Ik krijg een operatie om darmkanker te genezen

In het kort

In het kort

  • Bij een operatie bij darmkanker haalt de chirurg de tumor en gezond weefsel weg.
  • De operatie kan via een snee in de buik of met een kijkoperatie.
  • Het is belangrijk dat u voor de operatie stopt met roken, genoeg beweegt en gezond eet.
  • Soms is een stoma nodig, voor een paar maanden of blijvend.
  • Na 7 tot 10 dagen gaat u weer naar huis.
Beschrijving

Wat is een operatie bij darmkanker om te genezen?

  • Tijdens een operatie bij darmkanker verwijdert de chirurg de tumor in de darm.
  • Ook haalt de arts een stuk gezonde darm en de lymfeklieren en bloedvaten erom heen weg. Dat is nodig omdat de tumor anders terug kan komen. Ook worden de lymfeklieren onderzocht op uitzaaiingen.
  • Soms moet de hele darm verwijderd worden. Bijvoorbeeld als er veel tumoren in de darm zitten.
  • De operatie kan op 2 manieren gedaan worden:
    • via een snee in de buik (openbuikoperatie)
    • met een kijkoperatie (laparoscopie)
  • Om het geopereerde stuk darm te laten genezen legt de chirurg soms een stoma aan. Dit is een kunstmatige uitgang van de darm via de buikwand. Een stoma kan ook blijven zitten.
  • Na de operatie krijgt u misschien nog chemotherapie, eventueel met doelgerichte therapie.

De operatie bij een tumor in het laatste deel van de dikke darm (endeldarmkanker) gaat anders, zie operatie bij endeldarmkanker.

Voorbereiding

Voorbereiding op een operatie bij darmkanker

Lichamelijke conditie
Het is belangrijk dat u voor de operatie in een zo goed mogelijke conditie bent.

  • Stop met roken. Roken vergroot de kans op problemen na de operatie, zoals een bloeding of de vorming van bloedstolsels (trombose). Ook genezen wonden minder snel als u rookt.
  • Beweeg voldoende. Een fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond. Eten en drinken kan door kanker of de behandeling lastig zijn. Wanneer u te veel afvalt, kunt u ondervoed raken. Dat is niet goed voor uw herstel na de operatie. Daarom wordt in veel ziekenhuizen voor de operatie gemeten of u ondervoed bent. U krijgt dan voedingsadviezen.
    Eet u voor uw gevoel genoeg, maar valt u toch af? Bespreek het met uw arts. U kunt een verwijzing krijgen naar een diëtist.
    Gaat het eten steeds moeilijker, dan kunt u drinkvoeding krijgen.
  • Na de operatie kunt u een longontsteking krijgen. U kunt de kans daarop verkleinen door goed adem te halen. Een fysiotherapeut kan voor de operatie ademhalingsoefeningen met u doen. U leert dan hoe u na de operatie goed kunt ademhalen en hoesten.

Gesprek met de chirurg
De chirurg vertelt u:

  • welk deel van de dikke darm verwijderd wordt
  • of u tijdelijk of blijvend een stoma krijgt
  • of u een kijkoperatie of een operatie via een snee in de buik krijgt.
    De meeste mensen krijgen een kijkoperatie. Dat betekent dat de chirurg opereert door kleine sneetjes in de buik in plaats van een grote snede. Daardoor herstelt u sneller en heeft u minder pijn.

Gesprek met anesthesioloog
Voor de operatie heeft u een gesprek met de arts die tijdens de operatie voor de narcose zorgt (anesthesioloog). Deze arts geeft uitleg over de operatie en de narcose. Ook stelt hij u vragen over uw lichamelijke conditie. Bijvoorbeeld of u naast kanker nog meer aandoeningen heeft. De arts doet een paar onderzoeken, zoals een bloeddrukmeting. Soms is nog meer onderzoek nodig, bijvoorbeeld als u een long- of hartaandoening heeft. De arts kan u dan verwijzen naar een andere specialist, zoals een cardioloog of longarts.

