Ik ben ziek door iets in het eten
In het kort
- Je kunt ziek worden van bacteriën, virussen, schimmels of parasieten in je eten.
- Je hebt dan bijvoorbeeld last van buikpijn, overgeven en diarree.
- Drink genoeg en kleine beetjes tegelijk.
- Meestal zijn je klachten na 3 dagen weer over.
Video Iets verkeerds gegeten
Download deze video
- Videobestand mp4, 3:12 minuten, 42mb
- Geluidsbestand voor als je slecht ziet of blind bent mp3, 3:12 minuten, 4mb
- Ondertitelingsbestand srt, 5kb
- © 2012-2026 NHG | Gebruiksvoorwaarden
Wat merk je als je ziek bent door iets in het eten?
Als je iets verkeerds hebt gegeten, kun je 1 of meer van deze klachten krijgen:
- Je hebt buikpijn en buikkrampen.
- Je bent misselijk.
- Je moet overgeven.
- Je hebt diarree.
Door sommige bacteriën in het eten of drinken heb je soms ook 1 of meer van deze klachten:
- Je hebt hoofdpijn.
- Je hebt spierpijn.
- Je hebt koorts.
- Je hebt bloed in je poep. Dit kan gebeuren bij de salmonella-bacterie.
Je klachten beginnen meestal binnen een aantal uur nadat je iets verkeerds hebt gegeten of gedronken. Meestal zijn ze na 3 dagen weer over.
Door welke dingen in het eten kun je ziek worden?
In eten en drinken kunnen bacteriën, virussen, schimmels of parasieten zitten. Van de meeste heb je geen last. Van sommige kun je ziek worden. Dit heet ook wel voedsel-vergiftiging.
Je kunt bijvoorbeeld ziek worden door het noro-virus of door een bacterie zoals campylobacter, salmonella, listeria of E.coli.
Je kunt die bijvoorbeeld binnenkrijgen als je iets rauw eet.
Sommige bacteriën en schimmels maken gifstoffen waar je kort ziek van kunt worden.
Hoe komt er iets in je eten waardoor je ziek kunt worden?
Zo kan er bijvoorbeeld iets in je eten komen waardoor je ziek wordt:
- Je snijdt rauwe kip. Op dezelfde snijplank snij je daarna tomaten voor een salade. De bacteriën van de rauwe kip komen nu op de tomaten die je opeet.
- Je bakt een eitje. Na het kapot tikken van het ei gooi je de eierschaal weg. Daarna pak je met ongewassen handen twee sneetjes brood. De bacteriën die op de schaal van het ei zaten, komen nu op het brood.
- Je koopt sushi en laat die buiten de koelkast staan. Bacteriën krijgen zo de tijd om te groeien. Door de warmte kunnen ze sneller groeien.
- Je koopt biologische sla. Op de sla zitten E.coli-bacteriën uit biologische mest. Je wast de sla niet goed. Daardoor blijven er wat bacteriën op de sla zitten.
- Tijdens een barbecue liggen wat kipsatés in de zon. De bacteriën die erop zitten, groeien daardoor snel. De kipsaté bak je niet lang genoeg. Je eet stukjes saté die niet goed gaar zijn.
- Je hebt je handen niet gewassen na het poepen. Door het afvegen is een bacterie of virus op je handen gekomen. Daarna ga je een salade maken. De bacterie of het virus komt dan in de salade.
Wat kun je zelf doen als je ziek bent door iets in het eten?
Als je iets verkeerds hebt gegeten, heb je vaak diarree en moet je vaak overgeven. Dit kun je doen om je beter te voelen en sneller beter te worden:
- veel drinken
Drink 2 of 3 liter per dag. Dat zijn ongeveer 8 of 12 glazen. Het liefst water, thee of bouillon. Als je overgeeft, kun je steeds kleine slokjes nemen.
Drink geen melk of zoete dranken zoals appelsap, melk of light-frisdrank. Soms kunnen je darmen daar minder goed tegen als je diarree hebt. - eten als je trek hebt
Een paar dagen niet of minder eten is niet erg. Je hoeft jezelf niet te dwingen om te eten. Als je weer trek hebt, kun je weer eten. Begin met kleine beetjes. Als je weer kunt eten, voel je je meestal meteen wat beter. - slapen en uitrusten
Zijn medicijnen nodig als je ziek bent door iets in het eten?
