Ik ben bang dat ik dementie krijg

In het kort

In het kort

  • Bij dementie vergeet u dingen en krijgt u ook andere problemen. U krijgt bijvoorbeeld problemen met:
    • apparaten gebruiken, zoals uw telefoon of uw koffiezetapparaat
    • gewone dingen doen, zoals de boodschappen en omgaan met geld
    • praten of iets uitleggen
  • Hierdoor kunnen hobby's, werk, het huishouden en contact met anderen moeilijker worden.
  • Ga naar uw huisarts als u denkt dat u dementie krijgt.
  • Dat u sneller dingen vergeet betekent niet dat u ook zeker dementie krijgt. Het kan ook door iets anders komen.
Vergeetachtigheid

Krijg ik dementie als ik sneller dingen vergeet?

Als u ouder wordt, gaat het geheugen minder goed werken. U vergeet dan sneller dingen. Dat is normaal.

Bij dementie zijn er meer problemen dan alleen snel dingen vergeten. Zo kunt u ook problemen krijgen met gewone dagelijkse dingen. Bijvoorbeeld met praten of iets uitleggen, boodschappen doen, apparaten gebruiken, koken of omgaan met geld.

Sneller dingen vergeten betekent dus niet dat u dementie krijgt.

Andere problemen

Krijg ik dementie als ik problemen met aandacht en begrijpen heb?

Soms krijgt u ook problemen met aandacht en begrijpen als u ouder wordt. U kunt bijvoorbeeld een telefoongesprek minder goed volgen. Of u kunt in de supermarkt de weg niet meer vinden. Ook dat is normaal.

Bij sommige mensen worden deze problemen steeds een beetje erger. Of zij hebben meer klachten dan wat normaal is voor hun leeftijd.
We denken dat deze mensen meer kans hebben om na een paar jaar dementie te krijgen. Bij ongeveer de helft van deze groep blijven de klachten erger worden. Zij krijgen gemiddeld na 5 jaar dementie. Bij de andere helft van deze groep blijven de klachten hetzelfde of kunnen de klachten zelfs verdwijnen.

Er zijn nog geen testen die kunnen voorspellen of u dementie krijgt. Ook niet als u al een paar klachten heeft. Op een CT-scan of MRI van uw hersenen, is niet te zien of u dementie zult krijgen. Ook een uitgebreid onderzoek van uw geheugen (neuropsychologisch onderzoek) kan dit niet voorspellen.

Verschijnselen

Wat merk ik van dementie?

Mensen die dementie hebben vergeten snel dingen, maar hebben ook andere problemen. Gewone dingen die u elke dag doet worden steeds moeilijker.

Vergeten

  • Het wordt moeilijker om nieuwe informatie te onthouden.
  • U kunt zich niet meer herinneren wat er gisteren gebeurd is.
  • Dingen die u vroeger altijd wist, kunt u zich nu moeilijk herinneren. Of het is helemaal weg uit uw geheugen.
  • U weet soms de naam van een familielid of kennis niet meer. Gezichten herkennen lukt steeds minder goed.
  • U loopt ergens heen, maar weet daarna niet meer waarom.

De weg niet weten

  • U verdwaalt in een bekende omgeving.
  • U weet niet meer waar u bent.

De tijd niet weten

  • U weet niet of het ochtend, middag of avond is.
  • U weet niet welke dag het is.

Praten

  • Het wordt moeilijker om te praten met mensen.
  • Er ontstaan 'rare' gesprekken doordat u ineens niets meer weet te zeggen of onlogische antwoorden geeft.
  • U weet niet meer of u een verhaal al verteld heeft.

Plannen maken, dingen doen, opruimen

  • Het lukt minder goed om gewone dingen te doen, zoals boodschappen doen, koffie zetten, eten koken en opruimen. U weet niet meer goed hoe het moet.
  • U bent vaak dingen kwijt. U vindt ze later op een vreemde plek terug. Misschien denkt u dat anderen spullen hebben meegenomen.

Uw lichaam

  • U zorgt minder goed voor uzelf. Aankleden of haren kammen wordt moeilijk.
  • U vergeet soms te eten en eet minder.
  • U krijgt moeite met lopen.

Anders voelen en doen (gedrag)

  • U doet anders en reageert anders. Misschien was u bijvoorbeeld vroeger rustig en nu drukker.
  • U kunt opeens boos zijn of verdrietig.
  • U doet minder dan vroeger.
  • U voelt zich onrustig of bang.
Risicofactoren

Wat maakt de kans op dementie groter?

