Ik gebruik medicijnen en wil veilig rijden
In het kort
- Door sommige medicijnen kun je minder goed opletten en minder snel reageren.
- Rijden is dan gevaarlijk en strafbaar.
- Deze medicijnen hebben een gele sticker of waarschuwing op het doosje. Het staat ook in de bijsluiter.
- Voorbeelden zijn slaapmiddelen en kalmerings-middelen, sterke pijnstillers en medicijnen tegen depressie, allergie of psychose.
Video Verkeer en medicijnen
Download deze video
- Videobestand .mp4
- Geluidsbestand voor als je slecht ziet of blind bent .mp3
- Ondertitelingsbestand .srt
- © 2012-2026 NHG | Gebruiksvoorwaarden
Waarom moet je weten of je met medicijnen veilig kunt rijden?
In het verkeer moet je altijd goed opletten. Zeker als je rijdt. Bijvoorbeeld in een auto, bus of vrachtwagen. Maar ook op de fiets, brommer, scooter of een scoot-mobiel.
Bij sommige medicijnen kun je last krijgen van bijwerkingen. Je kunt dan slechter of langzamer reageren. Dat kan gevaarlijk zijn. Je hebt dan een grotere kans op een ongeluk.
Goed opletten en snel reageren is ook in andere situaties belangrijk. Bijvoorbeeld als je met gevaarlijke machines werkt. Zoals een motorzaag, graafmachine, hijskraan of ploeg. Of als je op een ladder of steiger staat.
Welke effect kunnen bijwerkingen hebben als je rijdt?
Je kunt last hebben van bijwerkingen van medicijnen. Soms merk je daar niets van als je rijdt. Soms wel, dan word je bijvoorbeeld slaperig.
Door de bijwerkingen kun je minder goed opletten en minder snel reageren. Je hebt dan een grotere kans op een ongeluk in het verkeer.
Hoeveel last kun je van de bijwerkingen hebben?
Je kunt vooraf niet zeggen hoeveel last je van de bijwerkingen krijgt. Dat hangt van verschillende dingen af. Bijvoorbeeld:
- Welk medicijn gebruik je?
Het ene medicijn heeft meer effect op rijden dan het andere medicijn. - Hoeveel medicijn gebruik je?
- Wanneer op de dag gebruik je het medicijn?
- Hoe oud ben je en heb je een ziekte?
Als je ouder bent of ziek bent, kun je meer last hebben. Bijvoorbeeld als je nieren minder goed werken. - Gebruik je ook andere medicijnen?
Je reageert nog trager als je bijvoorbeeld 2 of meer medicijnen tegelijk neemt.
Andere bijwerkingen
Medicijnen waardoor je minder goed oplet en reageert, hebben vaak ook andere bijwerkingen. Die merk je zelf meestal wel. Bijvoorbeeld:
- Je ziet minder goed of dubbel.
- Je bent duizelig of onhandig.
- Je armen voelen zwaar aan.
- Je valt bijna in slaap.
- Je kunt minder goed je aandacht erbij houden.
Hoe herken je medicijnen waardoor je minder goed oplet of reageert?
Hieraan herken je medicijnen waardoor je minder goed oplet of reageert:
- een gele sticker op het doosje
Op de sticker staat: 'Dit geneesmiddel kan het reactievermogen verminderen'. - een waarschuwing op het doosje
Op het etiket staat dat je medicijn 'het reactievermogen kan verminderen'. - de bijsluiter van je medicijn
Kijk bij: 'Rijvaardigheid en het gebruik van machines'. Hier staat of er bijwerkingen zijn waardoor je minder goed oplet of reageert.
Je merkt zelf niet goed of je minder goed oplet of anders reageert. Daarom is het heel belangrijk dat je op deze waarschuwingen let.
Kijk op de website Rij veilig met medicijnen om te zien of je met je medicijn mag rijden.
Hoe lang mag je niet rijden als je medicijnen gebruikt waardoor je minder goed oplet of reageert?
Hoe lang je niet mag rijden met medicijnen, hangt af van verschillende dingen:
Hoe lang werken de medicijnen?
- Sommige medicijnen werken heel lang. Je kunt dan lange tijd slechter opletten of reageren. Ook als je het medicijn maar 1 keer gebruikt.
Bijvoorbeeld: door een slaapmiddel of een kalmerings-middel kun je 1 of 2 dagen later nog steeds minder goed reageren. - Bij sommige medicijnen blijf je minder goed rijden. Ook als je het medicijn al lange tijd elke dag gebruikt. De bijwerkingen worden dan niet minder. En je merkt dit zelf vaak niet. Rijden blijft dan gevaarlijk. Bijvoorbeeld als je kalmerings-middelen slikt.
