Ik wil voorkomen dat ik weer last krijg van angst

In het kort

In het kort

Een angststoornis kan terugkomen. U kunt de kans daarop verkleinen door: 

  • gezond te leven
  • geen alcohol te gebruiken 
  • genoeg te slapen en te ontspannen
  • te leven met regelmaat: op vaste tijden opstaan, eten en werken
  • genoeg te bewegen, bijvoorbeeld wandelen, fietsen en sporten
  • contact met andere mensen te houden
  • zo veel mogelijk te blijven doen. Door dingen te blijven doen die u eng vindt, oefent u met spanning om te gaan.
  • een plan te maken met uw behandelaar om terugval op tijd te herkennen en te voorkomen

Maak een afspraak bij uw huisarts als de klachten terugkomen.

Herstel

Herstel van een angststoornis

Een angststoornis heeft veel invloed op uw leven.

Na herstel kunt u soms nog wel angstig zijn, maar dan weet u daar beter mee om te gaan. Daardoor kunt u weer: 

  • goed voor uzelf zorgen
  • ‘mee doen’; op een fijne manier met anderen omgaan en zinvolle dingen doen
  • beter voelen, geluk voelen
  • dingen doen die voor u belangrijk zijn zoals werken, sporten en sociale contacten onderhouden 

Soms komen angstklachten weer terug. Bijvoorbeeld na een heftige gebeurtenis zoals het verliezen van een dierbare of de geboorte van een kind. De angstklachten kunnen dan heviger zijn en soms ook moeilijker te behandelen. Daarom is het goed om te voorkomen dat de angststoornis weer terugkomt.

Adviezen

Adviezen om te voorkomen dat de angststoornis terugkomt

De adviezen die u bij de behandeling kreeg, blijven ook na uw herstel belangrijk om gezond te blijven. Ze kunnen u helpen om een nieuwe angststoornis te voorkomen: 

  • Bewegen. Beweeg dagelijks minimaal een half uur, bijvoorbeeld wandelen, fietsen, zwemmen of tuinieren.
  • Voldoende slapen
  • Regelmatig leven
    • Probeer elke dag op ongeveer dezelfde tijd naar bed te gaan en op te staan. 
    • Eet drie keer per dag op vaste tijden. 
    • Blijf werken, als het kan. Dat geeft afleiding en structuur.
  • Goed eten
  • Geen alcohol en drugs gebruiken
  • Minder of geen koffie drinken; ook geen energiedranken met cafeïne
  • Ontspannen. Probeer zo veel mogelijk te ontspannen. Dat kan bijvoorbeeld door rustig te ademen, met yoga, meditatie of ontspanningsoefeningen. U kunt ook gaan wandelen of iemand opbellen.
  • Zoek steun bij mensen die u vertrouwt en leg uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor.
  • Zo veel mogelijk blijven doen.
    • Door de dingen te blijven doen die u eng vindt, leert u met de spanning omgaan.
    • De angst voor bepaalde situaties wordt daardoor minder.
    • Het is goed om te weten dat angst meestal na 60 tot 90 minuten vanzelf minder wordt.
    • Het geeft u misschien de moed om toch de dingen te doen die u eng vindt.
  • Uw gedachten proberen te veranderen. Op momenten dat u angst voelt, denkt u waarschijnlijk automatisch aan dingen die de angst erger maken. Het is belangrijk dat u die gedachten leert te veranderen. Wat kunt u doen? Bijvoorbeeld: 
    • Uw ervaringen opschrijven. Houd een dagboek bij. Schrijf op wat er precies gebeurt op angstige momenten. Waar denkt u dan aan? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan?
    • Geruststellende gedachten oproepen. Ga na of er een reden is om zo bang te zijn. Bedenk daarna welke geruststellende gedachten u kunnen helpen. Schrijf deze gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen. Vaak lukt het dan beter de angstige momenten te doorstaan en rustig te blijven tot u zich beter voelt.
    • Ervaringsverhalen van lotgenoten kunnen ook helpen.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Wanneer bellen

Wanneer contact opnemen met uw huisarts om terugval te voorkomen?

Maak een afspraak met uw huisarts:

  • Als de angstklachten terugkomen. Wacht niet tot de klachten erger worden. 
  • Als u medicijnen gebruikt en u wilt bijvoorbeeld de dosering bespreken. 
Plan

Plan om te voorkomen dat de angststoornis terugkomt

Na herstel van een angststoornis kunt u samen met uw behandelaar een plan maken voor het geval u weer angstklachten krijgt. Dit plan is bedoeld om de klachten op tijd te herkennen en te voorkomen dat de angststoornis terugkomt. 

In het plan staat:

  • hoe u kunt merken dat de angststoornis terugkomt
  • hoe uw naasten kunnen merken dat het weer slechter met u gaat
  • wat u en uw naasten dan kunnen doen
  • met wie en hoe u contact kunt opnemen als u het gevoel heeft dat het niet goed gaat
Meer informatie

Meer informatie over angstklachten en angststoornissen

Voor meer informatie kunt u ook terecht bij:

De informatie over angststoornissen is gebaseerd op de wetenschappelijke richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Angst, het Multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’ en de Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen.

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.