diarree? Dan kan je kind de prikken en druppels meestal wel krijgen. Dit is ook zo als je kind waterpokken heeft of medicijnen slikt tegen ontstekingen door een bacterie (antibiotica).
Bij twijfel
Twijfel je of je kind de prik mag krijgen? Vraag het aan het consultatie-bureau of de Jeugd-gezondheidszorg in jouw buurt. Of aan de arts in het ziekenhuis, als je kind daar in behandeling is.
Hoe krijgt je kind de prikken en druppels tegen ziektes?
Zo krijgt je kind de prikken en druppels:
Druppels
Je kind krijgt de druppels als baby. Je houdt je baby op schoot. De arts of verpleegkundige doet een paar druppels in de mond van je baby. Als je baby die doorgeslikt heeft, geeft de arts weer een paar druppels. Net zo lang tot de tube met druppels leeg is.
Prikken
Je kind krijgt 1 of 2 prikken per keer. Is je kind nog klein? Dan zit je kind bij je op schoot. Meestal krijgt je kind de prik in het bovenbeen. Soms in de bovenarm.
Grotere kinderen kiezen zelf waar ze willen zitten. Je kind krijgt de prik dan meestal in de bovenarm. Zorg dat je kind losse bovenkleding aan heeft. Bijvoorbeeld een T-shirt of vest. Zo kan de verpleegkundige makkelijk bij de bovenarm.
Je kind helpen tijdens de prik
Vooral kleinere kinderen kunnen door de prik even schrikken of pijn hebben. Je kind afleiden kan dan helpen. Bijvoorbeeld zo:
- Laat je baby op een speen of vinger zuigen.
- Geef je baby borstvoeding of flesvoeding.
- Geef je kind speelgoed.
- Laat je kind naar muziek luisteren.
- Laat je kind een filmpje op je telefoon zien.
- Laat je kind blazen. Bijvoorbeeld bellen blazen. Of tegen een windmolentje blazen.
Flauwvallen
Sommige oudere kinderen vallen flauw. Ze vinden de prik erg spannend. Zorg dat je kind voor de prik eet zoals het altijd eet. Ook muziek luisteren tijdens de prik kan helpen. Muziek geeft afleiding en maakt de spanning minder.
Alleen of samen de prik halen
Kinderen van 14 jaar mogen de prik alleen halen of iemand meenemen.
Jongere kinderen moeten samen met een volwassene de prik halen.
Bijwerkingen van de prikken en druppels tegen ziektes
Je kind kan bijwerkingen krijgen na een prik of de druppels.
Na de druppels
Na de druppels kan je baby diarree of buikpijn krijgen. Ook kan je baby wat meer huilen of slechter slapen dan je gewend bent.
Na een prik
Na een prik is je kind misschien moe en wil het niets doen. Je kind kan pijn hebben op de plek van de prik. Ook kan je kind koorts krijgen. Vaak begint de koorts op de dag van de prik.
Van de prik tegen het RS-virus krijgen baby's bijna nooit bijwerkingen. En de prik tegen bof, mazelen en rodehond (BMR-prik) geeft vaak pas later klachten: tussen 5 en 12 dagen na de prik. Je kind kan vlekjes op de huid, hoofdpijn of koorts krijgen.
Bijwerkingen zijn vervelend, maar bijna nooit erg. Ze gaan vanzelf weg. Lees meer over klachten na prikken of druppels tegen ziektes.
Erge bijwerkingen vaccinatie: bijna nooit
Heel soms krijgt een kind een erge klacht na een prik tegen ziektes. Bijvoorbeeld een koortsstuip. Bel dan direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost.
Zijn de prikken en druppels veilig?
De prikken en druppels zijn heel goed getest. Daardoor is bekend dat ze veilig zijn. Er zijn geen bijwerkingen bekend die niet meer weggaan.
Sommige mensen denken dat een kind autisme kan krijgen door de prikken. Dit is niet waar. Dit is goed onderzocht: prikken en autisme hebben niets met elkaar te maken.
Hoe krijgt je kind een afspraak voor prikken of druppels?
Je krijgt een brief van het RIVM. Daarvoor hoef je zelf niets te doen. Met de brief wordt je kind uitgenodigd voor een prik of de druppels.
- Kinderen jonger dan 4 jaar krijgen de prikken meestal op het consultatiebureau.
- Kinderen ouder dan 4 jaar krijgen de prikken vaak tegelijk met andere kinderen uit de regio. Bijvoorbeeld in een sporthal.
Heb je vragen of wil je een afspraak verzetten? Vraag het aan het consultatiebureau of de Jeugd-gezondheidszorg in jouw buurt. Hier kun je die vinden:
Meer informatie over prikken tegen ziektes
Op deze websites vind je meer informatie over prikken en druppels tegen ziektes:
- Het Rijksvaccinatieprogramma
- Jeugd-gezondheidszorg in jouw regio. Hier kun je ook je vragen stellen.
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met informatie van het RIVM.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 28 mei 2026