Meestal hoef je geen medicijnen te nemen als je iets verkeerds hebt gegeten.
Soms kun je deze middelen gebruiken:
-
ORS
Dit is een drankje met suiker en zout. ORS helpt tegen uitdrogen. -
loperamide
Dit kun je gebruiken als je diarree hebt en echt ergens naartoe moet. Door dit middel bewegen je darmen minder. Je moet minder vaak naar de wc. Slik dit alleen als het echt niet anders kan.
Je kunt loperamide zonder recept kopen bij de apotheek of drogist. Gebruik loperamide niet langer dan 2 dagen achter elkaar.
Gebruik loperamide niet als je koorts hebt of bloed bij je diarree hebt. Of als je zwanger bent of borstvoeding geeft.
Geef loperamide niet aan kinderen. Kinderen jonger dan 8 jaar mogen dit medicijn zeker niet hebben. Je kind kan erge bijwerkingen krijgen.
Heel soms kun je van je arts deze medicijnen krijgen:
- medicijnen tegen een bacterie (antibiotica)
Antibiotica zijn bijna nooit nodig. - medicijnen tegen misselijk zijn
Het is onzeker of ze werken. Je kunt wel erge bijwerkingen krijgen.
ORS
ORS is een oplossing van zouten en druivensuiker in water.
Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).
loperamide
Loperamide maakt diarree minder. Het wordt gebruikt bij acute diarree en bij chronische diarree. Het wordt soms gebruikt bij het prikkelbaredarmsyndroom met veel diarreeklachten.
Wanneer bellen als je ziek bent door iets in het eten?
Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je ziek bent door iets in het eten en 1 of meer van deze klachten hebt. Of iemand anders moet voor je bellen:
- Je bent in de war.
- Je hebt het gevoel dat je gaat flauwvallen.
- Je gaat je suf voelen: je reageert niet of bijna niet als iemand iets tegen je zegt.
Bel dezelfde dag je huisarts of de huisartsen-spoedpost in deze situaties:
- Je hebt 12 uur of langer niet geplast.
- Je hebt 3 dagen lang 6 keer per dag of vaker diarree. Met poep zo dun als water.
Ben je 70 jaar of ouder? Of is je kind jonger dan 2 jaar? Bel dan al na 1 dag je huisarts bij deze klacht. - Je blijft overgeven, een paar keer per uur.
- Je hebt na een week nog steeds vaak diarree.
- Je hebt de hele tijd erge buikpijn.
- Je hebt bloed of slijm bij je poep.
- Je hebt diabetes.
- Je hebt een nierziekte.
- Je hebt hartfalen.
- Je gebruikt medicijnen tegen iets anders dan overgeven of diarree. Kijk hieronder welke medicijnen dat zijn.
Wanneer bellen als je medicijnen gebruikt en ziek bent door iets in het eten?
Bel dezelfde dag als je 1 of meer van deze medicijnen gebruikt en steeds diarree hebt of overgeeft:
- plaspillen of medicijnen tegen hoge bloeddruk
- medicijnen bij suikerziekte, zoals metformine of een SGLT2-remmer zoals dapagliflozine , empagliflozine of canagliflozine
- pijnstillers zoals ibuprofen , naproxen of diclofenac (NSAID's)
- bloedverdunners: cumarines zoals acenocoumarol of fenprocoumon
- medicijnen tegen epilepsie
- medicijn bij een bipolaire stoornis ( lithium )
- medicijn voor je hart ( digoxine )
- Als je ouder dan 70 jaar bent: medicijnen bij depressie of angst, een SSRI zoals citalopram , fluoxetine , paroxetine , sertraline
Kijk wat je moet doen als je moet overgeven of diarree hebt en de pil of de minipil gebruikt.