Voorbereiding op de stoma
Krijgt u een tijdelijk of blijvend stoma? Dan heeft u een afspraak met een stomaverpleegkundige.

  • Ze geeft uitleg over de verzorging van een stoma en laat de verschillende stomamaterialen zien.
  • Het is belangrijk dat het stomazakje op een plek komt waar u er zo min mogelijk last van hebt. De stomaverpleegkundige bepaalt samen met u de plek waar de stoma en het opvangzakje voor de ontlasting ongeveer komt. Ze houdt daarbij rekening met de kleding die u meestal draagt. Ook kijkt ze naar de vorm van uw buik.
Operatiedag

De dag van de darmoperatie

Draag op de dag van de operatie:

  • geen sieraden,
  • geen bodylotion,
  • geen piercings,
  • geen make-up,
  • geen nagellak,
  • geen kunstnagels.

Krijgt u 's ochtends een operatie?

  • Dan hoort u van de arts tot wanneer u nog mag eten.
  • Tot 2 uur voor de operatie mag u nog heldere dranken drinken, zoals water en thee. Een slokje water voor het innemen van medicijnen of bij het tandenpoetsen mag altijd.

Krijgt u ’s middags een operatie?

  • Dan mag u in de ochtend misschien nog wat eten. U maakt daarover afspraken met uw arts.
  • Tot 2 uur voor de ingreep mag u nog heldere dranken drinken, zoals water en thee. Een slokje water voor het innemen van medicijnen of bij het tandenpoetsen mag altijd.
Uitvoering

Hoe gaat een operatie bij darmkanker?

  • De anesthesioloog brengt soms eerst een slangetje (katheter) tussen uw ruggenwervels aan. Door dat slangetje kan hij tijdens en na de operatie pijnstillende middelen toedienen.
  • U krijgt een infuusnaald in uw arm. Met deze naald krijgt u de narcose. U valt in slaap en voelt geen pijn tijdens de operatie.
  • Krijgt u een kijkoperatie? Dan brengt de chirurg koolzuurgas in uw buik. Hierdoor kan hij de organen in de buik beter zien. Dan brengt hij een soort kijkbuis (camera) in uw buik. Op een scherm ziet de chirurg het operatiegebied.
  • Bij een openbuikoperatie maakt de chirurg een snee in uw buik.
  • De chirurg verwijdert het deel van de darm met de tumor. Ook de weefsels erom heen haalt hij weg.
  • Daarna maakt de arts de 2 delen van de darm weer aan elkaar. Dat gebeurt met hechtingen of met nietjes.
  • Ook de operatiewondjes worden dichtgemaakt.

Krijgt u ook een stoma?

  • Dan maakt de chirurg een opening in de buikwand op de plek die u samen met de stomaverpleegkundige heeft bepaald.
  • De chirurg brengt een gezond deel van de darm via de buikwand naar buiten. Er is dan een klein stukje darm te zien op uw buik.
  • De chirurg hecht de darm vast aan de buikwand.
  • Onder de stoma komt soms een plastic staafje. Dit zorgt ervoor dat de stoma niet naar beneden zakt.

Het verwijderde stuk darm en weefsel gaat naar het laboratorium. Het wordt daar onderzocht onder de microscoop.

Risico's

Risico’s van een operatie bij darmkanker

Een operatie bij darmkanker heeft de volgende risico’s:

  • Ontstekingen, zoals een longontsteking, een ontsteking van de operatiewond of een urineweginfectie. U krijgt dan een antibioticakuur.
  • Een nabloeding. Na een operatie kan het gedeelte van de darm dat geopereerd is, gaan bloeden. Meestal is dat binnenin de buik (inwendig). U moet dan misschien weer geopereerd worden.
  • Een bloedstolsel in het been of in de longen (trombose). U krijgt medicijnen om de kans daarop te verkleinen.
  • Lekkage bij de nieuwe verbinding van de darmen. Op de plek van hechtingen en nietjes kan een opening ontstaan. Daardoor lekt de
inhoud van de darmen in de buikholte. Dit kan een buikvliesontsteking veroorzaken. Als de ontsteking niet overgaat, is een operatie nodig.

