Ik wil onderzoeken waarom ik niet zwanger word

In het kort

In het kort

  • Als je regelmatig vrijt, is de kans groot dat je in 1 jaar zwanger wordt.
  • Regelmatig is om de 2 of 3 dagen.  
  • Als je na 1 jaar nog niet zwanger bent, kun je uitzoeken hoe dat kan komen. 
  • Je kunt je temperatuur elke dag meten. Is die iets hoger, dan weet je dat je een eisprong hebt. 
  • Je kunt ook een urinetest doen, te koop bij de apotheek.
  • De huisarts kan testen of je een soa hebt gehad. Daardoor kunnen de eileiders dicht zitten.
  • Problemen met vrijen kun je met je partner en huisarts bespreken.
Wat is het

Wanneer onderzoeken waarom je niet zwanger wordt?

Soms duurt het langer dan een jaar om zwanger te worden. Terwijl je toch vaak vrijt. 

Er kunnen verschillende oorzaken zijn, bij de man en bij de vrouw.

Je kunt dit het beste bij de huisarts bespreken, samen met je partner. 

Vruchtbare dagen

Op welke dagen ben je vruchtbaar?

In de 6 dagen voor je eisprong ben je het meest vruchtbaar. Als je dan vrijt, heb je veel kans om zwanger te worden. 

Het is genoeg om eens in de 2 of 3 dagen te vrijen. Vaker mag, maar is niet nodig. In de baarmoeder blijven de zaadcellen een paar dagen leven.

Eileiders

De eileiders moeten open zijn

Om zwanger te kunnen worden, moeten de eileiders open zijn. De zaadcellen kunnen dan bij de eicel komen.

Bij sommige vrouwen zitten de eileiders dicht. Bijvoorbeeld na een ontsteking van een eileider of na een operatie. Je kunt een ontsteking van eileider hebben gehad zonder dat je het merkte. Bijvoorbeeld bij chlamydia. 

Met bloedonderzoek kun je laten testen of je een chlamydia hebt gehad. Als dat inderdaad zo is, dan bespreekt de huisarts met je of je naar de gynaecoloog wilt gaan.
Deze kan onderzoeken of de eileiders goed open zijn.

Baarmoeder en eierstokken

Eisprong

Wanneer is mijn eisprong?

Om zwanger te worden is een eisprong nodig. In de 6 dagen voor je eisprong bent je het meest vruchtbaar. 

  • Als je regelmatig ongesteld bent, is er bijna zeker elke maand een eisprong. Je kunt voorspellen op welke datum je weer ongesteld wordt. Je eisprong is ongeveer 14 dagen voor die datum.
  • Als je onregelmatig ongesteld bent, dan is het lastig te schatten wanneer de volgende eisprong komt.
  • Als je niet zo vaak of niet ongesteld bent, is het onzeker of er wel een eisprong is.
  • Als je een halfjaar niet ongesteld bent geweest, dan is de kans groot dat er in die tijd ook geen eisprong is geweest.

Je kunt soms merken dat je een eisprong hebt:

  • meer helder slijm in je vagina. Door dit slijm is het voor zaadcellen makkelijker om van de vagina in de baarmoeder te komen. 
  • pijn in de buik
  • een klein beetje bloed uit je vagina

De kans op een eisprong kan minder zijn:

  • door stress
  • door heel zwaar sporten
  • door zwaar werk
  • als je snel veel afvalt
  • als je te weinig weegt 
  • als je overgewicht hebt

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Onderzoeken

Zelf testen of je een eisprong hebt

Misschien ben je onregelmatig ongesteld. Je weet niet of je wel een eisprong hebt. Dan kun je zelf controleren of er wel een eisprong is. Dat doe je met een thermometer of met een urinetest.

Temperatuur meten

  • Meet iedere ochtend voor je opstaat je temperatuur. Meet je temperatuur via de anus (poepgat).
  • Begin op de eerste dag van je ongesteldheid.
  • Je schrijft elke dag de temperatuur op die je meet.
  • Heb je op een ochtend opeens een wat hogere temperatuur? Bijvoorbeeld een halve graad hoger dan wat je normaal hebt? Dan is het bijna zeker dat je een eisprong hebt.
  • Je temperatuur blijft daarna zo hoog, tot de dag dat je weer ongesteld wordt. 

