In het kort
- Je hebt op de IC gelegen omdat je ernstig ziek was.
- De IC is een afdeling in het ziekenhuis.
- Met medicijnen en apparaten zorgden artsen en verpleegkundigen ervoor dat je belangrijke organen bleven werken. Zoals je hart, longen en nieren.
- Het kan zijn dat je je weinig herinnert van je opname op de IC.
- Helemaal beter worden na een IC-opname kost tijd. Het is belangrijk om goed voor jezelf te zorgen.
Wat is de IC?
De IC is een afdeling in het ziekenhuis. IC is een afkorting van intensive care. Dat betekent intensieve behandeling. Op de IC krijg je meer zorg dan op andere afdelingen in het ziekenhuis.
Elk ziekenhuis heeft een IC. Soms ga je naar een ander ziekenhuis waar je meer behandelingen kunt krijgen.
Waarom lag je op de IC?
Je lag op de IC omdat je ernstig ziek was. Of omdat je ernstig ziek kon worden. 1 of meer belangrijke organen van je lichaam werkten niet goed. Zoals je longen, hersenen, hart of nieren.
Op de IC controleerden artsen en verpleegkundigen die belangrijke organen. Medicijnen en apparaten ondersteunden die organen. Als het nodig was, namen apparaten een orgaan helemaal over.
Hoe kwam je op de IC?
Je kwam op de IC door bijvoorbeeld 1 van deze dingen:
- na een ongeluk of door een ziekte
De meeste IC-opnames zijn niet gepland. Je ligt bijvoorbeeld op de IC na een ernstig ongeluk, bij een ernstige longontsteking of na een hartstilstand. - na een operatie
Soms is een IC-opname van tevoren gepland. Bijvoorbeeld na een grote operatie aan je hart, bloedvaten, buik of hersenen. - van een gewone afdeling naar de IC
Soms lag je al op een gewone afdeling in het ziekenhuis. Als het daar steeds slechter ging, was een opname op de IC misschien nodig.
Hoe zag het eruit op de IC?
Het kan zijn dat je met andere patiënten op een kamer lag. Of misschien lag je er alleen.
Je lag in een bed met een monitor. Dat is een soort beeldscherm. Daarop waren je hartslag, bloeddruk, temperatuur en de hoeveelheid zuurstof in je bloed te zien. Artsen en verpleegkundigen controleerden deze dingen regelmatig.
Andere apparaten en slangetjes op de IC
Meestal waren er nog meer apparaten, slangetjes en andere dingen om je heen. Je kunt aan je verpleegkundige vragen welke dat bij jou waren. Je had misschien 1 of meer van deze apparaten of slangetjes:
Een apparaat dat je ademhaling regelde (beademing)
Als je niet zelf kon ademen, hielp een apparaat daarbij. Bijvoorbeeld via een masker over je mond en neus. Of via een buisje in je luchtpijp.
Een apparaat dat het bloed filtert (dialyse)
Normaal gesproken filteren je nieren je bloed. Als je nieren dat niet goed meer konden, haalde een machine afvalstoffen uit je bloed. Dat heet dialyse.
Een slangetje in je bloedvat (infuus)
Met een infuus krijg je medicijnen en vocht. Een infuuspomp regelt hoeveel medicijnen en vocht je krijgt. Het kan zijn dat je meerdere pompen naast je bed had.
Misschien had je ook een centrale lijn. Dat is een infuus in een groot bloedvat, bijvoorbeeld in je hals of borst. Via een centrale lijn kun je voeding krijgen.
Een slangetje naar je blaas (katheter)
Via dit slangetje leegde je blaas zich vanzelf in een zakje.
Een slangetje voor voeding via je neus (voedingssonde)
Als je niet zelf kon eten, kreeg je vloeibare voeding via een slangetje door je neus naar je maag.
Een slangetje voor het verwijderen van vocht uit je maag (maaghevel)
Als er vocht uit je maag moest, kreeg je een maaghevel. Via dit slangetje werd het vocht afgevoerd.
Wie zorgden er voor je op de IC?
Op de IC werkt een groot team van zorgverleners:
Verpleegkundigen
- Verpleegkundigen gaven je medicijnen en zorgden voor jou.
Artsen
- De artsen op de IC heten intensivisten. Zij kozen welke behandeling het beste voor je was.
- Soms werkten er ook andere artsen. Zoals artsen die veel weten over bepaalde ziektes (internisten), artsen die veel weten over de hersenen (neurologen) en artsen die opereren (chirurgen).
Fysiotherapeuten
- Fysiotherapeuten deden oefeningen met je om je spieren soepel te houden.
Diëtisten
- Diëtisten zorgden ervoor dat je gezonde voeding kreeg. Dat hielp om te herstellen.
Hulpverleners om mee te praten
- Misschien was er een psycholoog of maatschappelijk werker. Die kon je helpen als je het moeilijk vond om zo ziek te zijn.
- Misschien was er ook een geestelijk verzorger. Dat is iemand met wie je kon praten over wat je meemaakte.
Hoe kreeg je eten en medicijnen op de IC?
Gezonde voeding is belangrijk op de IC. Je lichaam had het nodig om beter te worden.
Als je niet zelf kon eten, heb je misschien sondevoeding gehad. Dat is vloeibare voeding via een slangetje door je neus naar je maag. Het kan ook zijn dat je voeding kreeg via een slangetje in een bloedvat (infuus).