Ben je aan de medicijnen gewend?
Aan sommige medicijnen kun je wennen. Gebruik je deze medicijnen langer? Dan worden de bijwerkingen vaak minder. Dit is voor iedereen anders.
Ben je gestopt met het medicijn?
Soms rij je slechter als je stopt met een medicijn. En sommige medicijnen werken nog steeds nadat je gestopt bent.
Ga je meer gebruiken van het medicijn?
Als je meer van het medicijn gaat gebruiken, kun je ook meer last krijgen van bijwerkingen. Ook als je al aan het medicijn gewend was.
Op de website Rij veilig met medicijnen zie je hoe lang je met jouw medicijn niet mag rijden.
Door welke medicijnen kun je minder goed opletten of reageren?
Minder goed opletten en reageren zijn bijwerkingen van deze medicijnen:
Slaapmiddelen en kalmerings-middelen
Voorbeelden van slaapmiddelen en kalmerings-middelen:
temazepam
,
oxazepam
,
nitrazepam
,
diazepam
,
alprazolam
,
lorazepam
,
zolpidem
en
zopiclon
.
Je mag niet rijden tot 8 uur nadat je deze medicijnen hebt gebruikt. En bij veel medicijnen is dat nog een stuk langer. Slik je het medicijn elke dag? Dan mag je vaak helemaal niet meer rijden.
Medicijnen tegen depressie en angst
Voorbeelden van medicijnen tegen depressie en angst:
citalopram
,
paroxetine
en
mirtazapine
.
Bij de meeste medicijnen mag je rijden als je geen last meer hebt van bijwerkingen.
Van sommige medicijnen word je wel slaperig. Dan mag je meestal niet rijden. Of voor een tijdje niet. Bijvoorbeeld: bij mirtazapine mag je de eerste 7 dagen niet rijden. Daarna mag je niet rijden tot 13 uur nadat je mirtazapine hebt gebruikt. En vaak langer niet.
Amitriptyline
Amitriptyline
is een medicijn tegen onder andere depressie, spannings-hoofdpijn, migraine en zenuwpijn.
Als je dit slikt, mag je een tijdje niet rijden:
- Slik je 75 milligram of minder per dag? Dan mag je 1 week niet rijden.
- Slik je meer dan 75 milligram per dag? Dan mag je 3 maanden niet rijden.
Medicijnen tegen hooikoorts, allergie, jeuk of reisziekte (antihistamine-medicijnen)
Voorbeelden van medicijnen tegen hooikoorts, allergie, jeuk of reisziekte:
cetirizine
,
desloratadine
,
clemastine
en
cinnarizine
.
Bij de meeste medicijnen mag je rijden als je geen last hebt van bijwerkingen.
Je mag niet rijden met sommige medicijnen die je van je huisarts krijgt. Bijvoorbeeld bij clemastine.
Medicijnen tegen epilepsie
Voorbeelden van medicijnen tegen epilepsie:
lamotrigine
,
levetiracetam
en
carbamazepine
.
Met de meeste medicijnen mag je een tijd niet rijden als je begint met het medicijn of meer krijgt. Meestal 1 week.
Bij sommige medicijnen mag je langer niet rijden als je er veel van gebruikt, bijvoorbeeld carbamazepine.
Medicijnen tegen psychose
Voorbeelden van medicijnen tegen psychose:
haloperidol
,
quetiapine
en
olanzapine
.
Bij de meeste medicijnen mag je de eerste dagen tot weken niet rijden. Bij sommige medicijnen mag je helemaal niet meer rijden. Als je een psychose hebt, mag je niet rijden.
Sterke pijnstillers
Voorbeelden van sterke pijnstillers:
morfine
,
oxycodon
,
fentanyl
,
tramadol
en
codeïne
.
Gebruik je het medicijn soms? Dan mag je in elk geval 12 uur niet rijden. Soms is dit nog langer, bijvoorbeeld bij fentanyl. Erna mag je pas rijden als je geen last hebt van bijwerkingen.
Gebruik je het medicijn elke dag en ga je meer gebruiken? Dan mag je de eerste 2 weken steeds weer niet rijden. Erna mag je pas rijden als je geen last hebt van bijwerkingen.
