Ik heb een dwangstoornis

In het kort

In het kort

  • Bij een dwangstoornis heeft u gedachten die u eigenlijk niet wilt hebben: dwanggedachten.
  • U moet van uzelf bepaalde dingen steeds weer doen: dwanghandelingen.
  • U bent bang dat er ernstige dingen kunnen gebeuren als u die dwanghandelingen niet steeds volhoudt.
  • Door gesprekken (met de huisarts, praktijkondersteuner GGZ, psycholoog, psychotherapeut) en bijvoorbeeld een online cursus kunnen de angst en dwanghandelingen verminderen.
  • Blijf genoeg bewegen, slapen en ontspannen. Zorg voor regelmaat: op vaste tijden opstaan, eten en werken. 
Beschrijving

Wat is een dwangstoornis?

Bij een dwangstoornis heeft u steeds gedachten die u eigenlijk niet wilt hebben. Deze gedachten komen steeds terug. 

Bij die dwanggedachten horen vaak dwanghandelingen: u moet van uzelf steeds bepaalde dingen doen. En u moet dat steeds volgens vaste regels doen. U bent bang dat er iets ergs gebeurt als u die dingen niet doet. Ook heeft u het gevoel dat u minder somber en minder bang wordt door steeds die dingen te doen.

De meeste mensen met een dwangstoornis weten wel dat de dwanghandelingen overdreven zijn. Toch blijven zij ze doen, omdat ze dan minder angst voelen.

U kunt veel last hebben van de dwanghandelingen. Ze kunnen u ook veel tijd kosten.

Verschijnselen

Verschijnselen van een dwangstoornis

Voorbeelden van dwanghandelingen zijn:

  • steeds weer controleren of iets wel precies op de goede plek staat
  • steeds controleren of een kraan goed dicht zit
  • heel vaak handen wassen, steeds maar weer
  • op een trap steeds bepaalde treden overslaan
  • een bepaalde handeling steeds een vast aantal keer doen, bijvoorbeeld 3 keer in de handen klappen voor u de voordeur opendoet
  • alle oude kranten bewaren en netjes op stapeltjes zetten op een vaste plek die nooit mag veranderen
  • dingen op een tafel steeds heel netjes en precies naast elkaar leggen
  • in uw hoofd steeds rijtjes tellen
  • voortdurend bidden

U doet dwanghandelingen om iets ergs te voorkómen, zoals:

  • het overlijden van een dierbaar familielid
  • het maken van een fout met ernstige gevolgen
  • een woede-uitbarsting
  • besmetting met een ernstige ziekte

Op school of op het werk gaat het misschien minder goed door de dwangstoornis. Sommige mensen willen ook dat anderen, zoals gezinsleden, meedoen aan de dwanghandelingen. Ze moeten bijvoorbeeld alles extreem netjes opruimen en dingen recht leggen.

Oorzaak

Hoe ontstaat een dwangstoornis?

Waarom iemand een dwangstoornis krijgt is vaak niet helemaal te verklaren. Meestal zorgen verschillende omstandigheden ervoor dat u een dwangstoornis ontwikkelt.

  • Soms komen angst- of dwangstoornissen in de familie voor. Het kan erfelijk zijn.
  • Het gezin waarin iemand opgroeit en de manier waarop ouders een kind opvoeden kunnen bijdragen aan een dwangstoornis.
  • Mensen die het moeilijk vinden om met anderen om te gaan, die weinig steun krijgen, gepest worden en zich eenzaam voelen, hebben meer kans op een dwangstoornis.
  • Een dwangstoornis kan ontstaan na een ernstige, ingrijpende gebeurtenis waarin iemand heel bang was (psychotrauma).
  • Een dwangstoornis kan ook ontstaan door een lichamelijke ziekte, het gebruik van bepaalde medicijnen of het gebruik van drugs.
  • Sommige mensen krijgen bij verschijnselen van angst, zoals hartkloppingen en benauwdheid, het gevoel dat ze de situatie niet aankunnen. Dat vermeerdert de angst, de dwanggedachten en de neiging om dwanghandelingen te doen.

Sommige mensen hebben meer kans op een angststoornis. Bijvoorbeeld:

  • mensen die alleen wonen
  • mensen zonder werk
  • mensen met weinig inkomen
  • mensen met een lagere opleiding
  • mensen die depressief zijn (geweest)

Het is niet altijd duidelijk of de dwangstoornis de oorzaak of het gevolg is. U kunt bijvoorbeeld een dwangstoornis krijgen doordat u alleen woont. Maar u kunt ook alleen gaan wonen omdat u een dwangstoornis heeft.

