Ik gebruik medicijnen en wil veilig rijden

In het kort

In het kort

  • Sommige medicijnen maken u suf en slaperig.
  • Rijden is dan gevaarlijk en strafbaar.
  • Deze medicijnen hebben een gele sticker of waarschuwing op het doosje. Het staat ook in de bijsluiter.
  • Voorbeelden zijn slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen, sterke pijnstillers en medicijnen tegen depressie, allergie of psychose.
  • Als u toch wilt rijden, bespreek dit dan met uw huisarts of apotheker.
Films

Films

Waarom belangrijk

Waarom is het belangrijk om te weten of ik met mijn medicijnen veilig kan rijden?

In het verkeer telt elke seconde. Gelukkig letten we meestal goed op. We reageren snel en op de juiste manier. Vaak gaat dat automatisch.

Sommige medicijnen zorgen ervoor dat u slechter of langzamer reageert. Dat kan gevaarlijk zijn. Want als bestuurder moet u snel kunnen reageren. In een auto, bus of vrachtwagen, maar ook op de fiets, brommer, scooter of een scootmobiel. Zo voorkomt u ongelukken.

Goed opletten en snel reageren is ook in andere situaties belangrijk. Bijvoorbeeld als u met gevaarlijke machines werkt, zoals een motorzaag, graafmachine, hijskraan of ploeg. Of als u op een ladder of steiger staat.

Invloed van medicijnen

Welke invloed kunnen medicijnen hebben op het rijden?

  • Sommige medicijnen hebben bijwerkingen waardoor u minder goed oplet en minder snel reageert.
  • U rijdt dan minder veilig. U merkt daar zelf misschien niets van.
  • U voelt zich misschien niet suf of slaperig, maar u reageert toch minder goed en minder snel. De kans op een ongeluk in het verkeer of met een machine is dan groter.
  • Hoeveel slechter u oplet en reageert hangt af van:
    • het medicijn: het ene medicijn heeft meer invloed op het rijden dan het andere medicijn
    • hoeveel medicijn u gebruikt
    • wanneer op de dag u het medicijn slikt
    • uw leeftijd en of u een ziekte heeft: als u ouder bent of ziek bent kunt u meer last hebben, bijvoorbeeld als uw nieren minder goed werken
    • andere medicijnen: als u bijvoorbeeld 2 of meer medicijnen tegelijk neemt, reageert u nog trager

Medicijnen waardoor u minder goed oplet en reageert, hebben vaak ook andere bijwerkingen. Die merkt u zelf meestal wel. Bijvoorbeeld:

  • minder goed of dubbel zien
  • duizelig of onhandig zijn
  • armen die zwaar aanvoelen
  • bijna in slaap vallen
  • minder goed uw aandacht erbij houden
Hoe weet ik het

Hoe weet ik of mijn medicijnen invloed hebben op het rijden?

U herkent medicijnen die ervoor zorgen dat u minder goed oplet of reageert aan:

  • een gele sticker op het doosje
    Op de sticker staat: 'Dit geneesmiddel kan het reactievermogen verminderen'.
  • een waarschuwing op het doosje
    Op het etiket staat dat uw medicijn 'het reactievermogen kan verminderen'.
  • de bijsluiter van uw medicijn
    Kijk bij: 'Rijvaardigheid en het gebruik van machines'. Hier staat of er bijwerkingen zijn waardoor u minder goed oplet of reageert.

U merkt zelf niet goed of u suf wordt of anders reageert. Daarom is het heel belangrijk dat u op deze waarschuwingen let.

Kijk op de website rijveiligmetmedicijnen.nl om te zien of u met uw medicijn mag rijden.

Hoe lang niet rijden

Hoe lang mag ik niet (auto)rijden als ik deze medicijnen gebruik?