Morfine, dexamfetamine of cannabis als medicijn
Rijden met morfine, dexamfetamine of cannabis als medicijn is strafbaar. Ook als je ze al heel lang gebruikt. Toch kun je soms nog wel rijden. Zo ga je hier goed mee om:
Als je morfine of cannabis als medicijn gebruikt: je mag de eerste 2 weken niet rijden. Daarna mag je weer rijden als deze 3 dingen kloppen:
- Je hebt het medicijn elke dag gebruikt.
- Je bent eraan gewend.
- En je hebt er geen meer last van.
Ga je meer van deze medicijnen gebruiken? Dan mag je weer 2 weken niet rijden.
Als je dexamfetamine gebruikt: je mag de eerste 3 dagen niet rijden.
Daarna mag je weer rijden als deze 3 dingen kloppen:
- Je hebt het medicijn elke dag gebruikt.
- Je bent eraan gewend.
- En je hebt er geen meer last van.
Ga je meer van deze medicijnen gebruiken? Dan mag je weer 3 dagen niet rijden.
Speekseltest en medicijnen
Als je bij een verkeerscontrole komt of bij een ongeluk bent, krijg je soms een speekseltest. Daarin is te zien dat er morfine, dexamfetamine of cannabis als medicijn in je lichaam zit. Dit is belangrijk:
- Gebruik je dexamfetamine voor ADHD? Dan mag dit.
- Gebruik je meer medicijn dan op het recept van de dokter staat? Of gebruik je de medicijnen samen met alcohol of drugs? Dan ben je strafbaar.
alprazolam
Alprazolam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend en vermindert angstgevoelens.
Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid en soms bij paniekstoornis of sociale angststoornis.
amitriptyline
Amitriptyline hoort tot de groep tricyclische antidepressiemiddelen. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid natuurlijk voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties.
Artsen schrijven het voor bij depressie, posttraumatische stressstoornis, pijn door een zenuw en bedplassen. Ook bij spierpijn bij fibromyalgie, hoofdpijn. En soms bij maagklachten, prikkelbare-darmsyndroom met veel pijn, en slapeloosheid bij iemand die niet meer beter wordt (palliatieve zorg). En bij migraine en te veel speeksel bij ALS.
carbamazepine
Carbamazepine brengt overprikkelde zenuwen in de hersenen tot rust.
Artsen schrijven het voor bij epilepsie, zenuwpijn, diabetes insipidus, manie en alcoholontwenning.
cetirizine
Cetirizine is een anti-allergiemedicijn.
Het wordt gebruikt bij verschillende vormen van allergie, zoals hooikoorts, langdurig ontstoken neusslijmvlies, ontstoken ogen door allergie, netelroos en jeuk.
cinnarizine
Cinnarizine vermindert misselijkheid. Verder is het een anti-allergiemedicijn.
Het is te gebruiken bij reisziekte en bij verschillende vormen van allergie, zoals netelroos en jeuk. Ook kan het gebruikt worden bij duizeligheid, maar de werking is daarbij niet aangetoond.
citalopram
Citalopram behoort tot de serotonineheropnameremmers ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.
Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, specifieke fobie (angst) en posttraumatische stressstoornis. Soms wordt citalopram ook gebruikt bij voortijdige zaadlozing, premenstrueel syndroom en bij prikkelbare-darmsyndroom.
clemastine
Clemastine is een anti-allergiemedicijn.
Artsen schrijven het voor bij verschillende vormen van allergie, zoals na insectensteken, netelroos, jeuk, hooikoorts, langdurig ontstoken neusslijmvlies en ontstoken ogen door allergie.
codeïne
Codeïne is een pijnstillend medicijn. Verder heeft het een hoestprikkeldempende werking. Het maakt mogelijk de neiging tot hoesten minder.
Het kan worden gebruikt bij pijn en diarree. Het is ook te gebruiken bij hoest. Artsen raden het af om codeïne bij hoest te gebruiken.
desloratadine
Desloratadine is een anti-allergiemedicijn.
Artsen schrijven het voor bij verschillende vormen van allergie, zoals hooikoorts, langdurige ontsteking van het laagje huid met slijm van de neus (neusslijmvlies), ontstoken ogen door allergie, jeuk en huiduitslag met roze bulten en erge jeuk (netelroos).
dexamfetamine
Dexamfetamine is een stimulerend medicijn.
Artsen schrijven het voor bij ADHD (u bent snel afgeleid, doet drukker en doet dingen zonder er bij na te denken). Ook bij narcolepsie (slaapziekte).
diazepam
Diazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.
Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, paniekstoornissen, slapeloosheid, alcoholontwenning, spierkrampen, epilepsie, onrust en bij klachten in de laatste levensfase.
fentanyl
Fentanyl is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.
Artsen schrijven het voor bij plotselinge hevige pijn, zoals pijn na een operatie, ernstige verwonding of pijn na een hartinfarct. Ook bij langdurige hevige pijn, zoals pijn bij kanker.
Artsen schrijven het soms ook voor bij zorg voor mensen die in hun de laatste levensfase zitten (palliatieve zorg).
haloperidol
Haloperidol hoort tot de klassieke antipsychotica. Het zorgt dat stoffen die van nature in de hersenen voorkomen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.
Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, dementie, tics, dwangstoornissen, misselijkheid en braken.
lamotrigine
Lamotrigine beïnvloedt de informatieoverdracht via zenuwen in de hersenen.
Artsen schrijven het voor bij epilepsie en bij manische depressie (bipolaire stoornis) om depressie en manie te voorkomen.
Artsen schrijven lamotrigine soms voor bij zenuwpijn en bij posttraumatische stressstoornis (PTSS).
levetiracetam
Levetiracetam beïnvloedt de informatieoverdracht via zenuwen in de hersenen.
Artsen schrijven het voor bij epilepsie.
loratadine
Loratadine is een anti-allergiemedicijn.
Het wordt gebruikt bij verschillende vormen van allergie, zoals hooikoorts, langdurig ontstoken neusslijmvlies, ontstoken ogen door allergie, netelroos en jeuk.
lorazepam
Lorazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend en vermindert angstgevoelens.
Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannen zijn, paniekstoornis, slapeloosheid, epilepsie en om rustiger te worden voor een operatie. Artsen schrijven het soms voor bij alcoholontwenning, misselijk zijn en braken door chemotherapie, onrust en bij klachten in de laatste levensfase.
mirtazapine
Mirtazapine is een medicijn tegen depressie. Het beïnvloedt in de hersenen de natuurlijk voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties.
Artsen schrijven het voor bij depressie en soms bij jeuk, slapeloosheid of spanningshoofdpijn.
morfine
Morfine is een sterke pijnstiller. Het hoort bij een groep stoffen genaamd opiaten. Deze stoffen lijken allemaal op morfine.
Artsen schrijven het voor bij plotselinge ernstige pijn, zoals pijn na een operatie, ernstige verwonding, pijn na een hartinfarct of koliekpijn. Ook bij langdurige hevige pijn, zoals pijn bij kanker. En bij zorg voor mensen die niet meer beter worden (palliatieve zorg).
Artsen schrijven het soms voor bij ernstige benauwdheid door een hart dat minder goed pompt (hartfalen).
nitrazepam
Nitrazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.
Artsen schrijven het voor bij slaapstoornissen en bij bepaalde vormen van epilepsie.
olanzapine
Olanzapine is een atypische antipsychoticum. Het zorgt dat stoffen die van nature in de hersenen voorkomen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.
Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, ernstige misselijkheid en depressie.
oxazepam
Oxazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.
Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, slapeloosheid en alcoholontwenning. Artsen schrijven het soms voor bij klachten in de laatste levensfase.
oxycodon
Oxycodon is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.
Artsen schrijven het voor bij hevige pijn, zoals pijn na een operatie of pijn als gevolg van kanker. Artsen schrijven het ook voor in de zorg voor mensen die niet meer beter worden (palliatieve zorg).
paroxetine
Paroxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, sociale angststoornis, specifieke fobie en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij zenuwpijn, bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing), premenstrueel syndroom (PMS) en bij opvliegers tijdens de overgang. Verder bij jeuk en hoesten in de laatste levensfase (palliatieve zorg).
quetiapine
Quetiapine is een atypisch antipsychoticum. Het zorgt dat stoffen die van nature in de hersenen voorkomen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.
Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, depressie en onrust. Ook wanneer u te blij bent en te veel energie heeft waardoor u bijvoorbeeld niet genoeg slaapt (manie). Ook kunnen artsen het voorschrijven bij dwangstoornissen.
temazepam
Temazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend en vermindert angstgevoelens.
Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid en tijdens een psychose.
tramadol
Tramadol is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.
Artsen schrijven het voor bij plotselinge of langdurige hevige pijn. Soms schrijven artsen het voor bij seksuele stoornissen (voortijdige zaadlozing).
zolpidem
Zolpidem is een slaapmiddel.
Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid.
zopiclon
Zopiclon is een slaapmiddel.
Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid.
Adviezen over medicijnen en rijden
Dit is belangrijk als je medicijnen gebruikt en wilt rijden:
Voordat je gaat rijden
Doe deze dingen voordat je gaat rijden:
- Kijk of er een gele sticker of waarschuwing op het doosje staat.
- Is er een gele sticker of waarschuwing? En krijg je het medicijn voor het eerst? Dan mag je niet rijden. Doe ook geen andere dingen waarbij je goed moet opletten.
- Lees de bijsluiter. Hierin staan adviezen over rijden met het medicijn. Volg deze adviezen.
- Gebruik je een medicijn soms? Of stop je soms met het medicijn? Als je het medicijn weer gebruikt, doe je alsof het de eerste keer is. Vaak mag je dan de eerste tijd weer niet rijden.
- Gebruik geen alcohol of drugs samen met je medicijnen. Je hebt dan een grotere kans op een ongeluk in het verkeer. Koffie of energie-drankjes helpen niet om beter te rijden met medicijnen, alcohol of drugs.
Je wilt of moet rijden met het medicijn, maar het mag niet
Mag je niet rijden met je medicijnen, maar wil of moet je het wel? Vraag advies aan je apotheker of huisarts. Je kunt deze vragen stellen:
- Kan ik minder van het medicijn gebruiken?
- Kan ik een ander medicijn gebruiken waarmee ik wel mag rijden?
- Kan ik het medicijn op een ander moment van de dag gebruiken, waardoor ik wel mag rijden?
- Kan ik met het medicijn stoppen?
Je mag wel rijden met het medicijn
Als je wel mag rijden met je medicijn, let dan extra goed op deze dingen:
- Rij niet als je slecht ziet of duizelig of slaperig bent. Rij ook niet als je moeite hebt met denken en je aandacht erbij te houden.
- Neem geen alcohol of drugs als je gaat rijden. Samen met medicijnen heb je dan een grotere kans op ongelukken.
- Vraag iemand een keer mee te rijden. Een ander kan zien of je veilig rijdt.
- Zorg dat je niet moe bent. Neem na elk uur rijden een kwartier pauze.
- Rij liever niet ’s nachts of bij slecht weer.
- Zorg voor genoeg frisse lucht in de auto. Maak het niet te warm in de auto. Daar word je slaperig van.
- Stop als je ergens rijdt en niet meer weet hoe je daar gekomen bent. Bel iemand die je op kan halen.
Je bent chauffeur van beroep
Als chauffeur is veilig rijden met medicijnen extra belangrijk. Praat hierover met je apotheker of huisarts. Misschien kan je huisarts iets aan de medicijnen veranderen waardoor je wel kunt rijden.
Je kunt ook de bedrijfsarts bellen. Die kan je adviezen geven. En afspraken maken over je werk als chauffeur.
Gebruik je medicijnen waardoor je minder goed oplet en reageert? En werk je met een gevaarlijke machine, of op een ladder of steiger? Bel de bedrijfsarts dan ook.
Andere adviezen
Belangrijk om niet te vergeten:
- Rijden is strafbaar met een medicijn waarvan je kunt weten dat je hierdoor minder goed rijdt. Rij je toch met deze medicijnen? Dan kun je de schuld krijgen bij een ongeluk. Of straf krijgen.
- Moet je lange tijd medicijnen gebruiken waardoor je minder goed oplet en reageert? Praat hierover met je apotheker of huisarts. Soms moet je een formulier met vragen van het CBR invullen. Dit heet een gezondheids-verklaring.
Wanneer bellen over medicijnen en rijden?
Vraag in deze situaties advies aan je apotheker of huisarts:
- Je hebt vragen over je medicijn en rijden.
- Je twijfelt of je mag rijden met je medicijn.
- Je gebruikt 2 of meer medicijnen tegelijk die effect hebben op rijden.
- Je mag niet rijden met je medicijnen. Maar je wilt of moet dit toch doen.
Meer informatie over uw medicijnen en veilig rijden
Op deze websites vind je meer informatie over rijden met medicijnen:
- Meer informatie over verkeer en medicijnen: Rijksoverheid
- Informatie over je medicijnen controleren en over medicijnen en verkeer: Rij veilig met medicijnen
- Informatie over autorijden, medicijnen en onderzoek of je gezond bent om te rijden: het CBR
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de afspraken tussen huisartsen en apothekers over medicijnen en veiligheid in het verkeer.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 9 feb 2026