Ik heb alvleesklierkanker en krijg een operatie

In het kort

In het kort

  • U kunt een operatie krijgen als de alvleesklierkanker niet te ver is doorgegroeid en u geen uitzaaiingen heeft.
  • Ongeveer 20 van de 100 mensen met alvleesklierkanker kunnen een operatie krijgen.
  • Bij een operatie wordt de kanker weggehaald. Het maakt uw kans om langer te leven groter.
  • Na een operatie is de kans wel groot dat de alvleesklierkanker toch nog terugkomt.
  • Voor of na de operatie kunt u voor chemotherapie kiezen. Soms kunt u voor de operatie chemotherapie en bestraling krijgen.
  • Chemotherapie maakt uw kans om langer te leven groter. Het maakt de kans kleiner dat de kanker terugkomt.
  • Chemotherapie kan veel bijwerkingen hebben.
Wanneer een operatie

Wanneer kan ik een operatie krijgen bij alvleesklierkanker?

U kunt een operatie krijgen als de alvleesklierkanker niet te ver is doorgegroeid en u geen uitzaaiingen heeft. Een operatie kan bij ongeveer 20 van de 100 mensen met alvleesklierkanker.
Een operatie geeft een kleine kans om te genezen, maar maakt uw kans om langer te leven groter.

Met een operatie probeert de arts de alvleesklierkanker weg te halen. Soms blijkt pas tijdens de operatie dat de arts de kanker toch niet kan weghalen, terwijl dit op de scan wel mogelijk leek. Bij 19 van de 100 mensen die een operatie krijgen, is het toch niet mogelijk de kanker weg te halen.

Voor de operatie

Soms is eerst een andere behandeling nodig vóór u een operatie kunt krijgen:

  • Chemotherapie: u krijgt medicijnen die kankercellen doden, of waardoor de kankercellen minder snel groeien.
  • Chemo-radiotherapie: u krijgt bestraling én chemotherapie.

Hierdoor wordt de kanker hopelijk kleiner, zodat de chirurg het beter kan weghalen. Ook maken deze behandelingen de kans kleiner dat de kanker na de operatie terugkomt.

Voor en na de operatie krijgt u meestal een afspraak bij een diëtist, die kijkt of u extra voeding of alvleesklier-enzymen nodig heeft.

Soms krijgt u voor de operatie een prik met het hormoon somatostatine. Dit maakt de kans op problemen na de operatie kleiner.

De operatie

Hoe gaat een operatie bij alvleesklierkanker?

De operatie kan op 2 manieren: via een snee in uw buik of met een kijkoperatie. Een kijkoperatie kan gebeuren met of zonder operatierobot.
Hoe de operatie gaat hangt ook af van de plek van de kanker in de alvleesklier.

Een operatie bij alvleesklierkanker in de kop van de alvleesklier (Whipple-operatie)

Tijdens deze operatie haalt de chirurg dit weg:

  • de kop van de alvleesklier
  • de twaalfvingerige darm
  • de galblaas
  • het onderste deel van de galbuis
  • de lymfeklieren rond de alvleesklier
  • soms de sluitspier van de maag

De chirurg probeert soms de sluitspier van de maag te laten zitten. De chirurg bespreekt dit met u. De sluitspier zit tussen de maag en de dunne darm. Haalt de chirurg de sluitspier wel weg? Dan sluit hij de maag direct aan op de dunne darm.
De arts sluit de overgebleven delen van de alvleesklier en de galwegen aan op de dunne darm.

Een arts die specialist is in het verschil tussen gezonde en zieke organen (patholoog) bekijkt alle weggenomen delen onder de microscoop. Zo kan de patholoog zien of de alvleesklierkanker helemaal is weggehaald en of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn.

Een operatie bij alvleesklierkanker in het midden of de staart van de alvleesklier

De chirurg haalt het middelste deel en de staart van de alvleesklier weg en ook de milt.

Zonder milt heeft u meer kans om ontstekingen te krijgen. Daarom krijgt u dan prikken tegen griep en tegen verschillende bacteriën. Ook krijgt u 2 jaar lang antibiotica, om ontstekingen te voorkomen.

Nadelen en risico's

Welke problemen kan ik krijgen na een operatie bij alvleesklierkanker?

Tijdens een operatie bij alvleesklierkanker maakt de arts nieuwe verbindingen tussen de alvleesklier, dunne darm, de galwegen en de maag. Bij ongeveer 15 van de 100 mensen gaat 1 van deze nieuwe verbindingen lekken. Er komt dan meestal sap uit de alvleesklier of galblaas in de buik.

