Mijn kind heeft DCD

In het kort

In het kort

  • Bij DCD heeft uw kind veel moeite met leren van taken die met bewegen te maken hebben. Zoals leren zwemmen, leren schrijven of leren gooien met een bal.
  • Daardoor zijn er problemen, thuis, op school, tijdens sporten of met vriendjes.
  • Het is belangrijk dat uw kind blijft oefenen en meer zelfvertrouwen krijgt.
  • Een therapeut kan daarbij helpen. Bijvoorbeeld door:
    • via een speciale methode te oefenen met taken, zoals veters strikken, fietsen of schrijven
    • uitleg te geven over DCD
    • leren om te gaan met de moeite met bewegen
Wat is het

Wat is DCD?

Een kind met DCD heeft moeite met

  • het leren van nieuwe bewegingen en activiteiten
  • het precies sturen en uitvoeren van bewegingen

Hierdoor kan een kind gewone dingen minder makkelijk doen dan kinderen van dezelfde leeftijd. Of hij of zij doet het minder precies. Bijvoorbeeld:

  • veters half of te los strikken
  • niet goed leesbaar schrijven
  • morsen met drinken inschenken
  • moeilijk een bal vangen
Ook taken die uit meerdere bewegingen bestaan, kosten moeite. Bijvoorbeeld fietsen, waarbij een kind tegelijk moet sturen, evenwicht bewaren en op het verkeer moet letten. Of zwemmen, waarbij een kind zijn armen en benen tegelijk moet bewegen.

Er zijn meer jongens met DCD dan meisjes. Ongeveer 5 op de 100 kinderen heeft DCD.

DCD is de afkorting van Developmental Coordination Disorder. Dit betekent: stoornis in de ontwikkeling van coƶrdinatie.

Wat merk ik

Wat merk ik als mijn kind DCD heeft?

Uw kind beweegt anders dan andere kinderen. Hij of zij kan moeilijk nieuwe bewegingen leren. Bewegen gaat moeilijker of onhandig.
U ziet dit al op jonge leeftijd. Of een juf of meester of begeleider op de kinderopvang ziet het.

Kinderen met DCD hebben vaak 1 of meer van deze dingen:

  • Vaak struikelen, botsen of dingen laten vallen.
  • Leren fietsen of leren zwemmen lukt maar niet.
  • Moeite met gym.
  • Moeite met dingen op school, zoals (netjes) leren schrijven, knutselen, knippen.
  • Moeite met gewone dingen, zoals veters strikken, aan- en uitkleden, eten met bestek.

Dit kan problemen geven met leren op school of tijdens sporten. Of thuis en bij het spelen met vriendjes. Hierdoor hebben kinderen met DCD vaak minder zelfvertrouwen.
Uw kind kan boos worden als iets niet lukt. Of is bang om fouten te maken. Uw kind kan ook sneller moe worden van bewegen. Uw kind wil misschien niet meer spelen of sporten, omdat hij of zij het toch niet goed kan. Dit is erg vervelend voor uw kind. Ook voor u als ouder en de rest van het gezin kan het moeilijk zijn.

Oorzaken

Hoe ontstaat DCD?

We weten niet precies wat de oorzaak is van DCD.

DCD is een stoornis in de ontwikkeling. Dat betekent dat de ontwikkeling en groei van een kind anders gaat dan normaal.

Sommige onderzoeken laten zien dat hersenen van kinderen met DCD zich net iets anders ontwikkelen dan de hersenen van kinderen zonder DCD. Soms komen problemen met bewegen of DCD vaker voor in bepaalde families. Er wordt nog onderzoek gedaan waarom dit zo is.

DCD en uw kind

Wat betekent DCD voor mijn kind?

  • Kinderen met DCD hebben moeite om mee te doen met normale dingen. Thuis, op school of bij vriendjes.
  • Bewegen gaat moeilijker en kost uw kind meer energie. Daardoor vinden kinderen met DCD het vaak niet leuk om te sporten of te gymmen. Ook kunnen ze vaak minder goed meedoen met spelen met andere kinderen. Uw kind sport of speelt dan liever niet mee.
  • Uw kind heeft misschien weinig zelfvertrouwen en denkt negatief over zichzelf. Uw kind kan onzeker zijn of bang worden om dingen verkeerd te doen (faalangst). Dingen die uw kind moeilijk vindt om te doen, doet hij of zij liever niet meer. Sommige kinderen worden rustig en stil. Andere kinderen worden juist heel druk, zodat niet opvalt dat ze iets niet zo goed kunnen.
  • Sommige kinderen hebben een slechte conditie of overgewicht.
  • Praten is ook een vorm van bewegen. Sommige kinderen met DCD hebben moeite met (duidelijk) praten.

Uw kind kan alleen DCD hebben.
Maar DCD komt ook regelmatig samen voor met andere problemen in de ontwikkeling. Zoals:

  • een stoornis in de aandacht en concentratie (ADHD)
  • autisme
  • veel moeite met praten en taal begrijpen
  • veel moeite met leren, zoals schrijven en lezen (dyslexie) of rekenen (dyscalculie)

Als kinderen met DCD ouder worden, kunnen ze problemen blijven houden met bewegen en nieuwe dingen leren. Leren autorijden kan bijvoorbeeld veel moeite kosten of het plannen van activiteiten. Zoals huiswerk maken op de middelbare school of taken doen in het huishouden of op het werk. Deze dingen kosten veel energie, waardoor ze het minder lang kunnen volhouden.

Behandeling

Welke behandelingen zijn er voor DCD?

De behandeling bij DCD hangt af van wat uw kind nodig heeft. Het doel is om uw kind zo goed mogelijk te helpen in het gewone leven. Ook is een belangrijk doel dat uw kind weer meer zelfvertrouwen krijgt en bijvoorbeeld weer beter kan meedoen met vriendjes.

Voorbeelden van behandelingen zijn:

  • via een speciale methode oefenen met taken zoals veters strikken, schrijven, een bal gooien en vangen, fietsen
  • uitleg geven over DCD
  • manieren leren om met de moeite met bewegen om te gaan
  • actieve videospellen spelen, bijvoorbeeld op de WII-fit
  • bewegen en zo een betere conditie krijgen
  • tips om te oefenen thuis en op school

Ook u als ouders en de school kunnen uw kind helpen en krijgen adviezen.

Meer informatie
Deze tekst is aangepast op
FMS

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?