Ik heb borstkanker gehad. Hoe ga ik om met klachten na de behandeling?
- In het kort
- Wat merk je
- Erg moe zijn
- Dikke arm
- Schouderklachten
- Last van het litteken
- Pijn die langer blijft
- Zwaarder geworden
- Last van handen of voeten
- Overgangsklachten
- Moeilijk zwanger kunnen worden
- Problemen met seks
- Bang of somber zijn
- Kanker en werk
- Hoe gaat het verder
- Meer informatie
- Over deze tekst
In het kort
- Na je behandeling van borstkanker kun je klachten hebben. Je bent bijvoorbeeld erg moe. Of je hebt een dikke arm of hand.
- Bespreek je klachten met je arts of verpleegkundige in het ziekenhuis, of met je huisarts.
- Vaak kun je een behandeling of hulp krijgen. Of zelf dingen doen om minder last te hebben.
- Je kunt ook hulp krijgen bij problemen met je werk, relatie of seks.
Waar kun je last van hebben na je behandeling van borstkanker?
Na de behandeling van borstkanker kun je bijvoorbeeld deze klachten hebben:
- Je bent erg moe.
- Je hebt een dikke arm of hand.
- Je hebt last van je schouder.
- Je hebt last van het litteken.
- Je hebt pijn.
- Je bent zwaarder geworden.
- Je hebt last van je handen of voeten.
- Je hebt overgangsklachten. Bijvoorbeeld opvliegers of 's nachts zweten.
- Je hebt problemen met denken. Je kunt bijvoorbeeld dingen niet goed onthouden. Of je aandacht ergens niet goed bij houden.
Je kunt je zorgen maken of onzeker zijn. Of misschien ben je somber of bang. Of heb je problemen met seks of je relatie.
Bespreek dit met je arts of verpleegkundige tijdens je controles.
Een verandering of nieuwe klachten? Maak een afspraak
Merk je dat er iets is veranderd aan je borst, je oksel of het litteken? Of krijg je nieuwe klachten? Wacht dan niet op je volgende afspraak in het ziekenhuis, maar maak eerder een afspraak. Soms is meer onderzoek nodig.
Krijg je geen controles meer in het ziekenhuis? Maak dan een afspraak bij je huisarts.
Erg moe zijn na de behandeling van borstkanker
Je kunt erg moe zijn na de behandeling van borstkanker. Niet gewoon moe zoals iedereen wel eens is. Maar zomaar helemaal uitgeput zonder dat je iets gedaan hebt. De ene dag kan dat heel heftig zijn en kun je niet veel. De andere dag kun je misschien weer wat meer.
Je kunt hier veel last van hebben. Je wilt na de behandeling verder met je leven en weer sterker worden. Gaan bewegen, erop uit gaan, sporten en werken. Maar je bent vaak veel te moe.
Je kunt dan deze dingen doen:
- Vertel mensen dat het door de kanker komt dat je zo moe bent. Bijvoorbeeld je familie, vrienden en collega’s. Zij kunnen je dan misschien beter begrijpen. Bijvoorbeeld als je niet meegaat naar een feestje. Of steeds als eerste gaat slapen. Niet iedereen weet dat moe zijn door kanker anders is dan gewoon moe zijn.
- Probeer genoeg te bewegen en gezond te eten. Op een manier die voor jou lukt en bij je past. Lees wat gezond leven voor jou kan betekenen.
- Probeer genoeg te slapen.
- Verdeel je activiteiten over de dag en over de week. Plan niet te veel op 1 dag. En plan ook rust in.
- Doe de dingen die jij belangrijk vindt. Jij bepaalt wat goed is voor jezelf, niet andere mensen.
- Vraag hulp van mensen die je goed kent bij dingen die veel energie kosten. Bijvoorbeeld boodschappen doen en koken.
Blijf je moe? Bespreek dit dan met je arts, verpleegkundige of huisarts. Samen bespreken jullie wat je kunt doen. Misschien helpt oefentherapie bij een fysiotherapeut. Een ergotherapeut kan je helpen om je energie goed te verdelen over de dag en week. Ook gedragstherapie bij een psycholoog kan helpen. Je kunt bijvoorbeeld leren hoe je om kunt gaan met vaak erg moe zijn.
4 van de 10 vrouwen blijven zich lang moe voelen na de behandeling van borstkanker. Bij 6 van de 10 vrouwen gaat dit over.
Een dikke arm na de behandeling van borstkanker
Heb je een dikke arm na je behandeling van borstkanker? Dan kun je lymfe-oedeem hebben. Dit komt doordat de arts de lymfeklieren in je oksel heeft weggehaald tijdens de operatie. Of doordat je bestraling hebt gehad in je oksel.