  • Aan het einde van de operatie krijgt u 1 of 2 slangetjes (drains) in uw buik. Via het slangetje kan de gelekte vloeistof uit uw buik lopen. Vaak stopt het lekken vanzelf.
  • Soms raken de slangetjes verstopt. U kunt dan een ontsteking in de buik krijgen. U krijgt dan soms een nieuw slangetje in uw buik. Door dit slangetje kan de arts de plek waar de ontsteking zit ook schoonspoelen.
  • Heel soms is een nieuwe operatie nodig om de buik schoon te maken.

Na een operatie bij alvleesklierkanker werkt de maag vaak niet meteen weer goed. U kunt dan niet gewoon eten. Na de operatie krijgt u daarom vaak een slang in uw maag om uw maag leeg te laten lopen. U krijgt soms eerst voeding via een infuus of een sonde. Voeding via een infuus komt direct in uw bloed terecht. Een sonde is een slangetje waardoor de voeding via uw neus naar uw darmen stroomt.

Sommige problemen kunnen na elke soort operatie voorkomen. Bijvoorbeeld:

  • een ontsteking van de wond van de operatie
  • een bloedpropje
  • een longontsteking
  • een nabloeding op de plek van de operatie

U kunt dan deze klachten krijgen:

  • roodheid bij de wond, of dikker worden van de wond
  • koorts
  • benauwdheid
  • pijn bij ademhalen
Na de operatie

Adviezen na een operatie bij alvleesklierkanker

  • De eerste dagen na de operatie lukt het meestal nog niet om normaal te eten. Uw arts vertelt wanneer u weer mag eten en drinken. U kunt dan steeds een beetje meer gewoon eten en drinken.
    Eerst neemt u voeding die u kunt drinken. Na een aantal dagen neemt u steeds meer vaste voeding. U kunt beginnen met eten dat u makkelijk kunt verteren. Dat is eten met weinig vet of vezels. Uw diëtist kan u hierbij helpen.
  • U kunt het beste de eerste 6 weken na de operatie geen zware dingen tillen of zwaar huishoudelijk werk doen.
  • In de weken na de operatie kunt u nog erg moe zijn en minder energie hebben om dingen te doen. Het kan helpen om overdag ook even te gaan rusten. Wanneer u moe bent, kunt u zich misschien minder goed concentreren en u somber voelen. Dat is normaal vlak na de operatie. Meestal wordt dit ongeveer 3 maanden na de operatie beter.
Hoe gaat het verder

Hoe gaat het verder na de operatie bij alvleesklierkanker?

  • Na de operatie blijft u meestal 10 tot 14 dagen in het ziekenhuis.
  • Bent u na de operatie sterk genoeg? Dan kunt u kiezen of u chemotherapie wilt. Chemotherapie na een operatie maakt de kans kleiner dat de kanker terugkomt.
  • Soms zien de artsen tijdens de operatie dat de kanker toch is uitgezaaid of is doorgegroeid. Dan kunt u kiezen voor een behandeling die de kanker kan remmen en die uw klachten minder maakt. Voorbeelden zijn: chemotherapie, een stent in de galwegen of bestraling tegen pijn.
  • U bespreekt met de specialist hoe vaak u na de operatie voor controle komt. Tijdens de controles bespreekt u hoe u zich voelt en welke klachten u heeft. Als u klachten heeft, kunt u meer onderzoek krijgen. Zoals een CT-scan of MRI en bloedonderzoek. Als duidelijk is waar uw klachten door komen, kijkt de specialist of u daarvoor een behandeling kunt krijgen.
  • Van de 100 mensen bij wie de kanker met een operatie is weggehaald, leven na 5 jaar nog ongeveer 20 mensen. Hoe uw eigen vooruitzichten zijn, kunt u het beste met uw arts bespreken.
Keuzekaart

Keuzekaart

Gebruik de keuzekaart om samen met uw arts te beslissen wat het beste bij u past.

Wanneer bellen

Wanneer contact opnemen na een operatie voor alvleesklierkanker?

Neem contact op met uw arts in het ziekenhuis als u thuis 1 of meer van de volgende klachten krijgt:

  • koorts
  • benauwd zijn of pijn bij ademhalen
  • bloed bij de poep (rood of zwart)
  • bloed of ander vocht uit de wond van de operatie
  • dikker worden van de wond van de operatie
  • misselijk zijn en overgeven
  • diarree of vettige poep
  • geelzucht (geel oogwit en/of beige of grijswitte poep)
  • gewicht verliezen
Meer informatie
Deze tekst is aangepast op
FMS

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?