Adviezen

Adviezen bij een dwangstoornis

Als u een dwangstoornis heeft, kunt u zelf een aantal dingen doen om met uw angsten te leren omgaan en u beter te voelen.

  • Bewegen. Ga dagelijks minimaal een half uur bewegen, bijvoorbeeld wandelen, fietsen, zwemmen of tuinieren.
  • Genoeg slapen
  • Regelmatig leven
    • Probeer elke dag op dezelfde tijd naar bed te gaan en op te staan. 
    • Eet drie keer per dag op vaste tijden. 
    • Blijf als het kan werken. Dat geeft afleiding en structuur.
  • Goed eten
  • Geen alcohol en drugs gebruiken
  • Ontspannen. Probeer zo veel mogelijk te ontspannen. Dat kan bijvoorbeeld door rustig te ademen, met yoga, meditatie of ontspanningsoefeningen. U kunt ook gaan wandelen of iemand opbellen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt en leg uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor.
  • Zo veel mogelijk alles blijven doen. Door de dingen te blijven doen die u eng vindt, leert u met de spanning omgaan. De angst voor bepaalde situaties wordt daardoor minder. Zorg ervoor dat het u niet te veel stress geeft. Het is goed om te weten dat angst meestal na 60 tot 90 minuten vanzelf minder wordt. Het geeft u misschien de moed om toch de dingen te doen die u eng vindt.
  • Uw gedachten proberen te veranderen. Op angstige momenten denkt u waarschijnlijk automatisch aan dingen die de angst erger maken. Het is belangrijk dat u die gedachten leert te veranderen. Wat kunt u bijvoorbeeld doen?
  • Uw ervaringen opschrijven. Houd een dagboekje bij. Schrijf op wat er precies gebeurt op angstige momenten. Waar denkt u dan aan? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan?
  • Geruststellende gedachten oproepen. Kijk eens kritisch of er wel een reden is om zo bang te zijn. Bedenk vervolgens welke geruststellende gedachten u kunnen helpen. Schrijf deze gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen. Vaak lukt het dan beter de angstige momenten te doorstaan en rustig te blijven tot u zich beter voelt.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en (druiven)suiker in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken.

Bron: Apotheek.nl
Behandeling

Behandeling van een dwangstoornis: welke hulp krijg ik eerst?

Voor een behandeling van een dwangstoornis kunnen de meeste mensen terecht bij de huisarts, de praktijkondersteuner GGZ, een psycholoog of psychotherapeut.

De behandeling heeft als doel dat u weer zo gewoon mogelijk kunt leven. Veel mensen willen met de behandeling bereiken:

  • dat ze weer goed voor zichzelf kunnen zorgen
  • dat ze weer ‘meedoen’,  goed met anderen omgaan en zinvolle dingen doen
  • dat ze weer geluk voelen.

Samen met uw behandelaar kiest u de behandeling die bij u past.

Gesprekken

U begint met gesprekken met uw behandelaar. U krijgt informatie over uw dwangstoornis en gaat bedenken waardoor bij u de angst en dwanghandelingen zijn ontstaan. U krijgt adviezen over wat u zelf kunt doen om de angst te verminderen. Bijvoorbeeld regelmatig leven, actief blijven en blijven werken als het kan. Uw behandelaar leert u hoe u zo goed mogelijk met uw klachten kunt leven. Hij/zij kan ook uw familie of andere naasten informatie geven over dwangstoornissen. Ze begrijpen u dan beter en kunnen beter reageren op uw angsten.

Informatie en online cursussen

Om weer te weten te komen over uw dwangstoornis kunt u ook boeken of websites lezen en filmpjes bekijken. U kunt hiervoor ook een zelfhulpmethode gebruiken, een groepscursus of een online cursus volgen. Met uw behandelaar bespreekt u steeds hoe het met u gaat. Hij/zij steunt en begeleidt u.

Bij sommige mensen zijn gesprekken, informatie en online cursussen genoeg om de klachten te verminderen. Bij anderen helpen ze niet genoeg tegen de klachten, maar helpen ze wel om te kiezen voor de juiste behandeling, bijvoorbeeld gedragstherapie. 

Meer informatie

Meer informatie over angstklachten en angststoornissen

Voor meer informatie kunt u ook terecht bij:

De informatie over angststoornissen is gebaseerd op de wetenschappelijke richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Angst en de Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen.

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.