Het lymfe-oedeem kan soms ook in je borst of aan de zijkant van je borstkas zitten. Of op je rug bij je schouderblad.
Behandeling
Je kunt een behandeling krijgen voor lymfe-oedeem. Daarvoor ga je naar een fysiotherapeut of huid-therapeut die veel weet van oedeem. Die kan bijvoorbeeld deze dingen doen:
- Het lymfe-vocht wegmasseren naar de oksel. Dit heet lymfe-drainage.
- Je arm zwachtelen. Of een elastische kous of speciale beha voor je laten maken. Dit heet druktherapie.
- Oefentherapie geven. Zodat je weer meer met je arm kunt doen.
- Advies geven over bewegen en sport.
- Advies geven over wat je zelf kunt doen om minder last te hebben van je arm.
Je kunt met je arts, verpleegkundige of huisarts bespreken welke therapeut het beste bij je situatie past.
Wat je zelf kunt doen
Je kunt zelf ook dingen doen om minder last te hebben van lymfe-oedeem:
- Draag geen strakke sieraden of kleren, zoals strakke beha's.
- Doe geen dingen die te zwaar zijn voor je arm. Bijvoorbeeld een rugtas tillen of lang handwerken. Je kunt dan meer klachten krijgen.
- Leg je arm wat hoger als je lang zit. Bijvoorbeeld op een kussen of rugleuning.
- Zorg dat je geen wondjes krijgt aan je handen of arm. Door lymfe-oedeem heb je namelijk meer kans op een ontsteking van je huid door wondjes (wondroos). Hou daarom je nagels kort. Draag handschoenen bij tuinieren en krab niet aan muggenbulten. Smeer elke dag een vette crème op je huid.
Meestal heb je het lymfe-oedeem kort na de operatie of bestraling. Maar soms ook pas jaren erna. Merk je dat je arm dikker wordt? Vertel dit aan je arts, verpleegkundige of huisarts.
Last van je schouder na de behandeling van borstkanker
Je schouder kan pijn doen of stijf aanvoelen. Of minder sterk aanvoelen. Dit komt door de behandeling van je oksel. Bijvoorbeeld als de arts 1 of meer klieren in je oksel heeft weggehaald. Of als je oksel is bestraald.
Je kunt oefeningen doen om je schouder beter te gaan bewegen. Een fysiotherapeut kan je hierbij helpen.
Last van je littekens na de behandeling van borstkanker
Je littekens kunnen in het begin hard aanvoelen en jeuken. En rood of donkerder zijn. Dit komt doordat je huid moet genezen.
Hoe snel en hoe mooi je littekens genezen, is voor iedereen anders. Het hangt bijvoorbeeld af van je leeftijd en hoe gezond je bent. Heb je een donkere huid? Dan blijven de littekens vaak beter te zien.
Na een paar maanden voelt een litteken meestal niet meer hard aan. Na ongeveer 1 jaar weet je hoe de littekens er bij jou uit blijft zien.
Behandelingen
Om te zorgen dat je littekens sneller genezen, kun je je huid vet houden. Smeer bijvoorbeeld met een een basiszalf. Blijf je veel last houden van de littekens, dan kun je misschien een behandeling krijgen. Bespreek dit met je arts of verpleegkundige. Of met je huisarts.
basiszalf
Basiszalf is een zalf, crème of lotion zonder medicijn. U kunt een basiszalf gebruiken bij een droge huid, eczeem, jeuk, psoriasis en aambeien. Het verzacht en beschermt de huid.
We noemen het een basiszalf, maar het kan ook een crème of lotion zijn. Welke soort het beste bij u past, hangt af van uw situatie. De verschillende soorten zijn:
- Crème: Een crème trekt snel in de huid. U gebruikt een crème op een droge huid. Voorbeelden: lanette crème, cetomacrogol crème.
- Vette crème: Een vette crème trekt veel langzamer in de huid dan gewone crèmes. U gebruikt een vette crème op een erg droge huid. Voorbeelden: vaseline lanette crème, vaseline cetomacrogol crème.
- Zalf: Een zalf is vetter en dikker dan een crème. Het laat een glimmend laagje achter op de huid. U gebruikt een zalf op een heel erg droge huid. Voorbeelden: lanette zalf, cetomacrogol zalf, koelzalf.
