Ik krijg onderzoeken om te weten of ik blaaskanker heb
In het kort
- In het begin merk je meestal niets van blaaskanker.
- Later kun je bijvoorbeeld last krijgen van bloed plassen.
- Om te weten of je blaaskanker hebt, krijg je onderzoeken bij een arts die veel weet over de blaas (uroloog).
- Je arts bespreekt het resultaat van de onderzoeken met je.
Wat kun je merken bij blaaskanker?
In het begin merk je meestal niets van blaaskanker. Vaak krijg je pas klachten als de kanker er al langer zit.
Je kunt bijvoorbeeld deze dingen merken:
- bloed plassen
- een branderig gevoel of pijn bij het plassen
- vaak moeten plassen
- pijn in je zij
- pijn in je onderbuik
- afvallen zonder dat je dat wilt
- een voelbare knobbel in je onderbuik
Heb je 1 of meer van deze klachten? Dan hoeft het niet te betekenen dat je blaaskanker hebt. De klachten kunnen ook door iets anders komen.
In het plaatje hieronder zie je waar je blaas in je lichaam zit.
Welke onderzoeken kun je krijgen om te weten of je blaaskanker hebt?
Als je huisarts denkt dat je misschien blaaskanker hebt, stuurt die je door naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis kom je bij een arts die veel weet over de blaas (uroloog). Daar kun je deze onderzoeken krijgen:
- Onderzoek van je plas (urine). Je levert een potje plas in. Je plas wordt onder de microscoop bekeken om te zien of er kankercellen in zitten.
- Een CT-scan of echo van je blaas en nieren. Je arts kan zo zien hoe je blaas en nieren eruitzien.
Kijkonderzoek in je blaas
Je kunt ook een kijkonderzoek in je blaas krijgen. Dit heet ook wel een cystoscopie. Voor dit onderzoek krijg je eerst een verdovende gel in je plasbuis. Daarna schuift je arts een dunne slang of buis met een camera eraan via je plasbuis naar je blaas. Op een scherm ziet je arts hoe je plasbuis en je blaas er van binnen uitzien. En of er in je blaas iets te zien is wat er niet hoort.
De dagen na het onderzoek kan er nog wat bloed in je plas zitten. Ook kun je vaak het gevoel hebben dat je moet plassen. Of een branderig gevoel hebben bij het plassen. Dit gaat meestal vanzelf weer over.
Kijkoperatie in je blaas
Is er iets in je blaas te zien wat er niet hoort? Dan krijg je een kijkoperatie via je plasbuis. Deze kijkoperatie heet ook wel een TUR-blaas. Je arts haalt zoveel mogelijk weg van wat er niet hoort. In het laboratorium wordt daarna onderzocht of het kanker is en welke soort blaaskanker het is.
Een kijkoperatie is dus een onderzoek en behandeling tegelijk. Lees meer over een kijkoperatie in je blaas.
Wat kan er uit de onderzoeken naar blaaskanker komen?
Je arts bespreekt de uitslag van de onderzoeken met jou. Er zijn verschillende uitkomsten:
Geen blaaskanker
Misschien is er bij de onderzoeken geen blaaskanker gevonden. Je klachten komen dan door iets anders. Je arts bespreekt met je hoe het dan verdergaat.
Blaaskanker in de binnenste laag of lagen van de blaas
Je hebt blaaskanker in de binnenste in de binnenste laag of lagen van de blaas. Dit is het slijmvlies en soms ook de bindweefsel-laag.
In het plaatje hieronder zie je de verschillende lagen van de blaas.
Vaak heeft je arts de kanker dan helemaal weggehaald met de kijkoperatie. Hierna kun je nog blaasspoelingen met medicijnen krijgen. Hierdoor wordt de kans kleiner dat de kanker terugkomt. Soms is nog een tweede kijkoperatie in je blaas nodig.
Soms heb je een soort blaaskanker in de binnenste laag van de blaas die snel groeit. Dan is de kans groter dat de kankercellen dieper in je blaas groeien. Deze soort blaaskanker heet CIS. Je arts bespreekt met je welke behandeling je dan het beste kunt krijgen.
Blaaskanker die doorgroeit in de spierlaag van je blaas
Zit er ook blaaskanker in de spierlaag van je blaas, dan krijg je een CT-scan en soms een MRI of een PET-CT-scan.
Na deze onderzoeken is te zien of de kanker is doorgegroeid buiten de blaas. En of de kankercellen ook naar andere delen van het lichaam zijn gegaan (uitzaaiingen).
Vaak kun je een behandeling krijgen om beter te worden. Soms kun je niet meer beter worden.
Hoe kun je omgaan met blaaskanker?
Als je blaaskanker hebt, kan dat veel invloed hebben op je leven. Het kan helpen om erover te praten met je partner, familie of vrienden. Je kunt ook hulp vragen aan je arts, verpleegkundige of huisarts. Die kan je doorsturen naar een praktijkondersteuner ggz of een psycholoog als je dat wilt. Die kan je helpen om met je gevoelens om te gaan. Ook contact met andere mensen met blaaskanker kan fijn zijn.
Stoppen met roken
Als je rookt, is het belangrijk dat je stopt met roken. Zo is de kans kleiner dat de kanker terugkomt.
Meer informatie over blaaskanker
- Meer informatie over blaaskanker: Alles over urologie, Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker en Kanker.nl
- Contact met andere mensen met blaaskanker: Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor artsen over blaaskanker.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.