  • Sommige medicijnen werken heel lang. U kunt dan lange tijd slechter opletten of reageren. Ook als u die maar 1 keer gebruikt.
    Bijvoorbeeld: door een slaapmiddel of een kalmeringsmiddel kunt u 1 of 2 dagen later nog suf zijn.
  • Bij sommige medicijnen blijft u last houden van minder goed reageren en opletten. Ook als u het medicijn al lange tijd elke dag gebruikt. De bijwerkingen van het medicijn worden dan niet minder. Vooral als u het medicijn elke dag gebruikt, merkt u dit zelf vaak niet. Maar (auto)rijden is dan wel gevaarlijk. Bijvoorbeeld bij kalmeringsmiddelen.
  • Aan sommige andere medicijnen raakt u wel langzaam gewend. Als u deze medicijnen langer gebruikt, worden de bijwerkingen minder. U kunt bijvoorbeeld bij een medicijn tegen depressie in het begin suf zijn. Als u dit medicijn een tijdje gebruikt, bent u langzaam steeds iets minder suf. Dit verschilt per persoon.
  • Als u stopt met een medicijn of juist meer gaat gebruiken, rijdt u soms ook slechter. Ook als u al aan het medicijn gewend was.
  • Sommige medicijnen werken nog door nadat u al gestopt bent.
Welke medicijnen

Welke medicijnen hebben invloed op het rijden?

Voorbeelden van medicijnen die invloed hebben op het rijden:

Slaapmiddelen en kalmeringsmidelen

Bijvoorbeeld temazepam , oxazepam , nitrazepam , diazepam , alprazolam , lorazepam , zolpidem en zopiclon .
Soms schrijft een arts zo'n medicijn voor als spierverslapper of bij epilepsie.
U mag in ieder geval niet (auto)rijden tot 8 uur nadat u deze medicijnen heeft ingenomen. En bij veel medicijnen is dat nog een stuk langer. Als u het medicijn elke dag slikt, mag u vaak helemaal niet meer rijden.

Medicijnen tegen depressie en angst

Bijvoorbeeld citalopram , paroxetine , mirtazapine en amitriptyline .
Bij de meeste medicijnen mag u (auto)rijden als u geen last meer heeft van bijwerkingen.
Van sommige medicijnen wordt u wel slaperig. Dan mag u meestal (een tijd) niet rijden. Bijvoorbeeld bij mirtazapine en amitriptyline.

Medicijnen tegen hooikoorts, allergie, jeuk of reisziekte (antihistamine-medicijnen)

Bijvoorbeeld cetirizine , desloratadine , clemastine en cinnarizine .
Bij de meeste medicijnen mag u (auto)rijden als u geen last heeft van bijwerkingen.
Met sommige medicijnen die uw huisarts u voorschrijft, mag u niet rijden. Bijvoorbeeld bij clemastine.

Medicijnen tegen epilepsie

Bijvoorbeeld lamotrigine , levetiracetam en carbamazepine .
Met de meeste medicijnen mag u een tijd niet (auto)rijden als u begint met het medicijn. Meestal een paar dagen tot 2 weken.
Bij sommige medicijnen mag u langer niet (auto)rijden als u er veel van gebruikt, bijvoorbeeld carbamazepine.

Medicijnen tegen psychose

Bijvoorbeeld haloperidol , quetiapine en olanzapine .
Bij de meeste medicijnen mag u de eerste dagen tot weken niet (auto)rijden. Bij sommige medicijnen mag u helemaal niet meer rijden.
Als u een psychose heeft, mag u niet (auto)rijden.

Sommige sterke pijnstillers

Bijvoorbeeld morfine , oxycodon , fentanyl , tramadol en codeïne .
Bij deze medicijnen mag u de eerste 2 weken niet (auto)rijden. Als u daarna gewend bent aan het medicijn mag u meestal wel (auto)rijden.
Als u het medicijn alleen soms gebruikt, mag u in ieder geval 24 uur daarna niet (auto)rijden.
Als u het medicijn iedere dag gebruikt en u gaat meer gebruiken, dan mag u de eerste 2 weken weer niet (auto)rijden.

