Mijn kind beweegt onhandig. Heeft het misschien DCD?
In het kort
- Kinderen zijn soms onhandig. Ze vallen of lopen ergens tegenaan. Of stoten hun beker drinken om.
- Sommige kinderen zijn onhandiger dan andere. Ze leren moeilijker aankleden, met bestek eten of fietsen.
- Beweegt jouw kind erg onhandig? Maak dan een afspraak bij een fysiotherapeut of oefentherapeut.
- Gaat het na 3 maanden oefenen niet beter? Een revalidatie-arts kan onderzoeken of je kind misschien DCD heeft.
Wat merk je als je kind onhandig beweegt?
Kinderen leren nieuwe dingen door ze te proberen. Daarom vallen ze bijvoorbeeld als ze leren lopen of rennen. Of ze botsen ergens tegenaan. Of ze gooien iets om, zoals een beker drinken.
Sommige kinderen bewegen onhandiger dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Zij hebben meer moeite om te leren fietsen, zwemmen of gooien met een bal. Of ze hebben moeite met kleine bewegingen. Zoals eten met mes en vork, veters strikken of tekenen en schrijven.
Dit kan erg vervelend zijn voor je kind en ook voor jou. Het kan lijken of je kind slordig is. Of mensen denken van je kind: je doet niet je best. Je kind kan zelf ook boos worden omdat sommige dingen niet lukken. Of wil daardoor die dingen niet meer doen.
Waardoor kan het komen dat je kind onhandig beweegt?
Als je kind onhandiger is dan andere kinderen van dezelfde leeftijd, kan dat bijvoorbeeld komen door deze dingen:
Te weinig bewegen of oefenen
- Je kind beweegt minder dan andere kinderen. Daardoor oefent het minder. Zo leert het minder makkelijk en minder snel nieuwe bewegingen.
- Je kind kijkt veel naar een scherm. Bijvoorbeeld een tablet of telefoon. Daardoor oefent het minder met bewegen.
Een ziekte of ander probleem
- Je kind ziet niet goed en botst daardoor sneller ergens tegenaan. Bijvoorbeeld omdat het een bril nodig heeft. Of een oogziekte heeft.
- Je kind is te zwaar en beweegt daardoor moeilijker.
- Je kind heeft een lichamelijke of verstandelijke beperking.
- Je kind heeft een andere ziekte, zoals jeugd-reuma of een spierziekte.
DCD
Soms bewegen kinderen onhandiger omdat ze DCD hebben. Dit is een stoornis in de manier waarop het kind beweegt en bewegingen kan leren. Dat kun je merken aan deze 4 dingen:
- Je kind beweegt onhandiger dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. En leert moeilijker nieuwe bewegingen.
- Je kind heeft hier last van op verschillende plekken. Bijvoorbeeld thuis en op school. En bij spelen en sporten.
- Je kind heeft de problemen al vanaf dat het klein was.
- De problemen komen niet door iets anders. Zoals de dingen die hierboven staan.
Wat kun je doen als je kind onhandig beweegt?
Je kunt je kind met deze dingen helpen:
Meer bewegen en oefenen
- Moedig je kind aan om te bewegen en te sporten. Door meer te oefenen kan je kind beter gaan bewegen.
- Laat je kind bijvoorbeeld oefenen met knippen met een schaar. En eten met bestek.
- Zorg ervoor dat je kind 3 uur per dag of meer beweegt.
Samen oefenen
- Je kunt ook samen met je kind oefenen. Het is belangrijk dat je je kind eerst zelf laat proberen. Lukt iets nog niet? Dan kun je je kind helpen. Help je kind vanaf het moment dat het niet meer lukt. Zodat je kind niet gefrustreerd raakt.
- Begin met een makkelijke taak en maak het steeds een stapje moeilijker. Je kunt bijvoorbeeld samen een kleurplaat of bouwwerkje maken. Of samen koken en bakken.
Complimenten geven
- Geef complimenten. Ook als je kind iets probeert maar het lukt nog niet helemaal.
- Kijk samen met je kind wat al goed gaat. Benoem dit. En moedig je kind aan om hiermee door te gaan.
Geduld hebben
- Blijf rustig als je kind dingen laat vallen, knoeit of iets omstoot. Je kind doet dit niet expres.
Wie kan je kind helpen als het onhandig beweegt?
Gaat je kind door de adviezen niet beter bewegen? Maak dan een afspraak bij een therapeut die kan helpen met bewegen. Bijvoorbeeld een kinder-fysiotherapeut of een kinder-oefentherapeut. Je kunt zelf een afspraak maken.
De therapeut kijkt welke bewegingen je kind het moeilijkst vindt. Je kind oefent deze bewegingen samen met de therapeut. Of de therapeut leert je kind eerst te bedenken hoe het de beweging in kleine stapjes kan doen.
Misschien krijgen jij en je kind oefeningen mee voor thuis. De therapeut legt jullie dan uit hoe je deze oefeningen samen thuis het beste kunt doen. En hoe jij je kind hierbij kunt helpen.
Na oefentherapie
Na 3 tot 6 maanden oefenen kijkt de therapeut of je kind beter beweegt.
- Heeft het oefenen geholpen, dan kan je kind vaak stoppen met de therapie.
- Gaat het na 3 maanden niet beter? Dan kun je dit bespreken met de huisarts. De huisarts kan je doorsturen naar een revalidatie-arts voor kinderen. Die kan onderzoeken of je kind DCD heeft.
Welke onderzoeken kan je kind krijgen om te weten of het DCD heeft?
Beweegt je kind na 3 maanden oefenen niet beter, dan kan de huisarts je doorsturen naar een revalidatie-arts voor kinderen. Die onderzoekt je kind samen met een aantal therapeuten. Bijvoorbeeld een fysiotherapeut en een ergotherapeut.
Je krijgt vragen over je kind. Bijvoorbeeld over hoe het op school gaat en thuis. Ook je kind zelf krijgt vragen. En andere mensen die je kind vaak zien, als dat kan. Bijvoorbeeld de juf of meester op school, opa's en oma's of begeleiders van de kinderopvang.
De therapeuten testen hoe je kind beweegt. Bijvoorbeeld hoe het een bal vangt of evenwicht bewaart. En ze kijken hoe je kind zich aankleedt, een boterham smeert, schrijft en speelt.
Na deze onderzoeken weet de arts of je kind DCD heeft.
Wanneer bellen als je kind onhandig beweegt?
Maak een afspraak bij een kinder-fysiotherapeut of kinder-oefentherapeut bij 1 of meer van deze dingen:
- Je kind beweegt onhandig en je maakt je daar zorgen over.
- Andere mensen zeggen dat je kind erg onhandig is. En moeite heeft met taken die met bewegen te maken hebben. Je hoort het bijvoorbeeld van grootouders, juffen of meesters en begeleiders van de opvang.
Heeft je kind al 3 tot 6 maanden hulp bij bewegen? En gaat het niet veel beter? Maak dan een afspraak bij de huisarts.
Meer informatie over bewegen en DCD
- Meer informatie over onhandig bewegen en DCD: Oudervereniging Balans
- Advies over hoeveel uur per dag kinderen moeten bewegen: Rijksoverheid Sport en bewegen
- Advies over schermtijd voor kinderen per leeftijd: Nationaal Jeugd Instituut
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor artsen over DCD.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 2 mrt 2026