Bij de aanleg van een stoma kunnen ook problemen zijn:

  • Te weinig bloedtoevoer in het deel van de darm dat door de buikwand naar buiten komt.
    Als de opening te nauw is, wordt de stoma afgekneld. De stoma wordt dan blauw of donkerrood. De chirurg bekijkt of de stoma opnieuw moet worden aangelegd.
  • Zwelling en verkleuring van de stoma in de eerste weken na de operatie. Dit verdwijnt geleidelijk. Ook wordt de stoma na verloop van tijd meestal wat kleiner.

Ook na langere tijd kunnen er problemen ontstaan, zoals:

  • Uitpuilende stoma (prolaps). De darm wordt als het ware naar buiten gedrukt. Dit komt doordat er te veel druk op staat. Bijvoorbeeld door hoesten, persen of te zwaar tillen. Soms is een nieuwe operatie nodig.
  • Een breuk in de buikwand bij de stoma. Door een zwakke plek in de buikwand komt de inhoud van de buik naar buiten. Daardoor krijgt u een bult of zwelling dichtbij de stoma. U kunt geopereerd worden als u er veel last van heeft.
  • Een vernauwing door de vorming van littekenweefsel. Het kan dan helpen om de stoma op te rekken. Dit kan met uw vinger of speciale staafjes. Soms is een nieuwe operatie nodig.
  • Irritatie of ontsteking van de huid rond de stoma. Dit komt doordat er ontlasting op uw huid komt of doordat de huid geïrriteerd raakt door het zakje.
De eerste dagen na de operatie

De eerste dagen na een darmoperatie

Na de operatie gaat u terug naar de verpleegafdeling.

  • De verpleegkundigen komen vaak bij u kijken. Ze controleren bijvoorbeeld uw bloeddruk, de wonden en ze kijken of u goed doorademt en hoeveel pijn u heeft.
  • U krijgt vocht en voedingsstoffen met een infuus.
  • U heeft een slangetje in uw blaas (blaaskatheter). Uw urine wordt opgevangen in een zak.
  • U krijgt injecties tegen de vorming van bloedstolsels (trombose).

Na de operatie kunt u last hebben van: 


  • Pijn tussen uw schouders. Dat komt door het koolzuurgas dat de chirurg tijdens de kijkoperatie heeft gebruikt. Dit gas verdwijnt binnen enkele dagen. De pijn is dan ook weg. 

  • Bijwerkingen van de narcose. Bijvoorbeeld keelpijn, slaperigheid, heesheid, misselijkheid en overgeven.
  • Pijn door de operatie. U krijgt daarvoor pijnstillers. 

  • Verstopping of diarree. U kunt hier medicijnen tegen krijgen. 


Eten en drinken
U mag al vrij snel na de operatie weer eten en drinken. Vaak kan dat de dag na de operatie al. Dat is goed voor uw herstel.
Dit is ook zo als u een stoma heeft gekregen. Met een stoma kunt u in principe normaal eten en drinken. Wel kunnen sommige voedingsmiddelen zorgen voor gasvorming of de dikte van de ontlasting beïnvloeden. Dit is per persoon verschillend. U kunt advies van een diëtist krijgen.

Bewegen
Het is goed om snel na de operatie kleine stukjes te lopen. Een verpleegkundige kan u daarbij helpen. Dit helpt uw darmen op gang te komen. Bewegen verkleint ook de kans op het ontstaan van bloedpropjes (trombose).

Stoma
U krijgt hulp van de stomaverpleegkundige met de verzorging van de stoma. Ze laat u verschillende opvangmaterialen en systemen zien. Samen kiest u de materialen die voor u het meest geschikt zijn. U gaat oefenen met het verschonen van de zakjes. Ook leert u hoe de huid rond de stoma het beste kunt verzorgen. Het is belangrijk dat u met uw stoma kunt omgaan voordat u naar huis gaat.
Het staafje dat de chirurg soms tijdens de operatie onder de stoma zet, kan er meestal na 10 dagen uitgehaald worden. Dit doet de stomaverpleegkundige. Het doet geen pijn.

