In het kort
- Overgeven komt meestal door buikgriep.
- Soms komt het door iets anders. Bijvoorbeeld doordat je iets verkeerds gegeten hebt.
- Blijf genoeg drinken. Drink vaak kleine slokjes.
- Blijf je een paar keer per uur overgeven en wordt dat niet minder? Bel dan je huisarts.
- Bel direct je huisarts als je je suf of verward voelt. Of het gevoel hebt dat je gaat flauwvallen.
Wat is overgeven?
Bij overgeven komt dat wat in je maag zit, ineens weer door je mond naar buiten.
Mensen noemen het ook wel kotsen, spugen of braken.
Voordat je moet overgeven, ben je vaak misselijk. Soms heb je er buikpijn of diarree bij.
Waardoor moet je overgeven?
Overgeven komt meestal door buikgriep. Maar het kan ook ergens anders door komen, bijvoorbeeld:
- Je hebt iets verkeerds gegeten.
- Je bent zwanger.
- Je hebt last van draaiduizeligheid.
- Je wordt snel misselijk in de auto, op een boot of in een vliegtuig.
- Je hebt veel stress.
- Je hebt bijwerkingen van medicijnen.
- Je hebt migraine.
- Je hebt een val of klap op je hoofd gehad.
- Je hebt te veel alcohol gedronken.
- Je hebt een zonnesteek.
Is het erg als je moet overgeven?
Meestal moet je overgeven als je buikgriep hebt of iets verkeerds hebt gegeten. Daarom is het meestal niet erg. Vaak ben je na het overgeven minder misselijk. Het overgeven gaat vanzelf weer over.
Let op uitdrogen
Als je vaak en veel moet overgeven, verlies je veel vocht. Vooral als je ook diarree of koorts hebt. Als je te veel vocht verliest, kun je uitdrogen. Dat gebeurt bijna nooit. Kinderen jonger dan 2 jaar en ouderen boven de 70 jaar hebben er een wat grotere kans op uitdrogen.
Wat kun je zelf doen als je moet overgeven?
Wat je kunt doen, hangt af van hoe vaak je overgeeft.
1 of 2 keer overgeven
- Als je maar 1 of 2 keer hebt overgegeven, kun je even afwachten.
- Laat je maag eerst tot rust komen voordat je weer gaat drinken of eten.
Vaker overgeven
- Als je vaker overgeeft, verlies je veel vocht. Neem dan elke 5 of 10 minuten een slokje water of een lepeltje slappe thee. Zo hou je toch wat vocht binnen. Dit helpt tegen uitdrogen.
- Als je je weer iets beter voelt, kun je per keer iets meer gaan drinken. Je hoeft dan niet meer elke 5 of 10 minuten te drinken.
- Heb je geen zin in eten? Dat is niet erg. Je hoeft pas weer te eten als je daar zin in hebt. Het maakt niet uit wat je dan eet. Begin eerst met kleine beetjes en wacht af of dat goed gaat.
Kijk hierboven bij ‘Waardoor moet je overgeven?’ wat je nog meer kunt doen in jouw situatie.
Zijn medicijnen nodig als je moet overgeven?
Als je lang en veel moet overgeven, kun je ORS gebruiken. Dit is een drankje met suiker en zout. ORS helpt tegen uitdrogen.
Meestal zijn medicijnen tegen misselijk zijn niet nodig als je moet overgeven. Het is onzeker of deze medicijnen helpen en je kunt wel erge bijwerkingen krijgen.
Komt het overgeven niet door buikgriep of doordat je iets verkeerds gegeten hebt? Dan kan je huisarts soms wel medicijnen voorschrijven als je misselijk bent.
ORS
ORS is een oplossing van zouten en druivensuiker in water.
Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).
Wanneer bellen als je moet overgeven?
Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je overgeeft en 1 of meer van deze klachten hebt. Of iemand anders moet voor je bellen:
- Je bent in de war.
- Je hebt het gevoel dat je gaat flauwvallen.
- Je gaat je suf voelen: je reageert niet of bijna niet als iemand iets tegen je zegt.
- Je ziet bloed bij het braaksel.
- Je bent kort geleden hard op je hoofd gevallen.
Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je overgeeft en 1 of meer van deze dingen bij jou zo zijn:
- Je hebt 12 uur of langer niet geplast.
- Je hebt 3 dagen lang 6 keer per dag of vaker diarree. Met poep zo dun als water.
