Weeg jezelf altijd op dezelfde weegschaal. Er zijn weegschalen die met een wijzer je gewicht laten zien en digitale weegschalen. Welke je gebruikt, maakt niet uit. Maar de ene weegschaal kan wel een kilo meer of minder meten dan de andere. Gebruik daarom altijd dezelfde weegschaal.
Gebruik je een weegschaal met een wijzer? Zet die eerst op 0. Dat kan met een wieltje. Dat wieltje zit meestal in de buurt van de wijzer of juist aan de andere kant.
Zet de weegschaal op een harde vloer, zoals tegels of hout. Niet op vloerbedekking.
Zo weeg je je
Weeg jezelf altijd op dezelfde tijd. Bijvoorbeeld 's ochtends als je net uit bed bent.
Zorg dat je bij elke meting evenveel kleren aan hebt. Dus altijd alleen ondergoed. Of altijd met je gewone kleren aan. Maar wel zonder schoenen en met lege zakken.
Ga midden op de weegschaal staan. Wacht dan even tot de wijzer stilstaat of de meter niet meer verandert.
Hoe vaak moet je je wegen?
Je spreekt met je huisarts of praktijkondersteuner af hoe vaak je jezelf weegt.
Heb je hartfalen? Dan weeg je je meestal 2 of 3 keer per week. Zo kun je goed kijken of er niet te veel vocht in je lichaam blijft.
Heb je een ziekte waarbij je kunt afvallen? Weeg je dan 1 keer per week.
Wil je gezonder leven en daarbij afvallen? Weeg je dan 1 keer per 1 of 2 weken. Vaker wegen is niet nodig. Afvallen gaat niet snel. Het duurt wel 1 of 2 weken voor je kunt zien of je bent afgevallen.
Schrijf je gewicht op in het dagboek gewicht
Schrijf je gewicht op in het Dagboek gewicht bijhouden. Download het hieronder.
Bel je huisarts voor een afspraak bij 1 van deze dingen:
Je wordt zwaarder bij hartfalen
Weeg je jezelf omdat je hartfalen hebt? Bel dan als je meer gaat wegen. Bijvoorbeeld 2 kilo in 3 dagen.
Je valt te veel af
Weeg je jezelf omdat je een ziekte hebt waarbij je kunt afvallen? Of val je af en je weet niet waarom? Bel dan als je minder gaat wegen. Bijvoorbeeld 2 of 3 kilo in een paar weken.