Bij mijn baby zijn de naden van de schedel te vroeg gesloten
In het kort
- Als de naden van de schedel van je baby te vroeg dicht zijn gegaan, stuurt de arts van het consultatiebureau je door naar een kinderziekenhuis.
- Meestal krijgt je baby in het eerste jaar een operatie.
- Artsen blijven controleren hoe het gaat met de ontwikkeling van je kind.
Hoe komt het dat schedelnaden te vroeg dichtgroeien?
De schedel bestaat uit verschillende botplaten. Daartussen zitten schedelnaden. Als een baby geboren wordt, zitten die botplaten nog niet vast aan elkaar. Daardoor kan het hoofd van je baby groeien.
Soms gaan de schedelnaden te vroeg dicht. Vaak al voordat een baby geboren wordt. Dan kan de schedel niet meegroeien met de hersenen. Er kan 1 schedelnaad te vroeg dichtgaan, of 2 of meer schedelnaden.
De schedel krijgt hierdoor een andere vorm. Bijvoorbeeld puntig, breed of plat. Dit kun je vaak al zien bij de geboorte.
Bij ongeveer 1 van de 2.000 baby's die geboren worden, zijn de schedelnaden te vroeg gesloten. Artsen noemen dit craniosynostose.
Andere oorzaak van een scheef of plat hoofd
Het hoofd van je baby kan ook schever of platter zijn doordat je baby altijd op 1 kant ligt. We noemen dit een voorkeurshouding.
Je baby heeft dan niet vanaf de geboorte een scheef of plat hoofd. Dit krijgt je kind pas later als het veel op 1 kant van het hoofd ligt. Dit gaat vaak vanzelf over als je baby niet meer op de platte kant van het hoofd slaapt.
Wat merk je als de schedelnaden van je baby te vroeg gesloten zijn?
Als de schedelnaden van je baby te vroeg zijn dichtgegroeid, kun je dat bijvoorbeeld aan deze dingen merken:
- Je baby heeft een lang en smal hoofd. Bovenop het hoofd kun je een rand voelen.
- Het voorhoofd van je baby loopt in een punt. En er loopt een rand midden over het voorhoofd.
- Je baby heeft een scheef voorhoofd en 1 oog zit hoger dan het andere oog.
- Je baby heeft een breed hoofd en het voorhoofd gaat naar achteren.
Is het erg als de schedelnaden van je baby te vroeg dichtgaan?
Als de schedelnaden van je baby te vroeg dichtgaan, krijgen de hersenen niet genoeg ruimte om te groeien. De druk in het hoofd van je baby kan groter worden. Dit zorgt voor problemen zoals hoofdpijn, onrustig slapen en minder goed zien.
Sommige baby's met te vroeg gesloten schedelnaden hebben ook andere afwijkingen. Zij hebben een syndroom. Kinderen met een syndroom kunnen ook nog andere problemen hebben. Bijvoorbeeld slecht kunnen horen of minder groeien.
Zijn te vroeg gesloten schedelnaden erfelijk?
Te vroeg gesloten schedelnaden kunnen erfelijk zijn. Dat is zo bij ongeveer 3 van de 10 baby's die dat hebben. Maar het hoeft niet.
Om te onderzoeken of de te vroeg gesloten schedelnaden bij jouw baby erfelijk zijn, krijgt je baby DNA-onderzoek. Daarvoor strijkt de arts met een wattenstaafje langs de binnenkant van de wang van je baby. Of prikt een beetje bloed.
Na het onderzoek weet de arts meer over hoe het komt dat de schedelnaden van je baby te vroeg gesloten zijn. Je weet dan bijvoorbeeld ook of een volgende baby misschien kans heeft om een afwijkende schedel te krijgen. Of dat je baby het later kan doorgeven aan kinderen.
Uit het DNA-onderzoek kan ook komen dat je baby een syndroom heeft. Als dat zo is, krijgt je baby misschien nog extra onderzoeken.
Welke behandeling kan je kind krijgen als schedelnaden te vroeg gesloten zijn?
Meestal krijgt je kind een operatie om de schedel aan te passen. De hersenen krijgen dan weer meer ruimte om te groeien.
Het liefst gebeurt dit als je baby tussen de 3 en 6 maanden oud is. Dit hangt af van welke schedelnaden te vroeg gesloten zijn. De operatie gebeurt in het kinderziekenhuis in Nijmegen of Rotterdam.