Ben je 70 jaar of ouder? Bel dan al na 1 dag je huisarts als je dit hebt. - Je blijft overgeven, een paar keer per uur.
- Je hebt de hele tijd erge buikpijn.
- Je hebt diabetes.
- Je hebt een nierziekte.
- Je hebt hartfalen.
- Je gebruikt medicijnen. Kijk hieronder welke medicijnen dat zijn.
Wanneer bellen als je medicijnen gebruikt en moet overgeven?
Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je 1 of meer van deze medicijnen gebruikt en steeds blijft overgeven:
- plaspillen of medicijnen tegen hoge bloeddruk
- medicijnen bij suikerziekte, zoals metformine of een SGLT2-remmer zoals dapagliflozine , empagliflozine , canagliflozine
- pijnstillers zoals ibuprofen , naproxen of diclofenac (NSAID's)
- bloedverdunners: cumarines zoals acenocoumarol of fenprocoumon
- medicijnen tegen epilepsie
- medicijn bij een bipolaire stoornis ( lithium )
- medicijn voor je hart ( digoxine )
- als je ouder bent dan 70 jaar: medicijnen bij depressie of angst, een SSRI zoals citalopram , fluoxetine , paroxetine of sertraline
Kijk wat je moet doen als je moet overgeven en de pil of minipil gebruikt.
Als je medicijnen gebruikt, kan het gevaarlijk zijn als je moet overgeven. Soms moet je dan tijdelijk minder medicijnen nemen of stoppen met medicijnen.
acenocoumarol
Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.
Artsen schrijven het voor bij trombosebeen, longembolie, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct), TIA en bij hartritmestoornissen.
canagliflozine
Canagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte).
citalopram
Citalopram behoort tot de serotonineheropnameremmers ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.
Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, specifieke fobie (angst) en posttraumatische stressstoornis. Soms wordt citalopram ook gebruikt bij voortijdige zaadlozing, premenstrueel syndroom en bij prikkelbare-darmsyndroom.
dapagliflozine
Dapagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade).
diclofenac
Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID's genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten), ziekte van Bechterew en jicht (ontsteking in uw gewricht).
Bovendien bij koliekpijn, menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies, migraine en hoofdpijn. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose (het kraakbeen in uw gewrichten wordt dunner), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
digoxine
Digoxine behoort tot de groep geneesmiddelen die hartglycosiden worden genoemd. Digoxine verbetert de pompkracht van het hart en zorgt voor een regelmatige rustige hartslag.
Artsen schrijven het voor bij hartfalen en hartritmestoornissen.
empagliflozine
Empagliflozine is een verlager van de bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade).
fenprocoumon
Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.
Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.
fluoxetine
Fluoxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's.
Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals dwangstoornis (OCD), paniekstoornis, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis. Het wordt ook gebruikt bij boulimia nervosa, bij bepaalde menstruatieklachten (namelijk het premenstrueel syndroom), bij voortijdige zaadlozing, bij narcolepsie (slaapziekte) en bij prikkelbare-darmsyndroom.
ibuprofen
Ibuprofen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij migraine, hoofdpijn en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose, spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
lithium
Lithium vermindert hevige stemmingsschommelingen.
Artsen schrijven het voor bij depressie. Ook wanneer u te veel energie heeft waardoor u bijvoorbeeld niet genoeg slaapt. Dit wordt een manie genoemd. En soms bij clusterhoofdpijn of bij een ernstige aanval van een te snel werkende schildklier.
metformine
Metformine is een verlager van de bloedsuiker. Het behoort tot de biguaniden. Het vermindert het bloedsuiker en vermindert de eetlust.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte) en bij verminderde vruchtbaarheid.
naproxen
Naproxen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn. Ook bij ontstekingen van de gewrichten zoals reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij koliekpijn, hoofdpijn, migraine en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij pijnlijke, stijve en versleten gewrichten (artrose), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
paroxetine
Paroxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, sociale angststoornis, specifieke fobie en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij zenuwpijn, bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing), premenstrueel syndroom (PMS) en bij opvliegers tijdens de overgang. Verder bij jeuk en hoesten in de laatste levensfase (palliatieve zorg).
sertraline
Sertraline hoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Dit zijn medicijnen tegen depressie. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.
Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals sociale angststoornis, specifieke fobie, dwangstoornis, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij bepaalde menstruatieklachten (premenstrueel syndroom), bij bepaalde soorten jeuk en bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing).
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor huisartsen over buikgriep.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 23 feb 2026