Koelzalf maakt de huid tijdelijk koel. Dit helpt extra tegen jeuk. Het koele gevoel duurt een paar minuten. - Lotion: Een lotion is een dunne vloeistof. Een lotion wordt ook wel een smeersel of een huidemulsie genoemd. U gebruikt een lotion op de behaarde (hoofd)huid. Voorbeelden: lanette smeersel, cetomacrogol smeersel.
Uw arts of apotheker geeft u advies welke basiszalf u het beste kunt gebruiken. U kunt altijd een andere basiszalf uitproberen. Kies de basiszalf die u het fijnste vindt.
Pijn die langer blijft na de behandeling van borstkanker
Soms heb je na de behandeling van borstkanker pijn die langer blijft. Bijvoorbeeld na de operatie of bestraling. Bespreek met je arts, verpleegkundige of huisarts wat jou kan helpen.
Vaak kun je een behandeling krijgen tegen de pijn. Soms krijg je pijnstillers. Je arts, verpleegkundige of huisarts kan je ook doorsturen naar een pijnpoli. Soms kun je een speciaal programma volgen om je beter en sterker te voelen. Bijvoorbeeld in een ziekenhuis of bij een fysiotherapeut. Je kunt ook hulp krijgen om met de pijn te leren omgaan.
Zwaarder geworden door de behandeling van borstkanker
Veel vrouwen worden zwaarder door de behandeling van borstkanker. Bijvoorbeeld door chemotherapie of medicijnen met anti-hormonen.
Probeer gezond te eten en genoeg te bewegen. Op een manier die voor jou lukt en bij je past. Ga bijvoorbeeld wandelen, fietsen of zwemmen.
Lukt dit niet zelf? Bespreek dit met je arts, verpleegkundige of huisarts. Die kan je misschien doorsturen naar een fysiotherapeut die je kan helpen om te gaan bewegen. Of naar een diëtist die je kan helpen om gezonder te gaan eten.
Gezond leven kan de kans kleiner maken dat de borstkanker terugkomt. En je kunt je ook fitter voelen en sneller weer sterker worden na de behandeling.
Last van je handen of voeten na de behandeling van borstkanker
Door chemotherapie kun je last krijgen van je handen of voeten. Of allebei. Dit komt doordat de zenuwen in je handen of voeten beschadigd zijn. Artsen noemen dit neuropathie.
Je kunt dan bijvoorbeeld 1 of meer van deze dingen merken:
- Je hebt een tintelend of prikkelend gevoel in je handen of voeten.
- Je handen of voeten voelen doof. Of anders.
- Je hebt pijn in je handen of voeten.
- Je bent minder sterk in je handen of armen. Of in je voeten of benen.
Deze klachten kunnen na je behandeling vanzelf overgaan. Sommige mensen hebben er lang last van.
Bespreek je klachten met je arts, verpleegkundige of huisarts. Je kunt dan vaak een behandeling krijgen. Bijvoorbeeld medicijnen of een behandeling bij een fysiotherapeut, pijnspecialist of een arts die je helpt te leren omgaan met je klachten (revalidatie-arts). Of bij iemand die veel weet van problemen met je voeten (podoloog). Als het nodig is, kan je arts, verpleegkundige of huisarts je ook doorsturen naar een arts die veel weet van de zenuwen (neuroloog).
Overgangsklachten door de behandeling van borstkanker
Door je behandeling van borstkanker kun je eerder in de overgang komen. Dat komt bijvoorbeeld door chemotherapie of medicijnen met anti-hormonen.
Je kunt dan bijvoorbeeld deze klachten hebben:
- Je hebt opvliegers.
- Je zweet 's nachts veel.
- Je hebt een droge vagina.
- Je bent niet regelmatig ongesteld.
Deze klachten kunnen tijdelijk zijn of blijven.
Heb je hier veel last van? Bespreek met je arts, verpleegkundige of huisarts wat je kunt doen.
Moeilijker of niet meer zwanger kunnen worden na de behandeling van borstkanker
Heb je borstkanker gehad en wil je zwanger worden? Na chemotherapie of medicijnen met anti-hormonen kan dat soms moeilijker zijn. Of niet lukken.
Het kan zwaar zijn als je door de behandeling voor borstkanker geen kinderen meer kunt krijgen. Het kost tijd om dit te verwerken. Het helpt om erover te praten met mensen die je goed kent. Zoals je partner, een familielid of goede vriend. Of met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt als jij. Die kun je vinden via de Borstkankervereniging Nederland of Freya.
Lees meer als je eerder een behandeling hebt gehad om later zwanger te kunnen worden.
Problemen met seks na de behandeling van borstkanker
Misschien heb je na de behandeling van borstkanker minder zin in seks. Bijvoorbeeld omdat je moe bent of ergens pijn hebt. Of omdat je bang, verdrietig, boos of somber bent. Of je onzeker voelt over je lichaam.
