Ik heb een grotere kans dat ik veel bloed verlies bij de bevalling
In het kort
- Je hebt een grotere kans om veel bloed te verliezen bij de bevalling bij bijvoorbeeld 1 of meer van deze dingen:
- Je hebt bij een vorige bevalling veel bloed verloren.
- Je baby is groot of je krijgt meer dan 1 kind.
- Je hebt een hoge bloeddruk tijdens je zwangerschap.
- Denk samen met je arts na over een behandelplan voor als je veel bloed verliest.
Hoeveel bloed verliezen is normaal bij een bevalling?
Bij een bevalling verlies je bloed. Dit komt door de wond in je baarmoeder op de plek waar de placenta vastzat. De meeste vrouwen verliezen minder dan een halve liter bloed bij een bevalling.
Na een keizersnede kun je iets meer bloed verliezen, tot 1 liter. Dat komt doordat je 2 wonden in je baarmoeder hebt: van de placenta en van de keizersnede.
Het is niet erg om minder dan 1 liter bloed te verliezen. Als je gaat bevallen, heb je namelijk wat extra bloed. Dat heb je aangemaakt tijdens de zwangerschap.
Veel bloed verliezen tijdens je bevalling kan gevaarlijk zijn. Artsen noemen dit fluxus. Je hebt dan snel een behandeling nodig.
Hoe komt het dat je veel bloed verliest bij de bevalling?
Je kunt bloed verliezen bij de bevalling door verschillende dingen.
Hoe het normaal gaat
Via de placenta (moederkoek) krijgt je baby zuurstof en voeding. Als je baby is geboren, laat de placenta los. Je baarmoeder trekt samen en de placenta komt via je vagina naar buiten. Je perst hiervoor nog 1 of 2 keer een beetje mee.
Normaal gebeurt dat kort nadat je baby is geboren, maar soms duurt het langer. Bijvoorbeeld als de placenta niet goed loslaat. Of als je baarmoeder niet goed samentrekt.
Op de plek waar de placenta vastzit aan de binnenkant van je baarmoeder, zit een wond. Die wond bloedt als je baarmoeder niet goed samentrekt.
Soms geeft je verloskundige of gynaecoloog je een prik met oxytocine om je baarmoeder beter te laten samentrekken. De wond in je baarmoeder wordt dan sneller kleiner. En meestal verlies je dan steeds minder bloed.
Het is niet erg om minder dan 1 liter bloed te verliezen. Als je gaat bevallen, heb je namelijk wat extra bloed. Dat heb je aangemaakt tijdens de zwangerschap.
Als je meer dan 1 liter bloed verliest
Soms verlies je bij de bevalling 1 liter bloed of meer. Dat kan komen door 1 of meer van deze dingen:
- Je baarmoeder trekt niet goed samen nadat je baby is geboren. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de bevalling lang duurt. Of als je een grote baarmoeder hebt, bijvoorbeeld door een groot kind of tweeling. Het kan ook gebeuren als je veel vruchtwater hebt. Of een vleesboom in je baarmoeder.
- De placenta laat niet los of laat niet goed los. Het duurt dan langer voordat de placenta naar buiten komt.
- Je hebt een ziekte. Bijvoorbeeld een ziekte waardoor je bloed niet goed dik wordt. Of je gebruikt medicijnen, zoals bloedverdunners.
- Je hebt een keizersnede gehad. Daardoor heb je 2 wonden. Een wond waar de placenta vastzat, en een wond waar de arts je baarmoeder heeft opengemaakt.
- Je bent uitgescheurd of ingeknipt.
Wanneer heb je een grotere kans dat je veel bloed verliest bij de bevalling?
Je hebt een grotere kans dat je veel bloed verliest bij de bevalling door 1 of meer van deze dingen:
Door je gezondheid
- Je bent veel te zwaar.
Je hebt een grotere kans om meer bloed te verliezen als je BMI hoger dan 35 is. Dat getal zegt of je gewicht past bij hoe lang je bent. - Je hebt eerder een hoge bloeddruk gehad.
- Je hebt een ziekte waardoor je bloed te dun blijft.
- Je hebt een vleesboom in je baarmoeder.
Door een eerdere bevalling
- Bij een eerdere bevalling verloor je veel bloed.
- Bij een eerdere bevalling kwam de placenta niet vanzelf los.
- Je hebt een keizersnede gehad.
- Je bent meer dan 3 keer bevallen.