Er zijn verschillende operaties mogelijk. Je bespreekt met de arts welke operatie het meest geschikt is voor je baby. Dat hangt af van hoe oud je baby is. En welke schedelnaad of schedelnaden te vroeg gesloten zijn.
Soms zijn meer operaties nodig.
Welke controles krijgt je kind na een operatie van te vroeg gesloten schedelnaden?
Je gaat regelmatig met je kind naar de arts voor controle. Je hoort van de arts hoe vaak. De controles zijn meestal in het kinderziekenhuis in Nijmegen of Rotterdam. De arts kijkt dan of je kind zich goed ontwikkelt.
Je kind krijgt vaak meerdere onderzoeken:
Onderzoek van de druk in de hersenen
Als de schedel niet goed meegroeit met de hersenen, wordt de druk in de schedel groter. Dat kan zo zijn voor of na een operatie. Daarom meet de arts bij elk bezoek de omtrek van het hoofd. Als de schedel niet goed meegroeit kan je kind problemen krijgen met zien. En hoofdpijn krijgen.
Je kind krijgt ook onderzoek bij een oogarts om te kijken of de oogzenuw er normaal uitziet. Daaraan kan de oogarts zien of de druk in de hersenen te hoog is.
Onderzoek van de ogen
De oogarts onderzoekt je kind ook om te kijken of het scheelziet, bijziend of verziend is, hangende oogleden heeft of een lui oog.
Psychologisch onderzoek
- Een psycholoog kijkt of er problemen zijn met het gedrag van je kind. Of bijvoorbeeld met meedoen op school.
Onderzoeken bij een syndroom
Heeft je kind een syndroom, dan kan het ook deze onderzoeken krijgen:
Onderzoek van de ademhaling
- Sommige kinderen halen moeilijk adem terwijl ze op hun rug slapen. Dit kan zorgen voor onrustig slapen, snurken, kort stoppen met ademen (apneu), bedplassen en zweten. Bij twijfel kan je kind een slaaponderzoek krijgen. Dat kan thuis of in het ziekenhuis.
Onderzoek van het gehoor
- De keel-neus-oorarts onderzoekt of je kind goed hoort.
Ontwikkeling kaak en gebit
- Een orthodontist controleert het gebit en de kaak van je kind.
Hoe kun je er als ouder mee omgaan als je kind te vroeg gesloten schedelnaden heeft?
Het is heftig om te horen dat de schedelnaden van je kind te vroeg gesloten zijn. En wat hiervan de gevolgen kunnen zijn. Je kunt je onzeker voelen of bang zijn voor de operatie van je kind. De onderzoeken, de operatie en de genezing kunnen zwaar zijn voor jou als ouder. Ook de controles in het ziekenhuis kunnen spannend blijven.
Erover praten
Als je iets naars hebt meegemaakt, kan het helpen om erover te praten. Bijvoorbeeld met je familie of goede vrienden. Praten kan opluchten en mensen kunnen je steunen. Je kunt ook praten met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld via de oudervereniging voor schedel-aandoeningen.
Je kunt ook met je huisarts praten. In het ziekenhuis kun je hulp krijgen van een verpleegkundige of maatschappelijk werker.
Wanneer bellen bij te vroeg gesloten schedelnaden?
Spoed: Bel direct je arts in het ziekenhuis bij 1 of meer van deze klachten:
- Je baby reageert niet of minder dan anders. Bijvoorbeeld op een geluid of een speeltje. Of als je iets zegt.
- Je baby is niet makkelijk wakker te krijgen.
- Je baby stopt soms even met ademen.
- Je baby blijft steeds overgeven. Bijvoorbeeld een paar keer per uur, meerdere uren achter elkaar.
Bel dezelfde dag je arts in het ziekenhuis als 1 of meer van deze dingen bij je baby zo zijn:
- Je baby krijgt koorts vlak na de operatie.
- Je merkt dat je baby minder goed ziet.
- Je merkt dat je baby minder goed hoort.
- Je baby krijgt moeite met slikken of bewegen.
Meer informatie over te vroeg gesloten schedelnaden
- Meer informatie over de behandeling: Kinderziekenhuis Rotterdam en Kinderziekenhuis Nijmegen
- Contact met ouders van kinderen met schedelafwijkingen: patiëntenvereniging Laposa
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor artsen over behandeling en zorg voor kinderen met te vroeg gesloten schedelnaden.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 9 jul 2026