Je kunt bijvoorbeeld ook deze problemen hebben:
- Je raakt niet of minder opgewonden.
- Je hebt pijn in je vagina tijdens seks. Of een droge vagina.
- Je kunt niet of moeilijk kunnen klaarkomen (orgasme).
- Het gevoel in je borst of borsten is veranderd. Of je hebt last van je litteken.
Ook je partner kan onzeker zijn over hoe die met je moet omgaan. En geen zin hebben in seks, of niet durven. Probeer begrip voor elkaar te hebben. Liefde en geduld worden extra belangrijk. Jullie kunnen veel steun hebben aan elkaar vasthouden en knuffelen.
Bespreek je problemen met je arts, verpleegkundige of huisarts. Die kan je advies geven. En als het nodig is doorsturen naar een arts of psycholoog die veel weet over problemen met seks (seksuoloog).
Bang of somber zijn na de behandeling van borstkanker
Door de borstkanker en de behandeling kun je psychische klachten hebben. Je voelt je bijvoorbeeld bang of somber. Of je bent bang dat de kanker terugkomt. Misschien ben je het vertrouwen in je lichaam kwijt. Of maak je je veel zorgen en lukt het niet om te stoppen hierover te denken (piekeren).
Kanker heeft een grote invloed op je leven. Het kan moeilijk zijn om te leren leven met gevolgen van de kanker en de behandeling. Bijvoorbeeld omdat je er door de borstoperatie anders uitziet. Of omdat je langer klachten kunt hebben door de behandeling.
Wat kun je doen?
- Vertel mensen die belangrijk voor je zijn hoe je je voelt. Dit kan helpen om je minder alleen te voelen. Praat er ook over met je arts, verpleegkundige of huisarts. Je kunt hulp krijgen van een praktijkondersteuner of psycholoog.
- Je kunt ook hulp krijgen bij een Centrum voor leven met en na kanker. Hier kun je ook praten met mensen die hetzelfde meemaken. Op de website van IPSO vind je een centrum bij jou in de buurt.
- Het kan steun geven om te praten met mensen die hetzelfde meemaken. Die vind je bijvoorbeeld via Borstkankervereniging Nederland.
Hulp en advies bij borstkanker en werk
Als je na de behandelingen je leven langzaam weer oppakt, ga je misschien ook weer nadenken over werk. Je kunt dan veel vragen hebben. Bijvoorbeeld:
- Heb je weer genoeg energie om aan het werk te gaan?
- Kun je terug naar je oude werk of kun je beter ander werk gaan doen?
- Wie kan je helpen als je weer aan het werk gaat?
Of je weer kunt gaan werken, hangt af van hoe je je voelt. En of je nog last hebt van gevolgen van de behandelingen.
Werk kan ook een fijn gevoel geven. Je ontmoet collega's en je kunt je nuttig voelen. En werk kan afleiding en structuur geven.
Samen met je werkgever en de bedrijfsarts kijk je of je weer kunt werken. En wanneer en hoe. Soms is het nodig om iets te veranderen. Bijvoorbeeld andere werktijden of meer pauzes. Of andere taken.
Lees meer over weer gaan werken na kanker.
Hoe gaat het verder na de behandeling van borstkanker?
Veel mensen pakken na borstkanker hun leven langzaam weer op. Vind je dat moeilijk? Praat erover met je arts, verpleegkundige of huisarts. Je kunt hulp krijgen van een psycholoog of de praktijkondersteuner. Die kan je er bijvoorbeeld mee helpen omgaan als je bang bent of erg moe bent.
Meer informatie over borstkanker
- Informatie over borstkanker: Borstkankervereniging Nederland en Kanker.nl
- Informatie over borstkanker in veel talen: Mammarosa
- Onderzoeken naar nieuwe behandelingen waar je aan mee kunt doen als je borstkanker hebt: Kanker.nl
- Informatie over erfelijke aanleg voor borstkanker: Stichting Erfelijke Kanker Nederland en Erfocentrum
- Website voor kinderen en jongeren met een vader of moeder met kanker: Kankerspoken
- Informatie over borstfoto's vanaf 50 jaar: RIVM
Over deze tekst
Artsen en tekstschrijvers van Thuisarts hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor artsen over borstkanker.
Lees wie de informatie van Thuisarts maakt.
Lees wat een richtlijn is en hoe die wordt gemaakt.
Heeft deze informatie je geholpen?
Laatst gewijzigd: 12 mei 2026