In het kort

  • Taaislijmziekte is erfelijk. Het komt door een foutje in een gen.
  • Veel mensen hebben wel de gen-fout maar geen taaislijmziekte. Als taaislijmziekte in je familie voorkomt, heb je een grotere kans om de gen-fout te hebben.
  • Om te weten of je de gen-fout hebt, kun je onderzoek laten doen.
  • Als jij en je partner allebei de gen-fout hebben, kun je taaislijmziekte doorgeven aan jullie kind.

Wat is taaislijmziekte?

Bij taaislijmziekte is het slijm in je lichaam taai en dik. Daardoor kan het slijm niet meer goed stromen. Sommige organen werken dan minder goed. Zoals de longen, de darmen en de alvleesklier.

Slijm helpt normaal om stof en bacteriën uit je neus, keel en longen te houden. Door het dikke slijm gaat dat minder goed.

Je kunt dan sneller een ontsteking krijgen, zoals een longontsteking. In je darmen kun je een verstopping krijgen. Je kunt dan niet meer goed poepen. Of je krijgt juist last van diarree. Het dikke slijm kan er in je alvleesklier voor zorgen dat je ook daar een verstopping krijgt. Je kunt je eten dan niet goed verteren.

Het slijm wordt taai en dik doordat een bepaald eiwit niet goed werkt. Dit eiwit komt vooral voor op plekken waar je lichaam slijm maakt.

Taaislijmziekte heet ook wel cystic fibrosis (CF).

Is taaislijmziekte erfelijk?

Taaislijmziekte is erfelijk. Je krijgt het dus via allebei je ouders. Taaislijmziekte komt door een foutje in een gen. Een gen is een stukje DNA. Als je ouders allebei een foutje in dit gen hebben, kun je taaislijmziekte krijgen.

Meestal weet je al heel jong of je taaislijmziekte hebt. Alle baby's in Nederland krijgen een hielprik. Hierbij komt een druppel bloed uit de hiel. Je bloed wordt onderzocht op verschillende ziektes, zoals taaislijmziekte. Heel soms kom je er pas later achter dat je taaislijmziekte hebt, omdat je klachten hebt.

Sommige mensen hebben wel de gen-fout, maar geen taaislijmziekte. Als taaislijmziekte in je familie voorkomt, heb je een grotere kans om de gen-fout te hebben.

1 van elke 30 mensen in Nederland heeft de gen-fout voor taaislijmziekte.

Hoe weet je of je de gen-fout hebt?

Komt taaislijmziekte in je familie voor? Dan kun je uitzoeken of jij de gen-fout ook hebt. Bijvoorbeeld als je een kinderwens hebt.

Je gaat dan meestal naar een arts die veel weet van erfelijke ziektes (erfelijkheids-arts of klinisch geneticus). Deze arts vraagt je welke familieleden taaislijmziekte hebben of de gen-fout hebben.

Meestal kan de arts je hierna vertellen hoe groot de kans is dat jij de gen-fout ook hebt.

DNA-onderzoek

Wil je helemaal zeker weten of je de gen-fout hebt? Dan kun je je genen laten onderzoeken. Dit heet DNA-onderzoek. De arts onderzoekt dan je bloed. Dit duurt ongeveer een maand.

Daarna krijg je de uitslag. De arts vertelt dan of je de gen-fout hebt. Samen bespreek je wat de uitslag voor jou betekent.

Kun je taaislijmziekte doorgeven aan je kind?

Je kunt taaislijmziekte doorgeven aan je kind.

Als je allebei de gen-fout hebt

Als je partner en jij allebei de gen-fout hebben, dan kan je kind taaislijmziekte krijgen. Dit is de kans daarop:

  • 1 van de 4 kinderen krijgt taaislijmziekte.
  • 2 van de 4 kinderen zijn gezond, maar hebben wel de gen-fout.
  • 1 van de 4 kinderen is gezond en heeft de gen-fout niet.

Als 1 van jullie de gen-fout heeft

Heb jij de gen-fout en je partner niet? Of heeft je partner de gen-fout en jij niet? Dan krijgt je kind geen taaislijmziekte. Wel kan je kind de gen-fout krijgen.

Wat kun je doen als je de gen-fout hebt?

Heb je gehoord dat je de gen-fout hebt? Dan zijn er een aantal dingen die je kunt doen.

Je familie vertellen dat je de gen-fout hebt

Het is belangrijk om je familie te vertellen dat je de gen-fout hebt. Je familieleden hebben dan een grotere kans om een kind te krijgen met taaislijmziekte. Zij kunnen dan zelf beslissen of ze willen onderzoeken of ze ook de gen-fout hebben.

Onderzoek of je partner de gen-fout heeft

Hebben jij en je partner een kinderwens? Dan kan je partner een test doen om te weten of die ook de gen-fout heeft. Als dat zo is, kan jullie kind taaislijmziekte krijgen.

Hoe gaat het verder als je de gen-fout hebt en een kind wilt?

Als je de gen-fout hebt en een kind wilt, is het belangrijk om te weten of je partner de gen-fout heeft.

Als je partner de gen-fout niet heeft

Als je partner de gen-fout niet heeft, krijgt je kind geen taaislijmziekte. Wel kan je kind de gen-fout krijgen. Je kind heeft dan zelf geen klachten. Je kind kan het foutje in het gen later wel doorgeven aan diens eigen kinderen.

Als je partner de gen-fout wel heeft

Als jij en je partner allebei de gen-fout hebben, kan je kind taaislijmziekte krijgen. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om ervoor te zorgen dat je kind geen taaislijmziekte krijgt. Lees wat je kunt doen als je partner en jij allebei de gen-fout hebben.

Weten dat je een erfelijke ziekte kunt doorgeven, kan moeilijk zijn. Het kan je bijvoorbeeld boos, verdrietig of onzeker maken voor of tijdens de zwangerschap.

Je kunt erover praten met bijvoorbeeld je partner of een goede vriend. Ook de arts in het ziekenhuis kan je helpen.

Meer informatie over taaislijmziekte

Over deze tekst

FMS
Deze informatie is goedgekeurd door artsen.
Laatst gewijzigd: 18 feb 2026