Ik gebruik vaak cocaïne

In het kort

In het kort

  • Cocaïne is een drug. Je krijgt er energie van.
  • Cocaïne kan ook vervelend zijn. Zoals:
    • bang of in de war worden
    • problemen krijgen met je hart of bloedvaten
  • Als je vaak of lang gebruikt kan het soms ernstige problemen geven, zoals:
    • verslaafd worden
    • depressies, angst-aanvallen of andere psychische klachten
    • mensen niet vertrouwen of dingen horen of zien die er niet zijn (een psychose)
  • Probeer ermee te stoppen of minder te gebruiken.
Wat is het

Wat is cocaïne?

Cocaïne is een drug. Het is een wit poeder. Het wordt gemaakt van de bladeren van de cocaplant.

De meeste mensen snuiven het op door hun neus.
Roken of inspuiten kan ook. Dit geeft meer risico’s, zoals verslaving.

Cocaïne wordt ook vaak coke genoemd.

Wat merk ik

Wat merk je van cocaïne?

Cocaïne kan zorgen voor dingen die je fijn vindt, zoals:

  • Je krijgt er energie van.
  • Je voelt je vrolijk en zonder zorgen.
  • Het voelt alsof je snel en goed kunt denken.
  • Je voelt je zeker over jezelf.
  • Je bent actief en praat veel.

Cocaïne kan ook zorgen voor dingen die vervelend of gevaarlijk zijn, zoals:

  • Je kunt in de war of bang worden. Het kan zijn dat je andere mensen niet vertrouwt. Daardoor kun je boos en agressief worden.
  • Je kunt hartkloppingen, een hartinfarct of een beroerte krijgen.
  • Er kan een gevaarlijk ingrediënt in je cocaïne zitten.
  • Als je cocaïne spuit: Je kunt een leverziekte krijgen (hepatitis C).
  • Je kunt te veel alcohol gaan drinken. Je voelt namelijk minder van de alcohol.
  • Je komt moeilijker klaar tijdens de seks. Mannen krijgen ook moeilijker een stijve penis.
  • Je neemt meer risico’s. Daarom kun je niet veilig met de fiets, scooter of auto. De kans op een ongeluk is groot.
  • In slaap vallen kan moeilijk gaan, en je slaapt slechter.
  • Na je gebruik:
    • kun je je tijdelijk heel moe voelen
    • kun je je tijdelijk somber of depressief voelen
    • kan het voelen alsof je een kater hebt
Risico's

Wat zijn de risico’s als je vaak cocaïne gebruikt?

Cocaïne kan soms ernstige problemen geven. Vooral als je lang en vaak gebruikt.

Risico’s zijn:

  • Je kunt vaker en erger ziek worden.
    Als je vaak cocaïne gebruikt, eet je minder en slaap je slechter. Je kunt dan sneller ziek worden. Je kunt ook veel dunner worden.
  • Je kunt een psychose krijgen.
    Bij een psychose word je bijvoorbeeld achterdochtig (je vertrouwt mensen niet). Of je hoort je stemmen of ziet dingen die er niet zijn. Je kunt ook erg in de war zijn.
    Komen psychoses of andere psychische ziektes in je familie voor? Zoals depressie, schizofrenie of bipolaire stoornis? Dan heb jij misschien meer kans op een psychose. Lang en veel cocaïne gebruiken maakt die kans nog groter.
  • Je kunt schade aan de binnenkant van je neus krijgen.
    Vaak cocaïne snuiven irriteert de binnenkant van je neus. Het kan schade geven. Klachten zijn bijvoorbeeld:
    • steeds verkouden zijn
    • vaak een bloedneus hebben
    • minder goed ruiken en proeven
  • Je kunt verslaafd worden.
    Cocaïne gebruiken kan een gewoonte worden. Je gebruikt vaker of meer cocaïne dan je eigenlijk wilde.
    Iedereen kan verslaafd worden. Je hebt een grotere kans om verslaafd te worden:
    • als je vader of moeder verslaafd is (geweest)
    • als je je somber voelt of depressief bent
    • als je ADHD hebt
  • Je bent zo moe dat je niks meer kunt.
    Nadat je cocaïne hebt gebruikt, voel je je heel moe. Om de moeheid niet te voelen ga je misschien nog meer gebruiken. Uiteindelijk ben je zo moe dat je niks meer kunt.
  • Je doet anders tegen de mensen om je heen.
    Je gedrag verandert als je vaak cocaïne gebruikt. Andere mensen kunnen je arrogant en agressief vinden. Of ze vinden dat je alleen maar aan jezelf denkt. Daardoor krijg je misschien sneller ruzie. Ook kun je gaan denken dat de mensen om je heen niet te vertrouwen zijn.
  • Je hebt geen interesse meer in seks.
  • Als je de cocaïne rookt:
    • Je kunt schade krijgen aan je keel, neus en longen. Daardoor kun je erg gaan hoesten of astma krijgen.
    • Je hebt meer kans om een ziekte van je hart of bloedvaten te krijgen.
    • Als je al hartklachten hebt, kunnen die erger worden.
Adviezen

