Ik heb weer eierstokkanker nadat ik behandeld ben

In het kort

In het kort

  • Eierstokkanker die is uitgezaaid, komt vaak terug na een behandeling.
  • De kans dat het terugkomt, is de eerste 3 jaar na de behandeling het grootst.
  • U krijgt meestal chemotherapie. Of chemotherapie en medicijnen (doelgerichte therapie).
  • Na de behandeling blijft u onder controle bij uw arts. Eierstokkanker kan nog een keer terugkomen.
  • De meeste vrouwen genezen niet als eierstokkanker terugkomt.
  • U bespreekt dan met uw arts hoe u zich zo lang mogelijk goed kunt voelen.
Oorzaken

Waarom is de eierstokkanker weer teruggekomen?

Bij 60 van de 100 vrouwen komt eierstokkanker terug. Dit gebeurt vooral bij vrouwen bij wie de eierstokkanker al verder gegroeid was, ook op andere plekken in de buik of buiten de buik.

Eierstokkanker kan terugkomen als de behandeling die u heeft gehad, niet alle kankercellen in uw lichaam heeft dood gemaakt. Die kankercellen kunnen weer groeien. Meestal gebeurt dat in de eerste 3 jaar na de behandeling.

Wanneer de kanker terugkomt na de behandeling, is de kans dat u geneest klein. U kunt wel weer een behandeling krijgen zodat de kanker tijdelijk minder wordt en u minder klachten heeft. Ook kan een behandeling ervoor zorgen dat u langer leeft.

Behandeling

Hoe gaat een behandeling als eierstokkanker is teruggekomen?

Meestal zijn er 2 behandelingen als eierstokkanker terugkomt:

  • chemotherapie
    Dit is een behandeling met medicijnen. De medicijnen kunnen kankercellen op alle plekken in uw lichaam dood maken of ervoor zorgen dat er niet meer kankercellen bij komen.
  • doelgerichte therapie
    Dit is een behandeling met medicijnen. De medicijnen kunnen kankercellen in uw hele lichaam vinden.

U beslist samen met de arts of u een behandeling wilt en wanneer u daarmee wilt beginnen. Het kan zijn dat de kanker terug is, maar dat u nog geen klachten heeft. Het kan dan beter zijn om te wachten met een behandeling tot u klachten heeft. U kunt van de behandeling ook klachten krijgen.

Onderzoek heeft laten zien dat vrouwen die pas met de behandeling beginnen als ze klachten krijgen, net zo lang leven als vrouwen die meteen met de behandeling starten. De vrouwen die gelijk met de behandeling startten, hadden door de bijwerkingen een minder fijn leven.

Chemotherapie

Chemotherapie bij eierstokkanker die is teruggekomen

Welke chemobehandeling u krijgt, hangt bijvoorbeeld af van hoe lang geleden uw laatste chemobehandeling was.

Als de ziekte binnen 6 maanden na chemobehandeling al terugkomt, dan heeft die behandeling bij u niet goed gewerkt.

De arts vertelt welke chemobehandeling het beste bij uw situatie past en hoeveel behandelingen u krijgt. Meestal zitten er 3 weken tussen 2 behandelingen. U krijgt de medicijnen via een slangetje in uw arm (infuus). U gaat hiervoor naar het ziekenhuis.

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie bij eierstokkanker die is teruggekomen

Doelgerichte therapie is een behandeling met medicijnen. Via het bloed kunnen ze kankercellen in uw hele lichaam bereiken. U krijgt de medicijnen samen met een chemobehandeling of ná een chemobehandeling.

Bij eierstokkanker worden 2 soorten doelgerichte medicijnen gebruikt:

Bevacizumab

Dit medicijn zorgt dat er minder nieuwe bloedvaatjes worden gemaakt. Als er minder bloedvaatjes zijn bij de tumor, krijgt de tumor te weinig zuurstof en voedingsstoffen. De tumor groeit minder snel of stopt met groeien. De tumor kan ook kleiner worden.