De kans op dementie is groter:

  • op hoge leeftijd
    Hoe ouder u wordt, hoe groter de kans op dementie.
  • bij de ziekte van Parkinson
    Hoe langer iemand deze ziekte heeft, hoe groter de kans op dementie.
  • als dementie in de familie zit
    Dementie kan erfelijk zijn, bijvoorbeeld bij mensen die al op jonge leeftijd (jonger dan 65 jaar) dementie krijgen.

U kunt niet voorkomen dat u dementie krijgt. Gezond leven (gezond eten, veel sporten) verkleint de kans op dementie dus niet.

Wel of geen onderzoek?

Zal ik wel of niet laten onderzoeken of ik dementie heb?

U kunt ervoor kiezen om wel of niet te laten onderzoeken of u dementie heeft. Dit beslist u zelf. De volgende dingen kunnen u helpen om uw keuze te maken. U kunt dit ook met uw naaste of met uw huisarts bespreken.

  • Als u onderzoek laat doen, wordt duidelijker waarom u klachten heeft.
  • Als het onderzoek laat zien dat u geen dementie heeft:
    • Het kan u rust geven als u weet dat u geen dementie heeft.
    • Soms is er een andere oorzaak voor uw klachten waar een behandeling voor is. Bijvoorbeeld een depressie, een burn-out, niet goed kunnen horen of bijwerkingen van medicijnen.
  • Als het onderzoek laat zien dat u wel dementie heeft:
    • U kunt hulp krijgen om met dementie om te gaan, zoals een vaste begeleider (casemanager dementie).
    • Uw naasten begrijpen uw situatie beter en kunnen u steunen.
    • U kunt, als u dat wilt, contact maken met andere mensen die ook dementie hebben.
    • U kunt met anderen uw zorg voor de toekomst bespreken en plannen maken voor de toekomst.
    • U kunt op tijd nadenken over geldzaken en dit goed regelen.
    • Als u weet dat u dementie heeft, kan dit verdriet en angst geven.
    • Er is geen behandeling die de ziekte kan verminderen of genezen.
Onderzoeken

Hoe weet ik of ik dementie heb?

De huisarts kan onderzoeken of u dementie heeft. Het onderzoek bestaat meestal uit:

  • Een paar gesprekken met u.
  • Lichamelijk onderzoek om te weten hoe u beweegt en of u goed hoort en ziet.
  • Een apart gesprek met een naaste (partner, kind).
  • Een geheugentest. Dit is een test met vragen en opdrachten. Er zijn ook speciale geheugentesten voor u als u niet zo goed Nederlands kunt.

Het kan zijn dat de praktijkondersteuner van de huisarts de testen bij u doet. De huisarts en praktijkondersteuner bespreken samen wat er uit het onderzoek is gekomen. Daarna bespreekt de huisarts dit met u.

Bloedonderzoek is meestal niet nodig. Alleen als de huisarts denkt dat u (ook) iets anders zou kunnen hebben, zoals een ontsteking of ziekte van de schildklier.

Een scan van de hersenen is meestal ook niet nodig.

De huisarts kan u wel verwijzen voor meer onderzoek/een scan:

  • als u nog jong bent (bijvoorbeeld jonger dan 65 jaar) en misschien dementie heeft
  • als de huisarts denkt dat u een bijzondere soort dementie heeft
  • als de huisarts twijfelt over de oorzaak van uw klachten
Hoe gaat het verder?

Na de onderzoeken naar dementie

Uw huisarts vertelt of u dementie heeft of niet.

Geen dementie, wel geheugenproblemen

Soms zijn er wel problemen met het geheugen, maar heeft u geen dementie.
Dit is een normale situatie voor oudere mensen. Als u wilt, kan de huisarts de testen op een later moment nog eens doen. Bijvoorbeeld als uw klachten erger worden.

Wel dementie

De onderzoeken van de huisarts laten zien dat u dementie heeft. Dit kan een moeilijk bericht voor u zijn. De huisarts bespreekt met u en uw naaste hoe u hiermee om kunt gaan.

Twijfel over dementie

Soms is het niet duidelijk of u dementie heeft of iets anders. De huisarts kan u dan doorsturen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Dit gebeurt alleen als u dit zelf ook wilt.

Wanneer bellen?

Wanneer de huisarts bellen bij problemen met het geheugen?

Maak een afspraak met uw huisarts:

  • als u zich zorgen maakt over uw geheugen
  • als u problemen in uw leven krijgt die misschien komen door dementie
Meer informatie
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?