Morfine, dexamfetamine of medicinale cannabis

(Auto)rijden met deze medicijnen is strafbaar, ook als u het al heel lang gebruikt. Toch kunt u soms nog wel autorijden. Zo moet u daarmee omgaan:

  • U mag de eerste 2 weken geen dingen doen waarbij u goed moet opletten en snel moet kunnen reageren. Zoals autorijden of gevaarlijke machines gebruiken.
    Als u meer van deze medicijnen gaat gebruiken, mag u weer 2 weken geen dingen doen waarbij u goed moet opletten.
  • Na 2 weken mag dit wel, als deze 3 dingen kloppen:
    • U heeft het elke dag gebruikt.
    • U bent eraan gewend.
    • En u heeft er geen meer last van.
  • Als u bij een verkeerscontrole komt of bij een ongeluk bent, krijgt u soms een speekseltest. Daarin is te zien dat er morfine, dexamfetamine of medicinale cannabis in uw lichaam zit. U moet dan met een medische verklaring laten zien dat u deze medicijnen gebruikt.
    Gebruikt u meer dan op het recept van de dokter staat? Of gebruikt u de medicijnen samen met alcohol of drugs? Dan kunt u een straf krijgen. Ook al heeft u een medische verklaring.

alprazolam

Alprazolam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend en vermindert angstgevoelens.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, paniekstoornis en sociale fobie.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

amitriptyline

Amitriptyline behoort tot de groep tricyclische antidepressiemiddelen. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid natuurlijk voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties.

Artsen schrijven het voor bij depressie, posttraumatische stressstoornis, zenuwpijn, bedplassen, spierpijn bij fibromyalgie, hoofdpijn, soms bij maagklachten, prikkelbare-darmsyndroom met veel pijn, slapeloosheid in de palliatieve zorg (zorg in de laatste levensfase), migraine en speekselvloed bij ALS.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

cannabis

Cannabis is een kruidenmiddel, het bevat de toppen van de plant Cannabis sativa. Andere namen zijn marihuana of wiet. De apotheek levert speciale producten met een vaste samenstelling aan werkzame stoffen: de medicinale cannabis.

Artsen schrijven medicinale cannabis voor bij MS (multipele sclerose). Ze schrijven het soms voor bij ernstige spierkrampen door ruggenmergschade, misselijkheid en braken door behandeling van kanker, hiv, aids of hepatitis C, chronische pijn, vooral zenuwpijn, tics (syndroom van Gilles de la Tourette) en glaucoom (verhoogde oogboldruk).

Ze schrijven het ook voor in de palliatieve zorg (zorg in de laatste levensfase) om misselijkheid en pijn te bestrijden en de eetlust op te wekken. En bij epilepsie, maar de werking is daarbij niet aangetoond.

Uw arts zal cannabis pas voorschrijven als de gebruikelijke behandelingsmethoden onvoldoende werken of wanneer er te veel bijwerkingen optreden.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

carbamazepine

Carbamazepine beïnvloedt de informatieoverdracht via de zenuwen in de hersenen. Het wordt toegepast bij verschillende aandoeningen.

Artsen schrijven het voor bij epilepsie, zenuwpijn, diabetes insipidus, manie en alcoholontwenning.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

cetirizine

Cetirizine is een anti-allergiemedicijn.

Het wordt gebruikt bij verschillende vormen van allergie, zoals hooikoorts, langdurig ontstoken neusslijmvlies, ontstoken ogen door allergie, netelroos en jeuk.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

cinnarizine

Cinnarizine vermindert misselijkheid. Verder is het een anti-allergiemedicijn.

Het is te gebruiken bij reisziekte en bij verschillende vormen van allergie, zoals netelroos en jeuk. Ook kan het gebruikt worden bij duizeligheid, maar de werking is daarbij niet aangetoond.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

citalopram

Citalopram behoort tot de serotonineheropnameremmers ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.

Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.

Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, specifieke fobie en posttraumatische stressstoornis. Soms wordt citalopram ook gebruikt bij voortijdige zaadlozing.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

clemastine

Clemastine is een anti-allergiemedicijn.

Artsen schrijven het voor bij verschillende vormen van allergie, zoals na insectensteken, netelroos, jeuk, hooikoorts, langdurig ontstoken neusslijmvlies en ontstoken ogen door allergie.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

codeïne

Codeïne is een hoestprikkeldempend medicijn. Het vermindert de neiging tot hoesten. Verder heeft het een pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij hoest, pijn en diarree.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

desloratadine

Desloratadine is een anti-allergiemedicijn.

Artsen schrijven het voor bij verschillende vormen van allergie, zoals hooikoorts, langdurige ontsteking van het laagje huid met slijm van de neus (neusslijmvlies), ontstoken ogen door allergie, jeuk en huiduitslag met roze bulten en erge jeuk (netelroos).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

dexamfetamine

Dexamfetamine is een stimulerend medicijn.