De uitslag van het weefselonderzoek
Na ongeveer een week krijgt u de uitslag van het weefselonderzoek. Afhankelijk van de uitslag kunt u het advies krijgen om een aanvullende behandeling te kiezen, bijvoorbeeld chemotherapie of bestraling.

Naar huis

Weer naar huis na een darmoperatie

De meeste mensen kunnen 7 tot 10 dagen na de operatie naar huis. Van een kijkoperatie herstelt u gemiddeld 2 dagen sneller dan van een operatie via een snee in de buik.

U kunt naar huis:

  • als u zelf voelt dat u naar huis kunt
  • als u normaal kunt eten
  • als u weinig of geen pijn heeft.
    Het is normaal dat de operatiewond nog een beetje pijn doet.
  • als u uw stoma kunt verzorgen.
    Natuurlijk kunt u hierbij hulp vragen van de thuiszorg of uw partner.

Wat kan wel/niet?

  • Lichte huishoudelijke klusjes, zoals afwassen en de was opvouwen, kunt u weer doen.
  • U mag douchen met de wond. Ook met een stoma kunt u onder de douche.
  • U kunt 3 tot 4 keer per dag paracetamol gebruiken als u pijn heeft.

paracetamol

Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend.

Het is te gebruiken bij verschillende soorten pijn zoals, hoofdpijn, migraine, koorts, griep, verkoudheid, keelpijn, bijholteontsteking, middenoorontsteking, oorpijn door gehoorgangontsteking, artrose, spierpijn, gewrichtspijn en menstruatieklachten.

Bron: Apotheek.nl
Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder na een darmoperatie?

Kort nadat u naar huis bent gegaan, heeft u uw eerste controle in het ziekenhuis. De arts of verpleegkundige controleert de wonden en kijkt hoe het met u gaat. De arts kijkt of u niet te veel bent afgevallen. Ook bespreekt u met de arts of u last heeft van gevolgen van de operatie, zoals verstopping of diarree. Heeft u een stoma, dan controleert de arts of die er goed uit ziet.

U krijgt ook de uitslag van het weefselonderzoek als u die in het ziekenhuis nog niet had gekregen. Afhankelijk van de uitslag kunt u het advies krijgen om een aanvullende behandeling te kiezen, bijvoorbeeld chemotherapie.

Heeft u een stoma gekregen? Dan zult u de eerste tijd waarschijnlijk erg moeten wennen. U kunt erover praten met de stomaverpleegkundige. Zij kan ook uw vragen over de stoma beantwoorden. Ook lotgenotencontact kan prettig zijn. U kunt daarvoor terecht bij de Stomavereniging of Stichting voor patiënten met kanker aan het spijsverteringskanaal.

Heeft u een tijdelijke stoma? Dan wordt u na 2 tot 3 maanden weer geopereerd. Bij die operatie haalt de chirurg de stoma weg.

Wanneer contact?

Wanneer contact opnemen na een darmoperatie?

Neem contact op met uw arts bij:

  • koorts
  • rillingen
  • een bloeding van de operatiewond
  • buikpijn of een opgezwollen buik
  • misselijkheid of overgeven
  • hoesten of kortademigheid
  • verstopping of diarree die niet overgaat
  • rode en pijnlijke huid rond de operatiewonden
  • vocht of pus uit de operatiewonden
  • verkleuring van de stoma (blauw, donkerrood, zwart of juist heel bleek)
  • zwelling van de stoma
  • bloedverlies uit de stoma (bloed in het stomazakje)
Meer informatie

Meer informatie over darmkanker

Wilt u meer weten over darmkanker dan kunt u aanvullende betrouwbare informatie vinden op de website van:

    Voor contact met lotgenoten kunt u terecht bij de Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal.

    Met behulp van de patiëntenwijzer darmkanker kunt u zoeken naar de zorgaanbieder die het best bij uw wensen past.

    De informatie over darmkanker is gebaseerd op de richtlijn Colorectaal carcinoom (2016). 

    Laatst herzien op

    Vond u deze informatie nuttig?

    Vond u deze informatie nuttig?
    Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
    Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.