U kunt vaak al bevacizumab gebruiken als u met de chemotherapie begint. Als de chemotherapie klaar is, kunt u het medicijn blijven gebruiken om ervoor te zorgen dat de kanker niet of minder snel terugkomt. U gebruikt het dan tot het niet meer werkt.

U krijgt de medicijnen via een slangetje in uw bloed (infuus). U gaat daarvoor naar het ziekenhuis.

PARP-remmers

Dit zijn medicijnen die ervoor zorgen dat kankercellen minder goed herstellen na chemotherapie. Zo zorgen PARP-remmers ervoor dat de kanker minder snel erger wordt.

PARP-remmers hebben geen effect op gezonde cellen in uw lichaam. Daardoor geven ze niet zo veel bijwerkingen.

U kunt pillen met PARP-remmers gebruiken als deze 3 dingen voor u kloppen:

  • U heeft eierstokkanker die reageert op een bepaalde soort chemotherapie.
  • U heeft 4 of meer chemobehandelingen gehad.
  • De kanker is door de chemotherapie minder geworden.

bevacizumab

Bevacizumab is een monoklonaal antilichaam. Dit is een doelgerichte kankerremmende stof ('targeted therapy'). Het vermindert wildgroei van bloedvaten.

Artsen schrijven het voor bij kanker van de dikke darm, het rectum (het laatste deel van de endeldarm), de borsten, longen, nieren, baarmoederhals, eierstokken en eileiders en het buikvlies.

Het wordt ook gebruikt als injectie rechtstreeks in het oog bij de oogaandoening maculadegeneratie.

Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Een operatie

Een operatie bij eierstokkanker die is teruggekomen

Als eierstokkanker terugkomt, wordt u meestal niet meer geopereerd.

Soms kunt u wel een operatie krijgen. Bijvoorbeeld in deze situaties:

  • De eierstokkanker is teruggekomen na meer dan 6 maanden na uw laatste chemobehandeling.
  • Een eerdere operatie is goed gelukt.
  • Er zit niet te veel vocht in de buik.
  • De arts denkt dat alle tumoren die te zien zijn, weggehaald kunnen worden.
  • U bent niet te ziek bent om geopereerd te worden.

U kunt met uw arts bespreken of een operatie in uw situatie mogelijk is. Samen kunt u de voordelen en nadelen bespreken en samen beslissen wat de beste behandeling voor u is.

Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder na een behandeling van eierstokkanker die is teruggekomen?

Na de behandeling blijft u onder controle bij de arts of verpleegkundige. Eierstokkanker kan ook na een tweede behandeling weer terugkomen. U bespreekt met uw arts hoe vaak u op controle komt.

De meeste vrouwen bij wie eierstokkanker is teruggekomen, worden niet meer beter. Na een tijd reageren de kankercellen niet meer op de medicijnen. De kankercellen groeien dan weer verder. U kunt dan met uw arts bespreken wat er nog mogelijk is.

Op een bepaald moment kan een behandeling te zwaar voor u worden. Misschien wilt u niet (meer) naar het ziekenhuis. Misschien vindt u andere dingen belangrijker. Bijvoorbeeld de tijd die u nog heeft zo fijn mogelijk maken.

U kunt op elk moment besluiten om te stoppen met een behandeling. Het helpt om daarover te praten met uw partner, kinderen, vrienden, huisarts of arts.

Het is ook goed om met hen te praten over wat u belangrijk vindt in de laatste levensfase. Het geeft rust als u weet dat uw arts en uw naasten weten wat uw wensen en grenzen zijn. Misschien denkt u na over euthanasie. Hier kunt u met uw huisarts over praten.

In de laatste maanden van uw leven zal uw huisarts er zo veel mogelijk aan doen om pijn en lijden minder te maken.

Meer informatie
Deze tekst is aangepast op
FMS

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u een tip hoe wij Thuisarts.nl kunnen verbeteren?