Adviezen voor als je cocaïne gebruikt

  • Het beste advies is om geen cocaïne te gebruiken. Het kan schade aan je lichaam geven.
  • Gebruik zeker geen cocaïne:
    • als je er angstig van wordt of anderen niet meer vertrouwt
    • als je wel eens last hebt van depressies of angst-aanvallen
    • als er psychoses of psychische ziektes voorkomen in je familie
    • als je diabetes, hoge bloeddruk, een hartziekte of epilepsie hebt
    • als je zwanger bent
  • Kies je ervoor om toch cocaïne te gebruiken? Gebruik dan alleen als je je goed voelt. Niet om minder aan je problemen te denken of om je minder moe te voelen.
  • Laat je cocaïne testen. Kijk hier waar je je drugs kunt laten testen.
  • Gebruik niet te vaak en niet te veel.
  • Gebruik geen andere drugs of alcohol bij cocaïne.
  • Als je snuift: gebruik je eigen buisje en spoel je neus na gebruik.
  • Ga niet met de fiets, scooter of auto als je cocaïne hebt gebruikt.
  • Eet gezond en genoeg voor en na je gebruik. En rust goed uit.
Ben ik verslaafd?

Hoe weet ik of ik verslaafd ben?

Je bent verslaafd als 2 of meer van deze dingen voor jou kloppen:

  • Je neemt het steeds meer of steeds vaker. Ook als je dat eigenlijk niet van plan was.
  • Je hebt een aantal keer geprobeerd om te stoppen of minder te gebruiken, maar dat is mislukt.
  • Je gebruik kost veel tijd. Het kost ook veel tijd om je daarna weer beter te voelen.
  • Je denkt er steeds aan. Je hebt steeds zin in de volgende keer dat je kunt gebruiken.
  • Je hebt problemen op school, studie, werk of thuis.
  • Je blijft gebruiken, ook al geeft het problemen in je relatie.
  • Door je gebruik stop je met je hobby’s, school of werk. Je spreekt niet meer af met vrienden.
  • Je blijft gebruiken, zelfs als je daardoor in gevaar komt.
  • Je blijft gebruiken, ook al weet je dat het lichamelijke en psychische problemen geeft of erger maakt.
  • Je moet steeds meer gebruiken om hetzelfde gevoel te krijgen.
  • Als je niet gebruikt, geeft dit klachten. Deze klachten worden minder als je weer gebruikt.
    Zulke klachten heten ontwennings-verschijnselen of afkick-verschijnselen.
Stoppen of minder gebruiken

Hoe kan ik minder cocaïne gebruiken of ermee stoppen?

Als je vaak cocaïne gebruikt, merk je misschien steeds meer van de vervelende gevolgen. Dan kun je erover nadenken of je wilt stoppen of minder wilt gaan gebruiken. Dit kan op verschillende manieren:

  • een behandeling bij een instelling voor verslavingszorg
    Je krijgt gesprekken met een psycholoog of arts die veel weet over verslavingen.
  • online zelfhulp
    Via een programma op internet krijg je hulp bij het stoppen.
  • zelf proberen, zonder hulp
    Wil je zelf stoppen? Vertel het dan aan de mensen om je heen. Bijvoorbeeld je ouders en je vrienden. Zij kunnen je dan steunen als je het moeilijk hebt.

Bel je huisarts als je een behandeling bij een instelling wilt. Je huisarts kan je dan doorsturen.

Je kunt ook direct de instelling bellen. Meestal kun je een gratis adviesgesprek krijgen. Bijvoorbeeld voor advies over hoe je zelf kunt stoppen.
Je kunt ook het advies krijgen dat een behandeling beter is voor jou. Wil je dat? Dan moet je meestal je huisarts vragen om je door te sturen.

Klachten als je stopt

De eerste dagen of weken kun je last krijgen van deze klachten:

  • Je humeur verandert steeds. Je voelt je vrolijk en dan ineens weer boos of verdrietig.
  • Je voelt je somber of depressief.
  • Je vertrouwt andere mensen niet.
  • Delen van je lichaam trillen, zoals je handen.
  • Je ziet dingen die er niet zijn (hallucinaties).
  • Je hebt weinig energie.
  • Je hebt veel honger.

Dit is meestal over na een aantal weken.

Sommige mensen houden langer last. Zij hebben klachten zoals:

  • Het gaat goed, maar dan gebruiken ze ineens toch weer (een terugval).
  • Ze blijven zich depressief voelen.
  • Ze worden verslaafd aan iets anders.
Meer informatie

Meer informatie over cocaïne

We hebben deze tekst gemaakt met de richtlijn over problemen met cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines.

cannabis

Cannabis is een kruidenmiddel, het bevat de toppen van de plant Cannabis sativa. Andere namen zijn marihuana of wiet. De apotheek levert speciale producten met een vaste samenstelling aan werkzame stoffen: de medicinale cannabis.

Artsen schrijven medicinale cannabis voor bij MS (multipele sclerose). Ze schrijven het soms voor bij ernstige spierkrampen door ruggenmergschade, misselijkheid en braken door behandeling van kanker, hiv, aids of hepatitis C, chronische pijn, vooral zenuwpijn, tics (syndroom van Gilles de la Tourette) en glaucoom (verhoogde oogboldruk).

Ze schrijven het ook voor in de palliatieve zorg (zorg in de laatste levensfase) om misselijkheid en pijn te bestrijden en de eetlust op te wekken. En bij epilepsie, maar de werking is daarbij niet aangetoond.

Uw arts zal cannabis pas voorschrijven als de gebruikelijke behandelingsmethoden onvoldoende werken of wanneer er te veel bijwerkingen optreden.

Voor meer informatie zie Apotheek.nl.
Deze tekst is aangepast op
GGZ

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?