Ik heb een sociale-angststoornis en wil me laten behandelen

In het kort

In het kort

  • Door gesprekken (met de huisarts, praktijkondersteuner of psycholoog), informatie en online cursussen kunt u de angst verminderen.
  • Als dat niet genoeg helpt, zijn mogelijke therapieën: 
    • Cognitieve gedragstherapie: u leert anders te denken, waardoor de angst verdwijnt
    • Oefenen met moeilijke situaties (dit heet exposure in vivo)
    • Sociale vaardigheidstraining
    • Taakconcentratietraining: geschikt voor mensen die bang zijn dat ze gaan trillen, zweten of blozen
  • Helpt een therapie niet genoeg, dan kunt u in overleg met uw arts kiezen voor medicijnen. 
Start behandeling

Behandeling van een sociale-angststoornis: welke hulp krijg ik eerst?

Voor een behandeling van een sociale-angststoornis kunnen de meeste mensen terecht bij de huisarts, de praktijkondersteuner GGZ, een psycholoog of psychotherapeut.

De behandeling heeft als doel dat u weer zo gewoon mogelijk kunt leven. Samen met uw behandelaar kiest u de behandeling die bij u past.

Gesprekken

U begint met gesprekken met uw behandelaar.

  • U bespreekt samen waardoor de angst bij u ontstaan kan zijn.
  • U krijgt adviezen over wat u zelf kunt doen om de angst te verminderen. Bijvoorbeeld regelmatig leven, actief blijven en als dat kan blijven werken.
  • Uw behandelaar leert u hoe u zo goed mogelijk met uw klachten kunt leven.
  • Hij/zij kan ook uw familie of andere naasten informatie geven over uw sociale fobie. Zij begrijpen u dan beter en kunnen beter op uw angsten reageren.

Informatie en online cursussen

  • Om meer te weten te komen over sociale-angststoornis kunt u ook boeken of websites lezen en filmpjes bekijken.
  • U kunt hiervoor ook een zelfhulpmethode gebruiken, een groepscursus of een online cursus volgen.
  • Met uw behandelaar bespreekt u steeds hoe het met u gaat. Hij/zij steunt en begeleidt u.
Therapie

Behandeling van een sociale-angststoornis met therapie

Helpen de adviezen en gesprekken met uw zorgverlener niet voldoende? Dan kunt u kiezen uit verschillende behandelingen:

  • Cognitieve gedragstherapie. Bij cognitieve gedragstherapie leert u anders te denken, waardoor de angst verdwijnt.
  • U kunt ook oefenen met moeilijke situaties (dit heet exposure in vivo). Door te oefenen met moeilijke sociale situaties zal de angst minder worden.

U krijgt deze therapieën in een groep.

Helpen deze therapieën niet voldoende? Dan kunt u ze combineren met de volgende behandelingen:

  • Sociale vaardigheidstraining. In een groep gaat u oefenen met sociale situaties. U leert bijvoorbeeld welke reacties bepaald gedrag oproept.
  • Taakconcentratietraining. Deze training is bijvoorbeeld geschikt voor mensen die bang zijn dat ze gaan trillen, zweten of blozen. U leert hoe u de aandacht minder op uzelf kunt richten en meer op de taak die u moet verrichten.
Medicijnen

Medicijnen bij een sociale-angststoornis

Helpt therapie niet of niet genoeg? Of heeft u een sociale-angststoornis én een depressie? Dan kunt u samen met uw arts kiezen voor een behandeling met medicijnen.

Medicijnen tegen depressie (antidepressiva) kunnen helpen bij een sociale-angststoornis. Uw behandelaar legt uit hoe en hoe vaak u de medicijnen moet innemen. Het is belangrijk dat u de medicijnen steeds op tijd inneemt. U kunt hiervoor hulpmiddelen gebruiken, bijvoorbeeld een schema of een speciaal pillendoosje.

In de eerste weken kunt u last krijgen van bijwerkingen, zoals:

  • meer angst
    Om dit tegen te gaan kunt u kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) slikken, zoals diazepam  of oxazepam . Deze middelen werken versuffend en verslavend. Gebruik ze daarom liever niet of hooguit 1 tot 2 weken.
  • een droge mond
  • maag-darmklachten
  • slaperigheid of slapeloosheid
  • zweten
  • minder zin in vrijen

Op langere termijn kunt u aankomen in gewicht.
De bijwerkingen verschillen per middel en verdwijnen meestal na verloop van tijd.
Na een aantal weken wordt duidelijk of de medicijnen bij u goed werken. Als dat zo is, blijft u ze minimaal een jaar slikken.