Urinetest

Je kunt zelf in je urine testen of u een eisprong heeft. Deze test kun je bij de apotheek kopen.

Je hoeft deze test maar 1 keer te doen. Dan is het bijna zeker dat je regelmatig een eisprong hebt.
Het heeft geen zin dit vaker te controleren.

Je temperatuur meten en de urinetest helpen niet om zwanger te worden. Om zwanger te worden moet je namelijk vrijen vóórdat je een eisprong krijgt. In de 6 dagen voor je eisprong ben je het meest vruchtbaar. Dus op het moment dat je temperatuur of de test aangeven dat er een eisprong is, zijn die dagen al voorbij.

Andere oorzaken

Door medicijnen minder vruchtbaar

Sommige medicijnen en schadelijke stoffen maken je minder vruchtbaar. Bijvoorbeeld medicijnen tegen epilepsie, medicijnen tegen kanker, oplosmiddelen en middelen tegen insecten voor de landbouw.

Problemen met vrijen

Zijn er problemen met het vrijen?

Als het vrijen niet goed lukt, bespreek dat dan met je partner. Dat helpt vaak. Je kunt dit soort problemen ook met je huisarts bespreken. 

Als je samen heel graag kinderen wilt, kan het vrijen soms wat minder leuk worden. Bijvoorbeeld omdat je vindt dat je steeds in de vruchtbare dagen moet vrijen. Ook als jij of je partner eigenlijk geen zin heeft. Je vagina kan dan droog blijven. Een glijmiddel kan dan helpen.

Soms lukt het niet om de spieren rond de vagina te ontspannen. Daardoor kan vrijen pijn doen of niet meer gaan. Het kan zijn dat u al langer weinig of geen seks samen heeft. Dat maakt vrijen om zwanger te worden misschien extra moeilijk.

Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder als je niet zwanger wordt?

Als je weet dat je een eisprong hebt en de eileiders open zijn, is de kans groot dat je vruchtbaar bent.
Vanaf je 30ste jaar word je steeds minder vruchtbaar. De kans dat je zwanger wordt, wordt elk jaar kleiner.

Je huisarts kan inschatten hoe groot de kans is dat je zwanger wordt in het komende jaar. Zij/hij kijkt naar je leeftijd en de kwaliteit van het zaad van je partner. 

  • Is die kans groter dan 40%, dan raden artsen dit aan:
    • Blijf de komende 6 maanden tot 1 jaar regelmatig vrijen. Wacht af of je zwanger wordt.
  • Is die kans kleiner dan 30%, dan kun je als je wilt naar de gynaecoloog gaan voor verder onderzoek.

Dit zijn adviezen van huisartsen en gynaecologen.

Ben je al eerder zwanger geweest? Dan heb je veel meer kans om zwanger te worden dan vrouwen van jouw leeftijd die nog nooit zwanger zijn geweest.

Naar de gynaecoloog

Wanneer naar de gynaecoloog als het niet lukt om zwanger te worden?

In sommige situaties kan je huisarts je doorsturen naar de gynaecoloog:

  • Als je 38 jaar of ouder bent en een jaar probeert zwanger te worden.
  • Als het onduidelijk is of er een eisprong is. Bijvoorbeeld als je een halfjaar niet ongesteld bent geweest. 
  • Als je eileiders misschien dichtzitten. Bijvoorbeeld doordat je chlamydia hebt gehad. Of een operatie in je buik.
    Dan kan de gynaecoloog onderzoeken of je eileiders nog open zijn.

 Het kan onduidelijk blijven waarom je niet zwanger wordt. Dit is bij veel vrouwen zo.  

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Meer informatie

Meer informatie over onderzoek als zwanger worden niet lukt

Voor meer informatie en steun kun je terecht bij Freya.

We hebben de informatie over onderzoek naar vruchtbaarheid gemaakt met de richtlijn Subfertiliteit voor huisartsen

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.