Ik kies voor een nierfunctievervangende behandeling

In het kort

In het kort

  • Er zijn 3 nierfunctievervangende behandelingen:
    • Hemodialyse. Uw bloed wordt gefilterd door een kunstnier.
    • Buikspoeling (peritoneale dialyse). Uw bloed wordt gefilterd door uw buikvlies.
    • Een niertransplantatie. U krijgt een nier van een donor.
  • U bespreekt met uw arts welke behandeling het beste bij uw situatie past.
  • Soms kan een bepaalde behandeling niet. Bijvoorbeeld na een buikoperatie of als u lichamelijk niet sterk genoeg bent.
Wat is het

Wat is een nierfunctievervangende behandeling?

Er zijn 3 nierfunctievervangende behandelingen mogelijk:

  • Hemodialyse. Uw bloed wordt gefilterd door een kunstnier.
  • Buikspoeling (peritoneale dialyse). Uw bloed wordt gefilterd door uw buikvlies.
  • Een niertransplantatie. U krijgt een nier van een donor. 
Behandelingen

Hoe gaat een nierfunctievervangende behandeling?

Hemodialyse

U krijgt eerst een operatie. De chirurg maakt een verbinding tussen een ader en een slagader. Soms is er een stukje kunstader voor nodig. Dit heet een shunt. 

Via 2 naalden die in de shunt worden gebracht, kan bloed naar een machine worden geleid en weer terug naar het lichaam. De machine haalt afvalstoffen en vocht uit uw bloed. 

Is een shunt niet mogelijk? Dan krijgt u een slangetje in een bloedvat boven het sleutelbeen (centraal veneuze katheter). Daarmee kunt u aangesloten worden op de dialysemachine.
Hemodialyse kan overdag of ’s nachts gedaan worden. Hemodialyse kan thuis of in een dialysecentrum worden gedaan.

Buikspoeling

Buikspoeling kunt u thuis doen. Het moet 7 dagen in de week gedaan worden.
U krijgt eerst een operatie om een slangetje in uw buik te plaatsen. Dit slangetje steekt een stukje naar buiten. U sluit een zak met spoelvloeistof op het slangetje aan. Via het slangetje komt de spoelvloeistof in uw buikholte. De spoelvloeistof neemt afvalstoffen en overtollig vocht op. Uw eigen buikvlies werkt daarbij als filter. Na een paar uur is de vloeistof verzadigd. U moet de vloeistof dan verversen. Overdag kunt u zelf een nieuwe zak aansluiten. U kunt ook ’s nachts buikspoeling doen. Een apparaat zorgt dan voor het verversen van de vloeistof.

Niertransplantatie

U kunt een nier krijgen van een donor die is overleden of van een levende donor.

Een levende donor is meestal iemand uit uw eigen omgeving. Dit hoeft geen familie te zijn. Het kan ook de partner of een vriend of vriendin zijn. De risico’s voor de donor zijn klein.

Voor een nier van een overleden donor komt u op een wachtlijst. Het kan een paar jaar duren voordat u een nier krijgt. Gaan uw nieren tijdens het wachten verder achteruit, dan is dialyse nodig.

Na de operatie blijft u medicijnen slikken om te voorkomen dat uw lichaam de donornier afstoot. Ook komt u geregeld op controle bij de nefroloog.

Kiezen

Hoe kies ik een nierfunctievervangende behandeling?

Een team van zorgverleners, met onder andere een arts, verpleegkundige en maatschappelijk werker helpt u een goede keuze te maken. U krijgt een paar gesprekken. U bespreekt onder andere:

  • Welke behandelingen in uw situatie mogelijk zijn. Soms kan een bepaalde behandeling niet.
  • Welke behandelingen het beste bij uw situatie passen.
  • De voor- en nadelen van een behandeling.
  • De risico’s van een behandeling.
  • De gevolgen voor uw levensverwachting.
Niet mogelijk

Wanneer kan een nierfunctievervangende behandeling niet?

Hemodialyse kan misschien niet:

  • bij ernstige hartproblemen. De behandeling is dan misschien te zwaar voor u.
  • bij problemen met de bloedvaten. Er kan dan geen katheter of shunt aangelegd worden.

Er zijn een aantal situaties waarin een nierfunctievervangende behandeling misschien niet kan. Buikspoeling kan niet:

  • als u een darmziekte heeft,
  • na een grote buikoperatie, bijvoorbeeld de aanleg van een stoma,
  • als u veel te zwaar bent (ernstig overgewicht).

Een niertransplantatie kan mogelijk niet:

  • als uw lichaam niet sterk genoeg is. Bijvoorbeeld door ouderdom, infecties of hartproblemen,
  • als u kanker heeft of pas heeft gehad.
Nadelen en risico's

Wat zijn de risico’s van een nierfunctievervangende behandeling?

Hemodialyse

Bij hemodialyse kunt u problemen krijgen met de shunt. Bijvoorbeeld:

  • Een ontsteking. U krijgt dan antibiotica.
  • Een vernauwing. Bij een vernauwing krijgt u een behandeling door de radioloog (dotterbehandeling). Als de shunt helemaal niet meer werkt, heeft u een nieuwe shunt of katheter nodig.

Buikspoeling

Bij buikspoeling kunt u last krijgen van:

  • Buikvliesontsteking (peritonitis). Dit is meestal goed te behandelen met antibiotica.
  • Problemen met de huid rondom de katheter. Uw huid kan gaan irriteren of ontstoken raken. Dit is meestal goed te behandelen.
  • Veranderingen in het buikvlies. Door de buikspoelingen kan uw buikvlies veranderen waardoor het minder goed filtert. De afvalstoffen en het vocht stromen dan minder gemakkelijk naar de spoelvloeistof. Dan is een andere behandeling nodig.

Niertransplantatie

Na een transplantatie kunt u last krijgen van:

  • Afstoting. Dat betekent dat uw afweersysteem uw donornier aanvalt.
  • Bijwerkingen van de medicijnen
    • infecties
    • diabetes
    • kanker
    • trillen
Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder als u kiest voor een nierfunctievervangende behandeling?

Een nierfunctievervangende behandeling kan uw leven met jaren verlengen.

Dialyse

Hoe lang u met dialyse door kunt gaan, verschilt per behandelvorm:

  • Vaak kan buikspoeling een aantal jaren doorgaan. Hoeveel jaar precies hangt af van de kwaliteit van uw buikvlies en hoe goed uw nieren nog werken. Wilt u veranderen van behandeling? Meestal kan dat.
  • Vaak kan hemodialyse vele jaren doorgaan. Dit hangt af van uw situatie, zoals uw leeftijd en conditie. Wilt u veranderen van behandeling? Meestal kan dat.

Als u langere tijd dialyseert en daarmee stopt, dan zult u waarschijnlijk snel overlijden.

Transplantatie

Hoe lang u met een donornier kunt leven, verschilt ook per persoon.

  • Een nier van een overleden donor gaat gemiddeld 10 tot 15 jaar mee.
  • Een nier van een levende donor gaat gemiddeld 15 tot 20 jaar mee.

Vaak kunt u weer een transplantatie krijgen.

Meer informatie

Meer informatie over nierschade

De informatie over nierschade is gebaseerd op:

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.