Medicijnen
Op de IC kreeg je medicijnen via een infuus. En soms via een zetpil of een slangetje in je neus. Dat heet een sonde.
Gebruikte je thuis medicijnen? Dan heb je die op de IC waarschijnlijk ook gehad. De arts bekeek welke medicijnen je ook op de IC nodig had.
Kreeg je bezoek op de IC?
Terwijl je op de IC lag, kwamen je familie en vrienden misschien op bezoek. Zij konden je hand vasthouden, tegen je praten of muziek laten horen. Misschien weet je daar weinig of niets meer van.
Contact met artsen
Artsen vertelden je familie en vrienden hoe het met je ging en welke behandelingen er nodig waren. Had je al eerder wensen opgeschreven over je behandeling? Bijvoorbeeld in een wilsverklaring? Dan bespraken de artsen dat ook.
Hoe ging de behandeling op de IC?
Op de IC kreeg je 1 of meer behandelingen.
Rust en hulp bij ademhalen
- Het kan zijn dat je met medicijnen in slaap bent gehouden. Dit heet een kunstmatige slaap. Zo kreeg je lichaam rust om beter te worden.
- Als je niet zelf kon ademen, hielp een apparaat daarbij.
Voor je veiligheid
- Misschien zijn je handen of armen vastgebonden aan je bed om je te beschermen. Zo kon je niet per ongeluk een buisje of infuus eruit trekken.
Bloed van een donor
- Had je veel bloed verloren? Of had je bloedarmoede? Dan heb je misschien bloed van een donor gekregen. Dat heet een bloed-transfusie.
Machine die het werk van organen overneemt
- Als je nieren niet goed werkten, filterde een apparaat je bloed (dialyse).
- Als je longen of hart ernstig beschadigd waren, heb je misschien een behandeling gekregen met een hart-long-machine (ECMO). Die machine neemt het werk over van je longen en soms ook je hart.
Welke problemen heb je misschien gehad op de IC?
Tijdens de IC-opname heb je misschien problemen gehad. Bijvoorbeeld 1 of meer van deze dingen:
Verward zijn (delier)
Bij een delier ben je opeens heel verward. Soms zie je dingen die er niet zijn. Je kunt een delier krijgen als je erg ziek bent of bepaalde medicijnen gebruikt. Meestal is het tijdelijk.
Zwakkere spieren
Bij een IC-opname kunnen je spieren zwakker worden. Dat kon bij jou gebeuren doordat je ziek was, in bed lag en soms ook door bepaalde medicijnen. Fysiotherapeuten deden dan oefeningen met je terwijl je op de IC lag.
Vocht vasthouden (oedeem)
Soms houdt je lichaam vocht vast. Daardoor kunnen je handen, voeten of gezicht dik worden. Dat heet oedeem. Meestal gaat het vanzelf over.
Drukplekken
Als je lang in bed ligt, kan je huid beschadigd raken. Dat heet een drukplek. Verpleegkundigen draaiden je daarom regelmatig om.
Afvallen
Als je lang op de IC ligt, kun je veel gewicht verliezen. Als dat bij jou zo was, kwam dat doordat je lichaam veel energie nodig had om beter te worden. En doordat je misschien niet zelf kon eten.
Een ernstige ontsteking (sepsis)
Als je lichaam heftig reageert op een ontsteking, kun je een sepsis krijgen. De ontsteking kan overal in je lichaam zitten, bijvoorbeeld in je longen of nieren. Dit is gevaarlijk. Als het bij jou gebeurde, had je snel een behandeling nodig met medicijnen.
Problemen met je bloed
Soms stolt je bloed niet goed als je erg ziek bent. Daardoor kun je sneller een bloeding krijgen, of juist propjes in je bloed (trombose). Artsen controleerden dit bij jou. Als het nodig was, kreeg je medicijnen.
Hoe herstel je na een IC-opname?
Toen het wat beter met je ging, ben je waarschijnlijk naar een verpleeg-afdeling in het ziekenhuis gegaan om verder beter te worden.
Naar huis na de IC
Je mocht naar huis toen je weer sterk genoeg was. Waarschijnlijk had je thuis nog veel hulp nodig.
Naar een verpleeghuis of revalidatie-centrum
Misschien kon je nog niet naar huis. Bijvoorbeeld omdat er thuis niet genoeg hulp was. Je bent dan naar een verpleeghuis of revalidatie-centrum gegaan om sterker te worden.
Helemaal beter worden
Helemaal beter worden na een IC-opname kost tijd. Soms duurt het weken, soms maanden. Hoe lang het duurt, hangt af van hoe ziek je was en hoe lang je op de IC hebt gelegen. De artsen kunnen je hier meer over vertellen.
Meestal herstelt eerst je lichaam. Je wordt langzaam sterker. Daarna ga je vaak pas nadenken over wat je hebt meegemaakt. En leren omgaan met wat er is gebeurd. Bij sterker worden na een IC-opname lees je daar meer over.
Meer informatie over hulp en steun na je IC-opname
- Contact met mensen die op de IC hebben gelegen en hun naasten: FCIC & IC Connect en IC Café
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met:
- de richtlijn voor artsen over voeding op de IC
- de richtlijn voor artsen over diepe slaap en medicijnen tegen pijn op de IC
- de richtlijn voor artsen over zorg na een opname op de IC
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 22 okt 2026