Bij podiumvrees kunt u propranolol gebruiken in overleg met uw huisarts. U neemt dat een half uur tot 2 uur van tevoren. 

propranolol

Propranolol behoort tot de bètablokkers. Het verlaagt de bloeddruk, vertraagt de hartslag en vermindert de zuurstofbehoefte van het hart.

Artsen schrijven het voor bij hoge bloeddruk, angina pectoris (hartkramp), hartritmestoornissen, migraine, essentiële tremor (trillen), angstgevoelens en gespannenheid, een te snelle schildklierwerking en bij een hartinfarct.

Bron: Apotheek.nl

diazepam

Diazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, paniekstoornissen, slapeloosheid, alcoholontwenning, spierkrampen, epilepsie en onrust.

Bron: Apotheek.nl

oxazepam

Oxazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, slapeloosheid en alcoholontwenning.

Bron: Apotheek.nl
Andere behandelingen

Andere behandelingen bij angst, dwang of een fobie

Vaktherapie

Bij sommige mensen kan het helpen om vaktherapie te doen. Dat is een verzamelnaam voor verschillende therapieën waarbij je niet alleen praat met een hulpverlener, maar ook dingen doet, zoals muziek maken (muziektherapie) of beeldend werken (beeldende therapie). Kijk voor meer informatie op vaktherapie.nl.

Aanvullende behandelwijzen
Veel mensen kiezen een aanvullende behandelwijze om te proberen hun klachten te verminderen. Bijvoorbeeld mindfulness, yoga, ontspanningsoefeningen, lichaamswerk of running therapie. Anderen kiezen voor kruiden, zelfzorgmedicijnen of pijnstillers. 

Bespreek dit altijd met uw behandelaar. Kruiden en zelfzorgmedicijnen, zoals passiflora, valeriaan  en sint-janskruid , kunnen invloed hebben op de medicijnen die u slikt.

sint-janskruid

Sint-janskruid heeft een antidepressieve werking.

Net als de andere medicijnen tegen depressiviteit beïnvloedt sint-janskruid de lichaamseigen stoffen in de hersenen die een rol spelen bij stemmingen en emoties. Hoe het precies werkt is nog niet helemaal bekend.

Let op! Alleen bij de medicijnen die zijn geregistreerd als geneesmiddel, is de werkzaamheid onderzocht. De kruidenmiddelen met sint-janskruid niet (zie ook de rubriek 'Hoe te verkrijgen; recept nodig en welke toedieningsvormen' onderaan deze tekst).

Sint-janskruid wordt gebruikt bij depressie.

Bron: Apotheek.nl

valeriaan

Valeriaan heeft een licht rustgevende werking. De samenstelling van de beschikbare producten wisselt sterk.

Het wordt gebruikt bij lichte vormen van nervositeit, stress en spanning en bij slapeloosheid. Hoe het precies werkt is niet bekend. Het heeft ook niet bij iedereen effect.

Bron: Apotheek.nl
Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder met een sociale-angststoornis?

Met de juiste behandeling lukt het veel mensen om de angsten goed onder controle te krijgen. 

De angsten kunnen wel terugkomen. We noemen dit terugval. Het is belangrijk om met uw zorgverlener een plan te maken om dit te voorkomen.

  • Spreek na de behandeling nog regelmatig af met uw zorgverlener om te bespreken hoe het met u gaat.
  • En maak samen met hem/haar een signaleringsplan.

In een signaleringsplan komt te staan:

  • Hoe u kunt merken dat de angststoornis terugkomt.
  • Hoe de mensen om u heen kunnen merken dat het weer slechter gaat met u.
  • Wat u en de mensen om u heen dan kunnen doen.
  • Met wie en hoe u contact kunt opnemen als u het gevoel heeft dat het niet goed gaat.

Medicijnen afbouwen

Gebruikt u medicijnen en geven die ernstige bijwerkingen? Of wilt u meer of minder medicijnen gaan gebruiken of met het medicijn stoppen? Neem contact op met uw arts om te overleggen. Medicijnen (antidepressiva) moet u geleidelijk afbouwen.

Meer informatie

Meer informatie over angstklachten en angststoornissen

Voor meer informatie kunt u ook terecht bij:

De informatie over angststoornissen is gebaseerd op de wetenschappelijke richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Angst, het Multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’ en de Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen.

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.