Door deze zwangerschap
- Je baarmoeder is extra uitgerekt. Bijvoorbeeld doordat je een grote baby krijgt, of meer dan 1 baby. Of veel vruchtwater hebt.
- Je verloor bloed na week 12 van je zwangerschap.
- Je hebt vlak voor de bevalling medicijnen gebruikt om je bloed dun te maken (bloedverdunners).
- Je hebt tijdens deze zwangerschap een hoge bloeddruk.
- Je hebt zwangerschaps-vergiftiging. Of je hebt dit gehad.
- Je hebt bloedarmoede na week 26 in je zwangerschap.
- Je gaat misschien te vroeg bevallen, voordat je 31 weken zwanger bent.
- Je bevalling wordt ingeleid. Dat betekent dat je bevalling gestart wordt door je arts of verloskundige.
Je voorbereiden met de arts als je een grotere kans hebt om veel bloed te verliezen bij de bevalling
Heb je een grotere kans om veel bloed te verliezen bij de bevalling? Bespreek dan met je verloskundige of de arts in het ziekenhuis (gynaecoloog) wat jullie nu al kunnen doen.
Genoeg Hb in je bloed
Het is belangrijk dat je genoeg hemoglobine (Hb) in je bloed hebt. Hb brengt zuurstof door je hele lichaam. Je verloskundige of arts kan je Hb een paar keer meten. Je Hb wordt standaard gemeten als je bloedonderzoek krijgt. Dat gebeurt als je 13 en 30 weken zwanger bent.
Als je Hb te laag is, heb je bloedarmoede. Je kunt dan bijvoorbeeld ijzerpillen slikken.
Gezond eten is ook belangrijk. Dan is je lichaam beter voorbereid als je gaat bevallen en misschien bloed verliest.
Nadenken over extra bloed bij de bevalling
Als je bij de bevalling te veel bloed verliest, kun je extra bloed krijgen. Dit heet een bloedtransfusie. De arts bespreekt dit met je.
Weet je al dat je geen extra bloed wilt? Bespreek dit met je verloskundige of arts. Je krijgt alleen extra bloed als jij dat wilt.
Waar kun je het beste bevallen als je een grotere kans hebt op veel bloedverlies bij de bevalling?
De verloskundige of gynaecoloog geeft je het advies om in het ziekenhuis te bevallen.
Meestal helpt je eigen verloskundige je bij de bevalling. Soms een verloskundige van het ziekenhuis of een arts (gynaecoloog).
Een bevalplan maken
Met je arts kun je een bevalplan maken. Daarin kun je bijvoorbeeld ook een behandelplan maken voor als je veel bloed verliest.
Deze dingen zijn extra belangrijk om nu al over na te denken:
- Waar je gaat bevallen.
- Wie je gaat begeleiden tijdens je bevalling.
- Of je een slangetje in een ader krijgt bij het begin van je bevalling (infuus).
- Of je medicijnen nodig hebt bij de bevalling. En welke medicijnen.
- Of je het goed vindt dat je extra bloed krijgt als dat nodig is (bloedtransfusie).
- Hoe lang je kunt wachten tot de placenta via je vagina naar buiten komt. En dus ook: hoe snel je een behandeling moet krijgen om ervoor te zorgen dat je niet te veel bloed verliest.
Als de bevalling anders gaat
Een bevalling gaat niet altijd zoals je het nu bedenkt. Soms is het tijdens de bevalling nodig om snel een beslissing te nemen.
Je arts bespreekt tijdens de bevalling met jou of je een behandeling wilt. Of met je partner als jij bijvoorbeeld in diepe slaap bent (narcose). Het is dus belangrijk om er nu al over te praten.
Je kunt samen bespreken wat voor jou belangrijk is. Dit kunnen jullie ook in het bevalplan zetten. Zo kan je arts jou zo goed mogelijk helpen.
Wat kun je doen als je bang bent voor de bevalling?
Ben je bang voor de bevalling omdat je een grotere kans hebt om veel bloed te verliezen? Of is je partner of naaste erg bang? Praat erover met je verloskundige of arts.
Samen bespreken jullie hoe je goed voorbereid en zo ontspannen mogelijk kunt bevallen. Je kunt bijvoorbeeld hulp krijgen van een psycholoog, maatschappelijk werker of de praktijkondersteuner bij je huisarts.
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor artsen over bloed verliezen bij de bevalling.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 23 jun 2026