Artsen schrijven het voor bij ADHD (u bent snel afgeleid, doet drukker en doet dingen zonder er bij na te denken). Ook bij narcolepsie (slaapziekte).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

diazepam

Diazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, paniekstoornissen, slapeloosheid, alcoholontwenning, spierkrampen, epilepsie en onrust.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

fentanyl

Fentanyl is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij plotselinge hevige pijn, zoals pijn na een operatie, ernstige verwonding of pijn na een hartinfarct. Ook bij langdurige hevige pijn, zoals pijn bij kanker.

Artsen schrijven het soms ook voor bij zorg voor mensen die in hun de laatste levensfase zitten (palliatieve zorg).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

haloperidol

Haloperidol behoort tot de klassieke antipsychotica. Het remt in de hersenen de effecten van de natuurlijk voorkomende stof dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, dementie, tics, dwangstoornissen, misselijkheid en braken en hik.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

lamotrigine

Lamotrigine beïnvloedt de informatieoverdracht via zenuwen in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij epilepsie en bij manische depressie (bipolaire stoornis) om depressie en manie te voorkomen.

Artsen schrijven lamotrigine soms voor bij zenuwpijn en bij posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

levetiracetam

Levetiracetam beïnvloedt de informatieoverdracht via zenuwen in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij epilepsie.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

lorazepam

Lorazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, paniekstoornissen, slapeloosheid, epilepsie, alcoholontwenning, misselijkheid en braken door chemotherapie en onrust.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

mirtazapine

Mirtazapine is een medicijn tegen depressie. Het beïnvloedt in de hersenen de natuurlijk voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties.

Artsen schrijven het voor bij depressie en soms bij jeuk of slapeloosheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

morfine

Morfine is de belangrijkste vertegenwoordiger van de morfineachtige pijnstillers (opiaten). Het heeft een sterk pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij plotselinge hevige pijn, zoals pijn na een operatie, ernstige verwonding, pijn na een hartinfarct of koliekpijn. Ook bij langdurige hevige pijn, zoals pijn bij kanker.

Artsen schrijven het ook voor bij ernstige benauwdheid door een hart dat minder goed pompt (hartfalen) en bij zorg voor mensen die niet meer beter worden (palliatieve zorg).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

nitrazepam

Nitrazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij slaapstoornissen en bij bepaalde vormen van epilepsie.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

olanzapine

Olanzapine behoort tot de atypische antipsychotica. Het remt in de hersenen de effecten van natuurlijk voorkomende stoffen, voornamelijk van dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, posttraumatische stressstoornis en ernstige misselijkheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

oxazepam

Oxazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, slapeloosheid en alcoholontwenning.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

oxycodon

Oxycodon is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij hevige pijn, zoals pijn na een operatie of pijn als gevolg van kanker. Artsen schrijven het ook voor in de zorg voor mensen die niet meer beter worden (palliatieve zorg).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

paroxetine

Paroxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.

Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, sociale fobie, specifieke fobie en posttraumatische stressstoornis.

Het wordt ook gebruikt bij zenuwpijn, bij bepaalde soorten jeuk, bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing) en bij opvliegers tijdens de overgang.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

quetiapine

Quetiapine behoort tot de atypische antipsychotica. Het vermindert in de hersenen het effect van natuurlijk voorkomende stoffen, voornamelijk dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, depressie en onrust. Ook wanneer u te blij bent en te veel energie heeft waardoor u bijvoorbeeld niet genoeg slaapt (manie). Ook kunnen artsen het voorschrijven bij dwangstoornissen.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

temazepam

Temazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend en vermindert angstgevoelens.

Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid en tijdens een psychose.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

tramadol

Tramadol is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij plotselinge of langdurige hevige pijn en bij zenuwpijn. Soms schrijven artsen het voor bij seksuele stoornissen (voortijdige zaadlozing).

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

zolpidem

Zolpidem is een slaapmiddel.

Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.

zopiclon

Zopiclon is een slaapmiddel.

Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Adviezen

Adviezen bij medicijnen met invloed op het rijden

  • Voordat u gaat autorijden:
    • Kijk of er een gele sticker of waarschuwing op uw medicijndoosje zit.
    • Is er een gele sticker of waarschuwing en krijgt u het medicijn voor het eerst? U mag niet (auto)rijden. En doe geen andere dingen waarbij u goed moet opletten.
    • Lees de bijsluiter. Hierin staan adviezen over rijden met uw medicijn. Volg deze adviezen op.
    • Kijk uw medicijn na op rij veilig met medicijnen. Hier kunt u zien of u mag rijden met uw medicijnen.
    • Twijfelt u of u mag rijden? Vraag advies aan uw apotheker of arts.
  • Neemt u een medicijn alleen soms of stopt u soms met het medicijn? Dan moet u iedere keer dat u het middel weer neemt, doen alsof het de eerste keer is dat u het slikt. Vaak mag u dan de eerste tijd weer niet (auto)rijden.
  • Rijden is strafbaar met een medicijn waarvan u kunt weten dat u hierdoor minder goed rijdt. Als u toch rijdt met deze medicijnen, kunt u de schuld krijgen bij een ongeluk. Of zelf straf krijgen.
  • Moet u lange tijd medicijnen blijven gebruiken met invloed op het rijden? Praat hierover met uw apotheker of huisarts. Soms is het namelijk slim om dit door te geven aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Als u minder goed kunt opletten door het medicijn, is autorijden strafbaar. U vult dan een lijst met vragen over uw gezondheid in (een gezondheidsverklaring).

  • Als u bij uw medicijn niet mag rijden, maar u dit toch wilt of moet: vraag dan advies aan uw apotheker of arts. U kunt deze vragen stellen:
    • Kan ik minder van het medicijn gebruiken?
    • Kan ik een ander medicijn gebruiken waarmee ik wel mag (auto)rijden?
    • Kan ik het medicijn op een ander moment van de dag gebruiken waardoor ik wel mag (auto)rijden?
    • Kan ik met het medicijn stoppen?

  • Als u bij uw medicijn wel mag rijden, of weer mag beginnen met rijden, let dan extra goed op:
    • Rijd niet als u slecht ziet of duizelig, slaperig of suf bent. Rijd ook niet als u moeite heeft met denken en uw aandacht erbij houden.
    • Neem geen alcohol of drugs als u gaat rijden. Samen met medicijnen heeft u namelijk meer kans op ongelukken.
    • Vraag iemand een keer mee te rijden. Een ander kan zien of u veilig rijdt.
    • Zorg dat u niet moe bent. Neem na elk uur rijden een kwartier pauze.
    • Rijd liever niet ’s nachts of bij slecht weer.
    • Zorg voor genoeg frisse lucht in de auto. Maak het niet te warm in de auto. Daar wordt u slaperig van.
    • Stop als u ergens rijdt en u niet meer weet hoe u daar gekomen bent. Bel iemand om u op te komen halen.

  • Bent u chauffeur van beroep? Dan is veilig rijden met medicijnen extra belangrijk. Praat hierover met uw apotheker of huisarts. Misschien kan uw huisarts iets aan de medicijnen veranderen waardoor u wel kunt rijden.
    U kunt ook de bedrijfsarts bellen. Die kan u adviezen geven en afspraken maken over uw werk als chauffeur.
    Bel de bedrijfsarts ook als u deze medicijnen gebruikt en werkt met een gevaarlijke machine of op een ladder of steiger.

Koffie en energiedrankjes

Koffie of energiedrankjes helpen niet tegen suffer worden door medicijnen, alcohol of drugs.

Alcohol en drugs

Als u alcohol of drugs samen met medicijnen gebruikt is de kans op ongelukken groter.

Wanneer bellen?

Wanneer bellen over uw medicijnen en rijden?

Bel uw apotheker of huisarts voor advies:

  • bij vragen over uw medicijn en rijden
  • als u twijfelt of u mag rijden met uw medicijn
  • als u 2 of meer medicijnen tegelijk gebruikt die invloed hebben op het rijden
  • als u niet mag rijden met uw medicijnen, maar u dit toch wil of moet
Meer informatie
Deze tekst is aangepast op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?