Als je medicijnen gebruikt, kan het gevaarlijk zijn als je steeds diarree hebt of moet overgeven. Soms moet je dan tijdelijk minder medicijnen nemen of stoppen met medicijnen.
acenocoumarol
Acenocoumarol is een antistollingsmiddel.
Artsen schrijven het voor bij trombosebeen, longembolie, na een hartinfarct, beroerte (herseninfarct), TIA en bij hartritmestoornissen.
canagliflozine
Canagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte).
citalopram
Citalopram behoort tot de serotonineheropnameremmers ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.
Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, specifieke fobie (angst) en posttraumatische stressstoornis. Soms wordt citalopram ook gebruikt bij voortijdige zaadlozing, premenstrueel syndroom en bij prikkelbare-darmsyndroom.
dapagliflozine
Dapagliflozine is een verlager van het bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade).
diclofenac
Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID's genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten), ziekte van Bechterew en jicht (ontsteking in uw gewricht).
Bovendien bij koliekpijn, menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies, migraine en hoofdpijn. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose (het kraakbeen in uw gewrichten wordt dunner), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
digoxine
Digoxine behoort tot de groep geneesmiddelen die hartglycosiden worden genoemd. Digoxine verbetert de pompkracht van het hart en zorgt voor een regelmatige rustige hartslag.
Artsen schrijven het voor bij hartfalen en hartritmestoornissen.
empagliflozine
Empagliflozine is een verlager van de bloedsuiker. Het zorgt ervoor dat de nieren meer suiker uitplassen. Hierdoor daalt het bloedsuiker.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte), bij hartfalen en bij nierziekten (chronische nierschade).
fenprocoumon
Fenprocoumon is een antistollingsmiddel.
Artsen schrijven het voor bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.
fluoxetine
Fluoxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's.
Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals dwangstoornis (OCD), paniekstoornis, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis. Het wordt ook gebruikt bij boulimia nervosa, bij bepaalde menstruatieklachten (namelijk het premenstrueel syndroom), bij voortijdige zaadlozing, bij narcolepsie (slaapziekte) en bij prikkelbare-darmsyndroom.
ibuprofen
Ibuprofen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn, reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij migraine, hoofdpijn en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij artrose, spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
lithium
Lithium vermindert hevige stemmingsschommelingen.
Artsen schrijven het voor bij depressie. Ook wanneer u te veel energie heeft waardoor u bijvoorbeeld niet genoeg slaapt. Dit wordt een manie genoemd. En soms bij clusterhoofdpijn of bij een ernstige aanval van een te snel werkende schildklier.
metformine
Metformine is een verlager van de bloedsuiker. Het behoort tot de biguaniden. Het vermindert het bloedsuiker en vermindert de eetlust.
Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte) en bij verminderde vruchtbaarheid.
naproxen
Naproxen is een ontstekingsremmende pijnstiller. Dit soort pijnstillers wordt ook wel NSAID genoemd. Het werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend.
Het is te gebruiken bij pijn waarbij ook sprake is van een ontsteking, zoals bij gewrichtspijn. Ook bij ontstekingen van de gewrichten zoals reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew en jicht. Bovendien bij koliekpijn, hoofdpijn, migraine en menstruatieklachten, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies. Het wordt soms ook gebruikt bij pijnlijke, stijve en versleten gewrichten (artrose), spierpijn en klachten door griep of verkoudheid.
paroxetine
Paroxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een dwangstoornis, paniekstoornis, sociale angststoornis, specifieke fobie en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij zenuwpijn, bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing), premenstrueel syndroom (PMS) en bij opvliegers tijdens de overgang. Verder bij jeuk en hoesten in de laatste levensfase (palliatieve zorg).
sertraline
Sertraline hoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Dit zijn medicijnen tegen depressie. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine.
Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals sociale angststoornis, specifieke fobie, dwangstoornis, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij bepaalde menstruatieklachten (premenstrueel syndroom), bij bepaalde soorten jeuk en bij seksuele stoornissen (vroegtijdige zaadlozing).
Meer informatie als je ziek bent door iets in het eten
Meer informatie en adviezen vind je bij het RIVM en het Voedingscentrum.
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor huisartsen over buikgriep.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 18 mrt 2026